<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Maurine</id>
	<title>Atlas Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Maurine"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Maurine"/>
	<updated>2026-05-05T18:46:41Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Igneous_and_Metamorphic_Petrology&amp;diff=892</id>
		<title>Igneous and Metamorphic Petrology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Igneous_and_Metamorphic_Petrology&amp;diff=892"/>
		<updated>2026-01-09T17:42:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maurine: Examenvragen januari 2026 petrologie&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Olivier Namur&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, practicum&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 6&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding en schriftelijk&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Brossen of niet?&amp;lt;/b&amp;gt; Nee, de Olli is super schattig &amp;lt;3&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;i&amp;gt;Sinds 2017-2018 wordt dit vak gegeven door Olivier Namur, een Waalse prof die in het Engels lesgeeft. Hij is nieuw sinds 2017 en vervangt Sarah Fowler. Hij heeft dus nog geen cursus, maar wel notities die hij bij elke les heeft gemaakt. Deze zijn vaak uitgebreid en er zit vaak ook extra achtergrond informatie die dat niet per se gekend moet zijn maar wel zeer handig is voor het studeren. Hij geeft intensief maar zeer goed les, je valt er zeker niet in slaap bij. Het practicum is wel pittig maar kan in het semester gedaan worden in overleg met de assistent, dus dat geeft meer tijd voor het theoretisch deel.&amp;lt;/i&amp;gt; &#039;&#039;Sinds 2017-2018 wordt het door Olivier Namur gegeven. De vragen bij de voorgaande jaren zijn dus niet representatief. Zijn engels is niet perfect dus er kunnen wat spellingsfouten of grammaticale fouten inzitten.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2026 ===&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is magma, melt, phase en rock? &lt;br /&gt;
* Wat is polymerisation en wat is het effect van volatiles? &lt;br /&gt;
* Wat is de invloed van viscosity op de explosiviteit van erupties?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Leg uit: primitive, parental and primary melt.&lt;br /&gt;
* Wat is meting en partial melting? Wat is het effect ervan op de magma composition en thickness? &lt;br /&gt;
* Leg Nucleation and crystal growth uit.&lt;br /&gt;
* Leg fractional and equilibrium crystallisation uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is metamorfisme en wat zijn de parameters (P,T, fluid, deformation)? &lt;br /&gt;
* Differentiele en lithostatische stress uitleggen. &lt;br /&gt;
* Alle soorten van metamorfisme kort uitleggen. &lt;br /&gt;
* Welke sequenties van mineralen wordt er verwacht bij regionale metamorfisme (Leg Barrovian en Buchian sequence uit)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Classificeer: 80% Plagio 20% Ol 95% Plagio 5% Cpx&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2025 ===&lt;br /&gt;
Vraag1:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the mechanisms that drive mantle melting and explain their significance in volume of melt produced.&lt;br /&gt;
* Explain the factors controlling mantle melting (T, P, water content).&lt;br /&gt;
* Show graphically how variable degrees of mantle melting have an influence on the melt and the residual mantle material.&lt;br /&gt;
* Give the tectonic environments where mantle melting occurs and explain them.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2&lt;br /&gt;
* Explain nucleation and growth. How do surface and volume free energy influence this.&lt;br /&gt;
* Use cooling rate and degree of undercooling to explain the shape and textures of minerals in igneous rocks and provide examples.&lt;br /&gt;
* Using this theory, explain the texture of basalt which cools rapidly at the surface and granite which cool slowly at depth.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3&lt;br /&gt;
* Define metamorphism, explain the key factors: T, P, fluids, time. Use well known sequences to give an example of the effect of the factors.&lt;br /&gt;
* What is metamorphic grade and how can this be used to know the P/T conditions at which it was formed?&lt;br /&gt;
* How can the texture be used to know the tectonic history of metamorphic rocks? For example, explain the formation of foliation.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 4&lt;br /&gt;
* Using following mineral mode data obtained by point counting, name the following rocks. (Geen classificatiediagrammen gegeven!!) &lt;br /&gt;
** 40% clinopyroxene + 5% olivine + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;60&amp;lt;/small&amp;gt;) &lt;br /&gt;
** 20% orthopyroxene + 10% clinopyroxene + 14% K-feldspar + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;40&amp;lt;/small&amp;gt;) + 1% quartz &lt;br /&gt;
** 66% Nepheline + 2% K-feldspar + 2% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;50&amp;lt;/small&amp;gt;) + 30% fine grained matrix (dus hiervan wist je dat het volcanic was want matrix)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2024 ===&lt;br /&gt;
Tien juist/fout vragen, exact dezelfde als 2018.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Magmatisch deel&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Define equilibrium and fractional crystallisation. &lt;br /&gt;
* Draw schematic diagrams to explain how melt evolves chemically during fractional crystallisation. Show the effect of changing mineral assemblage including solid solutions.&lt;br /&gt;
* explain the main processes leading to fractional crystallisation.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* What are the main volatiles in magma? What type of magma are they more abundant in?&lt;br /&gt;
* Define volatile solubility and the parameters controlling volatile solubility.&lt;br /&gt;
* How do volatiles enter the structure of the melt?&lt;br /&gt;
* Do volatiles play a role on the dynamics of magma eruptions and the physical properties of magma?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Metamorf deel&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vraag 3:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the barrovian metamorphic sequence and provide the list of index minerals. &lt;br /&gt;
* Explain schametically how they relate to each other in a P/T diagram by illustrating the maximum metamorphic conditions.&lt;br /&gt;
* what is the difference with the Buchan type metamorphism?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;nomenclatuur van magmatische gesteenten&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vraag 4: 3 mineralen benoemen op basis van gegeven percentages. De classificatiediagrammen zijn niet gegeven, dus je moet het zonder kunnen. (Dezelfde mineralen als in 2018)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September 2023 ===&lt;br /&gt;
Zeer gelijkaardig aan het examen van 2018. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 juist/fout vragen met uitleg geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hawaii: uitleggen wat er gebeurd, hoe het gevormd wordt, wat de vorm van de vulkanen zijn en de samenstelling van de magma en hoe deze veranderen in de tijd. &lt;br /&gt;
* De verschillende soorten basaltische vulkanen en lava flows en hun karakteristieken. De verschillende soorten erupties en hun explosiviteit.&lt;br /&gt;
* Oefening op percentages.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2023 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Beurt 1: 16/01  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the difference between CIPW norm and mineral mode. + Hoe werkt CIPW &lt;br /&gt;
* Verschil tussen equilibrium en fractional crystallization + uitleggen wat het is. Main processes van fractional crystallization.&lt;br /&gt;
* Wat is nucleation en wat is crystal growth. Wat is undercooling, wat is effect van undercooling op crystal growth. Wat is Gibbsfree energy surface en wat is gibbs free energy volume? Hoe verhouden deze zich tot elkaar?&lt;br /&gt;
* Wat is A&#039;KF en ACF, waarvoor dient dit? Hoe komen deze tot stand? &lt;br /&gt;
* Classificatie van 3 shtenen (percentage van mineralen gegeven en bij plagioclase staat tussenhaakjes (An60) bvb) (kpeis 2 plutonic en 1 volcanic, ma kwist da nie zo goe) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2022 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 17 januari  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the difference between CIPW norm and mineral mode&lt;br /&gt;
* Explain the different phases of magma. Illustrate and explain the structure of a silicate melt and the link between melt structure, polymerization and physical properties. What kind of volatiles do silicate melts have and explain the effect of these volatiles on the melt. &lt;br /&gt;
