<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=LilSwag</id>
	<title>Atlas Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=LilSwag"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/LilSwag"/>
	<updated>2026-05-05T17:33:08Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_II&amp;diff=903</id>
		<title>Algemene natuurkunde II</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Algemene_natuurkunde_II&amp;diff=903"/>
		<updated>2026-01-20T10:53:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;LilSwag: Januari  12/01/2025&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Michael Wübbenhorst&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, oefenzitting, practicum&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 6&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding, oefeningen zijn schriftelijk&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari (sinds 2013-2014)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze prof heeft een uitgesproken Duits accent, zo kan hij een hele les praten over &#039;sinus tette&#039;. Deze prof doet zeer veel proefjes in zijn les, dat zijn natuurlijk de leukste momenten van de les, de rest van de les is nogal saai. Het is geen ramp om deze lessen te missen, alles is duidelijk uitgelegd in de cursus. (Het is trouwens een aanrader om gewoon uit de &#039;oude&#039; cursus te leren die op Toledo staat ipv Giancoli.) Op het examen is hij zeer vriendelijk, hij leest gewoon je voorbereiding en stelt hierbij bijvragen om na te kijken dat je de leerstof wel degelijk begrijpt en niet gewoon van buiten hebt geleerd. &amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;12/01/2025&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
*BrekingIndex vraag (nieuw)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RLC-kring (nieuw)&lt;br /&gt;
*Elektrisch veld rond een oneindiglange draad op 1cm, 5cm, 50cm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 1 (13/01/2025)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
*Geleiders en kristallijne stoffen&lt;br /&gt;
**Bespreek de werking en kenmerken van een intrinsieke halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, ...). Leg ook de termen meerderheids- en minderheidsladingdragers uit.&lt;br /&gt;
**Hoe zijn deze halfgeleiders temperatuurafhankelijkheid (grafiek)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2).&lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3).&lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3?&lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken. De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. Je mag aannemen dat de n van lucht exact gelijk is aan 1.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2 (21/01/2025)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er waren 2 versies&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Versie 1:&#039;&#039;&#039;&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de RLC-serieketen.&lt;br /&gt;
** Leg uit met behulp van fasoren en de wetten van Kirchoff.&lt;br /&gt;
** Bepaal de stroom en de impedantie in functie van R, L, C en de frequentie omega.&lt;br /&gt;
** Leg uit wat er gebeurt met de stroom en de fasoren als de frequentie veel kleiner, groter en gelijk aan de resonantiefrequentie is.&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Bereken de dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young. Gegeven: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en staat voor één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 539nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje.&lt;br /&gt;
* Condensator in water. Gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80, getal van Avogadro = 6,02*10^23, molaire massa van water = 18g. &lt;br /&gt;
** Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator?&lt;br /&gt;
** Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld?&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Versie 2:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg uit en geef de wet van Faraday en de wet van Lenz. Hoe werken transformatoren en geef ook voorbeelden. Hoe werkt een rem op basis van Foucaultstromen? &lt;br /&gt;
*Geef de polarisatietoestanden van EM-straling. Absorptie, breking en verstrooiing uitleggen. Waarom is de zon bij zonsondergang rood en is de hemel blauw?&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Twee geleidende bolschillen concentrisxh opgesteld met R1 en R2 de stralen. Binnenste bol lading q, buitenste lading -q&lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil tussen de twee bollen&lt;br /&gt;
**Bereken capaciteit&lt;br /&gt;
*C, R en V0 gegeven. Op tijdstip t=0 vermindert de afstand tussen de condensator platen met 20%&lt;br /&gt;
**Wat is spanningsverschil op condensator voor (V1) en na (V2) de gebeurtenis.&lt;br /&gt;
**We wachten een lange tijd. Wat is dan het spanningsverschil (V3) op de condensator&lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip is het spanningsverschil op de weerstand gelijk aan het gemiddelde van V2 en V3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 1 (15/01/2024)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Biot savart en vergelijk met Coulomb&lt;br /&gt;
**Toon B aan voor oneindige stroomvoerende draad met behulp van Biot savart&lt;br /&gt;
*Spectrum van zwarte straler adhv verschuivingswet van Wien en wet van Stefan-nog iets&lt;br /&gt;
**Vergelijk spectrum van zwarte straler met dat van een laser&lt;br /&gt;
**Relatie weerkaatsingscoëfficiënt en nog een coëfficiënt wat ik even vergeten ben voor verschillende materialen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Twee geleidende bolschillen concentrisxh opgesteld met R1 en R2 de stralen. Binnenste bol lading q, buitenste lading -q&lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil tussen de twee bollen&lt;br /&gt;
**Bereken capaciteit&lt;br /&gt;
*C, R en V0 gegeven. Op tijdstip t=0 vermindert de afstand tussen de condensator platen met 20%&lt;br /&gt;
**Wat is spanningsverschil op condensator voor (V1) en na (V2) de gebeurtenis. &lt;br /&gt;
**We wachten een lange tijd. Wat is dan het spanningsverschil (V3) op de condensator&lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip is het spanningsverschil op de weerstand gelijk aan het gemiddelde van V2 en V3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2 (23/01/2024)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een homogeen magneetveld. &lt;br /&gt;
** Leid de straal van de cirkelbaan af als functie van de magnetische inductie, de massa, snelheid en lading. Let op de omlooprichting!&lt;br /&gt;
** Leg het principe uit van een massaspectrometer. Vertrek vanuit een geladen deeltje (begin snelheid = 0) dat lineair wordt versneld in een homogeen elektrisch veld naar de eindsnelheid v.&lt;br /&gt;
** Bespreek de werking van een cyclotron&lt;br /&gt;
* Bespreek de RLC-serieketen. &lt;br /&gt;
** Leg uit met behulp van fasoren en de wetten van Kirchoff.&lt;br /&gt;
** Bepaal de stroom en de impedantie in functie van R, L, C en de frequentie omega.&lt;br /&gt;
** Leg uit wat er gebeurt met de stroom en de fasoren als de frequentie veel kleiner, groter en gelijk aan de resonantiefrequentie is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bereken de dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young. Gegeven: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en staat voor één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 539nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje.&lt;br /&gt;
* Condensator in water. Gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80, getal van Avogadro = 6,02*10^23, molaire massa van water = 18g. &lt;br /&gt;
** Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator?&lt;br /&gt;
** Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*Leg uit en geef de wet van Faraday en de wet van Lenz. Hoe werken transformatoren en geef ook voorbeelden. Hoe werkt een rem op basis van Foucaultstromen? &lt;br /&gt;
*Geef de polarisatietoestanden van EM-straling. Absorptie, breking en verstrooiing uitleggen. Waarom is de zon bij zonsondergang rood en is de hemel blauw? &lt;br /&gt;
*Er zijn 2 concentrische bolschillen met stralen R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt; en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en ladingen q en -q. Wat is het potentiaalverschil tussen de bolschillen en wat is de capaciteit van de sferische condensator die gevormd werd. &lt;br /&gt;
*Er is een solenoïde met een zelfinductie van 53mH en een weerstand van 0,35 Ohm die wordt aangesloten op een bron met spanning 12,0V. Bereken de energie opgewekt door de solenoïde na lange tijd (ook P berekenen hier) en de tijd wanneer de energie de helft was van de uiteindelijke energie opgewekt door het magneetveld. Hoeveel procent van het maximaal vermogen wordt er hier gebruikt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zelfde examen dus als januari 2021. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
Het examen was exact hetzelfde als in januari. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*Bespreek de werking en kenmerken van een intrinsieke halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, ...). Leg ook de termen meerderheids- en minderheidsladingdragers uit. Hoe zijn deze halfgeleiders temperatuurafhankelijkheid (grafiek). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken. De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. Je mag aannemen dat de n van lucht exact gelijk is aan 1. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de wet van Faraday en de wet van Lenz. Foucaultstromen: hoe werkt een rem op basis van wervelstromen? &lt;br /&gt;
*Bespreek de mogelijke polarisaties van EM-straling. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Er zijn 2 concentrische bolschillen met stralen R&amp;lt;sub&amp;gt;1&amp;lt;/sub&amp;gt; en R&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en ladingen q en -q. Wat is het potentiaalverschil tussen de bolschillen en wat is de capaciteit van de sferische condensator die gevormd werd. &lt;br /&gt;
*Er is een solenoïde (?) met een zelfinductie van 53mH en een weerstand van 0,35 Ohm die wordt aangesloten op een bron met spanning 12,0V. Bereken de energie opgewekt door de solenoïde (?) na lange tijd en de tijd wanneer de energie de helft was van de uiteindelijke energie opgewekt door het magneetveld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
Dit waren EXACT dezelfde vragen als een jaar geleden. Zelfs de datum had hij niet aangepast. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de beweging van een lading in een magnetisch veld. Leid een formule af voor de straal van de cirkel die de lading beschrijft. Leg de werking van een massaspectrometer en een cyclotron uit. &lt;br /&gt;
*Leg aan de hand van een fasordiagram de RCL-kring uit. Leid een formule af voor de stroom en de impedantie. Resonantiefrequentie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Condensator in water: gegeven: dipoolmoment water = 1,610*10^-30, massadichtheid 1 g/cm^3, diëlektrische constante water = 80. Stel dat de condensator zo opgeladen zou worden dat de dipolen in water zich oriënteren volgens het geïnduceerde elektrisch veld. Wat is de oppervlakteladingsdichtheid op de condensator? Stel dat de ladingsdichtheid 1/1000 is van de bekomen waarde, wat is dan de sterkte van het geïnduceerde elektrisch veld? &lt;br /&gt;
*Micaplaatje d.m.v. de proef van Young: micaplaatje is tussen de 6-7 *10^-6 meter dik en bedekt één van de twee spleten. Het gebruikte licht heeft een golflengte van 532nm en n = 1,582. Op het scherm is een centraal maximum te zien. Bepaal de exacte dikte van het micaplaatje. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 17/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dikte van een micaplaatje d.m.v. de proef van Young &lt;br /&gt;
*Condensator in water &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 29/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg volgende begrippen uit: &lt;br /&gt;
**Magnetische moment (vb in solenoïde) en magnetisatie &lt;br /&gt;
**Ferromagnetisme &lt;br /&gt;
*Beschrijf het werkingsprincipe van een LASER, houd rekening met &lt;br /&gt;
**gestimuleerde en spontane emissie &lt;br /&gt;
**eigenschappen van laserlicht &lt;br /&gt;
**nergieniveau&#039;s en bijzonderheden bij lasermateriaal &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 20/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Wet van Ampere met uitbreiding. &lt;br /&gt;
*RLC-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geleidende bol en bolschil. Lading en potentiaal op bol bepalen. &lt;br /&gt;
*Wit licht tussen bepaalde golflengtes, welke golflengtes gaan door een vierkant gat op het scherm? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 16/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Beweging van lading in magnetisch veld. Ook massaspectrometer en cyclotron uitleggen. &lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 12/01 voormiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*RCL-kring &lt;br /&gt;
*beweging van lading &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Mica: De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? &lt;br /&gt;
**Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 11/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*RCL- kring &lt;br /&gt;
*Wet van Ampère &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*spleet, berekenen welke golflengtes er in het vierkant vallen (zie oudere examenvragen of bij chemica?) &lt;br /&gt;
*oude examenvraag &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 12/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de werking van een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider (bandenmodel, temperatuurafhankelijkheid). Leg uit wat de pn-junctie is. &lt;br /&gt;
*Geef en verklaar de wet van Biot-Savart. Pas deze daarna toe op een oneindig lange, rechte stroomvoerende draad. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven: een tekening met twee bolschillen die concentrisch zijn opgesteld, de binnenste bolschil heeft straal R1 en een lading q, de buitenste bolschil heeft straal R2 en een lading -q. Gevraagd: &lt;br /&gt;
**Geef het potentiaalverschil tussen deze twee bolschillen &lt;br /&gt;
**Geef de capaciteit van deze zogenoemde &#039;sferische&#039; condensator. &lt;br /&gt;
*Natuurlijk licht met een golflengte van 600nm wordt loodrecht op een scherm geschenen. Beschouw twee evenwijdige lichtgolven die, in het begin, in fase zijn. Beide golven worden door een verschillend stuk glas gestuurd voor ze het scherm bereiken.De eerste straal wordt door een stuk gestuurd met l1 = 4.00µm en n1= 1.40. De tweede straal wordt door stuk gestuurd met l2 = 3.50µm en n2 = 1.60. Bereken nu het faseverschil in graden tussen beide golven als ze het scherm bereiken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bespreek de werking van een halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider. Leg uit wat de pn-junctie is. &lt;br /&gt;
*Bespreek de verschillende soorten polarisatie van em-golven (lineair, circulair, elliptisch), de manieren om te polariseren moet je niet uileggen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven: een tekening met twee bolschillen die concentrisch zijn opgesteld, de eerste bolschil heeft straal R1, de tweede bolschil heeft straal R2 (R2&amp;gt;R1). De dikte van de bolschillen is verwaarloosbaar. De binnenste bol heeft lading q, de buitenste bol lading -q. Gevraagd: &lt;br /&gt;
**geef E in functie van r, (met 0&amp;lt;r&amp;lt;oneindig) &lt;br /&gt;
**geef V in functie van r, de potentiaal is nul op oneindig &lt;br /&gt;
*Een solenoïde heeft een zelfinductie van 53 mH en een elektrische weertand van 0,35 Ohm. De bron heeft een potentiaal van 12,0 V. &lt;br /&gt;
