<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Matteo</id>
	<title>Atlas Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Matteo"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Matteo"/>
	<updated>2026-08-05T01:06:51Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.8</generator>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Fysische_geografie&amp;diff=949</id>
		<title>Fysische geografie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Fysische_geografie&amp;diff=949"/>
		<updated>2026-06-22T10:12:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Gert Verstraeten|data3=Hoorcollege|data4=Schriftelijk|data6=6|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=2e bach, 2e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0O69BN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
Het hoorcollege en de oefenzittingen worden geëvalueerd tijdens een examen in juni dat volledig op de computer wordt afgelegd. Voor het theoriegedeelte krijg je 2u tijd om 30 vragen te beantwoorden, daarna krijg je nog een 1u tijd om het praktijkexamen af te leggen. Indien je niet slaagt voor het theoriegedeelte maar wel voor de praktijk kan je ervoor kiezen om deze punten mee te nemen naar augustus en dus enkel nog het theorie-examen af te leggen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De excursie wordt geëvalueerd op basis van de medewerking en een verslag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De excursie vormt een essentieel onderdeel van dit opleidingsonderdeel. Bij niet-deelname aan deze activiteit voldoet de student niet aan de voorwaarden om het examen af te leggen en zal dan ook gequoteerd worden als &#039;niet afgelegd&#039;. In geval van een gewettigde afwezigheid dient een vervangopdracht te worden uitgevoerd na overleg met de titularis, en blijft de excursie verplichte leerstof.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het niet indienen van verslagen (excursie en/of practicum) geeft eveneens aanleiding tot een quotering voor gans het opleidingsonderdeel als &#039;niet-afgelegd&#039;. Te laat ingediende verslagen en/of verslagen van een lage kwaliteit worden gesanctioneerd met een lagere score op het eindresultaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De puntenverdeling is als volgt: 15 op het theorie-examen, 3.5 op het praktijkexamen en 1.5 op de excursie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
15/06/2026&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theorie (15 punten van de 20) -- &amp;gt; vragen op bios examenwiki&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Praktijk (3 punten van de 20) (dit was de puntendeling die op het examen stond, in het ECTS-fiche staat dit anders, denk ik) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gegeven is een DEM en een punt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.      A. is dit geprojecteerd of geografisch? B. In welk projectiesysteem staan de lagen?  C. Wat is de resolutie? D. wat is de maximale helling?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.      Welke Threshold gebruikte je? Wat is de strahlerorde? Welke functies heb je gebruikt? Maak een afgewerkte kaart van het riviernetwerk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.      Geef een mooie 3D weergave van het gebied bij het punt. Geef een screenshot. Welke Z-factor gebruikte je?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.      Wat voor structureel Reliëf is dit? Hoe wordt het gevormd? Geef een profiel waar je minstens twee geomorfologische elementen op aanduid. Dit moet niet in excel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Bodemkaart van een streek in België. Er staat een lijn op waarvan je het hoogteprofiel gegeven krijgt. &lt;br /&gt;
**Bepaal voor minstens 5 bodems op deze kaart de kenmerken (Belgische classificatie)&lt;br /&gt;
**Welke linken zijn er tussen geomorfologie, topografie en bodemkenmerken. &lt;br /&gt;
**Maak de vertaling naar de FAO WRB classificatie. Op welke manier kan je dit doen? &lt;br /&gt;
**Kan je op basis van de bodemeigenschappen en de topografie verklaren waar er erosie en waar er accumulatie zal optreden? &lt;br /&gt;
*Kaart van Afrika met de klimaatzones. &lt;br /&gt;
**Waarvoor staat NPP en wat drukt het uit? &lt;br /&gt;
**Verklaar de variatie in NPP voor de verschillende gebieden. &lt;br /&gt;
**Welke bodems verwacht je tegen te komen in de verschillende zones? &lt;br /&gt;
*Gegeven een hydrograaf met 4 curves en zonder as-titels. Alle curves horen bij het debiet van een bepaalde rivier na een regenbui. &lt;br /&gt;
**Leg de elementen van de hydrograaf uit (x-as, y-as, piek en tijd van de piek)&lt;br /&gt;
**Wat wordt er voorgesteld door de andere 3 curves (soorten afvoer verschillend van het totale debiet dus)&lt;br /&gt;
*Regime van de Nijl met 6 hydrografen. Link elke hydrograaf aan het juiste nummer op de kaart (zie slide van in de les). &lt;br /&gt;
**Wat voor type rivieren worden weergegeven door grafiek A en grafiek B. (episodisch, periodisch of permanent) &lt;br /&gt;
*Topografische kaart met 4 kleine gebiedjes omcirkeld. Geef voor elk van de gebiedjes zowel het dwarsprofiel als het planprofiel. &lt;br /&gt;
*Topografische kaart van een meanderende rivier. Duidt de verschillende elementen aan.&lt;br /&gt;
*Topografische kaart van een gebied met de rivieren op. Duidt de juiste stelling aan. &lt;br /&gt;
**Dit is een afgenomen dome met cirkelvormig drainagepatroon&lt;br /&gt;
**Dit is een bekken met cirkelvormig drainagepatroon &lt;br /&gt;
**Dit is een bekken met tralievormig drainagepatroon&lt;br /&gt;
**Dit is een geplooid reliëf met centripetaal drainagepatroon&lt;br /&gt;
**…&lt;br /&gt;
*Hjulstrumdiagram gegeven zonder de titel&lt;br /&gt;
**Wat is de naam van dit diagram? &lt;br /&gt;
**Wat staat er op de assen? Wat staat er op de plaats x (hier moest je transport, erosie of sedimentatie in invullen) &lt;br /&gt;
*Driehoekdiagram van de Belgische classificatie is gegeven maar de assen zijn weg gelaten? Wat staat er op elke as? &lt;br /&gt;
*Foto van een Barchaan. Welk type duin is dit? Uit welke richting komt de wind?&lt;br /&gt;
*Foto met een pijl naar iets op het strand (abrasieplaat?). Zeggen wat het is&lt;br /&gt;
*Foto’s gegeven je moet zeggen wat je ziet &lt;br /&gt;
** doline, mesa, nunatak, felsenmeer, bodem&lt;br /&gt;
*verklaar kort de begrippen: &lt;br /&gt;
**reg, travertijn, denudatie, cluse, plaggic&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gegeven: een DEM, een punt (shapefile) en een topografische kaart. Het advies is er om GRASS te gebruiken. De profiletool is in een zip mapje gegeven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* In welk projectiesysteem staan de lagen? Is dit geografisch of geprojecteerd? Wat is de resolutie?&lt;br /&gt;
* Wat is de maximale helling van het gebied?&lt;br /&gt;
* Maak een kaart met de Strahler orde van de rivieren. Lijst de tools die je heirvoor gebruikte op. Van welke orde is de rivier (punt gegeven)? Maak een volledig afgewerkte kaart met de schaduwkaart als achtergrond en de rivieren per orde een andere kleur. &lt;br /&gt;
* Gegeven is ook een topografische kaart.&lt;br /&gt;
** Is dit een structureel reliëf? Verklaar. &lt;br /&gt;
** Hoe is dit reliëf ontstaan?&lt;br /&gt;
** Voeg hieronder een representatief hoogteprofiel toe van het gebied waarop je twee kenmerkende landschapselementen aanduidt.  Het hoogteprofiel moet niet afgewerkt worden in excel, en je mag erop aanduiden in bv Paint.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 19 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie (op toledo)&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Reliëfvormen en figuren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* hoogtelijnenkaart gegeven en vier gebieden aangeduid: wat zijn de krommingen?&lt;br /&gt;
* hoogtelijnenkaart (van Semois) gegeven: identificeer aangeduide landschapselementen + wat voor type rivier?&lt;br /&gt;
* hoogtelijnenkaart (van glaciaal gebied) gegeven: identificeer aangeduide landschapselementen&lt;br /&gt;
* Textuurdiagram (driehoek) gegeven: &lt;br /&gt;
** voor welke classificatie wordt deze gebruikt?&lt;br /&gt;
** Wat voor textuurklasse is een bodem die voor 15% uit klei en voor 25% uit zand bestaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hjulstrom-diagram gegeven zonder titels van assen of met de zones aangeduid. &lt;br /&gt;
** Wat zijn de zones op de figuur? Wat zijn de titels van de assen? Hoe noemt men deze grafiek?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
20 foto&#039;s en/of begrippen uit de cursus: wat is het? Soms ook een bijvraag, bv profielontwikkeling podzol, vormingsproces point bars, ..&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* podzol, Cvijic, doline, blockfield, barchaanduin, palsa, verwilderde rivier, point bar,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Gegeven zijn vier hydrografen. Deze zijn van toepassing op het Dijlebekken (850 km²) en het bekken van de Bellebeek (100km²), voor een zomers neerslagevent van 60mm op 2u tijd en een winterse vochtige periode waar 200mm regen valt op 2 weken. Welke hydrograaf hoort bij welk bekken voor welke periode? Het bekken van de Bellebeek is in veel sterkere mate verhard dan dat van de Dijle. Verklaar aan de hand van verschillen in afvoertypes.&lt;br /&gt;
* Gegeven:  kaart van NPP in Afrika. Bespreek en verklaar de verschillen in NPP tussen de aangeduide gebieden (Congo, Sahel, Sahara, Somalië, Ethiopisch hoogland, West-Zuid-Afrika en Oost-Zuid-Afrika. Bespreek ook de verschillende bodemtypes die we in deze gebieden kunnen verwachten.&lt;br /&gt;
* Gegeven is een bodemkaart en hoogteprofiel van een gebied in het Demerbekken. Aanwezig is een kalkrijke lösslaag met lemig tot zandlemige textuur. Bespreek de volgende zaken, niet per se in deze volgorde:&lt;br /&gt;
** Verklaar voor minstens 5 bodemtypes de lettercodes van de Belgische classificatie.&lt;br /&gt;
** Maak de vertaalslag tussen de Belgische bodemtypes en die van de WRB. Op basis waarvan doe je dit?&lt;br /&gt;
** Bespreek het verband tussen geomorfologie, topografie en bodemtype.&lt;br /&gt;
** Kan je onderscheiden welke delen van het gebied gekenmerkt worden door erosie en welke door accumulatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk (in een worddocument)&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gegeven: een DEM, een topografische kaart en één punt (vector) + advies om GRASS te gebruiken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* In welk projectiesysteem staan de gegeven kaartlagen? Is dit geografisch of geprojecteerd?&lt;br /&gt;
* Hoe groot is het rivierbekken van de Little Porto Magie River? Het eindpunt van de stroom is aangegeven met het punt.&lt;br /&gt;
* Welke tools heb je hiervoor gebruikt? Lijst ze op.&lt;br /&gt;
* Maak een afgewerkte kaart, die je hieronder invoegt, van het rivierbekken, met het bekken als rode polygoon. Geef ook het riviernetwerk weer.&lt;br /&gt;
* Wat is de drainagedichtheid van dit rivierbekken? Is dit eerder grof, gemiddeld of fijn?&lt;br /&gt;
** &#039;&#039;Bereken dit door een attribuut lengte toe te voegen aan de rivierenshapefile (layer attributes &amp;gt; field calculator &amp;gt; new field &amp;gt; $length) en vervolgens met de tool &#039;statistics for fields&#039; de totale lengte van het riviernetwerk te bepalen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Wat voor type structureel reliëf is aanwezig in dit gebied?&lt;br /&gt;
* Wat voor typische landschapselementen voor dit reliëf kan je herkennen op het DEM?&lt;br /&gt;
* Voeg hieronder een representatief hoogteprofiel toe van het gebied waarop je twee kenmerkende landschapselementen aanduidt.  Het hoogteprofiel moet niet afgewerkt worden in excel, en je mag erop aanduiden in bv Paint.&lt;br /&gt;
* Wat voor type drainagenetwerk is aanwezig in het gebied? Dendritisch, centripetaal, tralievormig of parallel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 17 juni ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Er waren twee reeksen, een reeks om 08u en eentje om 9u.&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie reeks 1&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie reeks 2&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Het herkennen van profiel en planvormen op hoogtelijn (convex, concaaf, rechtlijnig) (12p)&lt;br /&gt;
* Herkennen van landvormen op een tekening met hoogtelijnen (10p)&lt;br /&gt;
* Vraagje van een foto en zeggen of da structureel reliëf was en hoe rivieren liepen (3p)&lt;br /&gt;
* Van een meanderende rivier zeggen hoe die stroomt (5p)&lt;br /&gt;
* Invullen van weggelaten woorden op grafieken &lt;br /&gt;
** Eentje van duinen (7p)&lt;br /&gt;
** Eentje van rivieren (zo recht, meanderend of gevlochten) (10p)&lt;br /&gt;
* Een punt aangeduid op die bodemdriehoek, zeggen hoeveel silt aanwezig (3p)&lt;br /&gt;
* Tien fotos herkennen (soms ook een extra uitlegje) : tafoni/ honinggraat, desert pavement, alluviale puinwaaier, sea stack, torenkarst , een eind morene , aklé-duin .. &lt;br /&gt;
* Tien woorden verklaren : recovery, denudantie, erg, solifluctie, lunettes, calcifulg, strandberm, return flow , combe , ? &lt;br /&gt;
* Open vragen &lt;br /&gt;
** Hoe verloopt het regime van de Nijl&lt;br /&gt;
** Een transect geven in Eurazie. Verklaar de verandering in NPP&lt;br /&gt;
** Een bodemkaart en een hoogtelijn gegeven  (in Neerijse): Verklaar 5 letter codes, leg de link met topografie, bodemeigenschappen. Link met WRB classsificatie (en waarom) Op welke plaatsen sterke sedimentatie en erosie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk reeks 1&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek of het DEM een geografisch of geprojecteerd referentiesysteem is en wat de naam ervan is.&lt;br /&gt;
# Maak een schaduwkaart en zorg dat de helling in het NO een blauwe kleur heeft.&lt;br /&gt;
# Vraag over het rivierbekken extraheren alle tools geven&lt;br /&gt;
# Structureel relief ja of nee? Waarom en geef met een hoogtelijn de belangrijkste kenmerken aan van de landvorm&lt;br /&gt;
# Met welke tool kan je het een kromming tonen en hoe werkt dit en waarom is dit nuttig?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk reeks 2&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# DEM gegeven : is het geografisch of geprojecteerd? Wat is naam van referentiesysteem? Wat is de resolutie (2p)&lt;br /&gt;
# Hoogtelijnen met equidistantie van 100m  maken en afgewerkte kaart ervan maken (4p)&lt;br /&gt;
# Rivierbekken (15p)&lt;br /&gt;
## Wat is de opp van het rivierbekken? &lt;br /&gt;
## Welke tools gebruikt &lt;br /&gt;
## Maakt afgewerkte kaart met rivierbekken op een schaduwkaart en ook riviernetwerk &lt;br /&gt;
## Bereken de drainagedichtheid (vergeet ni da da in km/km² is) &lt;br /&gt;
# Structureel reliëf (6p of 7p)&lt;br /&gt;
## Is het een structureel relief, zo ja welk ? &lt;br /&gt;
## Hoe is het ontstaan ? &lt;br /&gt;
## Duid aan op een profiellijn 2 belangrijke punten die je antwoord illustreren. Duid ook de gelaagdheid van de geologie aan (mag met paint)&lt;br /&gt;
# Met welke tool maak je een krommingskaart? Hoe werkt dat en waarom nuttig ? (3p ofzo? ) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 3 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel arcmap&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Staat dit in een geografisch coordinaten systeem?&lt;br /&gt;
# Wat is de projectiesysteem?&lt;br /&gt;
# Bereken de oppervlakte van het rivierbekken&lt;br /&gt;
# Welke stappen heb je hiervoor gebruikt in arcmap&lt;br /&gt;
# Maak een kaart van het geextraheerde rivierbekken met de rivieren op en zet op de achtergrond een schaduwkaart van het gebie&lt;br /&gt;
# Welk structureel relief is het hier&lt;br /&gt;
# Neem een hoogteprofiel en duidt 2 kenmerken van dit structureel reliëf aan en benoem &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Kaartje met convexe/concaaf/rechtlijnig aanduiden&lt;br /&gt;
# Een paar vragen waar hoogtelijnen kaarten zijn op getoond en er naar landvormen gevraagd wordt.&lt;br /&gt;
# 10-tal afbeeldingen van landvormen die benoemd moesten worden. (onderanderen kegelkarst, massabwegingen, butte,..)&lt;br /&gt;
# 10 woorden die uitgelegd moesten worden&lt;br /&gt;
## Metaevenwicht&lt;br /&gt;
## Peinobioom&lt;br /&gt;
## Polje&lt;br /&gt;
## Crevasse&lt;br /&gt;
## R-kanaal&lt;br /&gt;
## Cluse&lt;br /&gt;
## Mui&lt;br /&gt;
## ...&lt;br /&gt;
# 3 grafieken aanvullen&lt;br /&gt;
## Driehoek van de bodemtextuur&lt;br /&gt;
## Driehoek van de verschillende soorten riviermondingen&lt;br /&gt;
## Grafiek van iets met rivieren op de x en y as&lt;br /&gt;
# 3 grotere vragen&lt;br /&gt;
## Hydrograaf gegeven zonder as namen -&amp;gt; moesten aanvullen en 4 verschillende curves gegeven en die moeten uitleggen&lt;br /&gt;
## Kaart van NPP en bodemkoolstof van USA gegeven. Deze variaties langsheen een traject uitleggen.&lt;br /&gt;
## Bodemkaart gegeven van Belgische classificatie en moesten 5 3-letter codes uitleggen langsheen een traject en linken aan de WRB bodemtypes en aan de topografie. En afleiden waar sedimentatie of erosie plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 18 juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Veel landvormen, begrippen en foto’s &#039;&#039;&#039;herkennen/uitleggen,&#039;&#039;&#039; glaciale en periglaciale is belangrijk (echt 20 van de 30 vragen zijn gewoon dit)&lt;br /&gt;
# &#039;&#039;&#039;Belgische bodemkaart&#039;&#039;&#039; gegeven en een transect hierop: (20punten)5 drielettercodes bespreken, wat betekenen ze?&lt;br /&gt;
## kan je ze in verband brengen met de topografie?&lt;br /&gt;
## kan je ze linken aan WRB-bodemtypes?&lt;br /&gt;
## waar komen deze bodems voor, welke factoren zijn belangrijk bij het bepalen van het bodemtype?&lt;br /&gt;
## kan je aan de hand van de bodems plaatsen afbakenen waar erosie of sedimentatie plaatsvindt?&lt;br /&gt;
# Kaart gegeven van &#039;&#039;&#039;NPP verdeling&#039;&#039;&#039; in Afrika. (10punten)&lt;br /&gt;
## uitleggen wat NPP is&lt;br /&gt;
## verdeling NPP verklaren&lt;br /&gt;
## WRB-bodemtypes bespreken langs N-Z transect&lt;br /&gt;
# Vraag over &#039;&#039;&#039;rivieren en debieten&#039;&#039;&#039; en afstroom (10punten) &lt;br /&gt;
# Gegeven:&lt;br /&gt;
## vier grafieken van debiet over tijd.&lt;br /&gt;
## twee rivierlopen met toestroom gebied gekend (groot&amp;gt;&amp;lt;klein) en landgebruik (veel akker, weiland en bos &amp;gt;&amp;lt; sterk bebouwd).&lt;br /&gt;
## twee neerslag events (200mm verspreid over twee weken &amp;gt;&amp;lt; 600mm op enkele uren tijd) VRAAG: koppel de juiste grafiek aan de juiste rivier en neerslag event. Leg uit waarom en bespreek welke afvoersystemen belangrijk zijn voor het vormgeven van de grafieken.&lt;br /&gt;
# &#039;&#039;&#039;Herkennen&#039;&#039;&#039; van convex, concaaf en rechtlijnig op een hoogtelijnenkaart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 22 juni ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Eerst vragen in ArcMap, 1h30 tijd voor. Dan theorie (2h30 tijd incluis mondeling). Theorievragen allemaal zonder pc. ArcMap moet zonder Google Earth, basemaps mogen wel.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;ArcMap-vragen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Convex/concaaf benoemen op basis van hoogtelijnenkaart.&lt;br /&gt;
# Topografgische kaart en DEM gegeven. Bepaal orde en oppervlakte van gebied. Ook stroombekken bepalen.&lt;br /&gt;
# Structureel reliëf op basis van deze kaarten uitleggen en geomorfologische kaart tekenen.&lt;br /&gt;
# Fossiel pediment op kaart herkennen (meerkeuze).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Mondeling:&amp;lt;/u&amp;gt;  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Toon de verschillende types riviermondingen (minstens 5) op minstens 3 continenten en geef hierbij de belangrijste kenmerken die voor dit type monding zorgen. Gebruik hierbij verplicht figuren, grafieken en schema&#039;s.&lt;br /&gt;
# Mondeling: Gegeven een bodemkaart van een België (gebiedje rond de Demer ergens), topografische kaart en hoogteprofiel.&lt;br /&gt;
## Situeer het hoogteprofiel op de kaart, zeg welke bodems er voorkomen volgens de FAO WRB-classificatie (&#039;&#039;dus bv. podzol&#039;&#039;). &lt;br /&gt;
## Wat kan je zeggen over de drainering van dit gebied? &lt;br /&gt;
## Zijn er zones met intense erosie of sedimentatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 woordjes verklaren en eventueel schetsen:  NPP, oligotroof, combe, secunaire successie, N-kanaal, resilience, reg, resurgentie&lt;br /&gt;
* 6 afbeelding benoemen: (reeks I): bodem met diagnostische horizont, soort bergafstorting, tarn, ...&lt;br /&gt;
* Teken een gletsjerprofiel, duid daarop de verschillende soorten van transport aan, de verschillende bronnen van puin en de verschillende ophopingsplaatsen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 30 augustus ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Eerst vragen in ArcMap, 1h30 tijd voor. Dan theorie (2h30 tijd incluis mondeling). Theorievragen allemaal zonder pc.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;ArcMap-vragen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Mondeling&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar de variatie in NPP over Afrika. Leg ook uit hoe de fysische processen elkaar beïnvloeden (klimaat, vegetatie, verweringsprocessen en bodems). Teken een kaart en figuren en/of schema&#039;s.&lt;br /&gt;
# 3 bekkens gegeven met verschillende oppervlakte (Dijle, Amblève, Bellebeek)&lt;br /&gt;
## Vergelijk afvoerprocessen. Indien korte regenbui (60mm/u) of lange regenperiode (200mm/2 weken)&lt;br /&gt;
## (Das dus debietgrafieken, afspoeling,...) &lt;br /&gt;
## 3 rivierbekkens gegeven: Dijle (850km², akkerlanden), Amblève (1000km², bossen), Bellebeek (350 km², verstedelijkt). Teken de debietshydrografen voor een intense regenbui (60mm op een uur) en een lange natte periode (200mm op 2 weken). &#039;&#039;(Je moest dus 6 hydrografen tekenen)&#039;&#039; &lt;br /&gt;
## Leg de verschillen en processen uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 woordjes verklaren en eventueel schetsen: metastabiel, Inselberg, Aklé-duin, calcrete, aquiclude, ventifact, recovery, R-channel, pingo, primaire succesie&lt;br /&gt;
* 6 afbeeldingen benoemen (o.a. acrisol, barchanen, talus cone, verwilderde rivier, ...) &#039;&#039;(Omdat het herexamen was kreeg je 2 reeksen en mocht je kiezen welke je maakte)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* Bodemkaart van gebied rond Neerijse. Geef drie lettercombinaties die veel voorkomen en verklaar wat dit betekent. Welke FAO-bodem is dit dan? Schets ook de bodemprofielen en vermeld de diepte van de horizonten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 14 juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Je krijgt een topografische kaar van een gebied in de buurt van Leuven, met daarbij een Belgische bodemkaart. Op een apart blad staat een hoogte profiel van een transect getekend (van punt A naar C, meer ergens in het midden punt B, dat hierin een knik maakt). Bepaalt op je topografische kaart waar dit transect getekend is. Welke bodems hier voor komen (volgens WRB en FAO, kunnen linken met Belgische bodemkaart (weet dus bvb waar Abp voor staat). En waar treedt mogelijk veel erosie op. + waar/hoe accumulatie en wat met de waterafvoer&lt;br /&gt;