* Explain how magmas are produced. Differentiate on volatile content and volume. Explain the difference between primary, primitive and parental magma.&lt;br /&gt;
* Regional metamorfism ... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 21 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain in detail the structure of a silicate melt. How are H2O and CO2 dissolved in the melt and how do they affect the overall properties of the melt? Use P/T diagrams in your explanation. &lt;br /&gt;
* Give the three factors that can cause melting in the mantle. Where do they occur on Earth? Support your answer with the correct P/T diagrams. &lt;br /&gt;
* Explain Barrovian metamorphism. Give the sequence in which the minerals appear. Support your answer with P/T diagrams and compare with the stability diagrams of the Al2SiO5 polymorphs. &lt;br /&gt;
* Rock classification (granite, anorthosite (via charnockite diagram) and latite). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2018 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* True or False, bij een fout antwoord moet een correctie gegeven worden:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatism&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
** The average thickness of the oceanic crust is 20 km, this is two thirds of the average thickness of the continental crust. &lt;br /&gt;
** Carbonatites do not have the composition of pure calcite. (bestaan dus niet volledig uit calciet) &lt;br /&gt;
** Tholeiitic basalts are enriched in FeO compared to calc-alkaline magmas. &lt;br /&gt;
** Basaltic magma generally contains more water than granitic magmas. &lt;br /&gt;
** The lithosphere is this part of Earth interior that melts during mantle decompression. &lt;br /&gt;
** The dry peridotite solidus has a positive P/T slope, which means that lowering the pressure at a constant temperature would produce melting. &lt;br /&gt;
** During nucleation the surface area/volume ratio is low. &lt;br /&gt;
** The volcanic plume of a plinian eruption collapses on the flanks of the volcano. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Metamorphism&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
** Subduction zones have high T/P geotherms, this is why they show low pressure metamorphic rocks. &lt;br /&gt;
** It is possible for index minerals to be present in a zone of higher grade than its own. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open questions, twee van de drie magmatische en een van de twee metamorphische mochten gekozen worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatism&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Draw a sketch of the P-T relationship in the mantle. Define the concepts of the solidus and liquidus. Explain the main mechanisms of mantle melting. &lt;br /&gt;
* Define equilibrium and fractional crystallization. Draw schematic diagrams to show how the melt evolved during fractional crystallization. Show the effect of changing the mineral assemblage. &lt;br /&gt;
* What are oceanic spreading ridges? What sort of magma forms at these ridges? Hoe does this magma form? Is the magma erupting there primary? What is specific about Iceland? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Metamorphism&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Define the concept of metamorphism. Explain prograde and retrograde metamorphism. Name the different types of metamorphism. &lt;br /&gt;
* Explain Barrovian metamorphic sequence. Why do we see a change in mineralogy along the outcrops? What is the difference with Buchan-type metamorphism? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatic Rock nomenclature&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Using following mineral mode data obtained by point counting, name the following rocks. &lt;br /&gt;
** 40% clinopyroxene + 5% olivine + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;60&amp;lt;/small&amp;gt;) &lt;br /&gt;
** 20% orthopyroxene + 10% clinopyroxene + 14% K-feldspar + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;40&amp;lt;/small&amp;gt;) + 1% quartz &lt;br /&gt;
** 66% Nepheline + 2% K-feldspar + 2% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;50&amp;lt;/small&amp;gt;) + 30% fine grained matrix&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni 2011 ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Gesloten boek: #Ge krijgt het kaderke waar biotiet in voorkomt en er zijn 4 uithoeken met oa flogopiet =&amp;gt; geef de exchange equations (er waren ook Tschermak substitutions van boven naar onder) #een figuur van de aardkorst met een solidus lijn, horizontaal uitgezet volgens de temperatuur, verticaal volgens druk en diepte. onder de solidus komt van boven naar onder plagioclaas lehrzoliet, spinel lehrzoliet, granaat lehrzoliet. de vraag: leg deze schets van de aardkorst uit. (waarom is het zo daar) Open boek (letterlijk van het blad): #Bereken de theoretische densiteit van een pyroxeen-smelt met samenstelling Di(70%)Hed(30%) bij 1300°C, 1400°C en 1450°C #zie fig 7.30 (p7.48) van de cursusnota&#039;s (deze beslaagt een ganse pagina en zijn opeenvolgende driehoekjes van het AFM-diagram volgens stijgende temperatuur. Schrijf de stoichiometrische reactievergelijking voor de verandering die optreedt in het AFM diagram tussen 660°C en 680°C. #Tijdens de excursie in de Harz regio werd de type-ontsluiting van &#039;Harzburgiet&#039; bezocht. Op welke wijze werden deze gesteenten gevormd en wat is hun petrogenetische relatie met de nabijgelegen gabbronoriet intrusie van Bad Harzburg? &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek #Geef een beschrijving in maximaal 15 regels van de mantel van de aarde. Figuur van olivijn, ringwoodiet,perovskiet,... gegeven. welke verandering in de diepte is belangrijk? (compactie!) #Waarom hangt de viscositeit van silicaatsmelt af van de chemische samenstelling? Open boek #Een gesteente gegeven en er wt% uit berekenen (einde van H1) #Je krijgt gegevens van een chemisch onderzoek. Hieruit moet je ASI 1 en ASI 2 berekenen en dan ook ACF berekenen. (vergeet niet in wt% te zetten) Excursievraag: #Waarom bestaat het gesteente in LeyendeckerMaar uit Devoon gesteente materiaal? #Waarom zijn er verschillende legen met verschillende korrelgroottes te vinden? #Peridotiet is ultramafisch, wan waar afkomstig? ===Juni 2010=== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Gegeven: Fasendiagram van een pseudoternair systeem met 4 punten Gevraagd: #*alkemadelijnen #*de eindsamenstelling van de 4 puntende #*weg die twee van die punten afleggen (ze lagen allebei in een andere alkemadedriehoek en het systeem had een reactiepunt) #Gegeven: TAS-classificatie systeem gevraagd: duid aan waar continentale riftzones, mid-oceanische ruggen, subductie van oceanische plaat onder oceanische plaat en subductie van oceanische plaat onder continentale plaat in dit systeem moeten liggen. (staat allemaal in hfst 4) Open boek: #Geef de verhouding van bindende op niet bindende zuurstofatomen in Si&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;13&amp;lt;/sub&amp;gt; #Gegeven: de chemische samenstelling van een gesteente en de atoommassa&#039;s gevraagd: - Hoe zou je kunnen bepalen wat dit gesteente in het begin geweest zou zijn (ofzoiets..) - is het gesteente subalkalisch of alkalisch (berekenen met ASI) - zet het gesteente uit in een ACF diagram (formules die je moet gebruiken zijn gegeven, iets ander dan in de cursus) - Het gesteente ondergaat metamorfose en behoort tot de barrovian serie. kijkend naar een PT-diagram: welke metamorfe facies zullen achtereenvolgens gevormd worden bij deze serie. en wat is de samenstelling als er eclogiet en granuliet gevormd wordt. #Die weet ik niet goed meer want die kon ik niet maar deze was anders voor mij vermits ik niet op internationale excursie geweest ben. Degene die wel zijn geweest kregen gewoon een excursie vraag. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Ook fasendiagram met vanalles op aanduiden. #Waarom zullen rhyolietische lava&#039;s geen lava stromen vormen. Open boek: #Gesteente samenstelling gekregen en uitzetten in streckeisen. Vergeet niet te normaliseren! #Zo verschillende diagramma&#039;s gegeven in een PT diagram (zie hfst metamorfe), uitleggen wat er gebeurt voor 2 samenstellingen, reacties uitschrijven en uitbalanceren. #Over excursie: uitleggen waarom vooral devoon teruggevonden in Leyendecker groeve, waarom in verschillende lagen, waarom zo goed gesorteerd. Plaats de Laachersee in tijd, ruimte en geologische context. Practicum&amp;lt;br&amp;gt; #3 gesteenten met slijpplaatjes en doen zoals in practicum. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Je krijgt het diagram met de mineraalverschuivingen in de mantel. Waarom is die figuur belangrijk? Aan de hand van overgangen olivijn --&amp;gt; waydlesiet, ringwoodiet --&amp;gt; perovskiet uitleggen waarom seismische snelheid versnelt op 410 en 660 km dus. #Uitleggen hoe perhieten en anti-perthieten zich vormen bij alkaliveldspaten (fasediagram tekenen met solvus en exsolutie) en uitleggen wat het verschil is met twinning overgroeiing. Open boek: #Gesteentesamenstelling van plutonische gesteente gekregen en uitzetten in streckeisen. Normaliseren! #Teveel om helemaal uit te schrijven. Draaide erom dat je grid kreeg met bodemmonsters en welke metamorfe mineralen per bodemmonster er voor kwamen. Die bodemmonsters moest je dan juist aanduiden op een ALS diagram met 2 fasegrenzen afhankelijk van de mineralogie. Dan ook nog bepalen wat de maximale P en T van het metamorfisme was + afmetingen van bodemmonstergrid schatten aan de hand van ganse drukbereik. #Excursie: uitleggen hoe de harzburgiet zich vormt en wat de relatie is met Bad Harzburg. ===Juni 2009=== #Mineralensamenstelling gegeven van plutonisch gesteente. zeggen welk gesteente het is. #wt% van vulkanisch gesteente. zeggen welk gesteente en of het peralkalisch, alumineus, per-alumineus is. #Zeg hoe je een mineraal (formule is gegeven) in het ACF diagram kunt zeten. #Excursievraag over buchiet (Blaue Kuppe) pt diagram om een grafiek met mineraal fazen zetten. en proximale T en P geven #Alkemadelijnen aanduiden, pijltjes zetten op de fasengrenzen, reactiepunt en eutecticum bepalen en 3 samenstelling op de grafiek zijn aangeduid, waarbij je dan de afkoelingsgeschiedenis moet geven. ===Juni 2008=== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; #Modale samenstelling van een gesteente (38% qz, 7% biotiet, 4% mica, 20% sanidien, 26% orthoklaas ofzo) Wat is de naam van dit gesteente? #Een kalksteen met cherthoudende fragmenten wordt geïntrudeerd door een basaltisch magma. Er wordt een wollastonietring gevormd rond de nodules. Bij nog hogere temp wordt er Tillyniet gevormd (of zo). Ca3[Si2O7].2CaCO3 Welke reacties treden op? Welke mineraalassemblages worden gevormd bij evenwichtskristallisatie, geef deze weer in een p-T diagram het faciesdiagram is hier met SiO2, CaO en CO2 !!! Dus niet CO2 als overmaat #fig 4.16 uit de cursus, geef de alkemadelijnen weer (op mondeling: wat is een alkemadelijn). 2 uitkristalliseringstrajecten uitschrijven. 4 samenstellingen, in welke evenwichtspunt komen die uit? #een doorsnede van vulkanische afzettingen: geef de eruptiegeschiedenis. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; #tabelleke met mineraalinhoud van enkele slijpplaatjes, moest ge op een curve aanduiden waar die lagen en hoe groot het gebied ongeveer was. #Wt % uitrekkenen van 2 mineralen (jaja anal geo returns ) #Waarom vloeit een rhyolietisch magma zo moeilijk #Excursievraag: gabbro norietgroeve in harzburg. Waarvan onderscheid een gabbro noriet zich van een gewone gabbro? Hoe verklaar je het vroege voorkomen van hoornfels en flogopiet Waarom kristalliseert OPX eerder uit dan CPX, leg uit adhv figuur in cursus. ===Juni 2007=== #Voor het spoorelement Chroom de bulkcoëfficiënt D berekenen. Partitiecoëfficiënten gegeven voor olivijn, clinopyroxeen en plagioklaas. (zie het hoofdstuk over spoorelementen, een gelijkaardige oefening) #Gegeven een tabel met wt% en CIPW die al uitgerekend is. Toon op verschillende manieren aan dat dit gesteenten tholeïtisch is. #Gegeven fasendiagram. Welke mineraalassemblages zouden voorkomen indien er clinopyroxeen, pyroop en anorthiet?? voorkwamen. Had in ieder geval te maken met die driekhoeken van de verschillende facies. Ging van granuliet naar een facies hoger... #Een gesteenten met wt% dat muscovietrijk was, waarvan gevraagd werd welke mineraalassemblage het zou hebben indien het in een granulietfacies voorkwam. (denk ik)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maurine</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=805</id>
		<title>Sedimentologie en sedimentpetrologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=805"/>
		<updated>2025-06-10T14:31:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maurine: Examenvragen juni 2025 Sediment&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== &amp;lt;u&amp;gt;2025&amp;lt;/u&amp;gt; ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
Examen staat op 100 pntn, elke vraag op 10pntn tenzij er 20pntn staat ofc&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie&lt;br /&gt;
** Geef volledig &lt;br /&gt;
** Belang voor afzettingsmilieus, voorbeeld voor elk carbonaatgesteente&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen maak een schets. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
* Dimensieloze ratio, bestaande uit 2 dingen, teller en noemer (20pntn)&lt;br /&gt;
** Uitleggen&lt;br /&gt;
** Linken met relatieve zeespiegelvariaties&lt;br /&gt;
** Invloed van relatieve zeespiegelvariaties op turbidieten&lt;br /&gt;
* Verschillende lithofacies in een vallei met een meanderende rivier. Bespreek de lithofacies en teken het systeem.&lt;br /&gt;
* Diagense (20pntn)&lt;br /&gt;
** Benoem de belangrijkste vormen van zandsteendiagenese&lt;br /&gt;
** Definities geven&lt;br /&gt;
** Link met korrelgrootte&lt;br /&gt;
* Turbidieten, rivierafzettingen en puinwaaiers&lt;br /&gt;
** Analogie tussen rivier- en turbidietafzettingen&lt;br /&gt;
** Hoe zie je het verschil?&lt;br /&gt;
* Geef 2 voorbeelden van grote zandstructuren in Vlaanderen.&lt;br /&gt;
* Hoe zie je de getijdencyclus in sedimentaire afzettingen? Schets.&lt;br /&gt;
{{Infobox|title  =Vakinfo|headerstyle=background:lightgrey|header1=Lessen en examens| label2=Docent|  data2=Gert-Jan Weltje| label3=Lesvorm|  data3=Hoorcollege en practica| label4=Examenvorm|  data4=Schriftelijk en practicum|header5=Achtergrond| label6=Studiepunten|  data6=6| label7=Wanneer?|  data7=2de bach, 2de sem| label8=Brossen?|  data8=In de lessen wordt er veel aanvullende informatie gegeven dus gaan is aangeraden.}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Aan de randen van een meanderende rivier worden point bars gevormd. Schets een doorsnede van een pint bar loodrecht op de stromingsrichting. Geef ook de twee andere riviertypen en hun verschillen met een meanderende rivier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke 2 typen estuaria zijn er? Hoe evolueren ze bij een bij een toename van de sedimenttoevoer van het land en een constante zeespiegelstand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke verschillende soorten transport zijn er onder water als gevolg van gravitatie? Hoe kan je aan de hand van een afzetting zien op welke manier het getransporteerd is?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is avulsie? Geef het verband tussen een crevasse en een avulsie? In welke sedimentaire omgevingen is avulsie van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Uitleg over Sand ridges. Geef 2 voorbeeld van sandridges die we terugvinden in België. Hoe worden ze gevormd. Op welke manier kan de conclusie worden gemaakt dat ze waarschijnlijk niet meer actief zijn? Leg uit hoe ze worden gevormd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de belangrijkste netto gebeurtenissen bij barrière eilanden voor de kustmorfologie. Hoe reageert het systeem bij een stijgende zeespiegel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een kubus van zandsteen: welke componenten komen er allemaal voor in deze kubus. Wat zegt het over het afzetting milieu en de gesteente-eigenschappen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie wat is het en waarvoor is het nuttig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Teken een pijl (op het schema over dunes, ripples, antidunes,...) van een turbidiet die de volledige Boema sequentie doorloopt. Teken dan een tweede pijl van een turbidiet zonder sequentie d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Oud ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Meerafzettingen: verklaar under-inter-en overflow + in welke afzettingsmilieus komen ze voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de classificatie van deltasystemen, welke beste als reservoirgesteente?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de vorming van muddrops bij tidale stromingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Beschrijf turbidiet in middle en oudet fan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verschillende densiteitsreginmes bij delta&#039;s en de gevolgen voor de afzettingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Gekruiste gelaadgheid in kwartszanden met duideljke sets met H=3,3-1 m. Geef alle afzettingsmilieus waar dit kan voorkomen en geef hierarchisch schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Primaire en secundaire porositeit in functie van de diepte, wat is de invloed van porositeit op een diepte van 2000m?