**Bereken de stroom door de self wanneer we lang wachten. Welk vermogen moet de bron op dat moment nog leveren? &lt;br /&gt;
**Bereken hoe lang het duurt tot de magnetische energie de helft heeft van de maximum waarde (energie als t=oneindig). Welk vermogen moet de bron leveren op dat tijdstip? Hoe groot is het percentage van het magnetische vermogen t.o.v. het totale vermogen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 - 10/06 - &#039;s middags&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de wet van Biot Savart en pas dit toe op een oneindig lange stroomvoerende draad &lt;br /&gt;
*Wat is een virtueel beeld? Kan je dat vormen met een vlakken spiegel? Holle spiegel? Bolle spiegel? Welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Dieje kubus (zie oude examenvragen) &lt;br /&gt;
*Iets met een RLC kring met uitzonderlijke omstandigheden, R gegeven, wat is de capaciteit en de inductie in de kring. Uitzondelijke omstandighede dus da de ampitude van uw weerstand = amplitude zelfinductie = amplitude condensator = amplitude van de bron, en ge had ook een frequentie gegeven? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1 - 10/06 - &#039;s ochtends&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Magnetisatie &amp;amp; magnetische susceptibiliteit &lt;br /&gt;
*Methodes om te polariseren (verstrooiing, absorptie etc...) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Gegeven is een RC-kring met R=100 kOhm; C=9,40 µF; en V(bron)=15,0 V. Na lang wachten (de condensator eerst helemaal laten opladen) verminderen we de afstand tussen condensatorplaten met 20%, in verwaarloosbaar tijdsinterval. &lt;br /&gt;
**Bereken potentiaalverschil over de condensator vlak voor (V1) en vlak na die verandering (V2). &lt;br /&gt;
**Bereken het potentiaalverschil over de condensator op lange tijd na de verandering (V3). &lt;br /&gt;
**Op welk tijdstip na de verandering zal de spanning over de weerstand gelijk zijn aan het gemiddelde van V2 en V3? &lt;br /&gt;
*We weten van een micaplaatje dat het tussen de 6 en de 7 µm dik is. Om de dikte exact te bepalen gebruiken we de proef van Young, waarbij we het micaplaatje voor één van de spleten zetten (n=1,582). Er verschijnt een centraal maximum wanneer we golflengte 539 nm gebruiken. Wat is dus de precieze dikte van het micaplaatje? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Formuleer en verduidelijk de wet van Biot-Savart. Gebruik de wet om het magneetveld te berekenen dat ontstaat in de buurt van een (oneindig) lange, rechte draad met een elektrische stroom. #Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om een dergelijk, dus virtueel, beeld van een reëel voorwerp te bekomen met een vlakke spiegel? Met een holle spiegel? Met een bolle spiegel? Onder welke omstandigheden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De ruimte tussen de platen tussen een condensator wordt helemaal opgevuld met zuiver water. Het dipoolmoment van een watermolecule is 6.10x10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt;Cm. Water heeft een dichtheid van 1.00g/cm³ en een molaire massa van 18g. De diëlektrische constante van water is 80. Het getal van Avogadro is 6.02x10&amp;lt;sup&amp;gt;23&amp;lt;/sup&amp;gt;. #*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen zou kunnen worden dat alle elektrische dipolen perfect uitgelijnd zouden kunnen zijn met het elektrisch veld. Wat zou dan de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid aan het wateroppervlak zijn? #*Veronderstel dat de condensator zodanig opgeladen wordt, dat die geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid één duizendste bedraagt van de hierboven berekende waarde. Hoe groot is dan het elektrisch veld in de condensator? #In een RLC-serieketen met een sinusoïdale wisselspanningsbron blijkt bij een frequentie van 1.73kHz de amplitude van de spanning over de weerstand gelijk te zijn aan de amplitude van de spanning over de zelfinductie en gelijk aan de amplitude van de spanning over de condensator en bovendien gelijk aan de amplitude van de bronspanning. De weerstand in een kring is R=700Ω. Bepaal de zelfinductie en de capaciteit in de kring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is magnetisatie en magnetische susceptibiliteit? #Leg de LASER uit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;RC-kring met gegeven bronspanning (15V), weerstand (100000Ω) en begincapaciteit (9 nF) van condensator. de condensator wordt volledig opgeladen en op een bepaald moment wordt de afstand tussen de platen van de condensator ineens met 20% verkort. #*Wat is de spanning over de condensator net voor en net na de verkorting? #*Wat is de spanning over de condensator na opnieuw lang wachten? #*Wanneer is de spanning over de weerstand de gemiddelde waarde tussen a (net na) en b (lang wachten)? #Een tweespletenexperiment waarvan 1 spleet wordt afgedekt met micaplaatje (met gegeven brekingsindex). Het micaplaatje is tussen 6 en 7µm dik. Voor een gegeven golflengte is er in het centrum van het waarnemingsscherm een intensiteitsmaximum. Bereken de exacte dikte van het micaplaatje. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek de beweging van een geladen deeltje in een magneetveld. Leg bij wijze van voorbeeld de werking uit van een massaspectrometer en een een cyclotron. #Leg het begrip &#039;effectiefspanning&#039; uit en bereken deze grootheid voor een sinusoïdale wisselspanning. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een geleidende bol (straal R0 : 4.00cm is concentrisch omsloten door een volle geleidende bol (stralen R1 : 6.00cm en R2 : 7.00cm). Het geheel is elektrisch neutraal maar er is een zekere hoeveelheid lading van de bol overgezet op de bolschil. Als gevolg daarvan is er aan het oppervlak van de bol een elektrisch veld van 150kV/m naar het centrum van de bol gericht. #*Bereken de lading op de bol #*Bereken de elektrische potentiaal aan het oppervlak van de bol, met de conventie dat de potentiaal 0 wordt genomen op oneindige afstand van het centrum. #Wit licht met een golflengtebereik van 400-700 nm valt loodrecht in op een diffractierooster dat 200 lijnen met mm telt. Een waarnemingsscherm staat 30cm verder. In dat scherm wordt een vierkant gat gesneden met een zijde van 10 mm en met de dichtste zijde op 50 mm van het centrale maximum. De zijden van het vierkant zijn evenwijdig met de lijnen op het rooster. Welke golflengtes vallen door het gat? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;RLC-keten met wisselspanning uitleggen #Wat is het verschil tussen een zuivere halfgeleider en een gedopeerde halfgeleider? geef uitleg over de pn-junctie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een solenoïde met een L en een R die verbanden zijn aan een batterij. L, R en V waren gegeven en men vroeg de energie van de spoel op t= oneindig en vermogen dat de batterij moest leveren. #2 stralen door glas met 2 verschillende n, met uiteindelijk de vraag: wat is het faseverschil van de 2 stralen aan het scherm achter het doorlopen van het glas? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de verschillende polarisatietoestanden (niet de manieren om te polariseren maar zo lineair gepol. golf, circulair gepol. golf en eliptisch gepol. golf) #Hoe beweegt een deeltje zich in een magneetveld. (afleiding van de straal geven) toon dit verder aan adhv de werking van een massaspectrometer en een cyclotron. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Formuleer en verduidelijk de wet van Biot-Savart. Gebruik de wet om het magneetveld te berekenen dat ontstaat in de buurt van een (oneindig) lange, rechte draad met een elektrische stroom. #Leg de LASER uit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de wet van Ampère + voorbeeld.. en geef ook de uitgebreide wet van Ampère en leg uit. #Hoe worden elektromagnetische oscillaties opgewekt in een LC-kring. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat zijn de gelijkenissen en de verschillen tussen de RC en de RL keten? (niet vergeten om ook de energie en energiedichtheid te geven) #De verschillende polarisatietoestanden geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Zaagtandspanning waarvan V&amp;lt;sub&amp;gt;eff&amp;lt;/sub&amp;gt; moet gegeven worden in de veronderstelling dat V&amp;lt;sub&amp;gt;0&amp;lt;/sub&amp;gt; gekend is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg uit was elektrische potentiaal is en illustreer met een paar voorbeelden. #Leg uit wat de wet van Biot-Savart betekent en gebruik deze wet om het magneetveld te berekenen op een punt van de symmetrieas van een cirkelvormige stroomlus &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een intervalschakelaar voor de ruitenwisser van een auto kan gebasseerd zijn op een RC-kring. In de gekentende schakeling wordt de spanning over de condensator gemeten en zodra deze groter is dan 9V wordt een hulpschakeling geactiveerd die de ruitenwisser doet bewegen. Tevens wordt dan op zeer korte tijd de condensator ontladen. De gebruikte condensator heeft een capaciteit van 4.7 microfarat. Met een knop op het dashbord kan de bestuurder de weerstand veranderen. Tussen welke waarden moet R kunnen instellen omdat de tussen de 2 opeenvolgende bewegingen van de ruitenwisser zo kunnen ingesteld worden tussen de 1 en 10 seconden. De bronspanning bedraagt 12V. #Een solenoïde heeft een diameter van 2cm, 20 cm lang en 100 windingen. Coaxiaal daarme en in het midden is er een spoeltje opgesteld van 1 enkele winding met een diameter van 1.5 cm. Dit spoeltje is verbonden aan een weerstand van 33 ohm. De stroom Is door de grote solenoïde is tijdsafhankelijk en wordt gegeven in de figuur. Bereken en schets de structuur van de stroom in het 2e spoeltje als functie van de tijd. De stroom stijgt lineair van 0 tot 30A in 0.3 s en daalt dan weer lineair van 30 naar 0A in de daaropvolgende 0.3s. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2008 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek wet Biot-Savart en gebruik om magneetveld rond oneindig lange draad met stroom af te leiden. #Leg uit wat een virtueel beeld is. Is het mogelijk om dit van een reëel voorwerp te bekomen bij een vlakke/holle/bolle spiegel. Onder welke omstandigheden? (hier vroeg hij bij het mondelinge deel een bewijs waarom de gereflecteerde stralen achter de spiegel in een punt (virueelbeeld) samen komen ) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De ruimte tussen een condensator is helemaal gevuld met water. Water heeft een dipoolmoment 6.10*10&amp;lt;sup&amp;gt;-30&amp;lt;/sup&amp;gt; Cm. De molaire massa van water is 18. De dichtheid is 1g/cm&amp;lt;sup&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt;. Water heeft een dielektrische constante van 80. #*bepaal de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid wanneeer alle dipolen zich volgens E uitlijnen. #*stel dat de geïnduceerde oppervlakteladingsdichtheid 1/1000 is van die hierboven, wat is dan het elektrisch veld? #In een RLCkring is de frequentie 1.73kHz. De amplitude van de spanning over de weerstand, de amplitude van de spanning over de condensator, de amplitude van de inductie en de amplitude van de bronspanning zijn allen gelijk. R = 700 ohm. Bepaal L en C. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is het verschil tussen halfgeleiders en gedopeerde halfgeleiders? Bespreek de pn-junctie. #Bespreek de RLC-keten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een spoel (L = 53mH) met een weerstand van 0,35 Ohm staat in een keten met een batterij die een spanning aanlegt van 12,0V. #*Wat is de opgeslagen energie in de spoel als we t zeer groot nemen? #*Wat is het vermogen dat de batterij dan moet leveren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek hoe oppervlaktelading ontstaat in een diëlektricum. Leg uit wat elektrische polarisatie is en geef de relasie hier tussen #Bespreek enkele methoden van polarisatie (van licht) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen (ongeveer)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Aarde is een geladen bol met daarrond een tweede anders geladen bol (ionosfeer). Elektrisch veld naar de aarde is 100. Straal aarde is 6400km en afstand tot ionosfeer 100km. #*bereken de netto lading die Belgie heeft (oppervlakte 30.500km³ ofzoiets) #*bereken de potentiaal op het oppervlak. Je mag de potentiaal op oneindig gelijk aan 0 stellen. #Twee gevallen. #*Een oneindig lange draad met in het midden een lus in die parallel aan de draad lag. Bereken de grootte, richting en zin van het magnetische veld in het centrum van de lus. #*hetzelfde, maar dan die lus loodrecht op de draad (het was dus dezelfde draad maar dan zo wa gek gedraaid) theoretisch oplossen (veronderstel I en staal R zijn gekent) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg de wet van Ampere uit en de uitgebreide wet van Ampere. #Bespreek de Proef van Young . &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee niet geleidende platen met oneindig groot oppervlak staan loodrecht op elkaar (maken een kruis) en dragen een lading van -3 C/m2. Bereken het veld in punt A en B en duid aan hoe deze gericht is. Bereken ook hoe groot het potentiaalverschil is en welk punt op het grootste potentiaal zit. #Iets met een stroom in de tijd meten en een draad die steeds korter wordt ofzoiet. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek de polarisatie van een diëlektricum.( ongeveer de zelfde vraag als ik in 1zit had) #Leg uit wederzijdse inductie en zelf inductie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Er is een homogeen E veld (omgekeert aan x’as )en een proton met begegin snelheid v°(geg) vertekt in A en gaat naar B (ABC ligen op de X’as) hier is v=o . je kent de massa. En q en de afstant van AB en AC is geg. Geef het potentiaal verschiel tussen A en B en waar is het het hoogst. Geef E. Geef de snelhied als het proton weer in A is en als het in C is. #Je krijgt N d van een spoel. Veff wisselspanning en een toerental=1500van de spoel. Een spoel kan roteren op een verticale as die in de spoel prikt. Deze draait onder invloed van het aard magnetisch veld. Wat kun je met deze gegevens zegen over B horizontaal en B vertikaal van de aarde.(van de stroom weet je niks. Hoe ze vloeit) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;bespreek het verschil tussen een capaciteit en een zelfinductie bij wisselstroom #leg uit wat diffractie is en hoe optische resolutie hierdoor beperkt wordt &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;moeilijke over een kring zoals in de cursus vlak voor de wet van faraday met een staaf die met een constante snelheid voortbeweegt en die aan geleidende buizen vasthangt met een niet-homogeen magneetveld en dan moest ge de stroom door de kring berekenen #makkelijke oef over polarisatie: #*ge hebt gepolariseerd licht en ge wilt da draaien over 90°. Hoeveel polarisatoren heb je minstens nodig #*zelfde als vraag a maar je moet 60% intensiteit behouden #*zelfde als b maar je moet rekening houden met 1% absorbtie bij elke polarisator &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Hoe dopering leidt tot een betere geleidbaarheid. En de pn-junctie uitleggen. #Wat is zelfinductie en wederkerige inductie en geef voor elke vorm een voorbeeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De eerste oefening ging over een RLC-keten en de tweede over een lus in de vorm van een halve maan waar een stroom door vloeit en waarbij het magnetisch veld gevraagd werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Elektrische polarisatie + invloed van dielektricum op condensator #methodes van polarisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;elektrische