# Werk op google earth (als ze niet vast loopt tenminste).&lt;br /&gt;
## Verklaar de variatie in NPP over noord Amerika. Linkt dit met klimaat, vegetatie, verweringsprocessen en bodems (de man heeft echt een passie voor grond). Ondersteun je antwoorden met grafieken en modellen gemaakt op google earth.&lt;br /&gt;
# defenitie van woordjes (mesa, dynamisch evenwicht, roche moutonnée, …)&lt;br /&gt;
# Foto&#039;s benoemen (proces of structuur, waarvan 1 bodem).&lt;br /&gt;
# Teken een thermogradiënt van een bodem met een continue permafrost (in volle lijn) en een talik (stippelijn) in zomer en winter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Reeks voormiddag:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(kregen tijd van 10 tot 14u, de eersten waren buiten om 14u15, de laatsten tegen kwart voor 3.)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Vraag in Arcmap (1u30 tijd voor, en dat is echt te weinig dus hard doorwerken):&lt;br /&gt;
## hellingsvormen herkennen&lt;br /&gt;
## gegeven een topografische kaart en een DEM. Geef bifurcatieratio, orde van het gebied en een kaartje van de segmenten per orde volgens Strahler.&lt;br /&gt;
## gegeven een DEM : is dit een structureel reliëf? Zo ja welk, geef een transect waarop je belagrijke kenmerken van dit reliëf aanduid, maak een geomorfologische kaart waarop je de belangrijkste kenmerken van dit reliëf aanduid.&lt;br /&gt;
# Vraag in Google Earth (met mondelinge verdediging): Toon de verschillende types riviermondingen (minstens 5) op minstens 3 continenten en geef hierbij de belangrijste kenmerken die voor dit type monding zorgen.&lt;br /&gt;
# Mondelinge verdediging: gegeven een bodemkaart van een België (gebiedje rond Betekom met de Dijle erin) (in de legende staat dus vb Zfe), een topografische kaart van het gebied en een hoogteprofiel. Situeer het hoogteprofiel op de kaart, zeg welke bodems er voorkomen volgens de Europese classificatie. Wat kan je zeggen over de drainering van dit gebied? Zijn er zones met erosie of sedimentatie?&lt;br /&gt;
## Tip: hij vraagt (mondeling) ook naar de interpretatie van de Belgische classificatie (waarvoor staat de eerste, tweede en derde letter en een (vb.) Zfe bodem, wat houdt dat dan in?)&lt;br /&gt;
# 10 woordjes om te verklaren (NPP, oligotroof, combe, secunaire successie, N-kanaal, resilience, reg, resurgentie)&lt;br /&gt;
# 6 afbeeldingen     &lt;br /&gt;
## (reeks III) (meanderende rivier met afzettingsbanken, tor, bodemprofiel, nunatak, een vage foto van een rivier in een vlakte of zo, ...)&lt;br /&gt;
## (reeks VI) (debris flow, talus cone, zelfde vage foto van rivier, acrisol met argic horizon, barchanen, eindmorene)&lt;br /&gt;
# Teken een gletsjerprofiel, duid daarop de verschillende soorten van transport aan, de verschillende bronnen van puin en de verschillende ophopingsplaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Reeks namiddag:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Arcmap: &lt;br /&gt;
## hellingsvormen herkennen&lt;br /&gt;
## bekken en rivieren exraheren, strahler, bifurcatio&lt;br /&gt;
## Welk structureel reliëf, verklaar (Grand Canyon)&lt;br /&gt;
## Geomorfologische kaart&lt;br /&gt;
# Mondeling 1: pluspunt indien met GE (je kreeg een file met allemaal lagen van bodems en neerslag enzo)&lt;br /&gt;
## Vergelijk het koolstofgehalte in de bodems van Zuid-Amerika. Geef betrokken processen in volgorde van belangrijkheid, en het verband ertussen (neerslag, temperatuur, bodems, klimaten, biomen,...)&lt;br /&gt;
# Mondeling 2: 3 bekkens gegeven met verschillende oppervlakte (Dijle, Amblève, Bellebeek)&lt;br /&gt;
## Vergelijk afvoerprocessen. Indien korte regenbui (60mm/u) of lange regenperiode (200mm/2 weken) (Das dus debietgrafieken, afspoeling,...)&lt;br /&gt;
# Foto&#039;s (reeks II): Meander, bodem (was podzol denk ik), sterduin, anastomoserende rivier, hangende vallei, potholes&lt;br /&gt;
# Verklaar, met tekening indien mogelijk:&lt;br /&gt;
## Metastabiel, Inselberg, aklé-duin, calcrete, aquiclude, ventifact, recovery, R-channel, Pingo, primaire succesie&lt;br /&gt;
# Gegeven: Belgische bodemkaart&lt;br /&gt;
## Kies drie bodems die er veel op voorkomen, geef letterverklaring (alle 3)&lt;br /&gt;
## Geef overeenkomstige FAO naam, Teken bodemprofiel met juiste dieptes voor de horizonten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 18 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Grote vragen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Gegeven: Bodemkaart met Belgische (!) classificatie + topografische kaart van de omgeving rond Betekom evenals een dwarsprofiel die de hoogte weergeeft.  A) Teken het profiel op de topografische kaart  B) Leg aan de hand van dit profiel uit welke bodems we tegenkomen langsheen dit profiel  C) Hoe zouden deze bodems worden ingedeeld volgens FAO-bodemclassificatie?  D) Welke accumulatievormen treden er op?  E) Wat kun je vertellen mbt de waterafvoer in de verschillende gebieden&lt;br /&gt;
# Een rivier vertoont een bepaalde evolutie langsheen zijn loop. Bespreek dit aan de hand van de loop van de Niger in Afrika. Kies een aantal (minstens 4) locaties uit en bespreek aan de hand hiervan. Voor deze oefening mocht Google Earth gebruikt worden inclusief een aantal lagen die info gaven over de neerslag, het klimaat etc. Er werd min of meer verwacht dat ge uw uitleg in een word bestand schreef, inclusief prentjes en dan uploadde via Toledo, eventueel met een kmz erbij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
10 begrippen uitleggen: onder andere: Muren, NPP, NADW, Polje, secundaire successie, …&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6-tal prentjes: onder meer van een horn, een meanderende rivier, een bodemprofiel, …&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Teken een hoogteprofiel van een gletsjer en duidt hierop de accumulatiezone en de ablatiezone aan. Bespreek ook welke sedimenten er in/rond een gletsjer worden vervoerd. (Of iets in die aard)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningengedeelte&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hellingsprofielen benoemen&lt;br /&gt;
* Herprojecteren van een DHM&lt;br /&gt;
* Rivierorde berekenen (Rivierennetwerk extraheren uit DHM en dan Strahler)&lt;br /&gt;
* Watershed – oppervlakte berekenen&lt;br /&gt;
* Kaart met Geomorfologische structuren aanmaken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 24 juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hydrologische processen&lt;br /&gt;
# Noord-Amerika, verschil in NPP verklaren in GE adhv verschillende kmz-files (temperatuur, biomen, neerslag, ..)&lt;br /&gt;
# 10 begrippen( + liefst een tekeningetje)&lt;br /&gt;
# prentjes benoemen (oa bodemprofiel)&lt;br /&gt;
# oefeningen: hellingsprofielen, riviernetwerk, DEM: geomorf. kaart&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 2 september ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;(totale tijd: 3u30)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 2 rivieren (Geul in Nederland &amp;amp; Leth in Oostenrijk): bespreek planvorm, geomorfologische processen- welke spelen een rol, welke andere factoren vh fysisch systeem spelen een rol. vergelijk ze &amp;amp; liefst staven met grafieken, figuren, .. in google earth.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: Bornhardt, Cluse, Desert Pavement, Karren, Mesotroof, Esker, Till, Creep, NPP&lt;br /&gt;
# 6 figuren waaronder een bodemprofiel&lt;br /&gt;
# Teken het profiel van de temperatuur met de diepte in een permafrostgebied en duid talik in stippellijn aan. maak een onderscheid tussen zomer en winter&lt;br /&gt;
# oef: (1u30 tijd)&lt;br /&gt;
## Hellingsvormen benoemen&lt;br /&gt;
## Referentiesysteem van het DEM geven&lt;br /&gt;
## Orde en oppervlakte van eht bekken van de Middle Porto Agie River stroomopwaarts van de stad Lander. + tools geven die je hebt gebruikt&lt;br /&gt;
## Structureel relief, zo ja welk? illustreer adhv welgekozen dwarsprofielen en duid gelaagdheid aan + belangrijke landschapselementen. en maak er een geomorfologische kaart van&lt;br /&gt;
## Voor wat wordt fill gebruikt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 19 juni ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;08u30 - 10u30 (Reeks 7)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel Prof. Govers&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Kleien maken een belangrijk deel uit van bodems. Geef enkele voorbeelden van kleien en hun structuur. Hoe beïnvloeden ze de pH, de CEC en de BS? Hoe wordt dit vertaald in de (chemische) vruchtbaarheid van de bodem? Bespreek vervolgens de evolutie van de chemische eigenschappen van de bodem over tijd na (i) het afzetten van loess en (ii) het afzetten van dekzanden aan het einde van de laatste ijstijd. Toon hierbij ook aan wat je van bodemclassificatie kent. Hierbij worden de volgende eigenschappen van de twee bodems gegeven.&lt;br /&gt;
# (a) Volgend kaartje geeft de neerslagverdeling van Australië. Benoem de belangrijkste factoren die deze verdeling bepalen.  (b) Leg &#039;&#039;precies&#039;&#039; uit wat recovery betekent. Wat is de kritische waarde? Geef ten minste twee voorbeelden waarvoor dit concept kan toegepast worden. (c) Leg onderstaande figuur uit. Wat voor implicaties heeft dit? (d) Leg onderstaande figuur uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel Prof. Poesen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verklaar kort de volgende termen. Voeg schetsen, grafieken, blokdiagrammen, enz. toe waar nodig.&lt;br /&gt;
## Nabkha&lt;br /&gt;
## Corniche&lt;br /&gt;
## Monadnock&lt;br /&gt;
## &#039;&#039;Avulsion&#039;&#039;&lt;br /&gt;
## Ponor&lt;br /&gt;
# Leg onderstaande grafiek uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Reeks 1:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Excursie: Duid de geomorfologische eenheden aan van Ault tot de monding van de Somme. Schets aan de hand van 3-4 kaartjes hoe de evolutie over 10.000 jaar verlopen is.&lt;br /&gt;
* Bodemkaart België: exact dezelfde vraag als in 2009-2010&lt;br /&gt;
* Bespreek het regime van de Nijl en bijrivieren. Gebruik zoveel mogelijk schema&#039;s/grafiekjes. Bespreek ook de ecologie en het ruimtelijk spreidingspatroon hiervan.&lt;br /&gt;
* 6 afbeeldingen&lt;br /&gt;
* 10 woordjes (oxbow meer, creep, talik, polje, nunatak, esker...)&lt;br /&gt;
* Teken een debietshydrograaf na een intense, langdurige regenbui voor een sterk verstedelijkt gebied en voor een gebied met half bos, half akkerland. Duid ook de begrippen aan.  &lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Reeks 2:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Excursie: Schets en vergelijk de korte en lange termijn evolutie van de kustzone tussen Audresselles en Cap Blanc Nez. Welke geomorfologische processen vinden er plaats en hoe wordt hun intensiteit/voorkomen bepaald door klimatologische, lithologische en biologische kenmerken?&lt;br /&gt;
* Bodemkaart ergens nabij Betekom, topografisch kaart van de regio, opgemeten hoogteprofiel door LIDAR langs bepaald traject. Zoeken hoe dit op het kaartje getrokken was en bodems langs transect bespreken. Waarom komen ze hier voor? Hoe kunnen we ze beschrijving met de Belgische classificatie en WRB? Waar zal erosie en waar zal sedimentatie plaatsvinden op het profiel (zelfde vraag 2009-2010)?&lt;br /&gt;
* Sensivity, relaxation, evenwicht en recovery aan de hand van rivier in België en Franse Alpen (zelfde vraag 2009-2010). Verklaar hoe het komt dat in België de rivieren meanderend zijn gebleven en in de Alpen verwilderd geworden zijn?&lt;br /&gt;
* 10 woordjes: polje, NPP, NADW, secundaire successie, talik, N-channel, muren, wind gap, peneplaine, reg, muurstructuur&lt;br /&gt;
* 6 afbeeldingen met 1 bodem&lt;br /&gt;
* Teken een gletsjer en laat zien hoe en waar sedimenttransport plaatsvindt en van waar het sediment komt. Welke accumulatievormen kunnen er ontstaan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# excursie: bespreek op kaart de geomorfoligische eenheden boven noorden van ault welke we gezien hebben op excursie. teken ook enkele kaartbeelden hoe de evolutie is gegaan   &lt;br /&gt;
# we kregen een bodemkaart van een deel in belgie. We hier ook een topografisch kaartje van. Dan kregen we een doorsnede/profiel en moesten we zoeken hoe die getrokken was op de kaart (welliswaar met een hoek!). Daarna moesten we bespreken welke bodems daar op dat traject ligt en waarom. Ook welke bodems volgens FAO hierbij zouden passen. Ook welke accumulatievormen zich kunne vormen. En ook welk drainagetype.   &lt;br /&gt;
# bespreek de monding en processen die hiervoor verantwoordelijk waren van: De mississippi, de ganges, de nijl (voor en na aswandam), de donau en de schelde   &lt;br /&gt;
# 10 woordjes uitleggen (oa: tafoni, oligotroof, mesa, spit,...)   &lt;br /&gt;
# zes foto&#039;s benoemen waarvan een bodem   &lt;br /&gt;
# tekenen van temperatuursverloop onder een continue permafrost, een discontinue en een talik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Excursie: Bespreek de kustevolutie op lange en korte termijn voor het traject Audresselles-Cap Gris Nez. Bespreek aan de hand van lithologische, biologische en ? kenmerken. Gebruik de gegeven topografische kaarten.&lt;br /&gt;
# Ook een bodemkaart, topografische kaart en profiel&lt;br /&gt;
# Zowel in de Belgische leemstreek als in de kleine bekkens in de franse alpen heeft er de laatste 1500 jaar erosie plaatsgevonden. Zowel in Belgie als in Frankrijk waren er in oorsprong meanderende rivieren. In de Alpen zijn de meanderende rivieren naar braided rivieren overgegaan en in België zijn ze meanderend gebleven, alhoewel op beide plaatsen de klimatologische omstandigheden dezelfde zijn gebleven. Leg de volgende begrippen zo volledig mogelijk aan de hand van dit voorbeeld uit: relaxation, sensetivity, evenwicht en recovery. Verklaar ook waarom de evolutie zo verschillend is.&lt;br /&gt;
# 10 woordjes: muren, wind gap, reg, peneplaine, polje, NPP, NADW, N-channel, talik, secundaire successie&lt;br /&gt;
# 6 foto&#039;s met een bodem&lt;br /&gt;
# Teken een lengteprofiel van een gletsjer (bodem en bovenkant) met daarop aangegeven de ablatie en accumulatiezone en de verschillende vormen van sedimenttransport door de gletsjer. Geef aan wat de verschillende herkomstbronnen en processen zijn van het puin dat een gletsjer transporteert en in welke accumulatievormen ze kunnen terechtkomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2008 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Verstraeten:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* catena geven van Seatlle tot florida en al de afvoer en erosie processe in een rivier bekken geven.&lt;br /&gt;
* bespreek een graded rivier die begint in het hoogtegebergte en via een grote laagvlakte naar de oceaan stroomt op vlak van sedimentologie en morfologie. teken min. 3 dwarsdoorsneden van die rivier.&lt;br /&gt;
* bespreek (schematisch) van Centraal Europa tot aan de evenaar het klimaat, de bodem, de vegetatie en de belangrijkste processen.&lt;br /&gt;
* (zonder voorbereiding) kaartje van een meanderende rivier: in welke richting stroomt het water?&lt;br /&gt;
* (zonder voorbereiding) driehoek van het belgisch textuurdiagram:welke letter krijgt een bodem met 60% silt en 30% klei.&lt;br /&gt;
* figuur op slides met zo in linkerboven hoek een rechte rivier en in de rechter onderhoek een verwilderde: geef de kenmerken die de morfologie van een rivier bepalen aan de hand van deze figuur en schrijf de assen op de figuur.&lt;br /&gt;
* bespreek het bekken van de nijl. Beschrijf de verweringsprocessen, klimaten, bodemtopologien, biomassaproductie en geef de consequenties voor het rivierregime van de nijl.&lt;br /&gt;
* mijn bijvragen: figuur met Aba en Abp bodem in meerdaalwoud: vertaal naar Wrb   en iets met van de koolstofcyclus: leg missing sink uit.&lt;br /&gt;
* bespreek een graded rivier die begint in het hoogtegebergte en via een grote laagvlakte naar de oceaan stroomt op vlak van sedimentologie, erosie en morfologie. teken min. 3 dwarsdoorsneden van die rivier. Geef hierbij ook de overgangen.&lt;br /&gt;
* bespreek (schematisch) van Centraal Europa tot aan de evenaar het klimaat, de bodem, de vegetatie en de belangrijkste processen.&lt;br /&gt;
* 2bodems van belgische klassificatie en vertaal naar wrb&lt;br /&gt;
* hulstrom diagram, benoem de assen&lt;br /&gt;
* de processen van waterafvoer (dus troughflow, baseflow, infiltration excess enz)en van erosie (spat, sheet wash, rill en gully, bron) in een rivierbekken bespreken, en of deze processen veranderlijk zijn in de ruimte (variable source area concept).&lt;br /&gt;
* voor het Nijlbekken de relatie tussen klimaat, vegetatie, bodemtypologie, verwering en biomassa bespreken en de invloed van deze factoren op het rivierregime.&lt;br /&gt;
* catena van Aralmeer tot Noordpool, met aanduiding van klimaat, vegetatie, ...&lt;br /&gt;
* 4 stellingen die vooral gingen over rivieren &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Paulissen:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
iets van ault en heel de vorming van het appalachisch relief en hoe een rivier hierop loopt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* kaartje van het Atlasgebergte met structureel reliëf.   °analyseer het reliëf   °schets een profiel langs ab en benoem de onderdelen van het structureel reliëf&lt;br /&gt;
* geef de kenmerken van de marien beïnvloede milieus aan de Belgische en Noord-Franse kusten. (eerste vraag: wat versta je onder marien beïnvloede milieus)&lt;br /&gt;
* kaartje van atlas gebergte: maak relief analyse (= beschrijf het relief) + geef een profiel en duidt alle structurele reliefs aan en geef op die manier een interpretatie van het gebied.&lt;br /&gt;
* bespreek de verschillende manieren met betrekking tot ZANDstranden aan Nfranse en belgische kusten om 1 erosie tegen te gaan en 2 het strand te behouden/herstellen. Het antwoord krijgt een meerwaarde als je er de kustwetmatigheden bij betrekt...&lt;br /&gt;
* geef alles van rivierterassen&lt;br /&gt;
* Foto van Cap blanc nez en cap griz nez (bij eb), bespreek adh van de foto:   - de afzettingen van de laatste getijde   - de afzettingen van de voorbije getijden   - de evolutie van de klif   - waar komen de sedimenten vandaan&lt;br /&gt;
* reliefanalyse en interpretatie van een kaart langs de Maas&lt;br /&gt;
* het belang van de schaal aantonen aan de hand van een voorbeeld naar keuze van op de excursie&lt;br /&gt;
* Bespreek het model van Davis en bespreek en vergelijk ook nog de andere modellen die bestaan.&lt;br /&gt;
* Ge krijgt een kaartje van duinen: structuren aanduiden, zeggen hoe ze ontstaan zijn en de evolutie van het duinengebied weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Eerste zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Verstraeten&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de evolutie van het kustgebied tussen Cap Gris Nez en Cap Blanc Nez. Welke zijn de huidige processen die plaatsvinden? Worden deze beïnvloed door lithologie, biografie, klimaat?&lt;br /&gt;
# Geef de verschillende bodems die voorkomen in België en bespreek waarom ze zich daar bevinden. Maak een profielontwikkeling van de bodem respectievelijk 10km ten zuiden en 40km ten noorden van Sint-Truiden.&lt;br /&gt;
# 3 stellingen:&lt;br /&gt;
## De stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer loopt volgens een thermodynamisch evenwicht.&lt;br /&gt;
## Bij een zeespiegelverlaging treedt er altijd een terugschrijding van de rivier op.&lt;br /&gt;
## Als het debiet in een Ardense rivier stijgt, zal ook het beddingstransport stijgen. Het beddingstransport gebeurt synchroon met het verloop van het waterdebiet&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Excursie: bespreek enkele zelfgemaakte profielen van de kust in de panne tot 2 km voorbij Adinkerke op basis van een topokaart (gegeven) en bespreek de verschillende sediment milieus en afzettingen.&lt;br /&gt;
# Bespreek de nijl van bron tot monding met de verschillende bijrivieren.&lt;br /&gt;
# 3 stellingen&lt;br /&gt;
## iets over vergelijken van bodems in belgië en globaal&lt;br /&gt;
## sedimenten in bedding en alluviale vlakte van een meanderende rivier&lt;br /&gt;
## iets over een bergrivier waaruit de grote stenen worden uitgehaald en de invloed daarvan op overstromingen daar en stroomafwaarts&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
# Excursie: Bespreek de verschillende geomorfologische processen ten noorden van Ault en duidt aan op de kaart (gaat tot het estuarium van de Somme) + leg de evolutie van de kustlijn in dit gebied uit ahv 3 à 4 kaartschetsen&lt;br /&gt;
# Alle elementen van de debietshydrograaf uitleggen en nog enkele zaken die de vorm van de curve bepalen:&lt;br /&gt;
## afvloeiingsprocessen&lt;br /&gt;
## vorm van het stroomgebied&lt;br /&gt;
## riviertopologie&lt;br /&gt;
# 3 stellingen:&lt;br /&gt;
## biodiversiteit is lager in een klein gebied&lt;br /&gt;
## de beddingsmorfologie(stroomribbels, afzettingsgrind,...) is gevoeliger voor debietsverandering bij de Dijle dan bij een Frans bergriviertje&lt;br /&gt;
## Een luvisolbodem is meer uitgeloogd dan een podzol en komt daardoor zuidelijker voor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Paulissen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een hoogtelijnenkaart is gegeven. Bespreek: reliëfvorm, reliëfvormgroep, vormeenheden. Geef een interpretatie van het gebied met behulp van een profiel en geef de ontstaansevolutie.&lt;br /&gt;
# Geef een goeie definitie van een estuarium. Bespreek waar ze zich bevinden, hoe ze ontstaan en geef de morfologie. Het antwoord krijgt een meerwaarde als je het kunt koppelen met de gezien Belgische of Franse kusten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Kaartje bespreken van de onthoofding van de Moezel&lt;br /&gt;
# Belangrijkste eigenschappen voor erosie-denudatie van een rotsmassa bespreken (spleten buiten beschouwing gelaten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek de factoren die de energie en afmetingen van een golf bepalen en wat bepaalt de uitwerking van een golf op het strand.&lt;br /&gt;
# Bespreek de afhankelijke en onafhankelijke variabelen die een cuesta (of een ander structureel reliëf) bepalen (vb cuesta).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Verstraeten&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Maak een tekening van het Aralmeer tot de Noordpool waarin de meest belangrijke kenmerken m.b.t. het klimaat, vegetatie, reliëf, ecologie ... in voorkomen.&lt;br /&gt;
# Figuur uit handboek pg 332 figuur 14.5 welke factoren moet je bij de pijlen plaatsen zodat het schema klopt?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Paulissen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef en bespreek de belangrijkste kenmerken ivm de erodeerbaarheid van een gesteente (hoofdstuk 4 in de cursus)&lt;br /&gt;
## cohesie&lt;br /&gt;
## porositeit vs permeabiliteit (primair &amp;lt;--&amp;gt; secundair)&lt;br /&gt;
## waterverzadigingsgehalte (Is)&lt;br /&gt;
## dichtheid van het spletennet&lt;br /&gt;
## chemische samenstelling&lt;br /&gt;
# Reliëfvormen, vormeenheden en veel meer&lt;br /&gt;
# Excursie: Geef een geologische en topografische doorsnede van de Cap Blanc Nez en de Cap Griz Nez ..&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Eerste zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Verstraeten&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de bodems van België ( volgens FAO classificatie)+ in welke situatie komen ze voor+ welke bodem aan duinen, ten NO van Leuven (50km) en ZO van Leuven (25km) en bespreek uitgebreid het profiel van die laatste 2&lt;br /&gt;
# 4 stellingen:&lt;br /&gt;
## Als de erosiebasis van een rivier verlaagt, gaat die rivier altijd terugschrijdende erosie uitvoeren&lt;br /&gt;
## Dominant debiet van een rivier is het meest voorkomende debiet&lt;br /&gt;
## Het kappen van het tropisch regenwoud heeft een grotere impact op broeikaseffect dan opschuiven klimaatsgordels in NAm en Siberië&lt;br /&gt;
## Als een bergrivier elk jaar wordt uitgegraven en beddingsmateriaal langs kant gelegd wordt, geeft dit bescherming tegen overstroming van de beddingen en dalen&lt;br /&gt;
# Excursie: Beschrijf het kustprofiel van Ault tot de Panne, zeg waar erosie is, en waar opbouw en vertel ook iets over de processen.&lt;br /&gt;
# Bespreek Nijlbekken. Het regime bespreken over gans het verloop&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
# Zijn de stellingen correct?&lt;br /&gt;
## De beddingsmorfologie is bij de Dijle gevoeliger bij debiet verandering dan in een franse bergrivier.&lt;br /&gt;
## Bimodale debietshydrograaf verandert na 1 regenbui door vorm stroombekken en de topologie&lt;br /&gt;
## Bodemtypes van FAO kunnen gezien worden in een gesloten systeem&lt;br /&gt;
## CO2 concentratie kent een hydrodynamisch evenwicht&lt;br /&gt;
# Excursie: profiel van Calais tot Abbeville, duidt Picardië, Artesië en Boulonnais aan + het bodemgebruik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Maak een dwarsprofiel van een verwilderde en een meanderende rivier en duidt hier de sedimentologische en morfologische structuren op aan zodat duidelijk wordt hoe deze rivier een dal een dal vormen. duidt ook aan waar je kleiafzettingen kan vinden.&lt;br /&gt;
# 4 stellingen&lt;br /&gt;
## Podzol vindt men meer noordwaartst dan luvisol en zijn daarom minder uitgeloogd&lt;br /&gt;
## Da de vegetatie op het australisch continent op dezelfde breedtegraad sterk verschillend is (woestijn tot tropisch regenwoud) is voornamelijk te wijten aan neerslagverschillen die verschillen naar gelang de hoogte&lt;br /&gt;
## Iets van gletsjers en primaire en secundaire successie&lt;br /&gt;
## Gegeven is grafiek van toename van CO2 en dan moet je zeggen of dat gemeten is op Mauna Kea ofzoiets&lt;br /&gt;
# Een foto van tor&#039;s en van de NPP variatie in de wereld. Wat betekent dit?&lt;br /&gt;
# Excursie: bespreek het rivierpatroon en de drainagedichtheid in de Boulonnais en Artesië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Paulissen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Ge krijgt een kaartje, duidt daarop structurele reliëfs aan+ uitleggen+ teken profiel&lt;br /&gt;
# De factoren die invloed hebben op de energie van een golf en de eigenschap waarmee men de uitwerking van een golf op het strand kan afleiden&lt;br /&gt;
# Excursie: bespreek de 3 soorten kliffen die we op excursie gezien hebben adhv morfologie, proces en snelheid proces.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Definieer rivierterras. En geef de verschillende soorten rivierterrassen.&lt;br /&gt;
# Geef 2 strandprofielen&lt;br /&gt;
# Excursie: een kaartje en een luchtfoto van de Westhoek in De Panne (zie excursiebundel). De vraag: duidt alle belangrijke reliëfvormen (duinvormen) aan, geef aan waarom je ze zo benoemt en leg aan de hand van een tekening de evolutie van een duinprofiel uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Illustreer met een concreet voorbeeld het belang van schaal in reliëfanalyse. Je antwoord krijgt een meerwaarde als je dit kan toetsen aan je observaties van op excursie&lt;br /&gt;
# Bespreek de kenmerken van marien beïnvloede kustnabije reliëf. Je antwoord krijgt een meerwaarde als je dit kan koppelen aan de excursie&lt;br /&gt;
# Excursie: gegeven is topokaart van de buurt van Ault&lt;br /&gt;
## duidt alle terreinvormen aan&lt;br /&gt;
## duidt aan tot waar kustwerking actief is&lt;br /&gt;
## bespreek de evolutie van dit gebied, te beginnen bij de oudste reliëfeenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Verstraeten:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef alle componenten van een debietshydrograaf, en leg uit wat de invloed is van volgende eigenschappen op een debietshydrograaf:  a) De verschillende componenten van waterafvoer.  