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 kenmerken van windafzettingen in een boorkern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek carbonaatgesteenten en (niet)-bioklasten in verband met vorming van een goed reservoirgesteente&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Walter&#039;s Law of Facies bij fluvialtiel gedomneerde delta en bij dalend zeeniveau.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek 3 mogelijke submilieus in een ariede klimaat. Waar kan je goed reservoirgesteente vinden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Volledige turbidietsequentie (met in en outer fan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* relatie tussen porositeit, permeabiliteit, sortering, korrelgrootte en maturiteit. Wat zijn eigenschappen van een goed/slecht reservoirgesteente. Wat is beland van faciesverandering in alluviale afzetting in verband met grondwater winning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Dunham + zandsteen classificatie, wat is grootste verschil tussen beide?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de classificatie van alle siliklastische gesteenten + problemen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef mogelijke faciessen aan monding in open meer + die centraal. Welke processen van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe oorsprongsgebied (provenance) achterhalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale sequentie door meanderende rivieren (korrelgrootte, afzettingsmilieus). Teken sequenties! Geef verschil met Bouma.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Stylolieten in eender welk gesteente. Nagaan op welke diepte&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Factoren dei sediment en transport op ondiepe siliklastische shelf beïnvloeden + bespreek classificatie shelf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale doorsnede door alluviale fan en geef sequenties bij proximaal/centraal/distaal, geef ook korrelgroottes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe storm en turbidietafzettingen onderscheiden? Tekeningen! Waarom turbidiet economisch interessant? Welk probleem bij exploitatie turbidiet?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maurine</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=750</id>
		<title>Inleiding in de ecologie en evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=750"/>
		<updated>2025-01-24T08:52:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maurine: Examen 2025&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Luc De Meester|data3=Hoorcollege, discussiesessie, eigen excursie|data4=Schriftelijk|data6=3|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label 4=Examenvorm|label 6=Studiepunten|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=?e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0L65AN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze cursus wordt door een pater van Bios gegeven, dus lijkt daardoor heel sympathiek. Maar hij verbetert wel streng. Ook houd ie ervan om &#039;in mijnen tijd&#039; verhaaltjes te vertellen, zeker dat ie op minstens 30 excursies ging per jaar. Daar moet je zelf ook een van regelen, dus houd daarmee rekening mee. Voor de rest stelt de cursus echt niet veel voor, tis een inleiding tot het vak &#039;Ecologie&#039; in het, voor ons, derde jaar. De prof houdt er ook van om veel interactie met de aula te hebben. Gelukkig zit je met alleen maar 1ste jaar biologen en soms ook wat verdwaalde archeologen. Dus je hoeft bijna nooit om zijn vragen te antwoorden. Ook zet hij bijna niks op toledo. Er moet dus altijd een persoon in de les zitten om de info die hij geeft, van wat wegvalt en wat niet, op te schrijven. &amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegenwoordig worden de lessen gegeven door Prof. Steven Declerck. Hij zet alle powerpoints online, samen met video&#039;s waarin hij de belangrijkste dingen nog eens uitlegt.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn)&lt;br /&gt;
* Voor en nadelen van endothermen (tov ectothermen) (3ptn)&lt;br /&gt;
* 16 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
** Iets met predatie&lt;br /&gt;
** die formule van visvangst met gemerkte en niet gemerkte vissen&lt;br /&gt;
** iets van wanneer een populatie maximum kan bereiken in functie van de draagkracht&lt;br /&gt;
** wanneer coëxistentie?&lt;br /&gt;
** ...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de 4 bewijzen voor evolutie en leg kort uit. (6 ptn)&lt;br /&gt;
* Leg uit hoe seksuele reproductie parasieten kan tegenhouden. (2 ptn)&lt;br /&gt;
* Geef de definitie van het compensatiepunt. (1ptn)&lt;br /&gt;
* Leg uit hoe &#039;top-down&#039; en &#039;bottom-up&#039; controle kan worden bepaald door het aantal trofische niveaus. (4 ptn)&lt;br /&gt;
* Leg volgende formule uit: dN1/dt = ... (die van Lotka Volterra). Leg de verschillende symbolen uit. Wat kan hier uit worden afgeleid? Toon aan met een grafiek en leg uit. (5 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn) &lt;br /&gt;
* Geef de predatorvoedselketen weer aan de hand van een illustratie en leg uit. Leg meer uit over verlies in deze keten en 2 gevolgen hiervan. (4ptn) &lt;br /&gt;
* Predatie heeft niet altijd negatieve gevolgen in het predatie prooi model voor de prooipopulatie, leg uit. (1,5ptn) &lt;br /&gt;
* Wat zijn de verschillen tussen holoparasieten en hemiparasieten? Geef van elk een voorbeeld (1,5ptn) &lt;br /&gt;
* Juist of onjuist (4ptn) &lt;br /&gt;
** Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
** Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
** De draagkracht is de maximale rekrutering&lt;br /&gt;
** Het exponentieel model werd gecorrigeerd in het logistisch model door de term (N-K)/K&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. &lt;br /&gt;
*Leg uit hoe en waarom de biodiversiteit op een eiland verschilt met die van het nabije vaste land. &lt;br /&gt;
*Wat zijn de voor- en nadelen van experimenteel onderzoek t.o.v. observaties in het veld. &lt;br /&gt;
*Geef de definitie van het compensatiepunt en hoe verschilt dit bij zonne- en schaduwplanten. &lt;br /&gt;
*Juist of fout? Indien het fout is, leg ook kort uit waarom. &lt;br /&gt;
** Organismen streven in evolutie naar een verbetering van hun bouwplan.&lt;br /&gt;
** Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
** Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*10 meerkeuzevragen (4 stellingen waarvan je er een moest aanduiden) &lt;br /&gt;
** Ecologische Niche&lt;br /&gt;
** Verband productie en productiviteit&lt;br /&gt;
** Gastheer-Parasiet interacties&lt;br /&gt;
** Compensatie punt&lt;br /&gt;
** C:N verhouding&lt;br /&gt;
** Evolutie mechanismen&lt;br /&gt;
** Voedselketens en voedselwebben&lt;br /&gt;
** Ramets en genets&lt;br /&gt;
** Interferentiecompetitie&lt;br /&gt;
** Predator-geïnduceerde verdedigingsmechanismen&lt;br /&gt;
*Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
*Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap wat het belang ervan was &lt;br /&gt;
*Wat is netto rekrutering, illustreer (dus met grafiek), en het verband met duurzame oogsten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* 10 meerkeuzevragen (ramets en genets, ultieme/proximale verklaringen, evolutie, interspecifieke concurrentie...) &lt;br /&gt;
* De netto-rekrutering in verband brengen met over-exploitatie, zeggen hoe je ze samen kan gebruiken en situeren aan de hand van een grafiekje &lt;br /&gt;
* Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
* Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap waarom deze zo belangrijk is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* 10 meerkeuzevragen over o.a.: ramets en genets, trofische niveau&#039;s, evolutie, C/N ratio, proximale/ultieme verklaringen,... &lt;br /&gt;
* Evolutie door natuurlijke selectie &lt;br /&gt;
* Wat zijn ruilfuncties, wat is het belang voor de ecologie en evolutie, geef twee voorbeelden van ruilfunctie bij planten en bij dieren &lt;br /&gt;
* netto-recrutering: situeer a.h.v. tekening &lt;br /&gt;
* interspecifieke competitie: situeer + leid Lotka-Volterramodel af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
* Stellingen, juist of fout en uitleg geven wanneer fout &lt;br /&gt;
* Het bepalen van de fundamentele niche van een soort is niet mogelijk tenzij men beschikt over een volledige data-set van het voorkomen van de soort in de wereld, uiteraard mét gegevens over de condities en bronnen waarvan men de niche-assen wil kwantificeren. &lt;br /&gt;
* Omwille van de ongunstige C/N verhouding hebben herbivoren nood aan sterkere mutualistische interacties met microbiële organismen in hun spijsverteringsstelsel dan carnivoren. &lt;br /&gt;