polarisatie en invloed van diëlektricum op cond #TOESTANDEN (niet methodes) van polarisatie &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 6&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;kompasnaald is 20° naar oosten georienteerd volgens het aardmagneetveld van 0,5e(-4) Tesla. Uw kompas staat in de Oorsprong van uw assenstelsel. Op 12 cm ten westen van uw kompasnaald staat een loodrechte geleider. Deze voert een stroom en uw kompasnaald gaat 55° naar het oosten staan: welke stroom voert deze geleider? #laten zien dat er totale inwendige reflectie is in een prisma &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Hoofdvragen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg het begrip elektrische susceptibiliteit uit. #Geef enkele manieren om gepolariseerd licht te bekomen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee kabels zijn evenwijdig gespannen op een hoogte van 30m, met een afstand van 3 m tussen de kabels. Er stroomt een wisselspanning door met een Veff van 20 kV. Het vermogen is ??? MW. Bereken het magneetveld in het punt P op de grond in het midden van de kabels. #Je hebt een zender aan de ene oever van het meer op 70 m die golven uitzend naar een ontvanger op hoogte x aan de andere kant van het meer. Het meer is 1 km lang. Welke minimale x heb je bij een maximum. (Hoe rekening met de weerkaatsing van de golven op het opp en vierkantswortel (1+e) = 1+E/2) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;elektrische potentiaal rond een puntlading #bespreek ferromagnetisme. #een oefening die we in de oefenzitting hadden gemaakt en een andere die op zich ni zo moeilijk was maar wel de tekening die je erbij moest geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;intensiteitsverdeling van euh een youngexperiment en een me 3 openingen. met fasoren doen. #laser &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Twee masten staan op een lengte L van elkaar. Beide zijn 75 meter hoog, Eén fungeert als zender en de ander als ontvanger. Er wordt uitgezonden met een freq van 113MHz. De straal kan rechtstreeks van zender naar ontvanger en een andere manier is via weerkaatsing tegen de grond. Het is dan mogelijk dat in de ontvanger destructieve interferentie optreedt. Vraag: wat is de maximale (maar eindige) lengte L tussen de masten waarbij destructieve interferentie optreedt. Neem aan dat dat de brekingsindex van de grond significant verschilt van die van lucht. (Denk dus, denk ik, aan fasedraaiing) Mijn antwoord: rond 4300 meter #Gegeven 2 lenzen, 1 convergerende met onbekende brandpuntsafstand en 1 divergerende met een bekende brandpuntsafstand (getal weet ik niet meer). De stralen afkomstig van de zon (dus v=oneindig) komen terecht op een gegeven punt. (getal weet ik niet meer). Neem aan dat de lenzen elkaar raken. #*bereken de brandpuntsfstand van de convergerende lens (mijn antwoord: 1/f=1/f1+1/f2) #*De lenzen worden nu 5 cm uit elkaar geschoven. Bereken opnieuw de plaats van het beeld. (mijn antwoord: eerst beeld voor 1e berekenen en vervolgens dit als voorwerp laten dienen bij de tweede) (Maakt het uit of eerst de convergerende of eerst de divergerende wordt getroffen?) (Nee, denk ik want stralengang is omkeerbaar) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wederzijdse inductiecoëfficiënt, wat is dat? Pas toe op 2 coaxiale solenoïden. #Leg uit hoe je aan magnetisch krachtmoment komt a.d.h.v. een rechthoekige stroomlus in een magnetisch veld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg de emk uit van een bewegende geleider. Leg aan de hand hiervan ook de wet van Faraday en de wet van Lenz uit. #Leg de RLC-serieketen uit met een wisselspanningsbron. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Er vertrekt een bundel elektronen vanuit de oorsprong van een 3D assenstelsel in de y-richting met snelheid v(0)= 6x10(tot de 7e). Er is een magnetisch veld dat volgens de z-as ligt en dat gelijk is aan 6 microTesla.(kan zijn dat deze waarde fout is) Op een afstand van y(0) = 40 centimeter , ligt een vlak dat evenwijdig is met het XZvlak. ((e= 1.6x10(tot de -19e)Coulomb en m(elektron)= 1.611x10(tot de -31e) kilogram. #*Waar ligt dan het centrum van de baan van de bundel? #*Welke hoek maakt deze baan als het op het vlak terecht komt? #*Bepaal de coördinaten van waar ze terecht komen op het vlak. #Stel dat een lading q op afstand x(0) van een rechte , niet-geleidende homogeen geladen staaf ligt. De heeft een lengte van 0 tot oneindig Bepaal de kracht die deze staaf dan op deze lading. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bereken het electrisch veld van een lange dunne draad met homogene ladingsdichtheid. Zowel zonder als met de stelling van Gauss #Bespreek paramagnetisme en diamagnetsime #wat is polarisatie en bespreek de invloed op de capaciteit van een condensator. #wat is de wederzijdse inductiecoëfficiënt? Leid deze af voor 2 solenoïdes. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;wat is de spanning over iedere condensator in volgend schema, als: #*schakelaar B geopend wordt en daarna schakelaar A gesloten (daarmee wordt de spanningsbron aangeschakeld) #*vervolgens A geopend wordt en B gesloten? (daarmee wordt de spanningsbron afgeschakeld en een extra condensator parallel gezet over een andere. #*alle condensatoren worden eerst ontladen, vervolgens wordt B gesloten en dan wordt A gesloten. Wat is de spanning over iedere condensator. bij deze oef. heb je enkel symbolisch V en je weet dat C1=C2=C3=C4=C Dus volledig symbolisch uit te werken! #Bereken de magnetische flux door volgend plaatje (hoogte b, breedte a) op een afstand c van een draad waardoor een stroom I= ... (geg.) loopt. Het plaatje staat volledig evenwijdig met de draad en in het vlak van de draad. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Hoe hangt beeldvorming af van brekingsindex. gebruik deze afleiding om de Lenzenformule van Newton te bepalen. #Interferometer van Michelson en Holografie uitleggen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;geef de intensiteitsverdeling bij diffractie aan 1 opening #bespreek transmissie en refractie bij overgang van optisch ijl naar optisch dicht &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Door een ruit kijken die 8mm dik is. erachter staat een voorwerp. wordt da door de waarnemer dichter bij of verder weg gezien. en zo ja, hoeveel is dan het verschil (afstand waarnemer-beeld en afstand waarnemer voorwerp) #de scheidingshoek berekenen tussen de eerste en tweede orde maximum van een diffractierooster en ik had nog zo op de laser gehoopt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Leg het energietransport van em-golven uit? #Leg uit wat het f-getal is? Leg ook uit hoe een vergrootglas werkt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Een berg die op grote afstand staat wordt door een convergerende lens bekeken. Deze lens geeft een beeldafstand van 38cm voor de berg. #*Bepaal de brandpuntsafstand? Kan er een virtueel beeld gevormd worden? Kan er een reëel beeld gevormd worden? #*Als we nu voor de lens een dennenappel leggen met een voorwerpsafstand van 75cm, wat is dan de positie en de aard van het beeld van de dennenappel? #Een interfentieproef waarbij ge met behulp van de breedte tussen de puntbronnen en het faseverschil, de maximale intensiteit op een scherm moet gaan berekenen. Dus onder welke hoek een maximale intensiteit optreedt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Bespreek polarisatie(niet de methoden van polarisatie). [Dus vlakke polarisatie, circulaire en elliptische] #Leg uit hoe een LASER werkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;ivm golflengte en 1 ivm lenzen (en met dioptrie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;bespreek zelfinductie en wederkerige inductie. Van welke parameters hangen ze af? Toon aan aan de hand van 1 resp 2 spoel(en). Toon aan dat de stijging/daling van de stroom een tijdsconstante heeft. #bespreek 4 verschillende manieren om van ongepolariseerd licht gepolariseerd licht te krijgen. Een straal valt in op een prisma, parallel aan de prismahoek : bespreek hoe het licht uit het prisma komt. #oefening gelijkend op oef. 5 van werkzitting 2 #10 kleine vraagjes over impedantie, radio&#039;s, zonnebrillen, antennes en zo voort&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>LilSwag</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Milieuchemie&amp;diff=902</id>