b) De vorm van het stroombekken.  c) De bifurcatieratio van het stroombekken.&lt;br /&gt;
# Stellingen:&lt;br /&gt;
## Hoe dichter bij de evenaar, hoe dieper de verwering. Daarom vinden we podzolbodems, die sterker verweerd zijn, zuidelijker dan luvisolbodems.&lt;br /&gt;
## Als een Ardens riviertje een debietsverhoging meemaakt, zal de verweringssnelheid van de bedload evenredig zijn met het debiet.&lt;br /&gt;
## Hoe meer versnippering, hoe minder biodiversiteit.&lt;br /&gt;
## Grafiekje van de koolstofcyclus, met oa die &#039;unidentified sink&#039; op. Stelling: Dit is de meting van CO2 in de atmosfeer vanop Mauna Kea.&lt;br /&gt;
# Excursie: Maak aan de hand van enkele profieltjes de structuur van de duinen in de Panne duidelijk, tot 2 km het land in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Paulissen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de kenmerken van marien beïnvloede kustnabije reliëfs. Dit koppelen aan wat je gezien hebt in België/Frankrijk is een surplus.&lt;br /&gt;
# Geef de drie belangrijkste gesteente-eigenschappen van de Selby-methode. Waarom is het belangrijk dat we de sterkte van rotsmassa&#039;s kennen?&lt;br /&gt;
# Topografische kaart met een deel van het Atlasgebergte bespreken. Welke reliëfvormen en structuren.&lt;br /&gt;
# Bespreek zeestromingen, getijdestromingen en kuststromingen ivm sedimenttransport.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Vergelijk de Maas en Demervallei. Bespreek morfologie, sedimenten, riviervorm, afzetting ...&lt;br /&gt;
# Pathways, van een kustvlakte&lt;br /&gt;
# Bespreek schema van ecosysteem ( eerste uit cursus) en geef voorbeelden uit murray darling en colorado rivier&lt;br /&gt;
# Bespreek cuestarelief qua morfologie en rivieren + ontstaan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Teken een N-Z profiel vanaf de dorpskern in gelrode tot aan de demer. + bespreken natuurlijk (hoe ontstaan, welke bodems, welk landgebruik, vegetatie enzo)&lt;br /&gt;
# Teken een dwarsdoorsnede van een kustprofiel.&lt;br /&gt;
# Leg uit: jurassisch reliëf aan de hand van 3 à 4 zelf te tekenen schetsen. (z&#039;n bijvraag was: teken een dwarsdoorsnede van de combe tot aan de synclinale rivier)&lt;br /&gt;
# Leg uit verwilderde rivier en meanderende rivier aan de hand van een dwarsprofiel. (Alles qua morfologie en afzettingen)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef drie afgesneden meanders die we gezien hebben op excursie, hun genese en hun verder evolutie.&lt;br /&gt;
# Bespreek de interactie tussen kustprocessen en fluviatiele processen voor de Donau, de Nijl (voor en na de bouw van de Aswan dam), de Mississippi, de Ganges en de Schelde. Besteed hier vooral aandacht aan de morfologie.&lt;br /&gt;
# Geef een opsomming van de bodems (FAO) die voorkomen in België, waar ze voorkomen en waarom daar. Geef ook een volledig profiel voor de bodem die voorkomt in het gebied 25 km ten ZO van Leuven en die die voorkomen 50 km ten NO van Leuven.&lt;br /&gt;
# De rivieren in de Beligische leemstreek en in de Franse Alpen waren oorspronkelijk meanderend. Ongeveer 1500 jaar geleden vond in beide regio&#039;s een gelijkaardige landgebruiksverandering plaats (ontbossing). De rivieren in de Franse Alpen werden toen verwilderd, die in België bleven meanderend. Leg aan de hand van dit voorbeeld voor zover mogelijk de begrippen recovery, relaxation, equilibrium uit. Wat is het verschil tussen de rivieren in de Franse Alpen en die in België?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Eerste zit ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Maak een catena van Boortmeerbeek tot aan de Dyle in Haacht. Bespreek de elementen van het fysisch systeem en geef de onderlinge relaties. andere excursievraag: Teken een profiel van aan de Demer tot Gelrode dorp (Eikelberg etc.) en bespreek de elementen van het fysisch systeem en geef de onderlinge relaties.&lt;br /&gt;
# Woordjes: NPP, ruz, tafoni, neck, cambisol en Norht atlantic Deep Water. &lt;br /&gt;
# Bespreek opdracht ivm meren in het kader van het fysisch systeem, licht daarbij begrippen als recovery, relaxation en sensivity toe. &lt;br /&gt;
# Reliefsinversie: wat? Geef 5 voorbeelden.&lt;br /&gt;
# Bespreek alluviale vlakte en structuur van meanderende rivier vs verwilderde rivier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek rivierprofiel en kustevolutie bij relatieve zeespiegelstijging. &lt;br /&gt;
# Het tekeningetje waarop verschillende vormen van stroomgebieden staan met eronder telkens een hydrograaf met debiet. &lt;br /&gt;
# Woordjes, voor zover ik ze nog weet: ferralsol, muren, talus slope, Vauclusebron, desert pavement, en nog een paar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Excursie: situeer op topokaart 3 voorbeelden van afgesneden meanders. Leg hun genese uit en de evolutie na de afsnijding. &lt;br /&gt;
# Woordjes: histosol,butte,bifurcatieratio, imbricatie,tor, calanque &lt;br /&gt;
# Bespreek opdracht ivm meren in het kader van het fysisch systeem, licht daarbij begrippen als recovery, relaxation en sensivity toe.&lt;br /&gt;
# Bodems in België: welke, waar, en waarom daar... ook het bodemprofiel geven 50 km ten NO en 25 km ten ZO van Leuven&lt;br /&gt;
# Bespreek de verschillende componenten van de koolstof-cyclus en de veranderingen in de flux gedurende de laatste decennia/eeuwen. Wat zou de impact zijn van ontbossing in tropisch gebergtegebied? Idem voor not-till landbouw?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Excursie : 3 structurele reliëfs &lt;br /&gt;
## op topokaart bundel &lt;br /&gt;
## structurele kenmerken &lt;br /&gt;
## waar van toepassing: riviertypes (obsequent, subsequent, ...) &lt;br /&gt;
## structureel karakter op lokaal of regionaal profiel) &lt;br /&gt;
# anthrosol, combe, aquiclude, underfit river, salina, calcicool vs calcifuug &lt;br /&gt;
# Bespreek opdracht ivm meren in het kader van het fysisch systeem, licht daarbij begrippen als recovery, relaxation en sensivity toe.&lt;br /&gt;
# N - S coupe van Noorwegen (poolcirkel) tot Congo (evenaar) &lt;br /&gt;
## veranderingen in ecosystemen, bodem, dominante geomorfologische processen &amp;amp; landschappen &lt;br /&gt;
# Rivieronthoofding + 4 mogelijke oorzaken schetsmatig uitleggen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_nieuwste_tijd&amp;diff=941</id>
		<title>Geschiedenis van de nieuwste tijd</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geschiedenis_van_de_nieuwste_tijd&amp;diff=941"/>
		<updated>2026-06-21T16:50:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
== 2025-2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
19/06/26&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
“Dit jaar was er een vervanging voor Magaly Rodriguez waardoor het vak gegeven werd door Jens Van de Maele. Al de vragen waren ongezien ( geen eigen vraag en geen voorbeeldsexamenvragen” &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.      De balkan stond in de 20&amp;lt;sup&amp;gt;ste&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw bekend als het ‘’kruitvat” van Europa. Geef de redenen waarom dit het “kruitvat van Europa” wordt genoemd en de gevolgen van dit “kruitvat” (8 punten).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.     Afbeelding gegeven van de soort van stamboom van het fascistisch regime die wijst op het coörparatisme&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de afbeelding wordt een kenmerk van een regime afgebeeld. contextualiseer dit regime, bespreek het kenmerk en geef voorbeelden van andere politieke contexten waarin dit kenmerk ook aan bod kwam (8 punten).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.      Wie was Elfriede Lohse-Wächtler en wat is de relevantie van haar levensloop (2 punten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.      Het boek ‘’discours sur le colonisation’’ van Aimé Césaire. Wat zijn de ideeën van het boek en geef de relevantie hiervan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022-2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 30 augustus ===&lt;br /&gt;
De hoofdvraag uit de ppt over imperialisme en dekolonisatie (hoofdvraag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iets over de evolutie van socialisme OF eigen vraag (hoofdvraag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cordon sanitaire uitleggen (detailvraag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iets vertellen over Manuela Sáenz, Isala van diest en Simone de Beauvoir (detailvraag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 23 juni 2023 ===&lt;br /&gt;
Bespreek en vergelijk de economische crisissen van de jaren 1930 en 1970. Welke bewinden werden hierna gevoerd in het westen? (hoofdvraag, max 2 bladzijden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreek de migratiegolven vanaf het laatste decennium van de 19de eeuw tot het einde van de 20ste eeuw en wat waren de sociaal-economische gevolgen (hoofdvraag, andere optie was een eigen vraag, max 2 bladzijden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat is het sociaal darwinisme? Hoe kwam dit tot uiting? (detailvraag, max halve pagina)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wie zijn Mahatma Gandhi, Manuela Saenz en Toussiant de L&#039;ouverture en wat hebben ze betekend? (detailvraag, max. halve pagina)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021-2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 24 juni 2022 ===&lt;br /&gt;
Wat zijn de voornaamste kritiekpunten op de verlichting en hoe kwamen ze tot uiting bij de ontwikkeling van nationalisme? max 2 paginas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leg uit; Communisme, sociaaldemocratie en christendemocratie. Hoe ontstonden deze ideologieën en hoe beïnvloedden zij de geschiedenis van de Westerse Nieuwe Tijd? max 2 paginas&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leg uit en plaats in zijn context: cordon sanitaire. max halve pagina&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kies zelf een persoon en term uit de begrippenlijst en leg uit. max halve pagina&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hiervoor was het een andere prof&#039;&#039;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=939</id>
		<title>Geografische gegevensanalyse &amp; synthese II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=939"/>
		<updated>2026-06-11T15:22:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;In dit vak wordt er verwacht om voor het examen 3 excursies te blokken ( Liedekerke wordt niet gevraagd op het examan normaal dus dit niet leren!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
11/06/2026&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel excursie Parijs en Brussel:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	In Brussel zagen we een vorm van gentrifaction namelijk de horeca and retail. Geef een excursiestop waar dit gezien wordt en vertel.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.	Les olympiades is speciaal. Zeg wat er speciaal is aan les olympiades.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.	Brussel en Parijs kende beide een rijke geschiedenis aan sociale woningen. De bouw van de sociale woningen veranderden niet enkel maar ook de aandacht voor de woonomgeving. Geef voor elke stad twee excursiestops die de evolutie doorheen de tijd weergeven. Geef ook de gelijkenissen en de verschillen tussen de twee wijken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Beglische en Franse kust: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gegegeven is een A3 kaart van een deel van de franse kust namelijk het deel van de havendam van tréport tot de rivier de authie. De kaart is van het IGN (instut geographique national) dus je kan deze opzoeken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	Duid elke excursiestop aan op de kaart met een cijfer en noteer ze in de legende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.	Duid alle morfologische eenheden/ landvormen aan op de kaart. Dit kan door inkleuren/arceren en hierna moet je dit met een letter in de legende plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.	Geef bij elke morfologische eenheid/landvorm een beknopte tekst met hoe ze ontstaan zijn. Wat zijn de drijvende factoren? Hoe ziet het eruit? Etc. Met deze teksten moet de werking van dit deel van de kust duidelijk zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.	Geef een drie/viertal schetsen van kaarten van de kustlijn die het verloop van de 100.000 jaar weergegeven. De eerste kaart begint bij 100.000 jaar geleden en de laatste kaart geeft het beeld nu weer.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=938</id>
		<title>Geografische gegevensanalyse &amp; synthese II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=938"/>
		<updated>2026-06-11T15:21:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;In dit vak wordt er verwacht om voor het examen 3 excursies te blokken ( Liedekerke wordt niet gevraagd op het examan normaal dus dit niet leren!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
11/06/2026 &lt;br /&gt;
Deel excursie Parijs en Brussel:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	In Brussel zagen we een vorm van gentrifaction namelijk de horeca and retail. Geef een excursiestop waar dit gezien wordt en vertel. &lt;br /&gt;
2.	Les olympiades is speciaal. Zeg wat er speciaal is aan les olympiades. &lt;br /&gt;
3.	Brussel en Parijs kende beide een rijke geschiedenis aan sociale woningen. De bouw van de sociale woningen veranderden niet enkel maar ook de aandacht voor de woonomgeving. Geef voor elke stad twee excursiestops die de evolutie doorheen de tijd weergeven. Geef ook de gelijkenissen en de verschillen tussen de twee wijken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Beglische en Franse kust: &lt;br /&gt;
Gegegeven is een A3 kaart van een deel van de franse kust namelijk het deel van de havendam van tréport tot de rivier de authie. De kaart is van het IGN (instut geographique national) dus je kan deze opzoeken. &lt;br /&gt;
1.	Duid elke excursiestop aan op de kaart met een cijfer en noteer ze in de legende. &lt;br /&gt;
2.	Duid alle morfologische eenheden/ landvormen aan op de kaart. Dit kan door inkleuren/arceren en hierna moet je dit met een letter in de legende plaatsen. &lt;br /&gt;
3.	Geef bij elke morfologische eenheid/landvorm een beknopte tekst met hoe ze ontstaan zijn. Wat zijn de drijvende factoren? Hoe ziet het eruit? Etc. Met deze teksten moet de werking van dit deel van de kust duidelijk zijn. &lt;br /&gt;
4.	Geef een drie/viertal schetsen van kaarten van de kustlijn die het verloop van de 100.000 jaar weergegeven. De eerste kaart begint bij 100.000 jaar geleden en de laatste kaart geeft het beeld nu weer.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=937</id>
		<title>Geografische gegevensanalyse &amp; synthese II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Geografische_gegevensanalyse_%26_synthese_II&amp;diff=937"/>
		<updated>2026-06-11T15:20:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;In dit vak wordt er verwacht om voor het examen 3 excursies te blokken ( Liedekerke wordt niet gevraagd op het examan &amp;#039;&amp;#039;normaal&amp;#039;&amp;#039; dus dit niet leren!)  11/06/2026  Deel excursie Parijs en Brussel:  1.	In Brussel zagen we een vorm van gentrifaction namelijk de horeca and retail. Geef een excursiestop waar dit gezien wordt en vertel.  2.	Les olympiades is speciaal. Zeg wat er speciaal is aan les olympiades.  3.	Brussel en Parijs kende beide een rijke geschiedeni…&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;In dit vak wordt er verwacht om voor het examen 3 excursies te blokken ( Liedekerke wordt niet gevraagd op het examan &#039;&#039;normaal&#039;&#039; dus dit niet leren!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
11/06/2026 &lt;br /&gt;
Deel excursie Parijs en Brussel:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	In Brussel zagen we een vorm van gentrifaction namelijk de horeca and retail. Geef een excursiestop waar dit gezien wordt en vertel. &lt;br /&gt;
2.	Les olympiades is speciaal. Zeg wat er speciaal is aan les olympiades. &lt;br /&gt;
3.	Brussel en Parijs kende beide een rijke geschiedenis aan sociale woningen. De bouw van de sociale woningen veranderden niet enkel maar ook de aandacht voor de woonomgeving. Geef voor elke stad twee excursiestops die de evolutie doorheen de tijd weergeven. Geef ook de gelijkenissen en de verschillen tussen de twee wijken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deel Beglische en Franse kust: &lt;br /&gt;
Gegegeven is een A3 kaart van een deel van de franse kust namelijk het deel van de havendam van tréport tot de rivier de authie. De kaart is van het IGN (instut geographique national) dus je kan deze opzoeken. &lt;br /&gt;
1.	Duid elke excursiestop aan op de kaart met een cijfer en noteer ze in de legende. &lt;br /&gt;
2.	Duid alle morfologische eenheden/ landvormen aan op de kaart. Dit kan door inkleuren/arceren en hierna moet je dit met een letter in de legende plaatsen. &lt;br /&gt;
3.	Geef bij elke morfologische eenheid/landvorm een beknopte tekst met hoe ze ontstaan zijn. Wat zijn de drijvende factoren? Hoe ziet het eruit? Etc. Met deze teksten moet de werking van dit deel van de kust duidelijk zijn. &lt;br /&gt;
4.	Geef een drie/viertal schetsen van kaarten van de kustlijn die het verloop van de 100.000 jaar weergegeven. De eerste kaart begint bij 100.000 jaar geleden en de laatste kaart geeft het beeld nu weer.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Bachelor_in_de_geowetenschappen&amp;diff=936</id>
		<title>Bachelor in de geowetenschappen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Bachelor_in_de_geowetenschappen&amp;diff=936"/>
		<updated>2026-06-11T15:17:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: /* Afstudeerrichting geografie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== 1e bachelor ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Algemene natuurkunde I]]&lt;br /&gt;
* [[Cartografie]]&lt;br /&gt;
* [[Geologie]]&lt;br /&gt;
* [[Geologische analyse en synthese I|GAS I]]&lt;br /&gt;
* [[Geografie: Interactie mens en aarde|Geografie: interactie mens en aarde]]&lt;br /&gt;
* GGA I&lt;br /&gt;
* [[Globale uitdagingen voor een duurzame samenleving]]&lt;br /&gt;
* [[Grondslagen van de chemie|Grondslagen van de Chemie]]&lt;br /&gt;
* [[Inleiding in de ecologie en evolutie]]&lt;br /&gt;
* [[Weer- en klimaatkunde|Weer en klimaat]]&lt;br /&gt;
* [[Wijsbegeerte]]&lt;br /&gt;
* [[Wiskunde I]]&lt;br /&gt;
* [[Wiskunde II|Wiskunde II, deel 1]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2e bachelor ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gemeenschappelijk ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Fysische geografie]]&lt;br /&gt;
* [[Hydrogeologie]]&lt;br /&gt;
* [[Ruimtelijke analystechnieken|Ruimtelijke analysetechnieken]]&lt;br /&gt;
* [[Sociale geografie]]&lt;br /&gt;
* [[Statistiek &amp;amp; data-analyse]]&lt;br /&gt;
* [[Topografie]]&lt;br /&gt;
* Wetenschapscommunicatie: geowetenschappen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Afstudeerrichting geologie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Analytische geochemie]]&lt;br /&gt;
* [[Geologische analyse en synthese II|Geologische Analyse &amp;amp; Synthese II]]&lt;br /&gt;
* [[Mineralogie I]]&lt;br /&gt;
* [[Optische|Optische mineralogie]]&lt;br /&gt;
* [[Paleontologie]]&lt;br /&gt;
* [[Structurele geologie I]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Afstudeerrichting geografie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Analytische geochemie]]&lt;br /&gt;
* [[Geografische gegevensanalyse &amp;amp; synthese II]]&lt;br /&gt;
* [[Landschapsanalyse]]&lt;br /&gt;
* [[Geschiedenis van de nieuwste tijd]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module geomodelleren ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Beginselen van programmeren]]&lt;br /&gt;
* [[Differentiaalvergelijkingen]]&lt;br /&gt;
* [[Wiskunde II|Wiskunde II, deel 2]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module sociale wetenschappen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Theory and History of Urban Design in the West]]&lt;br /&gt;
* [[Internationale organisatie|Internationale Organisatie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module duurzaamheid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Natuurwetenschappen en Archeologie|Natuurwetenschappen en archeologie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 3e bachelor ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gemeenschappelijk ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Economische lokalisatie en regionale ontwikkeling]]&lt;br /&gt;
* [[Geographic Information Systems|Geographic Information Systems I]]&lt;br /&gt;
* [[Natuurlijke rijkdommen]]&lt;br /&gt;
* [[Introduction to Geoprocessing]]&lt;br /&gt;
* [[Geologie en geomorfologie van België]]&lt;br /&gt;
* [[Religie|Religie, zingeving en levensbeschouwing]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Afstudeerrichting geologie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Igneous and Metamorphic Petrology]]&lt;br /&gt;
* [[Structurele Geologie II]]&lt;br /&gt;
* [[Mineralogie|Mineralogie II]]&lt;br /&gt;
* [[Regionale Geologie I|Regionale Geologie]]&lt;br /&gt;
* [[Sedimentologie &amp;amp; sedimentpetrologie]]&lt;br /&gt;
* [[Geologische Analyse en Synthese III|Geologische Analyse &amp;amp; Synthese III]]&lt;br /&gt;
* [[Milieuchemie]]&lt;br /&gt;
* [[Ondiepe geofysische verkenning]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Afstudeerrichting geografie ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Geomorfologische processen]]&lt;br /&gt;
* [[Geographic Information Systems|Geographic Information Systems II]]&lt;br /&gt;
* [[Buitenlandse excursie fysische geografie]]&lt;br /&gt;
* [[Buitenlandse excursie sociale en economische geografie]]&lt;br /&gt;
* [[Bio-Economics]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module geomodelleren ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Fysische thermodynamica]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module sociale wetenschappen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Sociologie]]&lt;br /&gt;
* [[Policy Analysis]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module geowetenschappen ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Regionale bodemkunde]]&lt;br /&gt;
* [[Hydrologische processen|Hydrologische processen - deel 1 &amp;amp; 2]]&lt;br /&gt;
* [[Inleiding tot de sterrenkunde]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Module duurzaamheid ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Milieu-economie]]&lt;br /&gt;
* [[Landschap, erfgoed en identiteit|Landschap, erfgoed &amp;amp; identiteit]]&lt;br /&gt;
* [[Een socio-ecologische inleiding tot duurzaamheid]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_I&amp;diff=931</id>
		<title>Algemene natuurkunde I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_I&amp;diff=931"/>
		<updated>2026-06-09T21:28:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;OPGELET: Door wat onduidelijkheid over richtlijnen rond hoofdletters is er een tweede pagina gemaakt met vragen van dit vak: [[Algemene Natuurkunde I]]. De inhoud van die pagina zou naar deze moeten verplaatst worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Infobox&lt;br /&gt;
 | title   = Vakinfo&lt;br /&gt;
 | headerstyle = background:lightgrey&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header1 = Lessen en examens&lt;br /&gt;
 |  label2 = Docent |   data2 = Thomas Van Riet&lt;br /&gt;
 |  label3 = Lesvorm |   data3 = Hoorcollege, oefenzitting&lt;br /&gt;
 |  label4 = Examenvorm |   data4 = Schriftelijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header5 = Achtergrond&lt;br /&gt;
 |  label6 = Studiepunten |   data6 = 9&lt;br /&gt;
 |  label7 = Examenperiode |   data7 = juni&lt;br /&gt;
 |  label8 = Brossen? |   data8 = Nee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;De lessen zijn bijna puur theoretisch met af en toe een klein experiment. Hij gebruikt altijd ppt’s die nagenoeg de cursus herhalen met hier en daar enkele toevoegingen. Dus naar de lessen gaan is normaal wel een pluspunt ook omdat hij uitleg geeft over hoe we aan bepaalde formules komen en wat ze betekenen. Op het examen is hij een zeer aangename en rustige man, maar de hoeveelheid leerstof is toch meer dan genoeg.&amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
=== Augustus===&lt;br /&gt;