* Bij predator geïnduceerde verdedigingsmechanismen geldt dat de proximale verklaring verband houdt met de indirecte reactie op een aanval van de predator (&amp;quot;vlucht&amp;quot;), terwijl de ultieme verklaring doelt op de detectie vanop afstand van de predator (&amp;quot;vermijden&amp;quot;). &lt;br /&gt;
* Is volgend fenomeen een vb van interferentiecompetitie? Eendekroost kan slechts 1 laagje bladeren op het wateroppervlak vormen omdat bladeren elkaar hinderen in het bekomen van voldoende licht. &lt;br /&gt;
* definities en korte vragen &lt;br /&gt;
** Eilanden zijn belangrijk voor de globale diversiteit. Verklaar. &lt;br /&gt;
** Draagkracht van de omgeving + figuur tekenen. &lt;br /&gt;
** Leid de logistische groeivergelijking (Lotka-Volterra model voor competitie) af.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maurine</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_II&amp;diff=744</id>
		<title>Algemene natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_II&amp;diff=744"/>
		<updated>2025-01-21T10:29:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Maurine: Examen ANII op 21/01/2025&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Michael Wübbenhorst&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, oefenzitting, practicum&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 6&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding, oefeningen zijn schriftelijk&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari (sinds 2013-2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze prof heeft een uitgesproken Duits accent, zo kan hij een hele les praten over &#039;sinus tette&#039;. Deze prof doet zeer veel proefjes in zijn les, dat zijn natuurlijk de leukste momenten van de les, de rest van de les is nogal saai. Het is geen ramp om deze lessen te missen, alles is duidelijk uitgelegd in de cursus. (Het is trouwens een aanrader om gewoon uit de &#039;oude&#039; cursus te leren die op Toledo staat ipv Giancoli.) Op het examen is hij zeer vriendelijk, hij leest gewoon je voorbereiding en stelt hierbij bijvragen om na te kijken dat je de leerstof wel degelijk begrijpt en niet gewoon van buiten hebt geleerd. &amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 1 (13/01/2025)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
*Geleiders en kristallijne stoffen&lt;br /&gt;
**Bespreek de werking en kenmerken van een intrinsieke halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, ...). Leg ook de termen meerderheids- en minderheidsladingdragers uit. &lt;br /&gt;
**Hoe zijn deze halfgeleiders temperatuurafhankelijkheid (grafiek)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken. De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. Je mag aannemen dat de n van lucht exact gelijk is aan 1.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2 (21/01/2025)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er waren 2 versies&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Versie 1:&#039;&#039;&#039;&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de RLC-serieketen.&lt;br /&gt;
** Leg uit met behulp van fasoren en de wetten van Kirchoff.&lt;br /&gt;
** Bepaal de stroom en de impedantie in functie van R, L, C en de frequentie omega.&lt;br /&gt;
** Leg uit wat er gebeurt met de stroom en de fasoren als de frequentie veel kleiner, groter en gelijk aan de resonantiefrequentie is.&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bereken de dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young. Gegeven: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en staat voor één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 539nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje.&lt;br /&gt;
* Condensator in water. Gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80, getal van Avogadro = 6,02*10^23, molaire massa van water = 18g. &lt;br /&gt;
** Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator?&lt;br /&gt;
** Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld?&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Versie 2:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg uit en geef de wet van Faraday en de wet van Lenz. Hoe werken transformatoren en geef ook voorbeelden. Hoe werkt een rem op basis van Foucaultstromen? &lt;br /&gt;
*Geef de polarisatietoestanden van EM-straling. Absorptie, breking en verstrooiing uitleggen. Waarom is de zon bij zonsondergang rood en is de hemel blauw?&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Twee geleidende bolschillen concentrisxh opgesteld met R1 en R2 de stralen. Binnenste bol lading q, buitenste lading -q&lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil tussen de twee bollen&lt;br /&gt;
**Bereken capaciteit&lt;br /&gt;
*C, R en V0 gegeven. Op tijdstip t=0 vermindert de afstand tussen de condensator platen met 20%&lt;br /&gt;
**Wat is spanningsverschil op condensator voor (V1) en na (V2) de gebeurtenis.&lt;br /&gt;
**We wachten een lange tijd. Wat is dan het spanningsverschil (V3) op de condensator&lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip is het spanningsverschil op de weerstand gelijk aan het gemiddelde van V2 en V3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 1 (15/01/2024)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Biot savart en vergelijk met Coulomb&lt;br /&gt;
**Toon B aan voor oneindige stroomvoerende draad met behulp van Biot savart&lt;br /&gt;
*Spectrum van zwarte straler adhv verschuivingswet van Wien en wet van Stefan-nog iets&lt;br /&gt;
**Vergelijk spectrum van zwarte straler met dat van een laser&lt;br /&gt;
**Relatie weerkaatsingscoëfficiënt en nog een coëfficiënt wat ik even vergeten ben voor verschillende materialen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Twee geleidende bolschillen concentrisxh opgesteld met R1 en R2 de stralen. Binnenste bol lading q, buitenste lading -q&lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil tussen de twee bollen&lt;br /&gt;
**Bereken capaciteit&lt;br /&gt;
*C, R en V0 gegeven. Op tijdstip t=0 vermindert de afstand tussen de condensator platen met 20%&lt;br /&gt;
**Wat is spanningsverschil op condensator voor (V1) en na (V2) de gebeurtenis. &lt;br /&gt;
**We wachten een lange tijd. Wat is dan het spanningsverschil (V3) op de condensator&lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip is het spanningsverschil op de weerstand gelijk aan het gemiddelde van V2 en V3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2 (23/01/2024)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
* Bespreek de RLC-serieketen. &lt;br /&gt;
** Leg uit met behulp van fasoren en de wetten van Kirchoff.&lt;br /&gt;
** Bepaal de stroom en de impedantie in functie van R, L, C en de frequentie omega.&lt;br /&gt;
** Leg uit wat er gebeurt met de stroom en de fasoren als de frequentie veel kleiner, groter en gelijk aan de resonantiefrequentie is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bereken de dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young. Gegeven: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en staat voor één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 539nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje.&lt;br /&gt;
* Condensator in water. Gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80, getal van Avogadro = 6,02*10^23, molaire massa van water = 18g. &lt;br /&gt;
** Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator?&lt;br /&gt;
** Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*Leg uit en geef de wet van Faraday en de wet van Lenz. Hoe werken transformatoren en geef ook voorbeelden. Hoe werkt een rem op basis van Foucaultstromen? &lt;br /&gt;
*Geef de polarisatietoestanden van EM-straling. Absorptie, breking en verstrooiing uitleggen. Waarom is de zon bij zonsondergang rood en is de hemel blauw? &lt;br /&gt;
*Er zijn 2 concentrische bolschillen met stralen R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt; en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en ladingen q en -q. Wat is het potentiaalverschil tussen de bolschillen en wat is de capaciteit van de sferische condensator die gevormd werd. &lt;br /&gt;
*Er is een solenoïde met een zelfinductie van 53mH en een weerstand van 0,35 Ohm die wordt aangesloten op een bron met spanning 12,0V. Bereken de energie opgewekt door de solenoïde na lange tijd (ook P berekenen hier) en de tijd wanneer de energie de helft was van de uiteindelijke energie opgewekt door het magneetveld. Hoeveel procent van het maximaal vermogen wordt er hier gebruikt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zelfde examen dus als januari 2021. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