		<title>Milieuchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Milieuchemie&amp;diff=902"/>
		<updated>2026-01-20T10:46:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;LilSwag: 2026 16 januari - voormiddag&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | title   = Vakinfo&lt;br /&gt;
 | headerstyle = background:lightgrey&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header1 = Lessen en examens&lt;br /&gt;
 |  label2 = Docent |   data2 = Mieke Verbeeck&lt;br /&gt;
 |  label3 = Lesvorm |   data3 = Hoorcollege en 5 oefenzittingen&lt;br /&gt;
 |  label4 = Examenvorm |   data4 = Mondeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header5 = Achtergrond&lt;br /&gt;
 |  label6 = Studiepunten |   data6 = 4&lt;br /&gt;
 |  label7 = Wanneer? |   data7 = 2e bach, 1e sem&lt;br /&gt;
 |  label8 = Brossen? |   data8 = Op eigen risico&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Als je je diploma niet haalt, is het hierdoor. Volgens verschillende bronnen is Mieke wel een heel pak vriendelijker en liever dan Erik Smolders (de vorige prof), ook op het examen. Probeer je dus niet te veel zorgen te maken over de horrorverhalen van ouderejaars, die wel nog met Smolders zaten opgezadeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 januari - voormiddag ====&lt;br /&gt;
* Waarom is de pH het laagst aan het einde van de nacht?&lt;br /&gt;
* Welk effect heeft pH op de lading van kaoliniet en illiet (structuur gegeven) en vergelijk deze kleimineralen.&lt;br /&gt;
* hoe kan men N2O emissies vermijden in de landbouw en hoe komen ze vrij.&lt;br /&gt;
* sorptie van H en Cu aan finstof met ook een zuur CuOH. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 17 januari - namiddag ====&lt;br /&gt;
* Wat gebeurt er met de oplosbaarheid van O2 bij verhoogde ionische sterkte?&lt;br /&gt;
* Invloed van sorptie op bodemvruchtbaarheid&lt;br /&gt;
* verzuring van de bodem bij intensieve veehouderij (tip: NH3 emissies)&lt;br /&gt;
* Een reactie met als EC: Ks van een sorptieding en massabalans van [S]t zeg maar en dan een concentratie van een stof hoeveel dat nog in oplossing blijft.&lt;br /&gt;
**2e deel waarbij een deel van die sorptieplaatsen weg gaan. De sorptieplaatsen waren op ferrihydriet (Fe(OH3)) (die formule stond erbij) en ging onderwater wegreduceren met organische stof van 2C/kg/dag voor 30 dagen. Dus je moest eerst een REDOX reactie uitschrijven van Fe(OH)3 + CH2O -&amp;gt; Fe2+ + CO2 (en dan verder uitwerken) en met dat resultaat wist je dan dat er voor elke CH2O 4Fe(OH)3 weg gingen reageren, wist je hoeveel sorptieplaatsen er minder zijn en dan dezelfde massabalans en zo&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 20 januari - voormiddag ====&lt;br /&gt;
*Waarom is de ph laag in water &#039;s ochtends &lt;br /&gt;
*Wat gebeurt er me de pH als een bodem uitdroogt &lt;br /&gt;
*Welke invloed heeft NOx op het milieu&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 21 januari – namiddag ====&lt;br /&gt;
*Waarom is de Kassoc groter voor fulvuszuur met Fe3+ tegenover met azijnzuur? (Ze bedoelt hier fulvuszuur + Fe3+  vs  azijnzuur + Fe3+)&lt;br /&gt;
*Waarom is de pH van de bodem en van oppervlaktewater hoger in droge gebieden dan in natte gebieden?&lt;br /&gt;
*Gegeven: structuurformule van biotiet en een smectiet mineraal. &lt;br /&gt;
**Hoe verschillen ze van elkaar in CEC en waarom?   &lt;br /&gt;
**Leg de structuur van beide mineralen uit (1:2 of 2:1 ; di- of trioctaëdrisch) &lt;br /&gt;
*We gaan de bodems van 2 verschillende bossoorten (loof vs naald) vergelijken bij pH = 5. De uitspoeling van organisch materiaal in het loofbos is 5 kmol C /ha /jaar. Bij een naaldbos is dit 2 maal hoger. Bereken de Fe3+ uitspoeling in kg/ha/jaar. De Ksp van Fe(OH)3 is 1^-39. De pKa is 8 voor de reactie: SOH -&amp;gt; SO- + H+ . De log Kassoc is -12 voor de reactie: Fe3+ + SO- -&amp;gt; FeSO2+. &lt;br /&gt;
**Leg uit hoe de uitspoeling van Fe3+ veranderd bij dalende pH. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 24 januari - voormiddag ====&lt;br /&gt;
*Wat zijn potentiaal bepaalde ionen?&lt;br /&gt;
*Waarom stijgt de concentratie Ca2+ als de respiratiesnelheid stijgt?&lt;br /&gt;
*Waarom leidt stikstofbemesting tot verzuring van de bodem?&lt;br /&gt;
*Lange oefening met veel uitleg in twee delen&lt;br /&gt;
**Bepaal hoe lang het duurt vooraleer er een of andere drempel is bereikt. Een redoxreactie (MnO2/Mn2+) werd gevraagd en moest uitgeschreven worden, voor de rest waren er concentraties berekend. &lt;br /&gt;
**Wordt deze drempel bereikt als er MnO2 volledig reduceert en als Mn2+ gesorbeerd en uitgewisseld wordt met Ca2+. Allemaal extra gegevens die jammer genoeg niet zijn blijven hangen in mijn hoofd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====18 januari - voormiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Natte rijstteelt en de uitstoot van CH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;, NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en NO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Hoe gedraagt O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; zich als de ionische sterkte toeneemt&lt;br /&gt;
* Waarom uitwisselbare neutrale kationen een goede indicator zijn voor de buffercapaciteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====18 januari - namiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Waarom stijgt de mobilisatie van Fe&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; en Al&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; bij stijgende organische stof concentratie &lt;br /&gt;
* Waarom is N het meest limitterend element &lt;br /&gt;
* Die vraag in het Toledo examen over waarom kwarts verwaarloosbaar was bij sorptie in vergelijking met goethiet echt gwn die vraag&lt;br /&gt;
* Een bodem van pH 6,5 bevat 10 mmol / kg DS orthofosfaat. De bodem heeft 80 mmol/kg bindingssite en de sorptieconstante Ks van orthofosfaat (elke vorm, dus H2PO4-, HPO4(2-), enz) is 2000 l/mol. Het volumetrisch vochtgehalte van de bodem is 0,25 l/kg DS en in het poriewater (met ionische sterkte 0,01 M) is Ca(2+) concentratie 2mM. De bodem wordt bekalkt. Boven welke pH kan fosfaat in de bodem neerslaan als Ca3(PO4)2 dat oplosbaarheidsproduct heeft van logKsp = -28,9? Neem aan dat de activiteit van Ca(2+) niet varieert bij de bekalking. De pKa’s van orthofosfaat zijn 2,1;7,2;12,3. Ga ervan uit dat de Langmuir-waarde Ks verwijst naar de concentratie orthofosfaat [P] en niet naar de activiteit (P). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====19 januari - voormiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is het weekend effect&lt;br /&gt;
* Waarom neemt de concentratie van Ca&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt; toe bij een hogere respiratiesnelheid?&lt;br /&gt;
* K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt; van calciet en van kwarts, waarom lost calciet toch meer op bij de verwering van kwarts&lt;br /&gt;
* Oefening met fosfaat en arsenaat waarbij je de concentratie in oplossing moest bepalen in twee situaties: aeroob en anaeroob. K&amp;lt;sub&amp;gt;D&amp;lt;/sub&amp;gt; en totale concentraties waren gegeven, bij de tweede situatie was er een halfreactie gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====19 januari - namiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat zal er gebeuren met de oplosbaarheid van O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; in water als de ionische sterkte van het water stijgt?&lt;br /&gt;