1. Een kogel raakt een bol in rust. Bij de kogel is invalshoek = uitvalhoek. Onder andere impulsmoment berekenen, welke behoudswetten kan je hier gebruiken, etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Kinematica in 3D. Iemand gooit een bal met beginpositie (x&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt;, y&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt;, h) en beginsnelheden (v&amp;lt;sub&amp;gt;x0&amp;lt;/sub&amp;gt;, v&amp;lt;sub&amp;gt;y0&amp;lt;/sub&amp;gt;, v&amp;lt;sub&amp;gt;z0&amp;lt;/sub&amp;gt;). Verschillende vragen over eindpositie, positie op hoogste punt, snelheid vlak voor het landen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Snaar over een buis. Volledig uit m&#039;n geheugen gewist.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Theorie (2pt) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Welke limiet voor de lichtsnelheid c meot je nemen om uit de speciale relativiteit van Einstein, Newtons mechanica te vinden? (1pt)                         (a) c-&amp;gt; 0      (b) C-&amp;gt; oneindig&lt;br /&gt;
# Welke limiet moet je nemen voor Placks constante h om vanuit de kwantumfysica, de klassieke fysica te vinden? (1pt)                                              (a) h-&amp;gt;0  (b) h-&amp;gt; 1  (c) h-&amp;gt; oneindig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mechanica (12pt) ===&lt;br /&gt;
We beschouwen een wiel met massa M en straal R die op een helling met hoek theta is. We benaderen de massaverdeling zo dat al die massa aan de buitenkant zit. Er is net voldoende wrijving zodat het wiel zonder slippen of schuiven rolt. Het wiel rolt vanuit stilstand op t=0.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Maak een tekening van de situatie. Duid theta en noem coördinaat langs de helling x en loodrecht op de helling y. De positie x=0 is wanneer het wiel vertrekt vanuit rust t=0. Teken al de krachten die inwerken op het wiel. (0,5pt)&lt;br /&gt;
# Welke soort wrijving is er: dynamisch of statisch? (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bereken de vormen van energie die het wiel bezit. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Is er behoud van mechanische energie? (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bereken de versnelling Ax (versnelling in x-richting) om het massacentrum van het wiel. Schrijf bondig op welke formules je gebruikt. (Een woord bij de bijpassende formule is voldoende) (2,5pt)&lt;br /&gt;
# Als je de benadering van massaloze spaken niet maakt, en stelt dat dezelfde massa ook verdeeld is over de spaken. Zal de versnelling groter of kleiner zijn in vergelijking met de benadering van massaloze spaken? Leg kort uit. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Beschouw het punt van het wiel dat op t=0 contact maakt met de helling. Teken kwalitatief een grafiek die de snelheid Vx (snelheid in x-richting) van dat punt parallel aan de helling weergeeft vanaf t=0 tot het einde van de tweede omwenteling.  (2 pt).&lt;br /&gt;
# Doe dit nu voor de Vy (snelheid in de y-richting) loodrecht op de helling. (2 pt)&lt;br /&gt;
# Stel dat het wiel na t seconden op een andere helling uitkomt die in plaats van een dalende een beklimming met hoek &amp;quot;theta accent&amp;quot; beschrijft. Hoe hoog zal het wiel rollen? (2 pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vloeistoffen (6pt) ===&lt;br /&gt;
Twee grote vaten A en F gevuld met eenzelfde ideale vloeistof met massadichtheid rho. Zoals aangegeven op onderstaande tekening is het vat F ondersteund door een tafel die iets lager is dan de tafel waarop A staat. Vat A loopt leef via de horizontale buis D daarbij mag je vanuit gaan dat het vloeistofoppervlakte van A amper daalt. De buis bij C verdunt en de diameter is vierkantswortel 2 kleiner dan de diameter van de opening bij D. Er is een buisje bevestigd in C dat doorloopt in vat F. We wensen de hoogte h van de vloeistof in het buisje van ten opzichte van het vloeistofoppervlakte van F.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We helpen je op weg door de vraag op te delen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bepaal de verhouding van de snelheid van de vloeistof in C en D. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Met welke snelheid verlaat de vloeistof de buis in D? (1,5pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de druk in G. (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de druk in C in functie van H, rho, g en Patm. (1,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de hoogte in functie van de gegevens. (1,5pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Tussentijdse Toets November 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een auto vertrekt en gaat rond een cirkel. De hoek theta is de hoek tussen de auto en de de x-as. De grootte van de hoek in functie van de tijd is theta(t)=2pi maal (t/T)^2 met T is een constante. Op t0=0s, t1=T en t2=t1-((2)^1/2 -1). a) Geef de x-as (met R en -R) en y-as (met R en -R) en vx en vy in functie van t. b) Bewijs dat t1 en t2 respectievelijk T en (2)^1/2T zijn.&lt;br /&gt;
# De ontsnappingssnelheid van een planeet met straal R en massa M. Je mag de potentiële energie gebruiken zonder af te leiden.&lt;br /&gt;
# De ontsnappingssnelheid wanneer je op een toren staat met hoogte R/2.&lt;br /&gt;
# Maakt het uit welke richting/zin je snelheidsvector uitgaat als hij niet naar de bodem gaat.&lt;br /&gt;
# Bereken het verschil in gravitatieconstante/kracht als je in het einde van een tunnel zit in de zin van de aarde met diepte D (met D is kleiner dan R). Tip: bereken dit aan de hand van schillen. Wat weet je van de gravitatiekracht van je schillen?&lt;br /&gt;
# Bepaal de potentiële gravitatie energie als je op een diepte D zit onder het oppervlak van de planeet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt; TTT 27/11 &amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De zwaartekracht in een universum wordt gegeven door F = ((G*m1*m2) / d^3)*r met d de afstand tussen de massa&#039;s en r de eenheidsvector zodat ze elkaar aantrekken. &lt;br /&gt;
** Is de zwaartekracht in dit universum conservatief? Leg uit. &lt;br /&gt;
**Indien conservatief, leidt de formule voor de potentiële energie af.  &lt;br /&gt;
*Een balletje beweegt op een verticale slinger aan een touw met lengte L. Bovenaan de cirkel is de spankracht 2 keer de massa M. &lt;br /&gt;
**Schets de situatie. &lt;br /&gt;
**Wat is de grootte, richting en zin van de nettokracht bovenaan? Teken. &lt;br /&gt;
**Wat is v(0) bovenaan de cirkel? &lt;br /&gt;
**Op het hoogste punt wordt het touw doorgeknipt. Bereken de tijd voor de massa de grond raakt. &lt;br /&gt;
**Bereken de afstand tot de massa de grond raakt. &lt;br /&gt;
*Gegeven tekening: 2 blokken met massa M en m op elkaar gestapeld die op een helling staan met hoek theta. Aan massa M wordt met een kracht F horizontaal getrokken. De helling is wrijvingsloos, tussen de 2 blokken is er een statische wrijvingscoëfficiënt mu(s) &lt;br /&gt;
**bereken de maximale grootte van F zodat er geen verplaatsing van is van m tov M.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een snaar van 1m lang en 2mm dik. Wat is de golflengte van de grondtoon? Wat is de golflengte van dezelfde noot maar 1 octaaf hoger? &lt;br /&gt;
*Hoe zweven astronauten in het ISS? &lt;br /&gt;
*Een persoon op aarde springt. Het lijkt alsof er impuls en energie uit het niets ontstaat. Waarom is dit niet zo? Hoe blijven impuls en energie behouden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Slinger van lengte L met massa m die onder het ophangpunt rond een ander punt, ergens halverwege de slinger, draait waardoor de slinger lengte l heeft. De massa start in rust op de plaats waar de slinger een rechte hoek maakt rond het punt halverwege de slinger. &lt;br /&gt;
**Wat is de spankracht in het touw onder het ophangpunt (ifv m, g, L, l)? &lt;br /&gt;
**Wat is de maximale hoek van de slinger als die de andere kant (die met lengte L) bereikt? &lt;br /&gt;
*Een grote cilinder met diameter D en hoogte H die half gevuld is met vloeistof B van boven en vloeistof A vanonder die niet mengen. Beneden aan de buis, op hoogte h, wordt een gat met diameter d gemaakt waar de vloeistof met snelheid v0 uitstroomt. &lt;br /&gt;
**Wat is de druk net buiten het kleine gat? &lt;br /&gt;
**Wat is de druk op de scheidingslijn tussen vloeistof A en B? &lt;br /&gt;
**Wat is de verhouding tussen v0 en v1 als v1 de snelheid is waarmee het vloeistofoppervlak in de grote cilinder daalt? &lt;br /&gt;
**Geef een functie voor v0 (ifv h,H,g,D,d, dichtheid A, dichtheid B) &lt;br /&gt;
*Een katrol waar een touw over gaat. Aan de ene kant een veer met k die aan de grond vast gemaakt is, aan de andere kant een massa m. &lt;br /&gt;
**Wat is de uitrekking van de veer als het systeem in evenwicht is? &lt;br /&gt;
**Als de spankracht op het touw links Tl is en de spankracht rechts Tr, geef dan de formule van Newton voor rotaties. &lt;br /&gt;
**Geef een verband tussen de versnelling van de massa en de hoekversnelling van de katrol. &lt;br /&gt;
**Als het systeem licht uit evenwicht gebracht wordt, wat is dan de frequentie van de oscillatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni === &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Korte vragen: &lt;br /&gt;
**tekenen van krachten op blokken&lt;br /&gt;
**fietswiel met een man op een schijf &lt;br /&gt;
**hoe de krachten en impulse momenten veranderen als je het impuls moment verandert&lt;br /&gt;
**wat gebeurt er met impuls moment en energie als een raket ompploft&lt;br /&gt;
**iets met op een staaf slaan. &lt;br /&gt;
*Lange vragen: &lt;br /&gt;
**Een kogel schiet in een blok die verbonden is met een veer, bereken de initiele snelheid van de veer en hoeveel kinetische energie er is verloren gegaan bij het beschadingen van de blok (bij bewegen was er ook wwrijving), wat gebeurt er als je een massa op een veer laat vallen vooral dingen uit tekenen, de snelehied in formulle vorm berekenen van hoe snel water uit een vat stroomt in functie van y1,y2,r1,r2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Korte vragen: 4 meerkeuze met giscorrectie (-1/4 indien fout) en 1 vraag over kwantumdingen. &lt;br /&gt;
*Venturimeter: &lt;br /&gt;
**Toon aan dat deze formule klopt: v1 = A2*((2*(P1-P2))/(&#039;rho&#039;*(A1²-A2²)))^(1/2). Met v1 = snelheid van het water in brede deel, P1 = druk in brede deel, P2 = druk in smalle deel, A1 = diameter van brede deel, A2 = diameter van smalle deel. &lt;br /&gt;
**Bereken v2 = snelheid van het water in smalle deel met gegeven: A1 = 3,0cm, A2 = 1,0cm, drukverschil = 18 mm Hg, dichtheid van kwik is gegeven. &lt;br /&gt;
*Kanonskogel: er wordt een kanonskogel recht omhoog afgeschoten met massa M. Op zijn hoogste punt ontploft de kogel in 2 gelijke stukken met massa M/2. De energie E die hierbij vrijkomt wordt integraal omgezet naar de horizontale beweging van deze stukken. De stukken komen neer op de grond, wat is de afstand d tussen deze stukken op de grond. Geef d in functie van E, ???.&lt;br /&gt;
*Vraag over trillingen en golven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Interstellar: &lt;br /&gt;
**Waarom draait het ruimteschip rond eigen as? &lt;br /&gt;
**Hoeveel omwentelingen per minuut moet het ruimteschip maken om de omstandigheden op aarde na te bootsen? &lt;br /&gt;
**Hoeveel energie is er nodig? &lt;br /&gt;
*Traagheidsmoment: Ettelijke formules van op het formularium bewijzen of afleiden. &lt;br /&gt;
*Vloeistoffen: &lt;br /&gt;
**Bewijs de continuïteitsvergelijking &lt;br /&gt;
**Wat kan er bij vloeistoffen vaak vereenvoudigd worden? &lt;br /&gt;
**Bewijs de wet van Bernouilli &lt;br /&gt;
*Korte vragen: &lt;br /&gt;
**Er zijn 2 golven, alles is hetzelfde behalve de golflengte. Golflengte van golf1 is dubbel zolang als die van golf2, wie verplaatst het meeste energie? &lt;br /&gt;
**Als de lichtsnelheid oneindig groot zou zijn, wat gebeurt er dan met de tijddilatie en de lengtecontractie? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie en oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Elektron heeft een massa van 9.11*10^(-31)kg en er is experimenteel aangetoond dat ze verspreiden tot wel 1.80*10^(-27)kg. Het impulsmoment is √(3⁄4)∙ ℏ &lt;br /&gt;
**Hoe wordt dit getal √(3⁄4)∙ ℏ voor het impulsmoment van een elektron bekomen &lt;br /&gt;
**Wat is de hoeksnelheid van het elektron (elektron als een bol beschouwd) &lt;br /&gt;
**Wat is de lineaire snelheid van een punt aan de rand van het elektron &lt;br /&gt;
**Als jet het voorgaande goed gedaan hebt bekom je een grootteorde van 1013. Welke conclusies kan je hieruit halen? &lt;br /&gt;
*Wat is het werk-energie-theorema , leg uit? De definitie van arbeid moet je niet geven. &lt;br /&gt;
**alpinebergbeklimmers zitten vast op een helling en jij moet ze helpen met een pakket met massa m naar boven te sturen. &lt;br /&gt;
**teken de krachten en eventueel andere zaken op de figuur die nodig zijn om de arbeid te bepalen &lt;br /&gt;
**geef de groote van de krachten op je figuur in de vorm van h, α en g. &lt;br /&gt;
**Bereken de netto arbeid aan de hand van de formules uit je formularium &lt;br /&gt;
**Bereken de minimale snelheid die nodig is om het pakketje naar boven te brengen &lt;br /&gt;
**conceptvraag: Is deze snelheid dezelfde als de eindsnelheid van het pakje als we deze van boven naar beneden laten komen? Antwoord met ja of nee en verklaar duidelijk waarom. &lt;br /&gt;
*Er een bewegend platform met een luidspreker met f0 = 245Hz. Het platform beweegt met een snelheid vp naar een muur. Een persoon langs de luidspreker hoort de luidspreker en de weerkatsing van de muur. (nog iets met een zweving van 700Hz) we delen de vraag op in stukken: &lt;br /&gt;
** Als ft de frequentie is van de weerkaatste golf, wat is dat de zweving voor de persoon op het platform &lt;br /&gt;
** Een waarnemer staat tegen de muur en hoort een frequentie fm. Bepaal deze frequentie in formulevorm. &lt;br /&gt;
** voeg nu alles samen en bepaal b= (ft-f0)/f0 . Wat is de waarde van b volgens de opgave. &lt;br /&gt;
** Bepaal nu de snelheid, vp, van het platform. Schrijf deze eerst op in functie van b en daarna de waarde. &lt;br /&gt;
*De beweging van een zuiger aan de zijkant van het wiel van een automotor (draaiend object) is bij benadering dezelfde als van een enkelvoudige harmonische beweging. Verklaar waarom. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zuiver Rollen: &lt;br /&gt;
**beschrijf de kinematica van de zuivere rolbeweging &lt;br /&gt;
**leid de formule af: v(mc)=R*omega en geef het verband tussen versnellingen a en alfa &lt;br /&gt;
**geef 2 verschillende formules voor kinetische energie door een andere rotatieas te kiezen, welke stelling verbind deze formules met elkaar &lt;br /&gt;
**beschrijf de dymanica van de zuivere rolbeweging. welke bewegingsvergelijkingen hebben we nodig?&lt;br /&gt;
**een bol of cilinder rolt op een horizontaal oppervlak, er werkt een kracht F op in. Welke kracht is noodzakelijk voor de rolbeweging? Hoe groot is deze kracht(in functie van andere grootheden). &lt;br /&gt;
*Kleine vraagjes &lt;br /&gt;
**een slingerklok loopt op zeeniveau exact gelijk. Wanneer we de klok meenemen naar grote hoogte, loopt de klok dan achter of voor en verklaar. &lt;br /&gt;
**wat is het verschil in weglengte om destructieve interferentie te bekomen, het zijn 2 lichtgolven met frequentie=10^14 &lt;br /&gt;
**stel dat de lichtsnelheid gelijk is aan 10m/s. een fietser heeft schrik om zichzelf kleiner te zien, is dit zo? hoe ziet de fietser de stilstaande voorbijgangers (dunner of dikker)? een stilstaande waarnemer ziet het fietswiel dubbel zo smal als normaal, hoe snel rijdt de fietser? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*situatie: een bal rolt tegen een blok die vasthangt aan een veer, geen wrijving. gegeven: snelheid bal in het begin, k, massa&#039;s &lt;br /&gt;
**de bal rolt meteen terug, wat is zijn eindsnelheid? &lt;br /&gt;
**wat is de amplitude van de trilling &lt;br /&gt;
**wat is de maximale versnelling van het blok dat vathangt aan de veer &lt;br /&gt;
*geometrische optica: tekening gegeven van prisma waar stralen op invallen &lt;br /&gt;
**wat is de maximale breekingsindex van het prisma zodat er geen interne refractie optreed &lt;br /&gt;
**bepaal refractiehoek #indien de breekingsindex te klein is voor inwendige reflectie, kan dit dan opgelost worden door de invalshoek te wijzigen (initieel is de invalshoe 45°) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke grootheden blijven constant bij de volgende situaties? &lt;br /&gt;
** Welke grootheden met dimensie (MLT-1) zijn er behouden voor een puntdeeltje waar geen kracht op inwerkt? &lt;br /&gt;
** Welke grootheid is behouden voor een deeltje waar een conservatieve kracht op inwerkt? &lt;br /&gt;
** Welke grootheid is behouden in een interagerend systeem? #*Welke andere grootheden zijn er behouden voor een object met een vast punt (mogelijk niet een vormvast object) waarop geen krachtmoment t.o.v. dit punt inwerkt? &lt;br /&gt;
* Gravitatie: &lt;br /&gt;
** Bewijs dat de algemene gravitatiekracht uitgeoefend door een deeltje op een ander deeltje een conservatieve kracht is. Beschouw hiervoor de beweging van een puntdeeltje met massa m dat de zwaartekracht van een ander deeltje met massa M voelt, waarbij M in rust is in een referentiesysteem. Structureer je antwoord als volgt; eerst schrijf je wat je moet bewijzen, dan geef je het bewijs en vergeet niet om elk symbool dat in je formule voorkomt te verklaren. &lt;br /&gt;
**Bereken aan de hand van dit bewijs de E&amp;lt;sub&amp;gt;p&amp;lt;/sub&amp;gt; van een massa in een centraal gravitatie krachtveld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Stel een blok M voor (m = 1.990kg !opgelet 1990g, geen 1990kg, wetenschappelijke schrijfwijze van getallen) dat stil ligt op een vlak. Er wordt een kogel met m = 10g in dit blok geschoten (v&amp;lt;sub&amp;gt;kogel&amp;lt;/sub&amp;gt; = 100m/s), waardoor het blok begint te glijden over het oppervlak met een dynamische wrijvingscoëfficiënt U&amp;lt;sub&amp;gt;d&amp;lt;/sub&amp;gt;. Na 19cm botst het blok tegen een veer, met veerconstante K = 0,2N/m, die in rust was, maar over 3cm is ingedrukt. Nu wordt het blok teruggeduwd, waarbij het na zo’n 28cm (vanaf het punt waar de veer maximaal was ingedrukt), stilvalt. Bereken de dynamische wrijvingscoëfficiënt U&amp;lt;sub&amp;gt;d&amp;lt;/sub&amp;gt;. &lt;br /&gt;
*Een hele vraagstelling, maar eigenlijk komt het gewoon neer op het afleiden van de hoek Θ gemaakt door een conische slinger. (De officiële vraag was iets van een klein meisje dat een spelletje wilt spelen en hier kiest ze uiteraard een conische slinger vooruit!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Mondeling&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beschrijf algemeen de arbeid en energie van inwendige en uitwendige krachten op een vaste stof. &lt;br /&gt;
*Bereken de elastische energie bij torsie. &lt;br /&gt;
*Analyseer de bewegingsvergelijking, de beweging en de karakteristieken van de torsieslinger. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Schriftelijk&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Op een racebaan kan je de snelheid van de voorbijrijdende auto&#039;s schatten door het luisteren naar de frequentie bij het naderen en verwijderen van de auto&#039;s. Als er een auto passeert, daalt de waargenomen frequentie met een octaaf (de helft van de frequentie), wat is de snelheid van de auto? &lt;br /&gt;
*2 grafieken gegeven van een verschillende zweving).&amp;lt;br&amp;gt;Een samengestelde geluidsgolf kan men ontbinden in 2 componenten met elk hun eigen frequentie. Van welke grafiek liggen de frequenties van de componenten het dichtst bij elkaar? &lt;br /&gt;
*Kan een tijdsvertraging en lengtecontractie voorkomen bij snelheden van 90km/h?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2011 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een massapunt op een gebogen baan, vergelijk de snelheidsvector en de versnelingsvector met de raaklijn aan de baan. &lt;br /&gt;
* Leg uit hoe we kunnen komen tot een beschrijving van de pseudokracht in een rotatie. &lt;br /&gt;
* Beschrijf de dynamica en de energie van een bol die van een schuin wrijvingsloos opp rolt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een bol van 1,8kg hangt aan een gewichtsloos koordje. Deze wordt geraakt door een kogel van 0,2kg. Het hoogste punt van de swing beweging van de bol is 20cm.&amp;lt;br&amp;gt;Bepaal de snelheid van de kogel voor het de bol trof.&amp;lt;br&amp;gt;(volledig inelastische botsing etc. Antwoord is waarschijnlijk 20m/s).&lt;br /&gt;
* Tekening van een massa die opgehangen was met verschillende touwen met verwaarloosbare massa en een lat. De bedoeling was om de krachten van de opgehangen massa op bepaalde punten te bepalen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Is de versnelling van een puntmassa afhankelijk van het IS waarin de beweging wordt geobserveerd? (Geef bewijs bij uw antwoord) &lt;br /&gt;
* Geef de redenering en afleiding om tot een formule voor de kinetische energie te bekomen. &lt;br /&gt;
* Leg de werking van de gyroscoop uit en verklaar de gyroscopische effecten. Gebruik de gepaste bewegingsvergelijkingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een bol van 1,8kg hangt aan een gewichtsloos koordje. Deze wordt geraakt door een kogel van 0,2kg. Het hoogste punt van de swing beweging van de bol is 20cm.&amp;lt;br&amp;gt;Bepaal de snelheid van de kogel voor het de bol trof.&amp;lt;br&amp;gt;(volledig inelastische botsing etc. Antwoord is waarschijnlijk 20m/s). &lt;br /&gt;
* Tekening van een massa die opgehangen was met verschillende touwen met verwaarloosbare massa en een lat. De bedoeling was om de krachten van de opgehangen massa op bepaalde punten te bepalen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Stel de bewegings vgl op van een gedwongen trilling van een massa. &lt;br /&gt;
*Leid een uitdrukking af en bespreek de energie overdracht van de uitwendige kracht. &lt;br /&gt;
*Bespreek het golfgedrag van een materiedeeltje en gebruik hier ook het onzekerheid beginsel in van impuls en posititie. &lt;br /&gt;
*Bespreek en verklaar het tunneleffect. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg de conische slinger uit. &lt;br /&gt;
*Vormvaste objecten uitleggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Situatie, blok A en B, beiden dezelfde massa, 10kg. Blok A en B zijn verbonden door een veer met k=100N/m. A ligt op de grond en verticaal daarboven hangt B. &lt;br /&gt;
**Als we B loslaten, hoe diep wordt de veer dan ingeduwd? &lt;br /&gt;
**Hoe diep moet B ingeduwd worden zodat wanneer we B loslaten A ook van de grond zal komen? (gebruik behoud van energie en vergeet de Pot.Grav. energie niet !!)&lt;br /&gt;
*Situatie, een schijf met massa 0,2kg wordt verticaal omhoog geworpen met v=6m/s. Op zijn hoogste punt wordt de schijf getroffen door een kogel met m=0,1kg en v=300m/s. De schijf breekt in 2 gelijke stukken (dus elk stuk m=0,1kg). Het ene stuk vliegt verticaal omhoog met een snelheid van 10m/s. Het andere stuk vangt de kogel op en vliegt samen met de kogel weg. Waar zal het stuk met de kogel neerkomen? (gebruik het behoud van impuls, wanneer de schijf zijn hoogste punt bereikt is Ekin, evenals impuls = 0) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De coulombrackt is een centraal krachtveld, leid af en gebruikt dit om de potentiële energie van een elektron te berekenen. &lt;br /&gt;
*Bereken de totale energie van een elektron van een één-elektron atoom. &lt;br /&gt;
*Wat is de continuiteitsvergelijking van een stationair stromend fluidum? &lt;br /&gt;
*Geef de wet van Bernoulli. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een blokje bevindt zich tussen 2 veren. &lt;br /&gt;
**Waarom werkt er een kracht van 18N op het blokje? &lt;br /&gt;
**Geef de vergelijking voor het blokje op t(0). &lt;br /&gt;
*Eigenfrequente, 3&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; harmonische toon en massa per lengte eenheid bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de redenering + beschrijving om te komen tot een uitdrukking voor kinetische energie van een puntmassa. *Toon aan dat het zwaartepunt van een object samenvalt met het massacentrum. &lt;br /&gt;
*Gebruik de rotationele vorm van de bewegingsvgl van een object om de beweging van een horizontale tol te verklaren en zijn precessie-hoeksnelheid te bekomen. Welke krachten oefent het steunpunt op de tol uit? (volledige beschrijving van elke kracht) &lt;br /&gt;
*Hoe werkt een gyroscoop &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Centrale botsing: Twee objecten met respectievelijk m=0.8 en 0.5 botsen op elkaar met respectievelijke snelheid v=0.3 en 0.5. 1 buigt 30° af en heeft snelheid x (was gegeven maar herinner me niet meer, was in ieder geval lager dan beginsnelheid). 2 buigt ook af, geef de hoek en snelheid van 2. En bespreek of het hier gaat om een elastische botsing. &lt;br /&gt;
*Er staat een blokske met m=10kg op een schuine plank(37° en µ(dynamisch) =0.4), aan t blokske hangt een touwtje naar boven, dat rond een volle cilinder is gedraaid, deze cilinder beweegt wrijvingsloos en heeft m=100(ben niet zeker) Het blokje schuift vanuit rust naar beneden. Geef de bewegingsvergelijking, versnelling en spankracht. Bespreek het verschil in E&amp;lt;sub&amp;gt;pot&amp;lt;/sub&amp;gt; (begin) van het blokje en E&amp;lt;sub&amp;gt;kin&amp;lt;/sub&amp;gt;(eind) van het blokje, waarom verschillen deze en hoe verklaar je dit? (Ik denk dat je dit vraagstuk het beste oplost met gebruik van het arbeids-energie theorema) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;u&amp;gt;1,5u mondelinge voorbereiding&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beschouw: Viskeuze laminaire stroming in een buis. &lt;br /&gt;