Het examen was exact hetzelfde als in januari. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*Bespreek de werking en kenmerken van een intrinsieke halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, ...). Leg ook de termen meerderheids- en minderheidsladingdragers uit. Hoe zijn deze halfgeleiders temperatuurafhankelijkheid (grafiek). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken. De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. Je mag aannemen dat de n van lucht exact gelijk is aan 1. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de wet van Faraday en de wet van Lenz. Foucaultstromen: hoe werkt een rem op basis van wervelstromen? &lt;br /&gt;
*Bespreek de mogelijke polarisaties van EM-straling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er zijn 2 concentrische bolschillen met stralen R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt; en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en ladingen q en -q. Wat is het potentiaalverschil tussen de bolschillen en wat is de capaciteit van de sferische condensator die gevormd werd. &lt;br /&gt;
*Er is een solenoïde (?) met een zelfinductie van 53mH en een weerstand van 0,35 Ohm die wordt aangesloten op een bron met spanning 12,0V. Bereken de energie opgewekt door de solenoïde (?) na lange tijd en de tijd wanneer de energie de helft was van de uiteindelijke energie opgewekt door het magneetveld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
Dit waren EXACT dezelfde vragen als een jaar geleden. Zelfs de datum had hij niet aangepast. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de beweging van een lading in een magnetisch veld. Leid een formule af voor de straal van de cirkel die de lading beschrijft. Leg de werking van een massaspectrometer en een cyclotron uit. &lt;br /&gt;
*Leg aan de hand van een fasordiagram de RCL-kring uit. Leid een formule af voor de stroom en de impedantie. Resonantiefrequentie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Condensator in water: gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80. Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator? Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld? &lt;br /&gt;
*Micaplaatje d.m.v. de proef van Young: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en bedekt één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 532nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 17/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young &lt;br /&gt;
*Condensator in water &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 29/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg volgende begrippen uit: &lt;br /&gt;
**Magnetische moment (vb in solenoïde) en magnetisatie &lt;br /&gt;
**Ferromagnetisme &lt;br /&gt;
*Beschrijf het werkingsprincipe van een LASER, houd rekening met &lt;br /&gt;
**gestimuleerde en spontane emissie &lt;br /&gt;
**eigenschappen van laserlicht &lt;br /&gt;
**nergieniveau&#039;s en bijzonderheden bij lasermateriaal &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 20/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wet van Ampere met uitbreiding. &lt;br /&gt;
*RLC-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geleidende bol en bolschil. Lading en potentiaal op bol bepalen. &lt;br /&gt;
*Wit licht tussen bepaalde golflengtes, welke golflengtes gaan door een vierkant gat op het scherm? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 16/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 12/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
*beweging van lading &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mica: De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 11/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*RCL- kring &lt;br /&gt;
*Wet van Ampère &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen (zie oudere examenvragen of bij chemica?) &lt;br /&gt;
*oude examenvraag &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 12/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de werking van een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, temperatuurafhankelijkheid). Leg uit wat de pn-junctie is. &lt;br /&gt;
*Geef en verklaar de wet van Biot-Savart. Pas deze daarna toe op een oneindig lange, rechte stroomvoerende draad. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven: een tekening met twee bolschillen die concentrisch zijn opgesteld, de binnenste bolschil heeft straal R1 en een lading q, de buitenste bolschil heeft straal R2 en een lading -q. Gevraagd: &lt;br /&gt;
**Geef het potentiaalverschil tussen deze twee bolschillen &lt;br /&gt;
**Geef de capaciteit van deze zogenoemde &#039;sferische&#039; condensator. &lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken.De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de werking van een halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider. Leg uit wat de pn-junctie is. &lt;br /&gt;
*Bespreek de verschillende soorten polarisatie van em-golven (lineair, circulair, elliptisch), de manieren om te polariseren moet je niet uileggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven: een tekening met twee bolschillen die concentrisch zijn opgesteld, de eerste bolschil heeft straal R1, de tweede bolschil heeft straal R2 (R2&amp;gt;R1). De dikte van de bolschillen is verwaarloosbaar. De binnenste bol heeft lading q, de buitenste bol lading -q. Gevraagd: &lt;br /&gt;
**geef E in functie van r, (met 0&amp;lt;r&amp;lt;oneindig) &lt;br /&gt;
**geef V in functie van r, de potentiaal is nul op oneindig &lt;br /&gt;
*Een solenoïde heeft een zelfinductie van 53 mH en een elektrische weertand van 0,35 Ohm. De bron heeft een potentiaal van 12,0 V. &lt;br /&gt;
**Bereken de stroom door de self wanneer we lang wachten. Welk vermogen moet de bron op dat moment nog leveren? &lt;br /&gt;
**Bereken hoe lang het duurt tot de magnetische energie de helft heeft van de maximum waarde (energie als t=oneindig). Welk vermogen moet de bron leveren op dat tijdstip? Hoe groot is het percentage van het magnetische vermogen t.o.v. het totale vermogen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 10/06 - &#039;s middags&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad &lt;br /&gt;
*Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dieje kubus (zie oude examenvragen) &lt;br /&gt;
*Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de ampitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 10/06 - &#039;s ochtends&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Magnetisatie &amp;amp; magnetische susceptibiliteit &lt;br /&gt;
*Methodes om te polariseren (verstrooiing, absorptie etc...) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Formuleer en verduidelijk de wet van Biot-Savart. Gebruik de wet om het magneetveld te berekenen dat ontstaat in de buurt van een (oneindig) lange, rechte draad met een elektrische stroom. #Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om een dergelijk, dus virtueel, beeld van een reëel voorwerp te bekomen met een vlakke spiegel? Met een holle spiegel? Met een bolle spiegel? Onder welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. #*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? #*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? #In een RLC-serieketen met een sinusoïdale wisselspanningsbron blijkt bij een frequentie van 1.73kHz de amplitude van de spanning over de weerstand gelijk te zijn aan de amplitude van de spanning over de zelfinductie en gelijk aan de amplitude van de spanning over de condensator en bovendien gelijk aan de amplitude van de bronspanning. De weerstand in een kring is R=700Ω. Bepaal de zelfinductie en de capaciteit in de kring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is magnetisatie en magnetische susceptibiliteit? #Leg de LASER uit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;RC-kring met gegeven bronspanning (15V), weerstand (100000Ω) en begincapaciteit (9 nF) van condensator. de condensator wordt volledig opgeladen en op een bepaald moment wordt de afstand tussen de platen van de condensator ineens met 20% verkort. #*Wat is de spanning over de condensator net voor en net na de verkorting? #*Wat is de spanning over de condensator na opnieuw lang wachten? #*Wanneer is de spanning over de weerstand de gemiddelde waarde tussen a (net na) en b (lang wachten)? #Een tweespletenexperiment waarvan 1 spleet wordt afgedekt met micaplaatje (met gegeven brekingsindex). Het micaplaatje is tussen 6 en 7µm dik. Voor een gegeven golflengte is er in het centrum van het waarnemingsscherm een intensiteitsmaximum. Bereken de exacte dikte van het micaplaatje. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg bij wijze van voorbeeld de werking uit van een massaspectrometer en een een cyclotron. #Leg het begrip &#039;effectiefspanning&#039; uit en bereken deze grootheid voor een sinusoïdale wisselspanning. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een geleidende bol (straal R0 : 4.00cm is concentrisch omsloten door een volle geleidende bol (stralen R1 : 6.00cm en R2 : 7.00cm). Het geheel is elektrisch neutraal maar er is een zekere hoeveelheid lading van de bol overgezet op de bolschil. Als gevolg daarvan is er aan het oppervlak van de bol een elektrisch veld van 150kV/m naar het centrum van de bol gericht. #*Bereken de lading op de bol #*Bereken de elektrische potentiaal aan het oppervlak van de bol, met de conventie dat de potentiaal 0 wordt genomen op oneindige afstand van het centrum. #Wit licht met een golflengtebereik van 400-700 nm valt loodrecht in op een diffractierooster dat 200 lijnen met mm telt. Een waarnemingsscherm staat 30cm verder. In dat scherm wordt een vierkant gat gesneden met een zijde van 10 mm en met de dichtste zijde op 50 mm van het centrale maximum. De zijden van het vierkant zijn evenwijdig met de lijnen op het rooster. Welke golflengtes vallen door het gat? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;RLC-keten met wisselspanning uitleggen #Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een solenoïde met een L en een R die verbanden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leveren. #2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de verschillende polarisatietoestanden (niet de manieren om te polariseren maar zo lineair gepol. golf, circulair gepol. golf en eliptisch gepol. golf) #Hoe beweegt een deeltje zich in een magneetveld. (afleiding van de straal geven) toon dit verder aan adhv de werking van een massaspectrometer en een cyclotron. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Formuleer en verduidelijk de wet van Biot-Savart. Gebruik de wet om het magneetveld te berekenen dat ontstaat in de buurt van een (oneindig) lange, rechte draad met een elektrische stroom. #Leg de LASER uit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de wet van Ampère + voorbeeld.. en geef ook de uitgebreide wet van Ampère en leg uit. #Hoe worden elektromagnetische oscillaties opgewekt in een LC-kring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat zijn de gelijkenissen en de verschillen tussen de RC en de RL keten? (niet vergeten om ook de energie en energiedichtheid te geven) #De verschillende polarisatietoestanden geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Zaagtandspanning waarvan V&amp;lt;sub&amp;gt;eff&amp;lt;/sub&amp;gt; moet gegeven worden in de veronderstelling dat V&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt; gekend is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg uit was elektrische potentiaal is en illustreer met een paar voorbeelden. #Leg uit wat de wet van Biot-Savart betekent en gebruik deze wet om het magneetveld te berekenen op een punt van de symmetrieas van een cirkelvormige stroomlus &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een intervalschakelaar voor de ruitenwisser van een auto kan gebasseerd zijn op een RC-kring. In de gekentende schakeling wordt de spanning over de condensator gemeten en zodra deze groter is dan 9V wordt een hulpschakeling geactiveerd die de ruitenwisser doet bewegen. Tevens wordt dan op zeer korte tijd de condensator ontladen. De gebruikte condensator heeft een capaciteit van 4.7 microfarat. Met een knop op het dashbord kan de bestuurder de weerstand veranderen. Tussen welke waarden moet R kunnen instellen omdat de tussen de 2 opeenvolgende bewegingen van de ruitenwisser zo kunnen ingesteld worden tussen de 1 en 10 seconden. De bronspanning bedraagt 12V. #Een solenoïde heeft een diameter van 2cm, 20 cm lang en 100 windingen. Coaxiaal daarme en in het midden is er een spoeltje opgesteld van 1 enkele winding met een diameter van 1.5 cm. Dit spoeltje is verbonden aan een weerstand van 33 ohm. De stroom Is door de grote solenoïde is tijdsafhankelijk en wordt gegeven in de figuur. Bereken en schets de structuur van de stroom in het 2e spoeltje als functie van de tijd. De stroom stijgt lineair van 0 tot 30A in 0.3 s en daalt dan weer lineair van 30 naar 0A in de daaropvolgende 0.3s. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2008 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden. #Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden? (hier vroeg hij bij het mondelinge deel een bewijs waarom de gereflecteerde stralen achter de spiegel in een punt (virueelbeeld) samen komen ) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt; Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm&amp;lt;sup&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt;. Water heeft een dielektrische constante van 80. #*bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneeer alle dipolen zich volgens E uitlijnen. #*stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld? #In een RLCkring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is het verschil tussen halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders? Bespreek de pn-junctie. #Bespreek de RLC-keten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een spoel (L = 53mH) met een weerstand van 0,35 Ohm staat in een keten met een batterij die een spanning aanlegt van 12,0V. #*Wat is de opgeslagen energie in de spoel als we t zeer groot nemen? #*Wat is het vermogen dat de batterij dan moet leveren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek hoe oppervlaktelading ontstaat in een diëlektricum. Leg uit wat elektrische polarisatie is en geef de relasie hier tussen #Bespreek enkele methoden van polarisatie (van licht) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen (ongeveer)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Aarde is een geladen bol met daarrond een tweede anders geladen bol (ionosfeer). Elektrisch veld naar de aarde is 100. Straal aarde is 6400km en afstand tot ionosfeer 100km. #*bereken de netto lading die Belgie heeft (oppervlakte 30.500km³ ofzoiets) #*bereken de potentiaal op het oppervlak. Je mag de potentiaal op oneindig gelijk aan 0 stellen. #Twee gevallen. #*Een oneindig lange draad met in het midden een lus in die parallel aan de draad lag. Bereken de grootte, richting en zin van het magnetische veld in het centrum van de lus. #*hetzelfde, maar dan die lus loodrecht op de draad (het was dus dezelfde draad maar dan zo wa gek gedraaid) theoretisch oplossen (veronderstel I en staal R zijn gekent) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg de wet van Ampere uit en de uitgebreide wet van Ampere. #Bespreek de Proef van Young . &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee niet geleidende platen met oneindig groot oppervlak staan loodrecht op elkaar (maken een kruis) en dragen een lading van -3 C/m2. Bereken het veld in punt A en B en duid aan hoe deze gericht is. Bereken ook hoe groot het potentiaalverschil is en welk punt op het grootste potentiaal zit. #Iets met een stroom in de tijd meten en een draad die steeds korter wordt ofzoiet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek de polarisatie van een diëlektricum.( ongeveer de zelfde vraag als ik in 1zit had) #Leg uit wederzijdse inductie en zelf inductie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Er is een homogeen E veld (omgekeert aan x’as )en een proton met begegin snelheid v°(geg) vertekt in A en gaat naar B (ABC ligen op de X’as) hier is v=o . je kent de massa. En q en de afstant van AB en AC is geg. Geef het potentiaal verschiel tussen A en B en waar is het het hoogst. Geef E. Geef de snelhied als het proton weer in A is en als het in C is. #Je krijgt N d van een spoel. Veff wisselspanning en een toerental=1500van de spoel. Een spoel kan roteren op een verticale as die in de spoel prikt. Deze draait onder invloed van het aard magnetisch veld. Wat kun je met deze gegevens zegen over B horizontaal en B vertikaal van de aarde.