* Waarom zorgt nitraatuitspoeling voor verzuring?&lt;br /&gt;
* Je hebt een goethiet (FeOOH) van 0,001M. De pH&amp;lt;sub&amp;gt;PZC&amp;lt;/sub&amp;gt; is 6,5. Bespreek wat er gebeurt met pH&amp;lt;sub&amp;gt;PZC&amp;lt;/sub&amp;gt; (i) na toevoeging van KCl tot 0,01M en (ii) na toevoeging van KHPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt; tot concentratie HPO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt; 0,001M is&lt;br /&gt;
* Bij cheluviatie verdwijnt Fe(III) samen met organische zuren uit de grond. Berekenen de uitspoeling van Fe(III) (in kg/ha/jaar) in een loofbos en in een naaldbos. In een loofbos is de uitspoeling 10 kmol C/ha/jaar en in een naaldbos is die dubbel zo groot. De bodem heeft een pH van 5. De organische stof heeft 0,1 mol bindingplaatsen voor 1 mol C. K&amp;lt;sub&amp;gt;ass&amp;lt;/sub&amp;gt; van Fe(III) met fulvaat (SO- + Fe&amp;lt;sup&amp;gt;3+&amp;lt;/sup&amp;gt; -&amp;gt; FeSO2+) is 10&amp;lt;sup&amp;gt;13&amp;lt;/sup&amp;gt;. De pK&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; van fulvuszuren (SOH -&amp;gt; SO- + H+) is 8 en de log(Ksp) van Fe(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; is -40. De activiteitcoefficienten mogen als 1 aangenomen worden. Bepaal uiteindelijk wat er gebeurt met de uitspoeling als de pH daalt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====22 januari - voormiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is de effectieve CEC?&lt;br /&gt;
* Welke bodemkarakteristieken verhogen de kans op P-gebrek&lt;br /&gt;
* Bespreek de invloed van de pH op de lading van kaoliniet en illiet&lt;br /&gt;
* Oefening over neerslaan van Ca&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;(PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; en extra vraagje over CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;-druk (zelfde als op 18 januari in de namiddag)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====23 januari - voormiddag====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Wat is het weekendeffect?&lt;br /&gt;
*Onder welke omstandigheden komt N2O in de atmosfeer? Welke landbouwkundige maatregel kan genomen worden om deze uitstoot te beperken?&lt;br /&gt;
*Hoe verhoudt de concentratie van een element zich wanneer de totale concentratie steeds blijft toenemen en bij lage concentratie de sorptieactie gevolgd wordt door neerslag &lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefening&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Bereken de uitspeling van Fe voor twee soorten bossen bij pH=5. Bij loofbos: uitspoeling C:5 kmol/ha/jaar Bij dennenbos: uitspoeling dubbel zo groot. Er zijn 0,1 mol bindingsplaatsen per mol C. Kass = 10^-13 voor Fe3+ + SO- -&amp;gt; FeSO2- , log Ksp = -39 voor Fe(OH)3, pKa=8 voor SOH -&amp;gt; SO- + H+ . Wat gebeurt er als pH&amp;lt;5?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
TTT 9 november 2023&lt;br /&gt;
*Herschrijf onderstaande oplossingsreactie van ferrihydriet in termen van verbruik van H+ ionen in plaats van productie van OH- ionen en herbereken de Ksp (Ksp = 10^-37  Fe(OH)3 &amp;lt;--&amp;gt; Fe3+ + 3OH-&lt;br /&gt;
*Wat is de Fe3+ concentratie in evenwicht met dit ferrihydriet in een oplossing van 0.1 mM HCl? Je mag activiteitscorrecties verwaarlozen.&lt;br /&gt;
*In een anaerobe omgeving zal dit ferrihydriet reductief oplossen. Hoeveel gram DOC (in g C) is er nodig om 1g Fe(OH)3 reductief op te lossen tot Fe2+ tijdens de anaerobe respiratie van dit DOC tot CO2 door Fe-reducerende bacteriën? Neem voor het DOC de algemene formule CH2O aan (Fe = 56g/mol, O = 16g/mol, H = 1g/mol en C = 12g/mol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Onder welke bodemomstandigheden kan Fe-toxiciteit (teveel Fe2+) voorkomen bij planten? &lt;br /&gt;
*Leg uit aan de hand van de structuur (ook een schets geven) waarom bij bladsilicaten het soortelijk oppervlak stijgt volgens muscoviet-&amp;gt;illiet-&amp;gt;montmorilliet. &lt;br /&gt;
*Wat zijn de sleutelreacties die ervoor zorgen dat de pH in de oceaan ongeveer gelijk is aan 8,5 en wat gebeurt er in de nabije toekomst (wanneer de PCO2 stijgt en de temperatuur stijgt door de klimaatopwarming)? &lt;br /&gt;
*Verweringsreactie van anorthiet-&amp;gt;kaoliniet gegeven met Ksp= 3.10^15. &lt;br /&gt;
**Wat is de pH bij evenwicht. &lt;br /&gt;
**Bij een bodem van 0.2m diep (1ha) dichtheid van 1.3 kg/dm^3 en 5% anorthiet. De begin pH is 7,5. De jaarlijkse uitspoeling van bicarbonaten en nitraten is respectievelijk 4 en 2 kmol H+/ha/jaar. Hoe lang duurt het om de volledige bodem te verweren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Geef racties die er op duiden dat de pH in het zeewater 8,5 is. Hoe zal de pH van zeewater in de toekomst evolueren? &lt;br /&gt;
*Hoe wordt de beschikbaarheid van N en P beïnvloed door de ouderdom van de bodem?&lt;br /&gt;
*Vraag over toxiciteit van Fe &lt;br /&gt;
*Lange oefening dus ik ben niet 100% zeker dat alle elementen vermeld zijn: in zeewater in een kernreactor in Fukushima (NaCl = 0,5M , pH = 8,5 ) is Cs+ ontdekt. Dit willen ze er uit halen met een uitwisselaar. Deze uitwisselaar heeft een hoge CEC waarde (100) maar heeft een lage Kc(Cs-Na) van 10. Hoeveel kg van de uitwisselaar moet er toegevoegd worden per m³ zodat de concentratie van Cs vereenvoudigd wordt met een honderdste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Bereken het ladingstekort van het volgende kleimineraal ……. en bepaal hiermee de uitwisselbaarheid in mol per eenheid van Mg²+. Is het een tri- of dioctaedrisch kleimineraal en heeft het een 1:1 of 2:1 structuur?&lt;br /&gt;
*Wat gebeurt er met de oplosbaarheid en de pH als er KCl wordt toegevoegd aan Ca(H2PO)2? Maak een afleiding waarbij enkel de numerieke waarden overblijven op het einde.&lt;br /&gt;
*Wat zijn de belangrijkste factoren van verzurende depositie in Vlaanderen?&lt;br /&gt;
*Het risico op denitrificatie en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten, namelijk bij 25°C en 10°C. Het meer is 1 meter diep en bevat opgeloste organische stof (kortweg CH2O) met initiële concentratie van 20 mg C per liter. De microbiële afbraak van de organische stof is constant in de tijd (tot uitputting) en is 1 mg C / l / dag bij 25°C en 2x trager bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met O2 (8,5 mg O2 per liter bij 25°C , ∆Hr0 = -15,3 kJ/ mol/K voor het oplossen van O2) en bevat 1 mmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe(III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle zuurstof en nitraat zijn uitgeput. Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen, uitgedrukt als totaal N2O/ liter water.&lt;br /&gt;
*Atoomgewicht: C=12, O=16, N=14&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 4 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Waarom is de pH in zeewater 8,5 en hoe gaat de pH veranderen in de toekomst? (toekomst: meer CO2 en temperatuursstijging) &lt;br /&gt;
*Onder welke condities zal er Fe2+ kunnen bestaan dat toxisch is voor planten?&lt;br /&gt;
*Door de structuur te bekijken (structuur moet je dus ook tekenen) van muscoviet, illliet en montmorilloniet: hoe zal het soortelijk oppervlak doorheen die mineralen veranderen en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 5 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Geef het verband tussen CO2 en pH a) voor carbonaatrijk water bij pH=8 en b) waar calciet verzadigd is&lt;br /&gt;
*Waarom is denitrificatie bij ons in het najaar belangrijker dan in het voorjaar?&lt;br /&gt;
*Stijgt de pCO2 met de temperatuur? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