**Vertrek van het snelheidsprofiel(niet zelf berekenen) om het verband tussen drukverloop en volumedebiet te berekenen en interpreteer.&lt;br /&gt;
**Bereken en bespreek de omzetting van mechanische energie in niet mech. energie &lt;br /&gt;
*Relativistische fysica: &lt;br /&gt;
**Leid af en bespreek: de formule voor lengtecontactie &lt;br /&gt;
**leid af vertrekkende van de relativistische massa: de totale relativistische energie van een massa en interpreteer het resultaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Resterende examen tijd (totaal, mondeling+oefeningen = 4u) &amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schets: Stalen kabel (l=2m, diameter= 4mm, elasticiteits modulus=2.10&amp;lt;sup&amp;gt;11&amp;lt;/sup&amp;gt; N/m²) loopt over katrol met wrijvingsloze massa en weerstand en verbindt twee opgehangen massas, m1 en m2 met respectievelijk massa=3 en 5kg. Vraag: bereken de uitrekking van de kabel wanneer het systeem in beweging is... &lt;br /&gt;
*Een blok met massa m=5kg ligt op een hellend vlak en is verbonden met een veer (veer loopt parallel aan het vlak en hangt aan een vastpunt) Blok wordt 0,10m omlaag getrokken (langs het vlak) en uit rust losgelaten waardoor het begint te oscilleren. De wrijvingskracht is evenredig met de snelheid (Dempingscte.=b=1Ns/m). De uitwijking van het systeem bij de tweede periode is 75% van de uitwijking bij de eerste periode. Vraag: bereken de pulsatie, de veer cte en geef de uitwijking van den blok ifv. den tijd... (ter informatie, de hellingshoek was ni gegeven) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*leg uit oppspanning en opp-potentiele energie en leg het verband uit dan ook nog capillariteit en hoek dat een vloeistof maakt met wand uitleggen #kwantumfysica de postulaten op te sommen en dan baanstraal en de energie te geven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking af van een puntmassa in een niet-intertiaalstelsel (NIS) met versnellende oorsprong en translerende assen. Toon hiermee het al dan niet geldig zijn aan van de drie basiswetten van de dynamica (wetten van Newton) in dit NIS. &lt;br /&gt;
*Analyseer de beweging van een horizontale tol en gebruik deze analyse om de werking van een gyroscoop uit te leggen en gyroscopische effecten te verklaren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een kogel met massa 4 gram raakt een lat in rust. De afstand van het middelpunt tot de top van de lat is 1 meter. De kogel raakt de lat in de helft van deze afstand. Het middelpunt van de lat met massa 300g staat 1 meter boven de grond. Na het doorboren van de lat valt de kogel 100 meter verder op de grond. Bereken nu de hoeksnelheid die de lat krijgt als je weet dat de kogel oorspronkelijk 250m/s bewoog. &lt;br /&gt;
*Beschouw een hefsysteem met R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt;=0.5m en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;=0.2m. Er hangen twee massa&#039;s aan met M&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt;=2kg en M&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;=1.8kg. Bereken de hoekversnelling en de trekkrachten in de touwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de wisselwerking van energie en arbeid in het algemeen bij elasticiteit en bespreek en bereken de elastische energie bij torsieen bespreek de oscillatie van de torsieslinger &lt;br /&gt;
*bespreek de microscopische oorsprong van de viscositeitkrachten &lt;br /&gt;
*bespreek laminaire stroming in een buis (niet berekening van snelheid geven) aan de hand van het snelheidsprofiel en bespreek/bereken hierbij het volume debiet en het drukverloop &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*bespreek interferentie van 2 golven met zelfde richting, frequentie en tegengestelde zin. en bespreek de energiedichtheid. &lt;br /&gt;
*geef oppervlakteenergiedichtheid, cohesiedruk, oppspanning en toon verband aan (geef ook dimensies en eenheden)bespreek en bereken capillariteitsdruk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*welk is het maximaal vermogen door de staaf voortgebracht met gegevens: &lt;br /&gt;
**lengte = 2m &lt;br /&gt;
**straal = 0,015m &lt;br /&gt;
**G = 2,8.10^10 Pa &lt;br /&gt;
**maximale torsiehoek = 2,5 graden (anders breekt de cilinder) &lt;br /&gt;
**hoeksnelheid = 120 rad/s #een vat met 2 gaten in op afstand d van elkaar, bereken de plaats (z en x) waar de twee waterstralen elkaar kruisen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Analyseer in het algemeen de globale beweging en de totale energie van een vormvast object &lt;br /&gt;
*Bespreek golven in bulk vaste stoffen in het algemeen en seismische golven in het bijzonder &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een plastic blok (M=0,5kg) is verbonden met een onbelaste veer (k=125N/m). Het blok is initieel in rust op een horizontaal vlak. De dynamische wrijvingscoëfficiënt tussen vlak en blok is 1. Een metalen kogel (m(k)=0,5kg) wordt met een snelheid v(k) =2m/s in het blok geschoten en wordt ogenblikkelijk (t=0) gestopt in het blok. Bereken &lt;br /&gt;
**de initiele snelheid v(i) van het geheel op t=0 &lt;br /&gt;
**de plaats X waar de snelheid nul wordt. Wat gebeurt en daarna en waarom? &lt;br /&gt;
*Een emmer wordt opgehangen aan een veer met veerconstante k=10^3N/m. Wanneer de emmer uit evenwicht gebracht wordt, dan begint hij te oscilleren met een frequentie van 2,9Hz. Nu wordt de emmer gevuld met water. Als hij nu uit evenwicht gebracht wordt, zal hij trillen aan 1,52Hz. Bepaal de massa van de emmer en van het water dat er werd ingegoten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Definieer het begrip conservatieve kracht en verklaar waarom een puntmassa in een conservatief krachtveld potentiële energie bezit. Toon ook het fundamentele verband aan tussen de geleverde arbeid en de potentiële energie. &lt;br /&gt;
*Rotatie van vormvaste objecten: &lt;br /&gt;
**leid, vertrekkende van de definitie van arbeid, de formule voor rotatiearbeid en -energie af &lt;br /&gt;
**geef de algemene verklaring van globale beweging, en leid hieruit de totale kinetische energie af vaneen object, waarbij je vertrekt van de kinetische energie van een stelsel van deeltjes. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een student die een steen vastheeft, bevindt zich op een wagentje dat wrijvingsloos kan bewegen over een horizontaal oppervlak. De student gooit de steen nu horizontaal naar rechts. Wat gebeurt er met het massacentrum? &lt;br /&gt;
**beweegt naar rechtonder; &lt;br /&gt;
**beweegt naar linksonder; &lt;br /&gt;
**beweegt naar beneden; &lt;br /&gt;
**verandert niet. &lt;br /&gt;
*Als al het ijs op de poolkappen van de aarde zou smelten dan zouden de dagen: &lt;br /&gt;
**langer worden; &lt;br /&gt;
**korter worden; &lt;br /&gt;
**even lang blijven. &lt;br /&gt;
*Een veer waaraan een bepaalde massa hangt (die in zijn begintoestand een bepaalde gekende horizontale uitrekking had) beweegt wrijvingloos over een cirkelbaan. Gegeven is de k-waarde, de massa van die blok en de evenwichtpositie (0.6m). Op een figuur stond aangeduid op welke momenten de uitwijking van de veer gelijk was aan die 0.6m, alleszinds op zo&#039;n manier dat je de uitrekking van de veer in de nodige punten kon berekenen... Het was dan de bedoeling om de snelheid van de massa in het laagste punt te gaan berekenen. (moest je (denk ik) gewoon oplossen met behoud van energie) &lt;br /&gt;
*Een student houdt een polsstok vast met twee handen, gegeven was dat de massa van de stok 2,9 kg was en de afstand van het middelpunt van de stok tot hand 1 was 1,5m, de afstand van hand 1 tot hand 2 was 0,75m (hand twee bevond zich op het uiteinde van de stok). Bereken de krachten F1 en F2 die werken in de punten A en B (dus de plaats van de twee handen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bewijs: coulombkracht is conservatief en bereken hiermee de potentiële energie in een centraal coulombkrachtveld. Bereken de energie van atomaire elektronen op de klassieke manier.&lt;br /&gt;
*Toon de microscopische oorzaak aan van viscositeitskracht. Verband tussen volumedebiet en drukgradiënt vertrekkende van het snelheidsprofiel (niet berekenen). &lt;br /&gt;
*Denkvraagjes &lt;br /&gt;
**Asteroïde in een elliptische baan rond de zon, omlooptijd van 90 dagen. Bestaat er gevaar voor botsing met aarde ? &lt;br /&gt;
**Astronaut die uit een open beker drinkt met een rietje. Gaat dit makkelijker op de maan, waar de valversnelling 1/6 van die op de aarde is, dan op aarde ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Plaat voert een harmonische trilling uit met amplitude 1.5m en frequentie 0.25Hz. Op de plaat ligt een blok, berekenen de minimale wrijvingscoëfficient tussen de blok en de plaat. &lt;br /&gt;
*2 geluidsbronnen op A(x=0,y=0) en B(x=0,y=2) die sferische golven uitsturen met 880Hz. als we nu vanuit A in de x-richting wandelen, waar constructieve interferentie ? Waar destructieve interferentie ? Wat is de drempelfrequentie zodat er geen destructieve interferentie meer zou optreden ? (snelheid geluid in lucht= 340m/s)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*vraag over hoofdstuk 5. Rotatie-energie. Bewijs behoud van impuls aldaar en geef een voorbeeld naar keuze waarbij de energie veranderd door inwendige krachten. Ge moest dus halterman-demo geven &lt;br /&gt;
*Mechanische energie bij slinger. Bewijs blabla weet ni meer twas alleszins veeeeel moeilijker als die reeks van 8 uur. Kdenk da Silverans het grappig vind om mij als enigste geoloog de kutvragen te geven terwijl de rest &amp;quot;makkelijke&amp;quot; krijgt. &lt;br /&gt;
*Denkvraag: 2 coördinaten in een stelsel: de ene is x = iets me sinus(t) blabla en de andere is y = cosinus(t) blabla. Correleren en bewijzen dat er behoud van impuls is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een pin is opgehangen in de ruimte. een massa aan een touw wordt losgelaten en kan zo dus rond die pin draaien. Bereken de minimale hoogte die je moet geven aan het touwtje om te slagen (zie bijgevoegde tekening) &lt;br /&gt;
*Gelijkend (van oplostechniek) op die van de reeks van 8uur. maar wel anders. Zo&#039;n cilinder die in een olievatje zit en ronddraait. bereken de visicositeitscoëfficiënt en nog een hele reutemeteut. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as. Leidt de bewegingsvergelijking af, vertrekkend van de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking van een stelsel van deeltjes.Leidt af en bespreek de dynamica en energie van een wiskundige slinger. &lt;br /&gt;
*Interatomaire kracht. Leidt deze af en bespreek deze tussen 2 atomen in een diatomisch molecule. En dan nog iets over een speciaal geval hierbij. &lt;br /&gt;
*2 krachten grijpen aan op een massa F1 = b.et F2 = k.v met b, et, k en v constant. Toon aan dat dezekracht(en) (niet) conservatief is (zijn). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een slinger met massa 1kg en lengte 0,5m wordt horizontaal losgelaten. Op de grond ligt een massa B waar de slinger tegen botst en waardoor deze massa gaat bewegen naar rechts. Aanvankelijk is er geen wrijving tussen de massa en de grond, maar na een tijdje wel, de dynamische wrijvingscoëfficient is 0,5. Door de botsing met de massa beweegt de slinger nog steeds verder maar wordt de maximale uitwijkingshoek 60°. Wat is de massa van B ? Op welke afstand komt de massa tot stilstand ? &lt;br /&gt;
*Twee vaten met olie met gegeven rho en n. Beide vaten zijn verbonden door een pijplijn van 1km en straal 20cm en tussen de openinen van de vaten zit een hoogteverschil van 30m. Vanuit het ene vat wordt olie naar het andere vat bergop gepompt met een volumedebiet van 1,5 m³/s. Bereken het drukverschil tussen de in -en uitgang van de pomp. (ofzoiets) Wat is het vermogen van de pomp ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
*Stelsel van deeltjes: &lt;br /&gt;
**Leid de dynamica van de bewegingsvergelijking af van de relatieve beweging in een 2 deeltjes stelsel o.i.v inwendige krachten. &lt;br /&gt;
**Analyseer de dynamica van 2 atomige moleculen. &lt;br /&gt;
*Rotationele vorm van de bewegingsvgl van een Vormvast object met een vaste rotatie as: &lt;br /&gt;
**Leid af te beginnen met de rotationele bewegingsvgl van een stelsel van deeltjes. &lt;br /&gt;
**Leid de rotatiearbeid en de rotatie-energie af. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de dynamische bewegingsvergelijking van de relatieve beweging van 2 deeltjes af+ bespreek dynamica diatomische molecule &lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as in een IS: leid bewegingsvergelijkingaf + leid ook rotatie-energie af. &lt;br /&gt;
*Bespreek de invloed van de zwaartekracht op hydrostatische druk bij gassen en vloeistoffen en geef een grafiek van de druk boven en onder een wateroppervlak. &lt;br /&gt;
*Geef de karakteristieken van een geleider in elektrostatisch evenwicht en bewijs deze. &lt;br /&gt;
*Bereken het elektrisch veld en elektrische potentiaal van een volle geladen geleidende bol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa (m1 = 5 kg) ligt op een oppervlak (µd = 0,2), en is verbonden met een massa aan een wrijvingloze katrol (m2 = 2 kg). Aan de andere kant van m1 werkt een trekkracht (1N), onder een hoek van 30° met de horizontale. Wat is de versnelling van beide massa&#039;s, en wat is de spankracht van het touw? &lt;br /&gt;
*Twee massa&#039;s, van respectievelijk 1,6 en 2,1 kg bewegen naar elkaar toe op een wrijvingloos oppervlak, met snelheden v1i = 4m/s, v2i = 2,5 m/s. Aan m2 is een veer vastgehecht met veerconstante k=600 N/m. Wat is de snelheid van m2 wanneer de snelheid v1f = 3 m/s, en wat is op dat moment de indrukking van de veer? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Relatieve beweging (+ interpreteren en toepassen op diatomische moleculen) &lt;br /&gt;
*Energiedichtheid van een mechanische harmonische golf (+ andere grootheden van energietransport definiëren) &lt;br /&gt;
*Bereken elektrische veldsterkte bij twee evenwijdige tegengesteld geladen vlakke platen. Ook potentiaal berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Twee massa&#039;s aan een touw over een wrijvingloze katrol, de ene recht naar beneden, de andere op een hellend vlak (55°) zonder wrijving. 2 en 6 kg. Bereken &lt;br /&gt;
**de versnelling &lt;br /&gt;
**de spanning in het touw &lt;br /&gt;
**de snelheid na 2 sec. als het vanuit rust vertrok. &lt;br /&gt;
*Een massa (4 kg) beweegt aan een veer (k = 100 N/m) op een wrijvingsloos oppervlak. A = 2m. Als het zich op de evenwichtspositie bevind, dropt men er een massa bovenop van 6 kg. Bereken &lt;br /&gt;
**het verschil in amplitude, &lt;br /&gt;
**het verschil in periode, &lt;br /&gt;
**het verschil in energie &lt;br /&gt;
**verklaar waarom er een energieverschil is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*viskeuze laminaire stroming in een buis: &lt;br /&gt;
**Vertrek van het snelheidsprofiel (niet berekenen) om het verband tussen drukverloop en volumedebiet te berekenen, en interpreteer. &lt;br /&gt;
**Bereken en bespreek de omzetting van mechanische energie in niet mechanische energie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*de wiskundige voorstelling van de golfvergelijking en pas dit toe op een harmonische golf en leid hiervan de fysische grootheden af die tijds en plaatsafhankelijk zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geisoleerd stelsel van twee deeltjes. Leidt de bewegingsvergelijking af en interpreteer. Geef aan hoe je tot de formule van vibratiefrequentie komt. &lt;br /&gt;
*Energiedichtheid in een golf. Afleiden en grootheden die met energietransport te maken hebben definiëren. &lt;br /&gt;
*Twee vlakke evenwijdige tegengesteld geladen platen in een vacuüm. Geef de elektrische veldsterkte tussen de platen en leidt de vergelijking voor de potentiaal af en geef grafiek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven 2 massa&#039;s verbonden door een koord, eentje van 2 kilo hangt vrij naar beneden, de ander van 6 kilo ligt op een helling van 55 graden, koord gaat over een katrol. Systeem is wrijvings- en weerstandsloos, bereken &lt;br /&gt;
**Versnelling van beide massa&#039;s &lt;br /&gt;
**Spankracht in het koord &lt;br /&gt;
**Snelheid van beide massa&#039;s na t = 2s. &lt;br /&gt;
*Een massa van 4 kg oscilleert (werd niet gezegd maar hier kwam het wel op neer) op een horizontaal vlak (amplitude = 2 meter) en is aan een vaste wand verbonden met een veer (k = 100N/m). Als de massa op haar evenwichtspositie is laat iemand er een blok van 6 kg op vallen, massa&#039;s blijven mooi samen, systeem oscilleert rustig verder. Bereken &lt;br /&gt;
**Verandering van amplitude &lt;br /&gt;
**Verandering van periode &lt;br /&gt;
**Geef ook de verandering van energie (als die er dan al zou zijn...) en verklaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Die relatieve beweging van het 2delig stelsel (RMS) en interpretatie. En dan ook die uitleggen bij de dynamica van de diatomische moleculen *Gravitatiekracht=conservatieve: bewijs? Vanuit dat bewijs de E&amp;lt;sub&amp;gt;p&amp;lt;/sub&amp;gt; geven en definitiee van gravitatiepotentiaal en de SI-eenheid &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa mA rust op de tafel, met een veertje erop in verticale richting en daarop een massa mB. Beide massas zijn 10kg en de k=100 (blablaeenheid). Vraag: hoeveel indrukking als beide massa’s in rust zijn en hoeveel indrukking om mA van de grond te late &amp;quot;springen&amp;quot;. &lt;br /&gt;
*Een kogel wordt afgeschoten en raakt een horizontaal gelegd wiel , die kogel blijft in den band vast zitten. Wat is de hoeksnelheid van het wiel als ge weet dat die initieel in rust was? Snelheid kogel = 370 m per s. Massa kogel en wiel gegeven. R van het wiel: 33 cm. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Relatieve beweging: Leid af, interpreteer en pas toe op diatomische moleculen &lt;br /&gt;
*Gravitatiekracht: toon aan dat de gravitatiekracht een conservatieve kracht is, leid de potentiële energie af voor gravitatieveldsterkte, en pas dit toe op de gravitatiepotentiaal. Geef ook de SI-eenheid van de gravitatiepotentiaal. &lt;br /&gt;
*Teken refractie en reflectie en verklaar de wetmatigheden. (cfr Principe van Huygens) &lt;br /&gt;
*Geef hydrostatische druk oiv zwaartekracht bij vloeistoffen en gassen. Teken grafiek. &lt;br /&gt;
*Bij onderdompelen ontstaat een opwaartse kracht, verklaar en interpreteer ! &lt;br /&gt;
*Longitudinale golven in een staaf: analyseer en bereken de snelheid ervan. &lt;br /&gt;
*Laminaire stroming: bereken de formule van het debiet, beginnende van de snelheid in een laminaire stroming (die snelheid moet je dus niet afleiden) en interpreteer. Bespreek en bereken de omzetting van mechanische naar nietmechanischeenergie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa A (Ma=10kg) ligt op een tafel en is via een veer (k=100N/m) verbonden met een massa B (Mb=10kg). &lt;br /&gt;
**hoever wordt de veer ingedrukt als beide massa&#039;s in rust zijn? &lt;br /&gt;
**Over welke afstand moet de veer vervolgens verder worden ingedrukt opdat massa A kan loskomen van de tafel nadat massa B wordt losgelaten? *Beschouw een fietswiel waarvan de as verticaal en vast is opgesteld zoals de figuur aantoont. Een kogel (m=100g) wordt volgens de raaklijn van het wiel in de met zand gevulde band geschoten met een snelheid van 370 m/s. De massa van de band bedraagt 2 kg terwijl de massa van de spaken verwaarloosbaar is. De straal van het wiel is 33 cm. Als je weet dat de kogel in het wiel, dat oorspronkelijk in rust was, blijft vaststeken, wat is dan de hoeksnelheid na het indringen van de kogel? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Practicum&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
*wat is de oppervlakte van onderstaande kader? Bepaal de imprecisie en motiveer je antwoord! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zuivere rolbeweging: bespreek de kinematica en kinetische energie. en geef de dynamica met behulp van een voorbeeld &lt;br /&gt;
*geef de postulaten van het semi-klassiek atoommodel van bohr en bereken de baanstraal en energie &lt;br /&gt;
*Bespreek het effect van screening &lt;br /&gt;
*Energie en energietransport van een harmonische golf &lt;br /&gt;
*Definieer en bespreek de potentiele energiedichtheid (gebruik de potentiele energiekromme!) en de oppervlaktespanning en geef het verband tussen beide &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek van een laminaire stroming in een buis het verabnd tussen het drukverloop en volumedebiet &lt;br /&gt;
*Bespreek het doppler effect bij mechanische golven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*interfererende golven : staande golven , eigenmodes, resonantie van golven op een snaar. &lt;br /&gt;
*gemiddelde vrije weglengte en de toestandsvergelijking van Van der Waals.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*zuivere rolbeweging: geef de kinematica en de kinetische energie en de dynamica aan de hand van een voorbeeld &lt;br /&gt;
*postulaten van Bohr, de baanstraal en de energieën van atomaire elektronen + leg uit de afscherming bij meeratomige atomen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*definieer en bespreek: energie en energietransport in een golf &lt;br /&gt;
*definieer en verduidelijk oppervlakte-energiedichtheid (potentiaalkromme) en oppervlaktespanning + geef het verband tss beiden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2003 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg uit en interpreteer: bewegingsvergelijkingen van stelsel van deeltjes &lt;br /&gt;
*Geef de postulaten van het semi-klassiek atoommodel van Bohr en de berekeningen voor de baanstralen en baanenergie #Waarom en hoe moet men rekening houden met effect van afscherming? &lt;br /&gt;
*Leid af en bespreek : energie en energietransport in een mechanische harmonische golf. &lt;br /&gt;
*Kinetische gastheorie. Bespreek het principe van equipartitie van energie en hoe men hieruit de temperatuursafhankelijke inwendige energie bekomt van gassen met diatomische moleculen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*2 sterren M1=17,5*massa zon. M2=10,2* massa zon. d=1,16*10^9m de sterren bewegen als een dubbelster rond het mc. bereken de omlooptijd. &lt;br /&gt;
*een figuur: een cilinder op een helling(30°) dat zuiver rolt: I=1/2(mR²) deze cilinder is vastgemaakt met een draad aan een kleinere cilinder die niet kan transleren: Mc=... en r=0,1m #*bereken de spankracht &lt;br /&gt;
**de rotatie energie van het totale systeem als de cilinder 2m verder is gerold &lt;br /&gt;
*Vraag over het practicum : s=100.0m , §s=0.1m en t=2.00s , §t= 0.01s (§ is de imprecisie) Bereken v en bereken vervolgens §v &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
*viskeuze stroming: micrscopisch uitleggen,verband ts volumedebiet en drukverloop aantonen en omzetting van mechanische in nt-mechanische energie uitleggen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Leid af (beginnend van relativistische massa) en interpreteer de formule van de relativistische energie. &lt;br /&gt;
*Bespreek de beweging van de Tol &lt;br /&gt;
*Wet van behoud van energie: leid af en interpreteer Warmtecapaciteit, soortelijke warmte: definities, soortelijke warmte van 2-atomige moleculen, microscopisch belang daarvan &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2002 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking voor een geïsoleerd stelsel van 2 deeltjesaf en interpreteer. &lt;br /&gt;
**Leg de vibratie van een diatomisch molecule uit, zowel klassiek als kwantumfysisch. &lt;br /&gt;
*Toon aan dat een Coulombkrachtveld een CKV (conservatief krachtveld) is. Bereken aan de hand van de vorige afleiding de potentiële energie van een lading in het Coulombkrachtveld. Geef de definitie van elektrische potentiaal en pas toe op bovenstaande. &lt;br /&gt;
**Leg uit hoe je de Coulombkracht in meer-elektron-atomen berekent. &lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking van een roterende puntmassa af. (beknopt antwoord) &lt;br /&gt;
*Geometrische optica. #Leg uit wat er gebeurt aan een grensvlak tussen 2 media (cfr. principe van Huygens) kinetische gastheorie. &lt;br /&gt;
**geef de definitie van de grootheden temperatuur en kwadratisch gemiddelde snelheid en verduidelijk hun fysische betekenis &lt;br /&gt;
**leg uit hoe ze aan de absolute temperatuursschaal komen. &lt;br /&gt;
*bespreek de longitudinale golven in een staaf, en leid v af &lt;br /&gt;
**definieer warmtecapaciteit en soortelijke warmte &lt;br /&gt;
**Bespreek de soortelijke warmte van een 2-atomig gasmolecule, en welke microscopische gegevens kan je afleiden uit het verband met de temperatuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een wagen rijdt met een snelheid van 90 km/h over een weg die in de bochten een hoek van 20° met de horizontale maakt. De statische wrijvingscoëfficiënt tussen de banden van de wagen en het wegdek is 0,8. Hoe groot is de straal van de kleinste bocht die de auto kan nemen zonder te slippen. &lt;br /&gt;
*Een object (jojo) bestaat uit 2 delen. De straal van het grootste gedeelte is 10 keer de straal van het kleinste gedeelte (R = 10r). De massa van het totale object is M, het traagheidsmoment t.o.v. de rotatieas wordt benaderd door Ir = ½ MR². Rond de kleinste cilinder is een touw gewikkeld. Het touw wordt op een vast punt stilgehouden. Op t = 0 laat men de jojo los. Bereken de baanversnelling van het massacentrum, en de spankracht in het touw als M = 0,1kg. &lt;br /&gt;