(van de stroom weet je niks. Hoe ze vloeit) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;bespreek het verschil tussen een capaciteit en een zelfinductie bij wisselstroom #leg uit wat diffractie is en hoe optische resolutie hierdoor beperkt wordt &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;moeilijke over een kring zoals in de cursus vlak voor de wet van faraday met een staaf die met een constante snelheid voortbeweegt en die aan geleidende buizen vasthangt met een niet-homogeen magneetveld en dan moest ge de stroom door de kring berekenen #makkelijke oef over polarisatie: #*ge hebt gepolariseerd licht en ge wilt da draaien over 90°. Hoeveel polarisatoren heb je minstens nodig #*zelfde als vraag a maar je moet 60% intensiteit behouden #*zelfde als b maar je moet rekening houden met 1% absorbtie bij elke polarisator &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Hoe dopering leidt tot een betere geleidbaarheid. En de pn-junctie uitleggen. #Wat is zelfinductie en wederkerige inductie en geef voor elke vorm een voorbeeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De eerste oefening ging over een RLC-keten en de tweede over een lus in de vorm van een halve maan waar een stroom door vloeit en waarbij het magnetisch veld gevraagd werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Elektrische polarisatie + invloed van dielektricum op condensator #methodes van polarisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;elektrische polarisatie en invloed van diëlektricum op cond #TOESTANDEN (niet methodes) van polarisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 6&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;kompasnaald is 20° naar oosten georienteerd volgens het aardmagneetveld van 0,5e(-4) Tesla. Uw kompas staat in de Oorsprong van uw assenstelsel. Op 12 cm ten westen van uw kompasnaald staat een loodrechte geleider. Deze voert een stroom en uw kompasnaald gaat 55° naar het oosten staan: welke stroom voert deze geleider? #laten zien dat er totale inwendige reflectie is in een prisma &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Hoofdvragen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg het begrip elektrische susceptibiliteit uit. #Geef enkele manieren om gepolariseerd licht te bekomen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee kabels zijn evenwijdig gespannen op een hoogte van 30m, met een afstand van 3 m tussen de kabels. Er stroomt een wisselspanning door met een Veff van 20 kV. Het vermogen is ??? MW. Bereken het magneetveld in het punt P op de grond in het midden van de kabels. #Je hebt een zender aan de ene oever van het meer op 70 m die golven uitzend naar een ontvanger op hoogte x aan de andere kant van het meer. Het meer is 1 km lang. Welke minimale x heb je bij een maximum. (Hoe rekening met de weerkaatsing van de golven op het opp en vierkantswortel (1+e) = 1+E/2) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;elektrische potentiaal rond een puntlading #bespreek ferromagnetisme. #een oefening die we in de oefenzitting hadden gemaakt en een andere die op zich ni zo moeilijk was maar wel de tekening die je erbij moest geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;intensiteitsverdeling van euh een youngexperiment en een me 3 openingen. met fasoren doen. #laser &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee masten staan op een lengte L van elkaar. Beide zijn 75 meter hoog, Eén fungeert als zender en de ander als ontvanger. Er wordt uitgezonden met een freq van 113MHz. De straal kan rechtstreeks van zender naar ontvanger en een andere manier is via weerkaatsing tegen de grond. Het is dan mogelijk dat in de ontvanger destructieve interferentie optreedt. Vraag: wat is de maximale (maar eindige) lengte L tussen de masten waarbij destructieve interferentie optreedt. Neem aan dat dat de brekingsindex van de grond significant verschilt van die van lucht. (Denk dus, denk ik, aan fasedraaiing) Mijn antwoord: rond 4300 meter #Gegeven 2 lenzen, 1 convergerende met onbekende brandpuntsafstand en 1 divergerende met een bekende brandpuntsafstand (getal weet ik niet meer). De stralen afkomstig van de zon (dus v=oneindig) komen terecht op een gegeven punt. (getal weet ik niet meer). Neem aan dat de lenzen elkaar raken. #*bereken de brandpuntsfstand van de convergerende lens (mijn antwoord: 1/f=1/f1+1/f2) #*De lenzen worden nu 5 cm uit elkaar geschoven. Bereken opnieuw de plaats van het beeld. (mijn antwoord: eerst beeld voor 1e berekenen en vervolgens dit als voorwerp laten dienen bij de tweede) (Maakt het uit of eerst de convergerende of eerst de divergerende wordt getroffen?) (Nee, denk ik want stralengang is omkeerbaar) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wederzijdse inductiecoëfficiënt, wat is dat? Pas toe op 2 coaxiale solenoïden. #Leg uit hoe je aan magnetisch krachtmoment komt a.d.h.v. een rechthoekige stroomlus in een magnetisch veld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg de emk uit van een bewegende geleider. Leg aan de hand hiervan ook de wet van Faraday en de wet van Lenz uit. #Leg de RLC-serieketen uit met een wisselspanningsbron. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Er vertrekt een bundel elektronen vanuit de oorsprong van een 3D assenstelsel in de y-richting met snelheid v(0)= 6x10(tot de 7e). Er is een magnetisch veld dat volgens de z-as ligt en dat gelijk is aan 6 microTesla.(kan zijn dat deze waarde fout is) Op een afstand van y(0) = 40 centimeter , ligt een vlak dat evenwijdig is met het XZvlak. ((e= 1.6x10(tot de -19e)Coulomb en m(elektron)= 1.611x10(tot de -31e) kilogram. #*Waar ligt dan het centrum van de baan van de bundel? #*Welke hoek maakt deze baan als het op het vlak terecht komt? #*Bepaal de coördinaten van waar ze terecht komen op het vlak. #Stel dat een lading q op afstand x(0) van een rechte , niet-geleidende homogeen geladen staaf ligt. De heeft een lengte van 0 tot oneindig Bepaal de kracht die deze staaf dan op deze lading. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bereken het electrisch veld van een lange dunne draad met homogene ladingsdichtheid. Zowel zonder als met de stelling van Gauss #Bespreek paramagnetisme en diamagnetsime #wat is polarisatie en bespreek de invloed op de capaciteit van een condensator. #wat is de wederzijdse inductiecoëfficiënt? Leid deze af voor 2 solenoïdes. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;wat is de spanning over iedere condensator in volgend schema, als: #*schakelaar B geopend wordt en daarna schakelaar A gesloten (daarmee wordt de spanningsbron aangeschakeld) #*vervolgens A geopend wordt en B gesloten? (daarmee wordt de spanningsbron afgeschakeld en een extra condensator parallel gezet over een andere. #*alle condensatoren worden eerst ontladen, vervolgens wordt B gesloten en dan wordt A gesloten. Wat is de spanning over iedere condensator. bij deze oef. heb je enkel symbolisch V en je weet dat C1=C2=C3=C4=C Dus volledig symbolisch uit te werken! #Bereken de magnetische flux door volgend plaatje (hoogte b, breedte a) op een afstand c van een draad waardoor een stroom I= ... (geg.) loopt. Het plaatje staat volledig evenwijdig met de draad en in het vlak van de draad. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Hoe hangt beeldvorming af van brekingsindex. gebruik deze afleiding om de Lenzenformule van Newton te bepalen. #Interferometer van Michelson en Holografie uitleggen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;geef de intensiteitsverdeling bij diffractie aan 1 opening #bespreek transmissie en refractie bij overgang van optisch ijl naar optisch dicht &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Door een ruit kijken die 8mm dik is. erachter staat een voorwerp. wordt da door de waarnemer dichter bij of verder weg gezien. en zo ja, hoeveel is dan het verschil (afstand waarnemer-beeld en afstand waarnemer voorwerp) #de scheidingshoek berekenen tussen de eerste en tweede orde maximum van een diffractierooster en ik had nog zo op de laser gehoopt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg het energietransport van em-golven uit? #Leg uit wat het f-getal is? Leg ook uit hoe een vergrootglas werkt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een berg die op grote afstand staat wordt door een convergerende lens bekeken. Deze lens geeft een beeldafstand van 38cm voor de berg. #*Bepaal de brandpuntsafstand? Kan er een virtueel beeld gevormd worden? Kan er een reëel beeld gevormd worden? #*Als we nu voor de lens een dennenappel leggen met een voorwerpsafstand van 75cm, wat is dan de positie en de aard van het beeld van de dennenappel? #Een interfentieproef waarbij ge met behulp van de breedte tussen de puntbronnen en het faseverschil, de maximale intensiteit op een scherm moet gaan berekenen. Dus onder welke hoek een maximale intensiteit optreedt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek polarisatie(niet de methoden van polarisatie). [Dus vlakke polarisatie, circulaire en elliptische] #Leg uit hoe een LASER werkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;ivm golflengte en 1 ivm lenzen (en met dioptrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;bespreek zelfinductie en wederkerige inductie. Van welke parameters hangen ze af? Toon aan aan de hand van 1 resp 2 spoel(en). Toon aan dat de stijging/daling van de stroom een tijdsconstante heeft. #bespreek 4 verschillende manieren om van ongepolariseerd licht gepolariseerd licht te krijgen. Een straal valt in op een prisma, parallel aan de prismahoek : bespreek hoe het licht uit het prisma komt. #oefening gelijkend op oef. 5 van werkzitting 2 #10 kleine vraagjes over impedantie, radio&#039;s, zonnebrillen, antennes en zo voort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Maurine</name></author>
	</entry>
</feed>