*V1=2*V2. (deze zijn met elkaar verbonden via membraam) als de druk in beide volumes gelijk zijn, is de temperatuur verschillend, als de druk=10^5 Pa, dan is de temperatuur in beide volumes gelijk aan 27°C en hebben we een ideaal gas de temperatuur van volume 1 wordt tot 0°C verlaagd en dat van volume 2 tot 110°C verhoogd,de volumes blijven bij deze temperatuur verandering constant. Wat is de einddruk? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid af en bespreek (die haat ik!): energie en energietransport bij mechanische harmonische golven. geef de vrije weglengte en bespreek &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*geef het verband tussen cohesiedruk, opp.spanning, en potentiele energie aan het oppervlak. (tis dan de bedoeling da ge die potentiaalkrommen en zo tekent) . Geef ook hun SI-eenheden #capillariteitsdruk: bespreek + afleiding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Geef de definitie van een conservatieve kracht. Duid aan de hand van een voorbeeld aan hoe we hieraan altijd een potentiele energie kunnen verbinden en leid de formule voor die potentiële energie af.&lt;br /&gt;
*Leid de formule voor de totale relativistische energie af en interpreteer ze. &lt;br /&gt;
*Energie en energietransport: bespreek continuïteitvergelijking en wet van behoud van energie (Bernouilli) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2001 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari 2001 ====&lt;br /&gt;
*Relativistische fysica. &lt;br /&gt;
**leid de formule voor lengtecontractie af en bespreek. &lt;br /&gt;
**Geef de afleiding voor de totale relativistische energie van een massa vertrekkende vanuit de formule voor de relativistische massa en bespreek. &lt;br /&gt;
*Afleiding en bespreek voor de harmonische mechanische golf de energie en energietransport. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2000 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
*Verklaar de evenwichtsvoorwaarden van de statica en pas deze ook toe op de zwaartekracht (geef weer met een figuur) &lt;br /&gt;
*Leidt de formule af voor het verband tussen de interatomaire en de macroscopische evenwichtsconstante (figuren!!!) &lt;br /&gt;
*Geef uitleg over de volgende begrippen: de oppervlaktespanning, energiedichtheid, de druk in een gasbel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Geef de afleiding van de laminaire stroming vanaf het snelheidsprofiel. Verklaar daarbij de micro-en macroscopische oorsrong, geef de formule van het volumedebiet en de verbruikte hoeveelheid arbeid en energie &lt;br /&gt;
*Geef de gyroscoop en z n gyroscopische effecten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 1999 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
*Bespreek de volkomen inelastische botsing. &lt;br /&gt;
*Geef en bespreek de postulaten van Bohr en bereken de Bohrstraal. &lt;br /&gt;
*Bespreek dispersie en kleurenschifting in een prisma. &lt;br /&gt;
*Bespreek het tunneleffect. &lt;br /&gt;
*Bespreek de zuivere rolbeweging &lt;br /&gt;
*Bespreek reflectie en refractie (leidt de formule met sin af). Maak een tekening (vermeld ook het principe van Huygens).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
*Leidt een formule af voor de versnelling van een kromlijnige beweging. &lt;br /&gt;
*Bespreek: energie en energietransport in een mechanische golf. &lt;br /&gt;
*Bespreek laminaire stroming in een buis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Gepikt bij de geografen ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg het verschil uit tussen statische en dynamische wrijvingskracht. Geef de definities voor hun bijhorende wrijvingscoëfficiënten. Bespreek hoe men deze kan bepalen. Geef tenslotte het verloop weer van de Fw wanneer de ingrijpende tangentiële kracht groter wordt en bespreek dit.&lt;br /&gt;
*Geef de definitie van de gravitatiepotentiaal, gravitatieveldsterkte, gravitatielijnen. Leid af hoe de gravitatiepotentiaal varieert met de hoogte. &lt;br /&gt;
*Bewijs dat de gravitatie conservatief is. Leid hieruit af dat het verschil in gravitatie potentiaal op 2 hoogtes dichtbij de aarde gelijk is aan de valversnelling maal het verschil in hoogte. &lt;br /&gt;
*Definieer het traagheidsmoment van een vast lichaam. Leidt een uitdrukking af (waar het traagheidsmoment expliciet in voorkomt) voor het impulsmoment van een vast lichaam dat roteert rond een as door een vast punt. Toon een voorwaarde aan waarvoor de grootte van het impulsmoment evenredig is met dat van het traagheidsmoment. Vermeld dimensie en eenheden. &lt;br /&gt;
*Toon aan hoe men komt tot een wiskundige voorstelling van een golf. Pas dit toe voor een harmonische golf. Verduidelijk alle grootheden die deze golf karakteriseren en geef hun verband. &lt;br /&gt;
*Kromlijnige beweging van een puntmassa: leid uitdrukkingen af voor de baanversnelling en de normaalversnelling, en analyseer de dynamica van een conische slinger.&lt;br /&gt;
*Definiëer het begrip conservatieve kracht, toon met een voorbeeld aan waarom een puntmassa in een conservatief krachtveld potentiële energie bezit, en maak duidelijk waarom er een unieke relatie tussen arbeid en verandering van potentiële energie is. &lt;br /&gt;
*Definiëer het massamiddelpunt, de impuls en het impulsmoment van een stelsel van deeltjes, en leid af en interpreteer: de bewegingsvergelijking van het massamiddelpunt en de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking van een stelsel. &lt;br /&gt;
*Leid af: de dynamische bewegingsvergelijking van de relatieve beweging in een tweedeeltjes stelsel o.i.v. inwendige krachten, interpreteer en pas dit toe op de klassieke beschrijving van de dynamica van diatomische moleculen. &lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as in een inertiaalstelsel: formuleer de wet van behoud van impulsmoment en toon met een voorbeeld naar keuze aan dat inwendige krachten de rotatieenergie kunnen veranderen. &lt;br /&gt;
*Analyseer de beweging van een horizontale tol en gebruik deze analyse om de werking van een gyroscoop uit te leggen en gyroscopische effecten te verklaren. &lt;br /&gt;
*Bespreek de kinematica van de zuivere rolbeweging en de kinetische energie, en analyseer de dynamica van een zuivere rolbeweging op een hellend vlak . &lt;br /&gt;
*Gravitatie: Definieer en verduidelijk de begrippen centraal gravitatieveld, gravitatieveldsterkte en gravitatiepotentiaal. &lt;br /&gt;
*Analyseer de getijdenwerking op aarde en bereken de relatieve grootte van het effect van maan en zon. &lt;br /&gt;
*Toon de microscopische oorsprong van de elasticiteit van vaste stoffen aan, en geef met een voorbeeld het verband aan tussen de microscopische en macroscopische elastische constanten. &lt;br /&gt;
*Leid af, vertrekkend van de relativistische massa: de totale relativistische energie van een massa, en interpreteer het resultaat. &lt;br /&gt;
*Bespreek klassiek én kwantumfysisch de rotatie- en de vibratie-energie van diatomische moleculen, en toon aan hoe men uit rovibrationele emissiespectra informatie bekomt over de moleculen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een staaf met massa m en lengte l rust op een wrijvingloos horizontaal vlak en kan roteren rond een eindpunt (I=ml²). Een projectiel met snelheid v op het vlak in een baan loodrecht op de staaf elastisch tegen het vrije uiteinde van de staaf, waardoor de v van het projectiel 0 wordt. Bereken de massa van het projectiel en de hoeksnelheid van de staaf na de botsing. &lt;br /&gt;
*Welke zou de T zijn van de atmosfeer moeten zijn opdat waterstofmoleculen uit het gravitatieveld zouden kunnen ontsnappen? Aardomtrek=40000km (ant. 10000K). &lt;br /&gt;
*Een student volgt duiklessen en ondervindt dat hij in het zwembad een massa van 0.5kg moet meenemen om op een bepaalde hoogte te blijven zweven. In zeewater, waarvan de dichtheid 2,5% hoger is dan in het zwembad, moet hij 5 van deze gewichten meenemen om op dezelfde hoogte te blijven zweven. Wat is de massa van de student (antw. 71 kg).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[index.php?title=Categorie:1ste Bachelor]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_I&amp;diff=930</id>
		<title>Algemene natuurkunde I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_I&amp;diff=930"/>
		<updated>2026-06-09T21:26:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;OPGELET: Door wat onduidelijkheid over richtlijnen rond hoofdletters is er een tweede pagina gemaakt met vragen van dit vak: [[Algemene Natuurkunde I]]. De inhoud van die pagina zou naar deze moeten verplaatst worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Infobox&lt;br /&gt;
 | title   = Vakinfo&lt;br /&gt;
 | headerstyle = background:lightgrey&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header1 = Lessen en examens&lt;br /&gt;
 |  label2 = Docent |   data2 = Thomas Van Riet&lt;br /&gt;
 |  label3 = Lesvorm |   data3 = Hoorcollege, oefenzitting&lt;br /&gt;
 |  label4 = Examenvorm |   data4 = Schriftelijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header5 = Achtergrond&lt;br /&gt;
 |  label6 = Studiepunten |   data6 = 9&lt;br /&gt;
 |  label7 = Examenperiode |   data7 = juni&lt;br /&gt;
 |  label8 = Brossen? |   data8 = Nee&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;De lessen zijn bijna puur theoretisch met af en toe een klein experiment. Hij gebruikt altijd ppt’s die nagenoeg de cursus herhalen met hier en daar enkele toevoegingen. Dus naar de lessen gaan is normaal wel een pluspunt ook omdat hij uitleg geeft over hoe we aan bepaalde formules komen en wat ze betekenen. Op het examen is hij een zeer aangename en rustige man, maar de hoeveelheid leerstof is toch meer dan genoeg.&amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
=== Augustus===&lt;br /&gt;
1. Een kogel raakt een bol in rust. Bij de kogel is invalshoek = uitvalhoek. Onder andere impulsmoment berekenen, welke behoudswetten kan je hier gebruiken, etc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Kinematica in 3D. Iemand gooit een bal met beginpositie (x&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt;, y&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt;, h) en beginsnelheden (v&amp;lt;sub&amp;gt;x0&amp;lt;/sub&amp;gt;, v&amp;lt;sub&amp;gt;y0&amp;lt;/sub&amp;gt;, v&amp;lt;sub&amp;gt;z0&amp;lt;/sub&amp;gt;). Verschillende vragen over eindpositie, positie op hoogste punt, snelheid vlak voor het landen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Snaar over een buis. Volledig uit m&#039;n geheugen gewist.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Theorie (2pt) ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Welke limiet voor de lichtsnelheid c meot je nemen om uit de speciale relativiteit van Einstein, Newtons mechanica te vinden? (1pt) a) c-&amp;gt; 0  b) C-&amp;gt; oneindig&lt;br /&gt;
# Welke limiet moet je nemen voor Placks constante h om vanuit de kwantumfysica, de klassieke fysica te vinden? (1pt) a) h-&amp;gt;0  b) h-&amp;gt; 1  c) h-&amp;gt; oneindig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mechanica (12pt) ===&lt;br /&gt;
We beschouwen een wiel met massa M en straal R die op een helling met hoek theta is. We benaderen de massaverdeling zo dat al die massa aan de buitenkant zit. Er is net voldoende wrijving zodat het wiel zonder slippen of schuiven rolt. Het wiel rolt vanuit stilstand op t=0.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Maak een tekening van de situatie. Duid theta en noem coördinaat langs de helling x en loodrecht op de helling y. De positie x=0 is wanneer het wiel vertrekt vanuit rust t=0. Teken al de krachten die inwerken op het wiel. (0,5pt)&lt;br /&gt;
# Welke soort wrijving is er: dynamisch of statisch? (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bereken de vormen van energie die het wiel bezit. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Is er behoud van mechanische energie? (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bereken de versnelling Ax (versnelling in x-richting) om het massacentrum van het wiel. Schrijf bondig op welke formules je gebruikt. (Een woord bij de bijpassende formule is voldoende) (2,5pt)&lt;br /&gt;
# Als je de benadering van massaloze spaken niet maakt, en stelt dat dezelfde massa ook verdeeld is over de spaken. Zal de versnelling groter of kleiner zijn in vergelijking met de benadering van massaloze spaken? Leg kort uit. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Beschouw het punt van het wiel dat op t=0 contact maakt met de helling. Teken kwalitatief een grafiek die de snelheid Vx (snelheid in x-richting) van dat punt parallel aan de helling weergeeft vanaf t=0 tot het einde van de tweede omwenteling.  (2 pt).&lt;br /&gt;
# Doe dit nu voor de Vy (snelheid in de y-richting) loodrecht op de helling. (2 pt)&lt;br /&gt;
# Stel dat het wiel na t seconden op een andere helling uitkomt die in plaats van een dalende een beklimming met hoek &amp;quot;theta accent&amp;quot; beschrijft. Hoe hoog zal het wiel rollen? (2 pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vloeistoffen (6pt) ===&lt;br /&gt;
Twee grote vaten A en F gevuld met eenzelfde ideale vloeistof met massadichtheid rho. Zoals aangegeven op onderstaande tekening is het vat F ondersteund door een tafel die iets lager is dan de tafel waarop A staat. Vat A loopt leef via de horizontale buis D daarbij mag je vanuit gaan dat het vloeistofoppervlakte van A amper daalt. De buis bij C verdunt en de diameter is vierkantswortel 2 kleiner dan de diameter van de opening bij D. Er is een buisje bevestigd in C dat doorloopt in vat F. We wensen de hoogte h van de vloeistof in het buisje van ten opzichte van het vloeistofoppervlakte van F.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We helpen je op weg door de vraag op te delen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bepaal de verhouding van de snelheid van de vloeistof in C en D. (1 pt)&lt;br /&gt;
# Met welke snelheid verlaat de vloeistof de buis in D? (1,5pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de druk in G. (0,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de druk in C in functie van H, rho, g en Patm. (1,5 pt)&lt;br /&gt;
# Bepaal de hoogte in functie van de gegevens. (1,5pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Tussentijdse Toets November 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een auto vertrekt en gaat rond een cirkel. De hoek theta is de hoek tussen de auto en de de x-as. De grootte van de hoek in functie van de tijd is theta(t)=2pi maal (t/T)^2 met T is een constante. Op t0=0s, t1=T en t2=t1-((2)^1/2 -1). a) Geef de x-as (met R en -R) en y-as (met R en -R) en vx en vy in functie van t. b) Bewijs dat t1 en t2 respectievelijk T en (2)^1/2T zijn.&lt;br /&gt;
# De ontsnappingssnelheid van een planeet met straal R en massa M. Je mag de potentiële energie gebruiken zonder af te leiden.&lt;br /&gt;
# De ontsnappingssnelheid wanneer je op een toren staat met hoogte R/2.&lt;br /&gt;
# Maakt het uit welke richting/zin je snelheidsvector uitgaat als hij niet naar de bodem gaat.&lt;br /&gt;
# Bereken het verschil in gravitatieconstante/kracht als je in het einde van een tunnel zit in de zin van de aarde met diepte D (met D is kleiner dan R). Tip: bereken dit aan de hand van schillen. Wat weet je van de gravitatiekracht van je schillen?&lt;br /&gt;
# Bepaal de potentiële gravitatie energie als je op een diepte D zit onder het oppervlak van de planeet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt; TTT 27/11 &amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De zwaartekracht in een universum wordt gegeven door F = ((G*m1*m2) / d^3)*r met d de afstand tussen de massa&#039;s en r de eenheidsvector zodat ze elkaar aantrekken. &lt;br /&gt;
** Is de zwaartekracht in dit universum conservatief? Leg uit. &lt;br /&gt;
**Indien conservatief, leidt de formule voor de potentiële energie af.  &lt;br /&gt;
*Een balletje beweegt op een verticale slinger aan een touw met lengte L. Bovenaan de cirkel is de spankracht 2 keer de massa M. &lt;br /&gt;
**Schets de situatie. &lt;br /&gt;
**Wat is de grootte, richting en zin van de nettokracht bovenaan? Teken. &lt;br /&gt;
**Wat is v(0) bovenaan de cirkel? &lt;br /&gt;
**Op het hoogste punt wordt het touw doorgeknipt. Bereken de tijd voor de massa de grond raakt. &lt;br /&gt;
**Bereken de afstand tot de massa de grond raakt. &lt;br /&gt;
*Gegeven tekening: 2 blokken met massa M en m op elkaar gestapeld die op een helling staan met hoek theta. Aan massa M wordt met een kracht F horizontaal getrokken. De helling is wrijvingsloos, tussen de 2 blokken is er een statische wrijvingscoëfficiënt mu(s) &lt;br /&gt;
**bereken de maximale grootte van F zodat er geen verplaatsing van is van m tov M.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een snaar van 1m lang en 2mm dik. Wat is de golflengte van de grondtoon? Wat is de golflengte van dezelfde noot maar 1 octaaf hoger? &lt;br /&gt;
*Hoe zweven astronauten in het ISS? &lt;br /&gt;
*Een persoon op aarde springt. Het lijkt alsof er impuls en energie uit het niets ontstaat. Waarom is dit niet zo? Hoe blijven impuls en energie behouden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Slinger van lengte L met massa m die onder het ophangpunt rond een ander punt, ergens halverwege de slinger, draait waardoor de slinger lengte l heeft. De massa start in rust op de plaats waar de slinger een rechte hoek maakt rond het punt halverwege de slinger. &lt;br /&gt;
**Wat is de spankracht in het touw onder het ophangpunt (ifv m, g, L, l)? &lt;br /&gt;
**Wat is de maximale hoek van de slinger als die de andere kant (die met lengte L) bereikt? &lt;br /&gt;
*Een grote cilinder met diameter D en hoogte H die half gevuld is met vloeistof B van boven en vloeistof A vanonder die niet mengen. Beneden aan de buis, op hoogte h, wordt een gat met diameter d gemaakt waar de vloeistof met snelheid v0 uitstroomt. &lt;br /&gt;
**Wat is de druk net buiten het kleine gat? &lt;br /&gt;
**Wat is de druk op de scheidingslijn tussen vloeistof A en B? &lt;br /&gt;
**Wat is de verhouding tussen v0 en v1 als v1 de snelheid is waarmee het vloeistofoppervlak in de grote cilinder daalt? &lt;br /&gt;
**Geef een functie voor v0 (ifv h,H,g,D,d, dichtheid A, dichtheid B) &lt;br /&gt;
*Een katrol waar een touw over gaat. Aan de ene kant een veer met k die aan de grond vast gemaakt is, aan de andere kant een massa m. &lt;br /&gt;
**Wat is de uitrekking van de veer als het systeem in evenwicht is? &lt;br /&gt;
**Als de spankracht op het touw links Tl is en de spankracht rechts Tr, geef dan de formule van Newton voor rotaties. &lt;br /&gt;
**Geef een verband tussen de versnelling van de massa en de hoekversnelling van de katrol. &lt;br /&gt;
**Als het systeem licht uit evenwicht gebracht wordt, wat is dan de frequentie van de oscillatie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni === &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Korte vragen: &lt;br /&gt;
**tekenen van krachten op blokken&lt;br /&gt;
**fietswiel met een man op een schijf &lt;br /&gt;
**hoe de krachten en impulse momenten veranderen als je het impuls moment verandert&lt;br /&gt;
**wat gebeurt er met impuls moment en energie als een raket ompploft&lt;br /&gt;
**iets met op een staaf slaan. &lt;br /&gt;
*Lange vragen: &lt;br /&gt;
**Een kogel schiet in een blok die verbonden is met een veer, bereken de initiele snelheid van de veer en hoeveel kinetische energie er is verloren gegaan bij het beschadingen van de blok (bij bewegen was er ook wwrijving), wat gebeurt er als je een massa op een veer laat vallen vooral dingen uit tekenen, de snelehied in formulle vorm berekenen van hoe snel water uit een vat stroomt in functie van y1,y2,r1,r2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Korte vragen: 4 meerkeuze met giscorrectie (-1/4 indien fout) en 1 vraag over kwantumdingen. &lt;br /&gt;
*Venturimeter: &lt;br /&gt;
**Toon aan dat deze formule klopt: v1 = A2*((2*(P1-P2))/(&#039;rho&#039;*(A1²-A2²)))^(1/2). Met v1 = snelheid van het water in brede deel, P1 = druk in brede deel, P2 = druk in smalle deel, A1 = diameter van brede deel, A2 = diameter van smalle deel. &lt;br /&gt;
**Bereken v2 = snelheid van het water in smalle deel met gegeven: A1 = 3,0cm, A2 = 1,0cm, drukverschil = 18 mm Hg, dichtheid van kwik is gegeven. &lt;br /&gt;
*Kanonskogel: er wordt een kanonskogel recht omhoog afgeschoten met massa M. Op zijn hoogste punt ontploft de kogel in 2 gelijke stukken met massa M/2. De energie E die hierbij vrijkomt wordt integraal omgezet naar de horizontale beweging van deze stukken. De stukken komen neer op de grond, wat is de afstand d tussen deze stukken op de grond. Geef d in functie van E, ???.&lt;br /&gt;
*Vraag over trillingen en golven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Interstellar: &lt;br /&gt;
**Waarom draait het ruimteschip rond eigen as? &lt;br /&gt;
**Hoeveel omwentelingen per minuut moet het ruimteschip maken om de omstandigheden op aarde na te bootsen? &lt;br /&gt;
**Hoeveel energie is er nodig? &lt;br /&gt;
*Traagheidsmoment: Ettelijke formules van op het formularium bewijzen of afleiden. &lt;br /&gt;
*Vloeistoffen: &lt;br /&gt;
**Bewijs de continuïteitsvergelijking &lt;br /&gt;
**Wat kan er bij vloeistoffen vaak vereenvoudigd worden? &lt;br /&gt;
**Bewijs de wet van Bernouilli &lt;br /&gt;
*Korte vragen: &lt;br /&gt;
**Er zijn 2 golven, alles is hetzelfde behalve de golflengte. Golflengte van golf1 is dubbel zolang als die van golf2, wie verplaatst het meeste energie? &lt;br /&gt;
**Als de lichtsnelheid oneindig groot zou zijn, wat gebeurt er dan met de tijddilatie en de lengtecontractie? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie en oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Elektron heeft een massa van 9.11*10^(-31)kg en er is experimenteel aangetoond dat ze verspreiden tot wel 1.80*10^(-27)kg. Het impulsmoment is √(3⁄4)∙ ℏ &lt;br /&gt;
**Hoe wordt dit getal √(3⁄4)∙ ℏ voor het impulsmoment van een elektron bekomen &lt;br /&gt;
**Wat is de hoeksnelheid van het elektron (elektron als een bol beschouwd) &lt;br /&gt;
**Wat is de lineaire snelheid van een punt aan de rand van het elektron &lt;br /&gt;
**Als jet het voorgaande goed gedaan hebt bekom je een grootteorde van 1013. Welke conclusies kan je hieruit halen? &lt;br /&gt;
*Wat is het werk-energie-theorema , leg uit? De definitie van arbeid moet je niet geven. &lt;br /&gt;
**alpinebergbeklimmers zitten vast op een helling en jij moet ze helpen met een pakket met massa m naar boven te sturen. &lt;br /&gt;
**teken de krachten en eventueel andere zaken op de figuur die nodig zijn om de arbeid te bepalen &lt;br /&gt;
**geef de groote van de krachten op je figuur in de vorm van h, α en g. &lt;br /&gt;
**Bereken de netto arbeid aan de hand van de formules uit je formularium &lt;br /&gt;
**Bereken de minimale snelheid die nodig is om het pakketje naar boven te brengen &lt;br /&gt;
**conceptvraag: Is deze snelheid dezelfde als de eindsnelheid van het pakje als we deze van boven naar beneden laten komen? Antwoord met ja of nee en verklaar duidelijk waarom. &lt;br /&gt;
*Er een bewegend platform met een luidspreker met f0 = 245Hz. Het platform beweegt met een snelheid vp naar een muur. Een persoon langs de luidspreker hoort de luidspreker en de weerkatsing van de muur. (nog iets met een zweving van 700Hz) we delen de vraag op in stukken: &lt;br /&gt;
** Als ft de frequentie is van de weerkaatste golf, wat is dat de zweving voor de persoon op het platform &lt;br /&gt;
** Een waarnemer staat tegen de muur en hoort een frequentie fm. Bepaal deze frequentie in formulevorm. &lt;br /&gt;
** voeg nu alles samen en bepaal b= (ft-f0)/f0 . Wat is de waarde van b volgens de opgave. &lt;br /&gt;
** Bepaal nu de snelheid, vp, van het platform. Schrijf deze eerst op in functie van b en daarna de waarde. &lt;br /&gt;
*De beweging van een zuiger aan de zijkant van het wiel van een automotor (draaiend object) is bij benadering dezelfde als van een enkelvoudige harmonische beweging. Verklaar waarom. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zuiver Rollen: &lt;br /&gt;
**beschrijf de kinematica van de zuivere rolbeweging &lt;br /&gt;
**leid de formule af: v(mc)=R*omega en geef het verband tussen versnellingen a en alfa &lt;br /&gt;
**geef 2 verschillende formules voor kinetische energie door een andere rotatieas te kiezen, welke stelling verbind deze formules met elkaar &lt;br /&gt;
**beschrijf de dymanica van de zuivere rolbeweging. welke bewegingsvergelijkingen hebben we nodig?&lt;br /&gt;
**een bol of cilinder rolt op een horizontaal oppervlak, er werkt een kracht F op in. Welke kracht is noodzakelijk voor de rolbeweging? Hoe groot is deze kracht(in functie van andere grootheden). &lt;br /&gt;
*Kleine vraagjes &lt;br /&gt;
**een slingerklok loopt op zeeniveau exact gelijk. Wanneer we de klok meenemen naar grote hoogte, loopt de klok dan achter of voor en verklaar. &lt;br /&gt;
**wat is het verschil in weglengte om destructieve interferentie te bekomen, het zijn 2 lichtgolven met frequentie=10^14 &lt;br /&gt;
**stel dat de lichtsnelheid gelijk is aan 10m/s. een fietser heeft schrik om zichzelf kleiner te zien, is dit zo? hoe ziet de fietser de stilstaande voorbijgangers (dunner of dikker)? een stilstaande waarnemer ziet het fietswiel dubbel zo smal als normaal, hoe snel rijdt de fietser? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*situatie: een bal rolt tegen een blok die vasthangt aan een veer, geen wrijving. gegeven: snelheid bal in het begin, k, massa&#039;s &lt;br /&gt;
**de bal rolt meteen terug, wat is zijn eindsnelheid? &lt;br /&gt;
**wat is de amplitude van de trilling &lt;br /&gt;
**wat is de maximale versnelling van het blok dat vathangt aan de veer &lt;br /&gt;
*geometrische optica: tekening gegeven van prisma waar stralen op invallen &lt;br /&gt;
**wat is de maximale breekingsindex van het prisma zodat er geen interne refractie optreed &lt;br /&gt;
**bepaal refractiehoek #indien de breekingsindex te klein is voor inwendige reflectie, kan dit dan opgelost worden door de invalshoek te wijzigen (initieel is de invalshoe 45°) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke grootheden blijven constant bij de volgende situaties? &lt;br /&gt;
** Welke grootheden met dimensie (MLT-1) zijn er behouden voor een puntdeeltje waar geen kracht op inwerkt? &lt;br /&gt;
** Welke grootheid is behouden voor een deeltje waar een conservatieve kracht op inwerkt? &lt;br /&gt;
** Welke grootheid is behouden in een interagerend systeem? #*Welke andere grootheden zijn er behouden voor een object met een vast punt (mogelijk niet een vormvast object) waarop geen krachtmoment t.o.v. dit punt inwerkt? &lt;br /&gt;
* Gravitatie: &lt;br /&gt;
** Bewijs dat de algemene gravitatiekracht uitgeoefend door een deeltje op een ander deeltje een conservatieve kracht is. Beschouw hiervoor de beweging van een puntdeeltje met massa m dat de zwaartekracht van een ander deeltje met massa M voelt, waarbij M in rust is in een referentiesysteem. Structureer je antwoord als volgt; eerst schrijf je wat je moet bewijzen, dan geef je het bewijs en vergeet niet om elk symbool dat in je formule voorkomt te verklaren. &lt;br /&gt;
**Bereken aan de hand van dit bewijs de E&amp;lt;sub&amp;gt;p&amp;lt;/sub&amp;gt; van een massa in een centraal gravitatie krachtveld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Stel een blok M voor (m = 1.990kg !opgelet 1990g, geen 1990kg, wetenschappelijke schrijfwijze van getallen) dat stil ligt op een vlak. Er wordt een kogel met m = 10g in dit blok geschoten (v&amp;lt;sub&amp;gt;kogel&amp;lt;/sub&amp;gt; = 100m/s), waardoor het blok begint te glijden over het oppervlak met een dynamische wrijvingscoëfficiënt U&amp;lt;sub&amp;gt;d&amp;lt;/sub&amp;gt;. Na 19cm botst het blok tegen een veer, met veerconstante K = 0,2N/m, die in rust was, maar over 3cm is ingedrukt. Nu wordt het blok teruggeduwd, waarbij het na zo’n 28cm (vanaf het punt waar de veer maximaal was ingedrukt), stilvalt. Bereken de dynamische wrijvingscoëfficiënt U&amp;lt;sub&amp;gt;d&amp;lt;/sub&amp;gt;. &lt;br /&gt;
*Een hele vraagstelling, maar eigenlijk komt het gewoon neer op het afleiden van de hoek Θ gemaakt door een conische slinger. (De officiële vraag was iets van een klein meisje dat een spelletje wilt spelen en hier kiest ze uiteraard een conische slinger vooruit!)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Mondeling&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beschrijf algemeen de arbeid en energie van inwendige en uitwendige krachten op een vaste stof. &lt;br /&gt;
*Bereken de elastische energie bij torsie. &lt;br /&gt;
*Analyseer de bewegingsvergelijking, de beweging en de karakteristieken van de torsieslinger. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Schriftelijk&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Op een racebaan kan je de snelheid van de voorbijrijdende auto&#039;s schatten door het luisteren naar de frequentie bij het naderen en verwijderen van de auto&#039;s. Als er een auto passeert, daalt de waargenomen frequentie met een octaaf (de helft van de frequentie), wat is de snelheid van de auto? &lt;br /&gt;
*2 grafieken gegeven van een verschillende zweving).&amp;lt;br&amp;gt;Een samengestelde geluidsgolf kan men ontbinden in 2 componenten met elk hun eigen frequentie. Van welke grafiek liggen de frequenties van de componenten het dichtst bij elkaar? &lt;br /&gt;
*Kan een tijdsvertraging en lengtecontractie voorkomen bij snelheden van 90km/h?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2011 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een massapunt op een gebogen baan, vergelijk de snelheidsvector en de versnelingsvector met de raaklijn aan de baan. &lt;br /&gt;
* Leg uit hoe we kunnen komen tot een beschrijving van de pseudokracht in een rotatie. &lt;br /&gt;
* Beschrijf de dynamica en de energie van een bol die van een schuin wrijvingsloos opp rolt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een bol van 1,8kg hangt aan een gewichtsloos koordje. Deze wordt geraakt door een kogel van 0,2kg. Het hoogste punt van de swing beweging van de bol is 20cm.&amp;lt;br&amp;gt;Bepaal de snelheid van de kogel voor het de bol trof.&amp;lt;br&amp;gt;(volledig inelastische botsing etc. Antwoord is waarschijnlijk 20m/s).&lt;br /&gt;
* Tekening van een massa die opgehangen was met verschillende touwen met verwaarloosbare massa en een lat. De bedoeling was om de krachten van de opgehangen massa op bepaalde punten te bepalen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Is de versnelling van een puntmassa afhankelijk van het IS waarin de beweging wordt geobserveerd? (Geef bewijs bij uw antwoord) &lt;br /&gt;
* Geef de redenering en afleiding om tot een formule voor de kinetische energie te bekomen. &lt;br /&gt;
* Leg de werking van de gyroscoop uit en verklaar de gyroscopische effecten. Gebruik de gepaste bewegingsvergelijkingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een bol van 1,8kg hangt aan een gewichtsloos koordje. Deze wordt geraakt door een kogel van 0,2kg. Het hoogste punt van de swing beweging van de bol is 20cm.&amp;lt;br&amp;gt;Bepaal de snelheid van de kogel voor het de bol trof.&amp;lt;br&amp;gt;(volledig inelastische botsing etc. Antwoord is waarschijnlijk 20m/s). &lt;br /&gt;
* Tekening van een massa die opgehangen was met verschillende touwen met verwaarloosbare massa en een lat. De bedoeling was om de krachten van de opgehangen massa op bepaalde punten te bepalen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Stel de bewegings vgl op van een gedwongen trilling van een massa. &lt;br /&gt;
*Leid een uitdrukking af en bespreek de energie overdracht van de uitwendige kracht. &lt;br /&gt;
*Bespreek het golfgedrag van een materiedeeltje en gebruik hier ook het onzekerheid beginsel in van impuls en posititie. &lt;br /&gt;
*Bespreek en verklaar het tunneleffect. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg de conische slinger uit. &lt;br /&gt;
*Vormvaste objecten uitleggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Situatie, blok A en B, beiden dezelfde massa, 10kg. Blok A en B zijn verbonden door een veer met k=100N/m. A ligt op de grond en verticaal daarboven hangt B. &lt;br /&gt;
**Als we B loslaten, hoe diep wordt de veer dan ingeduwd? &lt;br /&gt;
**Hoe diep moet B ingeduwd worden zodat wanneer we B loslaten A ook van de grond zal komen? (gebruik behoud van energie en vergeet de Pot.Grav. energie niet !!)&lt;br /&gt;
*Situatie, een schijf met massa 0,2kg wordt verticaal omhoog geworpen met v=6m/s. Op zijn hoogste punt wordt de schijf getroffen door een kogel met m=0,1kg en v=300m/s. De schijf breekt in 2 gelijke stukken (dus elk stuk m=0,1kg). Het ene stuk vliegt verticaal omhoog met een snelheid van 10m/s. Het andere stuk vangt de kogel op en vliegt samen met de kogel weg. Waar zal het stuk met de kogel neerkomen? (gebruik het behoud van impuls, wanneer de schijf zijn hoogste punt bereikt is Ekin, evenals impuls = 0) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De coulombrackt is een centraal krachtveld, leid af en gebruikt dit om de potentiële energie van een elektron te berekenen. &lt;br /&gt;
*Bereken de totale energie van een elektron van een één-elektron atoom. &lt;br /&gt;
*Wat is de continuiteitsvergelijking van een stationair stromend fluidum? &lt;br /&gt;
*Geef de wet van Bernoulli. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een blokje bevindt zich tussen 2 veren. &lt;br /&gt;
**Waarom werkt er een kracht van 18N op het blokje? &lt;br /&gt;
**Geef de vergelijking voor het blokje op t(0). &lt;br /&gt;
*Eigenfrequente, 3&amp;lt;sup&amp;gt;de&amp;lt;/sup&amp;gt; harmonische toon en massa per lengte eenheid bepalen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de redenering + beschrijving om te komen tot een uitdrukking voor kinetische energie van een puntmassa. *Toon aan dat het zwaartepunt van een object samenvalt met het massacentrum. &lt;br /&gt;
*Gebruik de rotationele vorm van de bewegingsvgl van een object om de beweging van een horizontale tol te verklaren en zijn precessie-hoeksnelheid te bekomen. Welke krachten oefent het steunpunt op de tol uit? (volledige beschrijving van elke kracht) &lt;br /&gt;
*Hoe werkt een gyroscoop &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Centrale botsing: Twee objecten met respectievelijk m=0.8 en 0.5 botsen op elkaar met respectievelijke snelheid v=0.3 en 0.5. 1 buigt 30° af en heeft snelheid x (was gegeven maar herinner me niet meer, was in ieder geval lager dan beginsnelheid). 2 buigt ook af, geef de hoek en snelheid van 2. En bespreek of het hier gaat om een elastische botsing. &lt;br /&gt;
*Er staat een blokske met m=10kg op een schuine plank(37° en µ(dynamisch) =0.4), aan t blokske hangt een touwtje naar boven, dat rond een volle cilinder is gedraaid, deze cilinder beweegt wrijvingsloos en heeft m=100(ben niet zeker) Het blokje schuift vanuit rust naar beneden. Geef de bewegingsvergelijking, versnelling en spankracht. Bespreek het verschil in E&amp;lt;sub&amp;gt;pot&amp;lt;/sub&amp;gt; (begin) van het blokje en E&amp;lt;sub&amp;gt;kin&amp;lt;/sub&amp;gt;(eind) van het blokje, waarom verschillen deze en hoe verklaar je dit? (Ik denk dat je dit vraagstuk het beste oplost met gebruik van het arbeids-energie theorema) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;u&amp;gt;1,5u mondelinge voorbereiding&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beschouw: Viskeuze laminaire stroming in een buis. &lt;br /&gt;
**Vertrek van het snelheidsprofiel(niet zelf berekenen) om het verband tussen drukverloop en volumedebiet te berekenen en interpreteer.&lt;br /&gt;
**Bereken en bespreek de omzetting van mechanische energie in niet mech. energie &lt;br /&gt;
*Relativistische fysica: &lt;br /&gt;
**Leid af en bespreek: de formule voor lengtecontactie &lt;br /&gt;
**leid af vertrekkende van de relativistische massa: de totale relativistische energie van een massa en interpreteer het resultaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Resterende examen tijd (totaal, mondeling+oefeningen = 4u) &amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Schets: Stalen kabel (l=2m, diameter= 4mm, elasticiteits modulus=2.10&amp;lt;sup&amp;gt;11&amp;lt;/sup&amp;gt; N/m²) loopt over katrol met wrijvingsloze massa en weerstand en verbindt twee opgehangen massas, m1 en m2 met respectievelijk massa=3 en 5kg. Vraag: bereken de uitrekking van de kabel wanneer het systeem in beweging is... &lt;br /&gt;
*Een blok met massa m=5kg ligt op een hellend vlak en is verbonden met een veer (veer loopt parallel aan het vlak en hangt aan een vastpunt) Blok wordt 0,10m omlaag getrokken (langs het vlak) en uit rust losgelaten waardoor het begint te oscilleren. De wrijvingskracht is evenredig met de snelheid (Dempingscte.=b=1Ns/m). De uitwijking van het systeem bij de tweede periode is 75% van de uitwijking bij de eerste periode. Vraag: bereken de pulsatie, de veer cte en geef de uitwijking van den blok ifv. den tijd... (ter informatie, de hellingshoek was ni gegeven) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*leg uit oppspanning en opp-potentiele energie en leg het verband uit dan ook nog capillariteit en hoek dat een vloeistof maakt met wand uitleggen #kwantumfysica de postulaten op te sommen en dan baanstraal en de energie te geven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking af van een puntmassa in een niet-intertiaalstelsel (NIS) met versnellende oorsprong en translerende assen. Toon hiermee het al dan niet geldig zijn aan van de drie basiswetten van de dynamica (wetten van Newton) in dit NIS. &lt;br /&gt;
*Analyseer de beweging van een horizontale tol en gebruik deze analyse om de werking van een gyroscoop uit te leggen en gyroscopische effecten te verklaren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een kogel met massa 4 gram raakt een lat in rust. De afstand van het middelpunt tot de top van de lat is 1 meter. De kogel raakt de lat in de helft van deze afstand. Het middelpunt van de lat met massa 300g staat 1 meter boven de grond. Na het doorboren van de lat valt de kogel 100 meter verder op de grond. Bereken nu de hoeksnelheid die de lat krijgt als je weet dat de kogel oorspronkelijk 250m/s bewoog. &lt;br /&gt;
*Beschouw een hefsysteem met R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt;=0.5m en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;=0.2m. Er hangen twee massa&#039;s aan met M&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt;=2kg en M&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;=1.8kg. Bereken de hoekversnelling en de trekkrachten in de touwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de wisselwerking van energie en arbeid in het algemeen bij elasticiteit en bespreek en bereken de elastische energie bij torsieen bespreek de oscillatie van de torsieslinger &lt;br /&gt;
*bespreek de microscopische oorsprong van de viscositeitkrachten &lt;br /&gt;
*bespreek laminaire stroming in een buis (niet berekening van snelheid geven) aan de hand van het snelheidsprofiel en bespreek/bereken hierbij het volume debiet en het drukverloop &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*bespreek interferentie van 2 golven met zelfde richting, frequentie en tegengestelde zin. en bespreek de energiedichtheid. &lt;br /&gt;
*geef oppervlakteenergiedichtheid, cohesiedruk, oppspanning en toon verband aan (geef ook dimensies en eenheden)bespreek en bereken capillariteitsdruk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*welk is het maximaal vermogen door de staaf voortgebracht met gegevens: &lt;br /&gt;
**lengte = 2m &lt;br /&gt;
**straal = 0,015m &lt;br /&gt;
**G = 2,8.10^10 Pa &lt;br /&gt;
**maximale torsiehoek = 2,5 graden (anders breekt de cilinder) &lt;br /&gt;
**hoeksnelheid = 120 rad/s #een vat met 2 gaten in op afstand d van elkaar, bereken de plaats (z en x) waar de twee waterstralen elkaar kruisen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Analyseer in het algemeen de globale beweging en de totale energie van een vormvast object &lt;br /&gt;
*Bespreek golven in bulk vaste stoffen in het algemeen en seismische golven in het bijzonder &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een plastic blok (M=0,5kg) is verbonden met een onbelaste veer (k=125N/m). Het blok is initieel in rust op een horizontaal vlak. De dynamische wrijvingscoëfficiënt tussen vlak en blok is 1. Een metalen kogel (m(k)=0,5kg) wordt met een snelheid v(k) =2m/s in het blok geschoten en wordt ogenblikkelijk (t=0) gestopt in het blok. Bereken &lt;br /&gt;
**de initiele snelheid v(i) van het geheel op t=0 &lt;br /&gt;
**de plaats X waar de snelheid nul wordt. Wat gebeurt en daarna en waarom? &lt;br /&gt;
*Een emmer wordt opgehangen aan een veer met veerconstante k=10^3N/m. Wanneer de emmer uit evenwicht gebracht wordt, dan begint hij te oscilleren met een frequentie van 2,9Hz. Nu wordt de emmer gevuld met water. Als hij nu uit evenwicht gebracht wordt, zal hij trillen aan 1,52Hz. Bepaal de massa van de emmer en van het water dat er werd ingegoten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Definieer het begrip conservatieve kracht en verklaar waarom een puntmassa in een conservatief krachtveld potentiële energie bezit. Toon ook het fundamentele verband aan tussen de geleverde arbeid en de potentiële energie. &lt;br /&gt;
*Rotatie van vormvaste objecten: &lt;br /&gt;
**leid, vertrekkende van de definitie van arbeid, de formule voor rotatiearbeid en -energie af &lt;br /&gt;
**geef de algemene verklaring van globale beweging, en leid hieruit de totale kinetische energie af vaneen object, waarbij je vertrekt van de kinetische energie van een stelsel van deeltjes. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een student die een steen vastheeft, bevindt zich op een wagentje dat wrijvingsloos kan bewegen over een horizontaal oppervlak. De student gooit de steen nu horizontaal naar rechts. Wat gebeurt er met het massacentrum? &lt;br /&gt;
**beweegt naar rechtonder; &lt;br /&gt;
**beweegt naar linksonder; &lt;br /&gt;
**beweegt naar beneden; &lt;br /&gt;
**verandert niet. &lt;br /&gt;
*Als al het ijs op de poolkappen van de aarde zou smelten dan zouden de dagen: &lt;br /&gt;
**langer worden; &lt;br /&gt;
**korter worden; &lt;br /&gt;
**even lang blijven. &lt;br /&gt;
*Een veer waaraan een bepaalde massa hangt (die in zijn begintoestand een bepaalde gekende horizontale uitrekking had) beweegt wrijvingloos over een cirkelbaan. Gegeven is de k-waarde, de massa van die blok en de evenwichtpositie (0.6m). Op een figuur stond aangeduid op welke momenten de uitwijking van de veer gelijk was aan die 0.6m, alleszinds op zo&#039;n manier dat je de uitrekking van de veer in de nodige punten kon berekenen... Het was dan de bedoeling om de snelheid van de massa in het laagste punt te gaan berekenen. (moest je (denk ik) gewoon oplossen met behoud van energie) &lt;br /&gt;
*Een student houdt een polsstok vast met twee handen, gegeven was dat de massa van de stok 2,9 kg was en de afstand van het middelpunt van de stok tot hand 1 was 1,5m, de afstand van hand 1 tot hand 2 was 0,75m (hand twee bevond zich op het uiteinde van de stok). Bereken de krachten F1 en F2 die werken in de punten A en B (dus de plaats van de twee handen). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bewijs: coulombkracht is conservatief en bereken hiermee de potentiële energie in een centraal coulombkrachtveld. Bereken de energie van atomaire elektronen op de klassieke manier.&lt;br /&gt;
*Toon de microscopische oorzaak aan van viscositeitskracht. Verband tussen volumedebiet en drukgradiënt vertrekkende van het snelheidsprofiel (niet berekenen). &lt;br /&gt;
*Denkvraagjes &lt;br /&gt;
**Asteroïde in een elliptische baan rond de zon, omlooptijd van 90 dagen. Bestaat er gevaar voor botsing met aarde ? &lt;br /&gt;
**Astronaut die uit een open beker drinkt met een rietje. Gaat dit makkelijker op de maan, waar de valversnelling 1/6 van die op de aarde is, dan op aarde ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Plaat voert een harmonische trilling uit met amplitude 1.5m en frequentie 0.25Hz. Op de plaat ligt een blok, berekenen de minimale wrijvingscoëfficient tussen de blok en de plaat. &lt;br /&gt;
*2 geluidsbronnen op A(x=0,y=0) en B(x=0,y=2) die sferische golven uitsturen met 880Hz. als we nu vanuit A in de x-richting wandelen, waar constructieve interferentie ? Waar destructieve interferentie ? Wat is de drempelfrequentie zodat er geen destructieve interferentie meer zou optreden ? (snelheid geluid in lucht= 340m/s)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*vraag over hoofdstuk 5. Rotatie-energie. Bewijs behoud van impuls aldaar en geef een voorbeeld naar keuze waarbij de energie veranderd door inwendige krachten. Ge moest dus halterman-demo geven &lt;br /&gt;
*Mechanische energie bij slinger. Bewijs blabla weet ni meer twas alleszins veeeeel moeilijker als die reeks van 8 uur. Kdenk da Silverans het grappig vind om mij als enigste geoloog de kutvragen te geven terwijl de rest &amp;quot;makkelijke&amp;quot; krijgt. &lt;br /&gt;
*Denkvraag: 2 coördinaten in een stelsel: de ene is x = iets me sinus(t) blabla en de andere is y = cosinus(t) blabla. Correleren en bewijzen dat er behoud van impuls is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een pin is opgehangen in de ruimte. een massa aan een touw wordt losgelaten en kan zo dus rond die pin draaien. Bereken de minimale hoogte die je moet geven aan het touwtje om te slagen (zie bijgevoegde tekening) &lt;br /&gt;
*Gelijkend (van oplostechniek) op die van de reeks van 8uur. maar wel anders. Zo&#039;n cilinder die in een olievatje zit en ronddraait. bereken de visicositeitscoëfficiënt en nog een hele reutemeteut. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as. Leidt de bewegingsvergelijking af, vertrekkend van de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking van een stelsel van deeltjes.Leidt af en bespreek de dynamica en energie van een wiskundige slinger. &lt;br /&gt;
*Interatomaire kracht. Leidt deze af en bespreek deze tussen 2 atomen in een diatomisch molecule. En dan nog iets over een speciaal geval hierbij. &lt;br /&gt;
*2 krachten grijpen aan op een massa F1 = b.et F2 = k.v met b, et, k en v constant. Toon aan dat dezekracht(en) (niet) conservatief is (zijn). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een slinger met massa 1kg en lengte 0,5m wordt horizontaal losgelaten. Op de grond ligt een massa B waar de slinger tegen botst en waardoor deze massa gaat bewegen naar rechts. Aanvankelijk is er geen wrijving tussen de massa en de grond, maar na een tijdje wel, de dynamische wrijvingscoëfficient is 0,5. Door de botsing met de massa beweegt de slinger nog steeds verder maar wordt de maximale uitwijkingshoek 60°. Wat is de massa van B ? Op welke afstand komt de massa tot stilstand ? &lt;br /&gt;
*Twee vaten met olie met gegeven rho en n. Beide vaten zijn verbonden door een pijplijn van 1km en straal 20cm en tussen de openinen van de vaten zit een hoogteverschil van 30m. Vanuit het ene vat wordt olie naar het andere vat bergop gepompt met een volumedebiet van 1,5 m³/s. Bereken het drukverschil tussen de in -en uitgang van de pomp. (ofzoiets) Wat is het vermogen van de pomp ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
*Stelsel van deeltjes: &lt;br /&gt;
**Leid de dynamica van de bewegingsvergelijking af van de relatieve beweging in een 2 deeltjes stelsel o.i.v inwendige krachten. &lt;br /&gt;
**Analyseer de dynamica van 2 atomige moleculen. &lt;br /&gt;
*Rotationele vorm van de bewegingsvgl van een Vormvast object met een vaste rotatie as: &lt;br /&gt;
**Leid af te beginnen met de rotationele bewegingsvgl van een stelsel van deeltjes. &lt;br /&gt;
**Leid de rotatiearbeid en de rotatie-energie af. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de dynamische bewegingsvergelijking van de relatieve beweging van 2 deeltjes af+ bespreek dynamica diatomische molecule &lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as in een IS: leid bewegingsvergelijkingaf + leid ook rotatie-energie af. &lt;br /&gt;
*Bespreek de invloed van de zwaartekracht op hydrostatische druk bij gassen en vloeistoffen en geef een grafiek van de druk boven en onder een wateroppervlak. &lt;br /&gt;
*Geef de karakteristieken van een geleider in elektrostatisch evenwicht en bewijs deze. &lt;br /&gt;
*Bereken het elektrisch veld en elektrische potentiaal van een volle geladen geleidende bol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa (m1 = 5 kg) ligt op een oppervlak (µd = 0,2), en is verbonden met een massa aan een wrijvingloze katrol (m2 = 2 kg). Aan de andere kant van m1 werkt een trekkracht (1N), onder een hoek van 30° met de horizontale. Wat is de versnelling van beide massa&#039;s, en wat is de spankracht van het touw? &lt;br /&gt;
*Twee massa&#039;s, van respectievelijk 1,6 en 2,1 kg bewegen naar elkaar toe op een wrijvingloos oppervlak, met snelheden v1i = 4m/s, v2i = 2,5 m/s. Aan m2 is een veer vastgehecht met veerconstante k=600 N/m. Wat is de snelheid van m2 wanneer de snelheid v1f = 3 m/s, en wat is op dat moment de indrukking van de veer? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Relatieve beweging (+ interpreteren en toepassen op diatomische moleculen) &lt;br /&gt;
*Energiedichtheid van een mechanische harmonische golf (+ andere grootheden van energietransport definiëren) &lt;br /&gt;
*Bereken elektrische veldsterkte bij twee evenwijdige tegengesteld geladen vlakke platen. Ook potentiaal berekenen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Twee massa&#039;s aan een touw over een wrijvingloze katrol, de ene recht naar beneden, de andere op een hellend vlak (55°) zonder wrijving. 2 en 6 kg. Bereken &lt;br /&gt;
**de versnelling &lt;br /&gt;
**de spanning in het touw &lt;br /&gt;
**de snelheid na 2 sec. als het vanuit rust vertrok. &lt;br /&gt;
*Een massa (4 kg) beweegt aan een veer (k = 100 N/m) op een wrijvingsloos oppervlak. A = 2m. Als het zich op de evenwichtspositie bevind, dropt men er een massa bovenop van 6 kg. Bereken &lt;br /&gt;
**het verschil in amplitude, &lt;br /&gt;
**het verschil in periode, &lt;br /&gt;
**het verschil in energie &lt;br /&gt;
**verklaar waarom er een energieverschil is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*viskeuze laminaire stroming in een buis: &lt;br /&gt;
**Vertrek van het snelheidsprofiel (niet berekenen) om het verband tussen drukverloop en volumedebiet te berekenen, en interpreteer. &lt;br /&gt;
**Bereken en bespreek de omzetting van mechanische energie in niet mechanische energie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*de wiskundige voorstelling van de golfvergelijking en pas dit toe op een harmonische golf en leid hiervan de fysische grootheden af die tijds en plaatsafhankelijk zijn &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geisoleerd stelsel van twee deeltjes. Leidt de bewegingsvergelijking af en interpreteer. Geef aan hoe je tot de formule van vibratiefrequentie komt. &lt;br /&gt;
*Energiedichtheid in een golf. Afleiden en grootheden die met energietransport te maken hebben definiëren. &lt;br /&gt;
*Twee vlakke evenwijdige tegengesteld geladen platen in een vacuüm. Geef de elektrische veldsterkte tussen de platen en leidt de vergelijking voor de potentiaal af en geef grafiek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven 2 massa&#039;s verbonden door een koord, eentje van 2 kilo hangt vrij naar beneden, de ander van 6 kilo ligt op een helling van 55 graden, koord gaat over een katrol. Systeem is wrijvings- en weerstandsloos, bereken &lt;br /&gt;
**Versnelling van beide massa&#039;s &lt;br /&gt;
**Spankracht in het koord &lt;br /&gt;
**Snelheid van beide massa&#039;s na t = 2s. &lt;br /&gt;
*Een massa van 4 kg oscilleert (werd niet gezegd maar hier kwam het wel op neer) op een horizontaal vlak (amplitude = 2 meter) en is aan een vaste wand verbonden met een veer (k = 100N/m). Als de massa op haar evenwichtspositie is laat iemand er een blok van 6 kg op vallen, massa&#039;s blijven mooi samen, systeem oscilleert rustig verder. Bereken &lt;br /&gt;
**Verandering van amplitude &lt;br /&gt;
**Verandering van periode &lt;br /&gt;
**Geef ook de verandering van energie (als die er dan al zou zijn...) en verklaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Die relatieve beweging van het 2delig stelsel (RMS) en interpretatie. En dan ook die uitleggen bij de dynamica van de diatomische moleculen *Gravitatiekracht=conservatieve: bewijs? Vanuit dat bewijs de E&amp;lt;sub&amp;gt;p&amp;lt;/sub&amp;gt; geven en definitiee van gravitatiepotentiaal en de SI-eenheid &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa mA rust op de tafel, met een veertje erop in verticale richting en daarop een massa mB. Beide massas zijn 10kg en de k=100 (blablaeenheid). Vraag: hoeveel indrukking als beide massa’s in rust zijn en hoeveel indrukking om mA van de grond te late &amp;quot;springen&amp;quot;. &lt;br /&gt;
*Een kogel wordt afgeschoten en raakt een horizontaal gelegd wiel , die kogel blijft in den band vast zitten. Wat is de hoeksnelheid van het wiel als ge weet dat die initieel in rust was? Snelheid kogel = 370 m per s. Massa kogel en wiel gegeven. R van het wiel: 33 cm. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Relatieve beweging: Leid af, interpreteer en pas toe op diatomische moleculen &lt;br /&gt;
*Gravitatiekracht: toon aan dat de gravitatiekracht een conservatieve kracht is, leid de potentiële energie af voor gravitatieveldsterkte, en pas dit toe op de gravitatiepotentiaal. Geef ook de SI-eenheid van de gravitatiepotentiaal. &lt;br /&gt;
*Teken refractie en reflectie en verklaar de wetmatigheden. (cfr Principe van Huygens) &lt;br /&gt;
*Geef hydrostatische druk oiv zwaartekracht bij vloeistoffen en gassen. Teken grafiek. &lt;br /&gt;
*Bij onderdompelen ontstaat een opwaartse kracht, verklaar en interpreteer ! &lt;br /&gt;
*Longitudinale golven in een staaf: analyseer en bereken de snelheid ervan. &lt;br /&gt;
*Laminaire stroming: bereken de formule van het debiet, beginnende van de snelheid in een laminaire stroming (die snelheid moet je dus niet afleiden) en interpreteer. Bespreek en bereken de omzetting van mechanische naar nietmechanischeenergie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een massa A (Ma=10kg) ligt op een tafel en is via een veer (k=100N/m) verbonden met een massa B (Mb=10kg). &lt;br /&gt;
**hoever wordt de veer ingedrukt als beide massa&#039;s in rust zijn? &lt;br /&gt;
**Over welke afstand moet de veer vervolgens verder worden ingedrukt opdat massa A kan loskomen van de tafel nadat massa B wordt losgelaten? *Beschouw een fietswiel waarvan de as verticaal en vast is opgesteld zoals de figuur aantoont. Een kogel (m=100g) wordt volgens de raaklijn van het wiel in de met zand gevulde band geschoten met een snelheid van 370 m/s. De massa van de band bedraagt 2 kg terwijl de massa van de spaken verwaarloosbaar is. De straal van het wiel is 33 cm. Als je weet dat de kogel in het wiel, dat oorspronkelijk in rust was, blijft vaststeken, wat is dan de hoeksnelheid na het indringen van de kogel? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Practicum&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
*wat is de oppervlakte van onderstaande kader? Bepaal de imprecisie en motiveer je antwoord! &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Zuivere rolbeweging: bespreek de kinematica en kinetische energie. en geef de dynamica met behulp van een voorbeeld &lt;br /&gt;
*geef de postulaten van het semi-klassiek atoommodel van bohr en bereken de baanstraal en energie &lt;br /&gt;
*Bespreek het effect van screening &lt;br /&gt;
*Energie en energietransport van een harmonische golf &lt;br /&gt;
*Definieer en bespreek de potentiele energiedichtheid (gebruik de potentiele energiekromme!) en de oppervlaktespanning en geef het verband tussen beide &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek van een laminaire stroming in een buis het verabnd tussen het drukverloop en volumedebiet &lt;br /&gt;
*Bespreek het doppler effect bij mechanische golven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*interfererende golven : staande golven , eigenmodes, resonantie van golven op een snaar. &lt;br /&gt;
*gemiddelde vrije weglengte en de toestandsvergelijking van Van der Waals.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*zuivere rolbeweging: geef de kinematica en de kinetische energie en de dynamica aan de hand van een voorbeeld &lt;br /&gt;
*postulaten van Bohr, de baanstraal en de energieën van atomaire elektronen + leg uit de afscherming bij meeratomige atomen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*definieer en bespreek: energie en energietransport in een golf &lt;br /&gt;
*definieer en verduidelijk oppervlakte-energiedichtheid (potentiaalkromme) en oppervlaktespanning + geef het verband tss beiden &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2003 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg uit en interpreteer: bewegingsvergelijkingen van stelsel van deeltjes &lt;br /&gt;
*Geef de postulaten van het semi-klassiek atoommodel van Bohr en de berekeningen voor de baanstralen en baanenergie #Waarom en hoe moet men rekening houden met effect van afscherming? &lt;br /&gt;
*Leid af en bespreek : energie en energietransport in een mechanische harmonische golf. &lt;br /&gt;
*Kinetische gastheorie. Bespreek het principe van equipartitie van energie en hoe men hieruit de temperatuursafhankelijke inwendige energie bekomt van gassen met diatomische moleculen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*2 sterren M1=17,5*massa zon. M2=10,2* massa zon. d=1,16*10^9m de sterren bewegen als een dubbelster rond het mc. bereken de omlooptijd. &lt;br /&gt;
*een figuur: een cilinder op een helling(30°) dat zuiver rolt: I=1/2(mR²) deze cilinder is vastgemaakt met een draad aan een kleinere cilinder die niet kan transleren: Mc=... en r=0,1m #*bereken de spankracht &lt;br /&gt;
**de rotatie energie van het totale systeem als de cilinder 2m verder is gerold &lt;br /&gt;
*Vraag over het practicum : s=100.0m , §s=0.1m en t=2.00s , §t= 0.01s (§ is de imprecisie) Bereken v en bereken vervolgens §v &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
*viskeuze stroming: micrscopisch uitleggen,verband ts volumedebiet en drukverloop aantonen en omzetting van mechanische in nt-mechanische energie uitleggen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Leid af (beginnend van relativistische massa) en interpreteer de formule van de relativistische energie. &lt;br /&gt;
*Bespreek de beweging van de Tol &lt;br /&gt;
*Wet van behoud van energie: leid af en interpreteer Warmtecapaciteit, soortelijke warmte: definities, soortelijke warmte van 2-atomige moleculen, microscopisch belang daarvan &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2002 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking voor een geïsoleerd stelsel van 2 deeltjesaf en interpreteer. &lt;br /&gt;
**Leg de vibratie van een diatomisch molecule uit, zowel klassiek als kwantumfysisch. &lt;br /&gt;
*Toon aan dat een Coulombkrachtveld een CKV (conservatief krachtveld) is. Bereken aan de hand van de vorige afleiding de potentiële energie van een lading in het Coulombkrachtveld. Geef de definitie van elektrische potentiaal en pas toe op bovenstaande. &lt;br /&gt;
**Leg uit hoe je de Coulombkracht in meer-elektron-atomen berekent. &lt;br /&gt;
*Leid de bewegingsvergelijking van een roterende puntmassa af. (beknopt antwoord) &lt;br /&gt;
*Geometrische optica. #Leg uit wat er gebeurt aan een grensvlak tussen 2 media (cfr. principe van Huygens) kinetische gastheorie. &lt;br /&gt;
**geef de definitie van de grootheden temperatuur en kwadratisch gemiddelde snelheid en verduidelijk hun fysische betekenis &lt;br /&gt;
**leg uit hoe ze aan de absolute temperatuursschaal komen. &lt;br /&gt;
*bespreek de longitudinale golven in een staaf, en leid v af &lt;br /&gt;
**definieer warmtecapaciteit en soortelijke warmte &lt;br /&gt;
**Bespreek de soortelijke warmte van een 2-atomig gasmolecule, en welke microscopische gegevens kan je afleiden uit het verband met de temperatuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een wagen rijdt met een snelheid van 90 km/h over een weg die in de bochten een hoek van 20° met de horizontale maakt. De statische wrijvingscoëfficiënt tussen de banden van de wagen en het wegdek is 0,8. Hoe groot is de straal van de kleinste bocht die de auto kan nemen zonder te slippen. &lt;br /&gt;
*Een object (jojo) bestaat uit 2 delen. De straal van het grootste gedeelte is 10 keer de straal van het kleinste gedeelte (R = 10r). De massa van het totale object is M, het traagheidsmoment t.o.v. de rotatieas wordt benaderd door Ir = ½ MR². Rond de kleinste cilinder is een touw gewikkeld. Het touw wordt op een vast punt stilgehouden. Op t = 0 laat men de jojo los. Bereken de baanversnelling van het massacentrum, en de spankracht in het touw als M = 0,1kg. &lt;br /&gt;
*V1=2*V2. (deze zijn met elkaar verbonden via membraam) als de druk in beide volumes gelijk zijn, is de temperatuur verschillend, als de druk=10^5 Pa, dan is de temperatuur in beide volumes gelijk aan 27°C en hebben we een ideaal gas de temperatuur van volume 1 wordt tot 0°C verlaagd en dat van volume 2 tot 110°C verhoogd,de volumes blijven bij deze temperatuur verandering constant. Wat is de einddruk? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leid af en bespreek (die haat ik!): energie en energietransport bij mechanische harmonische golven. geef de vrije weglengte en bespreek &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*geef het verband tussen cohesiedruk, opp.spanning, en potentiele energie aan het oppervlak. (tis dan de bedoeling da ge die potentiaalkrommen en zo tekent) . Geef ook hun SI-eenheden #capillariteitsdruk: bespreek + afleiding. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Geef de definitie van een conservatieve kracht. Duid aan de hand van een voorbeeld aan hoe we hieraan altijd een potentiele energie kunnen verbinden en leid de formule voor die potentiële energie af.&lt;br /&gt;
*Leid de formule voor de totale relativistische energie af en interpreteer ze. &lt;br /&gt;
*Energie en energietransport: bespreek continuïteitvergelijking en wet van behoud van energie (Bernouilli) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2001 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari 2001 ====&lt;br /&gt;
*Relativistische fysica. &lt;br /&gt;
**leid de formule voor lengtecontractie af en bespreek. &lt;br /&gt;
**Geef de afleiding voor de totale relativistische energie van een massa vertrekkende vanuit de formule voor de relativistische massa en bespreek. &lt;br /&gt;
*Afleiding en bespreek voor de harmonische mechanische golf de energie en energietransport. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2000 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Januari ====&lt;br /&gt;
*Verklaar de evenwichtsvoorwaarden van de statica en pas deze ook toe op de zwaartekracht (geef weer met een figuur) &lt;br /&gt;
*Leidt de formule af voor het verband tussen de interatomaire en de macroscopische evenwichtsconstante (figuren!!!) &lt;br /&gt;
*Geef uitleg over de volgende begrippen: de oppervlaktespanning, energiedichtheid, de druk in een gasbel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Augustus ====&lt;br /&gt;
*Geef de afleiding van de laminaire stroming vanaf het snelheidsprofiel. Verklaar daarbij de micro-en macroscopische oorsrong, geef de formule van het volumedebiet en de verbruikte hoeveelheid arbeid en energie &lt;br /&gt;
*Geef de gyroscoop en z n gyroscopische effecten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 1999 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
*Bespreek de volkomen inelastische botsing. &lt;br /&gt;
*Geef en bespreek de postulaten van Bohr en bereken de Bohrstraal. &lt;br /&gt;
*Bespreek dispersie en kleurenschifting in een prisma. &lt;br /&gt;
*Bespreek het tunneleffect. &lt;br /&gt;
*Bespreek de zuivere rolbeweging &lt;br /&gt;
*Bespreek reflectie en refractie (leidt de formule met sin af). Maak een tekening (vermeld ook het principe van Huygens).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
*Leidt een formule af voor de versnelling van een kromlijnige beweging. &lt;br /&gt;
*Bespreek: energie en energietransport in een mechanische golf. &lt;br /&gt;
*Bespreek laminaire stroming in een buis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Gepikt bij de geografen ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg het verschil uit tussen statische en dynamische wrijvingskracht. Geef de definities voor hun bijhorende wrijvingscoëfficiënten. Bespreek hoe men deze kan bepalen. Geef tenslotte het verloop weer van de Fw wanneer de ingrijpende tangentiële kracht groter wordt en bespreek dit.&lt;br /&gt;
*Geef de definitie van de gravitatiepotentiaal, gravitatieveldsterkte, gravitatielijnen. Leid af hoe de gravitatiepotentiaal varieert met de hoogte. &lt;br /&gt;
*Bewijs dat de gravitatie conservatief is. Leid hieruit af dat het verschil in gravitatie potentiaal op 2 hoogtes dichtbij de aarde gelijk is aan de valversnelling maal het verschil in hoogte. &lt;br /&gt;
*Definieer het traagheidsmoment van een vast lichaam. Leidt een uitdrukking af (waar het traagheidsmoment expliciet in voorkomt) voor het impulsmoment van een vast lichaam dat roteert rond een as door een vast punt. Toon een voorwaarde aan waarvoor de grootte van het impulsmoment evenredig is met dat van het traagheidsmoment. Vermeld dimensie en eenheden. &lt;br /&gt;
*Toon aan hoe men komt tot een wiskundige voorstelling van een golf. Pas dit toe voor een harmonische golf. Verduidelijk alle grootheden die deze golf karakteriseren en geef hun verband. &lt;br /&gt;
*Kromlijnige beweging van een puntmassa: leid uitdrukkingen af voor de baanversnelling en de normaalversnelling, en analyseer de dynamica van een conische slinger.&lt;br /&gt;
*Definiëer het begrip conservatieve kracht, toon met een voorbeeld aan waarom een puntmassa in een conservatief krachtveld potentiële energie bezit, en maak duidelijk waarom er een unieke relatie tussen arbeid en verandering van potentiële energie is. &lt;br /&gt;
*Definiëer het massamiddelpunt, de impuls en het impulsmoment van een stelsel van deeltjes, en leid af en interpreteer: de bewegingsvergelijking van het massamiddelpunt en de rotationele vorm van de bewegingsvergelijking van een stelsel. &lt;br /&gt;
*Leid af: de dynamische bewegingsvergelijking van de relatieve beweging in een tweedeeltjes stelsel o.i.v. inwendige krachten, interpreteer en pas dit toe op de klassieke beschrijving van de dynamica van diatomische moleculen. &lt;br /&gt;
*Rotatie van een vormvast object om een vaste as in een inertiaalstelsel: formuleer de wet van behoud van impulsmoment en toon met een voorbeeld naar keuze aan dat inwendige krachten de rotatieenergie kunnen veranderen. &lt;br /&gt;
*Analyseer de beweging van een horizontale tol en gebruik deze analyse om de werking van een gyroscoop uit te leggen en gyroscopische effecten te verklaren. &lt;br /&gt;
*Bespreek de kinematica van de zuivere rolbeweging en de kinetische energie, en analyseer de dynamica van een zuivere rolbeweging op een hellend vlak . &lt;br /&gt;
*Gravitatie: Definieer en verduidelijk de begrippen centraal gravitatieveld, gravitatieveldsterkte en gravitatiepotentiaal. &lt;br /&gt;
*Analyseer de getijdenwerking op aarde en bereken de relatieve grootte van het effect van maan en zon. &lt;br /&gt;
*Toon de microscopische oorsprong van de elasticiteit van vaste stoffen aan, en geef met een voorbeeld het verband aan tussen de microscopische en macroscopische elastische constanten. &lt;br /&gt;
*Leid af, vertrekkend van de relativistische massa: de totale relativistische energie van een massa, en interpreteer het resultaat. &lt;br /&gt;
*Bespreek klassiek én kwantumfysisch de rotatie- en de vibratie-energie van diatomische moleculen, en toon aan hoe men uit rovibrationele emissiespectra informatie bekomt over de moleculen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een staaf met massa m en lengte l rust op een wrijvingloos horizontaal vlak en kan roteren rond een eindpunt (I=ml²). Een projectiel met snelheid v op het vlak in een baan loodrecht op de staaf elastisch tegen het vrije uiteinde van de staaf, waardoor de v van het projectiel 0 wordt. Bereken de massa van het projectiel en de hoeksnelheid van de staaf na de botsing. &lt;br /&gt;
*Welke zou de T zijn van de atmosfeer moeten zijn opdat waterstofmoleculen uit het gravitatieveld zouden kunnen ontsnappen? Aardomtrek=40000km (ant. 10000K). &lt;br /&gt;
*Een student volgt duiklessen en ondervindt dat hij in het zwembad een massa van 0.5kg moet meenemen om op een bepaalde hoogte te blijven zweven. In zeewater, waarvan de dichtheid 2,5% hoger is dan in het zwembad, moet hij 5 van deze gewichten meenemen om op dezelfde hoogte te blijven zweven. Wat is de massa van de student (antw. 71 kg).&amp;lt;/text&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[index.php?title=Categorie:1ste Bachelor]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=929</id>
		<title>Landschapsanalyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=929"/>
		<updated>2026-06-09T21:00:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zie examenwiki Merkator voor examenvragen tot juni 2022: https://sites.google.com/view/examwiki-merkator/derde-bach/landschapsanalyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;08/06/2026&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEEL SOMERS (2/3 van de punten, met elke vraag is 1/3 van de punten voor het examen waard) : &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. stel combinaties op voor de volgende woorden en leg ui: cognitief landschap, cameraval, contagion, occupancy model, schaal, LiDAR, DTM, wet van fechner, applaton model, dominance, landscape change model, transition probability martix&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. De klimaatcrisis stelt dat de grootste rampen die in België en Nederland gaan voorkomen, overstromingen zijn. Vlaanderen wilt dit onderzoek uitvoeren op landbouwgebied. Je moet een plan opstellen om de invloed van kleine landschapsstructuren zoals hekjes, meertjes, hagen, grasbermen,.. te bepalen op het vertragen, infiltreren en vasthouden van het water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEEL VAN ROMPAEY (1/3  van de punten): &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	Twee kaarten gegeven van Europa met de forested percentage per gridcell gegeven voor het jaar 1850 en 1500 (zoals in de powerpoint). Welk model zou jij gebruiken om deze kaarten te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.	Grafiek van de bostransitie van Frankrijk gegeven (in de powerpoint). Wanneer begon de bostransitie? Verklaar waarom het areaal bosoppervlakte hard schommelt t.o.v de bevolkingsevolutie. Verklaar de twee knikken in het bosaraal. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.	Duid de droge champagne en de Brie  aan op de onderstaande kaart. Verklaar en geef de bevolkingsevolutie van de afgelopen 100 jaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.	Geef de foodshed van Fagne-Famenne (plaats met zwaarste klei België) vanaf het jaar 1785 tot heden. Verklaar dit. Geef ook twee kaarten van het landgebruik voor dit gebied voor het jaar 1785 en het heden.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=928</id>
		<title>Landschapsanalyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=928"/>
		<updated>2026-06-09T13:14:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zie examenwiki Merkator voor examenvragen tot juni 2022: https://sites.google.com/view/examwiki-merkator/derde-bach/landschapsanalyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
08/06/2026&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEEL SOMERS: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. stel combinaties op voor de volgende woorden en leg ui: cognitief landschap, cameraval, contagion, occupancy model, schaal, LiDAR, DTM, wet van fechner, applaton model, dominance, landscape change model, transition probability martix&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. De klimaatcrisis stelt dat de grootste rampen die in België en Nederland gaan voorkomen, overstromingen zijn. Vlaanderen wilt dit onderzoek uitvoeren op landbouwgebied. Je moet een plan opstellen om de invloed van kleine landschapsstructuren zoals hekjes, meertjes, hagen, grasbermen,.. te bepalen op het vertragen, infiltreren en vasthouden van het water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEEL VAN ROMPAEY: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.	Twee kaarten gegeven van Europa met de forested percentage per gridcell gegeven voor het jaar 1850 en 1500 (zoals in de powerpoint). Welk model zou jij gebruiken om deze kaarten te maken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.	Grafiek van de bostransitie van Frankrijk gegeven (in de powerpoint). Wanneer begon de bostransitie? Verklaar waarom het areaal bosoppervlakte hard schommelt t.o.v de bevolkingsevolutie. Verklaar de twee knikken in het bosaraal. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.	Duid de droge champagne en de Brie  aan op de onderstaande kaart. Verklaar en geef de bevolkingsevolutie van de afgelopen 100 jaar. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.	Geef de foodshed van Fagne-Famenne (plaats met zwaarste klei België) vanaf het jaar 1785 tot heden. Verklaar dit. Geef ook twee kaarten van het landgebruik voor dit gebied voor het jaar 1785 en het heden.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=927</id>
		<title>Landschapsanalyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Landschapsanalyse&amp;diff=927"/>
		<updated>2026-06-09T13:13:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Matteo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zie examenwiki Merkator voor examenvragen tot juni 2022: https://sites.google.com/view/examwiki-merkator/derde-bach/landschapsanalyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
08/06/2026&lt;br /&gt;
DEEL SOMERS: &lt;br /&gt;
1. stel combinaties op voor de volgende woorden en leg ui: cognitief landschap, cameraval, contagion, occupancy model, schaal, LiDAR, DTM, wet van fechner, applaton model, dominance, landscape change model, transition probability martix&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. De klimaatcrisis stelt dat de grootste rampen die in België en Nederland gaan voorkomen, overstromingen zijn. Vlaanderen wilt dit onderzoek uitvoeren op landbouwgebied. Je moet een plan opstellen om de invloed van kleine landschapsstructuren zoals hekjes, meertjes, hagen, grasbermen,.. te bepalen op het vertragen, infiltreren en vasthouden van het water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DEEL VAN ROMPAEY: &lt;br /&gt;
1.	Twee kaarten gegeven van Europa met de forested percentage per gridcell gegeven voor het jaar 1850 en 1500 (zoals in de powerpoint). Welk model zou jij gebruiken om deze kaarten te maken. &lt;br /&gt;
2.	Grafiek van de bostransitie van Frankrijk gegeven (in de powerpoint). Wanneer begon de bostransitie? Verklaar waarom het areaal bosoppervlakte hard schommelt t.o.v de bevolkingsevolutie. Verklaar de twee knikken in het bosaraal. &lt;br /&gt;
3.	Duid de droge champagne en de Brie  aan op de onderstaande kaart. Verklaar en geef de bevolkingsevolutie van de afgelopen 100 jaar. &lt;br /&gt;
4.	Geef de foodshed van Fagne-Famenne (plaats met zwaarste klei België) vanaf het jaar 1785 tot heden. Verklaar dit. Geef ook twee kaarten van het landgebruik voor dit gebied voor het jaar 1785 en het heden.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Matteo</name></author>
	</entry>
</feed>