*Oefening: bij welk vochtgehalte kan PO4^3- neerslaan? (zoals oefening 4 van oefenzitting &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Grondwater bevat soms hoge concentraties opgelost Fe. Wanneer dat water wordt opgepompt of in een rivier terecht komt, slaat dat Fe neer. Verklaar onder welke voorwaarden er veel Fe is in het grondwater en geef reacties, inbegrepen de reacties van het neerslaan aan het oppervlak of in de rivieren.&lt;br /&gt;
*Wat is het GWP van een broeikasgas, wat is de dimensie ervan en wat bepaalt de waarde? Geef de benaderende waarde van de GWP van de drie belangrijkste broeikasgassen.&lt;br /&gt;
*Hoe varieert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 met stijgende ionische sterkte (vb. toenemende concentratie NaCl) en hoe varieert de pH daarbij? Analyseer kwantitatief de trends (stijgen/dalen/gelijk), geen numerieke waarden van oplosbaarheid en pH maar, als achtergrondinformatie de pKa&#039;s van H3PO4 zijn 2,1, 7,2 en 12,3 voor resp. eerste, tweede en derde dissociaties.&lt;br /&gt;
*Een zoetwatermeer van 1ha en 3m diep bevat teveel fosfaten (0,013mmol PO4/L). Om algenbloei tegen te gaan, gaat men het meer saneren met de &amp;quot;theezak&amp;quot; technologie waarbij zakken met Fe(III) houdend adsorbens inn het meer worden gehangen aan een boei. Het fosfaat kan binden op het adsorbens (mineralogie: Fe(OH)3), na verloop van tijd worden de zakken opgetrokken en verwijderd. Bereken hoeveel kg adsorbens in dat meer moet worden gehangen om de fosfaten te verlagen tot onder de eutrofiëringsgrens van 0,003mmol PO4/L. Het Fe(OH)3 heeft een capaciteit om fosfaten te binden van 4mol/kg en de sorptieconstante Ks die gelijk is aan 25000 L/mol. De sorptie van fosfaten wordt deels gehinderd door de hoge concentratie HCO3- in het water (2mmol/L) die constant wordt gehouden door de hoge respiratie in het water en de licht alkalische pH = 8,0pH. De sorptieconstante van HCO3- op het adsorbens is echter veel kleiner en is 2,5L/mol. Alle anionen binden mono-dentaat, dus elke component bevat 1 mol sites per mol geadsorbeerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
TTT 18 november 2022&lt;br /&gt;
*NH4+ wordt naar NO3- omgezet met organisch materiaal (nitrificatiereactie gegeven). Vul aan met de juiste coëfficiënten&lt;br /&gt;
*Water heeft een concentratie stikstof van 7 mg N/L. Hoeveel mmol H+/L aan verzuring geeft de nitrificatiereactie dan? Tip: AG(N) = 14g/mol&lt;br /&gt;
*In ditzelfde water met initiële pH van 7,2 komt fosfor met concentratie 6mmol/L. Fosforzuur, H3PO4, heeft drie pKa-waarden: pKa1 = 2,1, pKa2 = 7,2, pKa3 = 12,3. Wat is de pH van dit water na de nitrificatiereactie en de reacties van het fosforzuur?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Leg uit hoe stikstofbemesting verzuring veroorzaakt. (hij bedoelde NO3-, niet ammoniakbemesting)&lt;br /&gt;
*Wat is de verblijftijd van koolstof in de biosfeer? Leg uit hoe dit verschilt volgens verschillende organismen.&lt;br /&gt;
*Leg uit waarom de CEC in 2:1 mineralen groter wordt volgens muscoviet &amp;lt;&amp;lt; illiet &amp;lt; montmirilloniet&lt;br /&gt;
*Oefening: Hoog water in de DIjle. Geef de fractie opgeloste P tov totale P en de fractie opgeloste K tov totale K bij een concentratie zwevende stof 0,5g/l met een CEC van 20cmolc/kg en waarvan 20mM/kg Fe(OH)3 is, waar fosfor op kan binden met een Ks van 20000L/mol. Er is een concentratie van 1mM Ca2+, die in competitie gaat met K+ volgens Kc(Ca-K) = 0,1 M.  Neem aan dat de concentraties gesorbeerde K en P relatief tot de totale sorptiecapaciteit te verwaarlozen zijn.&lt;br /&gt;
*De ontgassing van NH3 en CH4 bij de teelt van natte rijst is belangrijk. Waarom is dat? Geef ook de voornaamste reactievergelijkingen. (4 pnt) &lt;br /&gt;
*Anortiet verweert in de bodem tot kaoliniet (reactievergelijking gegeven). Wat is de pH van deze reactie? (2 pnt) De pH van de bodem is gemiddeld tussen de 4 en de 7. Wat betekent dat voor deze reactie? (1 pnt) &lt;br /&gt;
*Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van ozon? (3 pnt) &lt;br /&gt;
Oefening: Je bent een klein en nieuw bedrijf en je wil de bodem terug zuiveren van PFOS. &lt;br /&gt;
*a. Wat is de PFOS Kd als je 90% van de aanwezige PFOS verwijderd hebt en je maximaal 10 g absorbens per 1m3 water wil gebruiken? &lt;br /&gt;
*b. Nu wil je de PFOS uit de bodem halen. (Ik weet de vraag niet meer helemaal)  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Gasvormige verliezen van NH3 (nutriëntenverlies!) en van CH4 (broeikasgas!) zijn belangrijk bij de teelt van natte rijst. Waarom is dat? Geef de relevante reacties, verklaar ook onder welke voorwaarden het NH3 gevormd wordt en niet het wateroplosbare NH4+ (4pt)&lt;br /&gt;
*De verwering van anorthiet (Ca-veldspaat) naar kaoliniet (Al2Si2O5(OH)4) wordt gegevens als&lt;br /&gt;
CaAl2Si2O8  + H2O + 2H+  &amp;lt;=&amp;gt; Ca2+   + Al2Si2O5(OH)4&lt;br /&gt;
De evenwichtsconstante van deze reactie is 3*10^15. Bereken de pH bij chemisch evenwicht van bovenstaande reactie (2pt). De pH van de meeste bodems 	ligt tussen pH 4 - 7, wat betekent dat voor bovenstaande reactie? (1pt)&lt;br /&gt;
*Onder welke voorwaarden wordt ozon gevormd in de troposfeer ? (3pt)&lt;br /&gt;
*Over PFOS gesproken... Een jong bedrijf wil een nieuwe techniek op de markt brengen om deze &#039;&#039;forever chemical&#039;&#039; te verwijderen uit bodem en grondwater met een nieuw, selectief adsorbens. Ze ontwerpt de technologie in 2 stappen, U rekent hen voor wat ze kunnen bereiken&lt;br /&gt;
**Grondwatersanering: Hoeveel moet de waarde van de PFOS Kd (in L/kg) van het adsorbens zijn om 90% verwijdering van PFOS te realiseren bij een gebruik van niet meer dan 10 g adsorbens per m³ opgepompt water (3pt)&lt;br /&gt;
**Bodemsanering: De bodem wordt gespoeld om de PFOS eruit te &amp;quot;wassen&amp;quot;, men wil max 1 m³ water gebruiken per ton bodem ( 1 ton bodem = 1000 kg droge stof); dat water wordt dan opgepompt en gesaneerd zoals in a). Het spoelwater bevat 1mmol (SO4)2-  per liter om het negatief geladen PFOS te desorberen. Het monovalente PFOS (0,1 µmol/kg ds) adsorbeert via anionuitwisseling op de AEC (0,1 cmolc  /kg ds; initieel enkel bezet met het divalente sulfaat en monovalente PFOS). De Kc (SO4 - PFOS) is gelijk aan 2. Let op: Dit is een heterovalente uitwisseling. Bereken het percentage van PFOS verwijderd met het gebruik van 1m³ spoelwater per ton droge bodem; daarbij aannemend dat deze bodemwassing plaatsvindt als een goed gemengde batch, dus geen continue doorspoeling in een bodemkolom. De structuur van PFOS werd ook gegeven. PFOS is een sulfonzuur, maar komt in de bodem enkel als sulfanaat aanwezig) (7pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Grondwater bevat soms hoge concentraties opgelost Fe. Wanneer dat water wordt opgepompt of in een rivier terecht komt, slaat dat Fe neer. Verklaar onder welke voorwaarden er veel Fe is in het grondwater en geef reacties, inbegrepen de reacties van het neerslaan aan het oppervlak of in de rivier. (4ptn)&lt;br /&gt;
*Wat is het GWP (global warming potential) van een broeikasgas, wat is de dimensie ervan en wat bepaalt de waarde? Geef de benaderende waarde van de GWP van de drie belangrijkste broeikasgassen. (3ptn)&lt;br /&gt;
*Hoe varieert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 met stijgende ionische sterkte (vb. toenemende concentratie NaCl)en hoe varieert de pH daarbij? Analyseer kwantitatief de trends (stijgen/dalen/gelijk), geen numerieke waarden van oplosbaarheid en pH maar, als achtergrondinformatie de pKa&#039;s van H3PO4 zijn 2.1,  7.2 en 12.3 voor resp. eerste, tweede en derde dissociatie. (5ptn)&lt;br /&gt;
*Een zoetwatermeer van 1ha en drie meter diep bevat teveel fosfaten (0.013 mmol PO4/L). Om algenbloei tegen te gaan, gaat men het meer saneren met de &amp;quot;theezak&amp;quot; technologie waarbij zakken met Fe(III) houdend adsorbens (mineralogie: Fe(OH)3), na verloop van tijd worden de zakken opgetrokken en verwijdert. Bereken hoeveel kg adsorbens in dat meer gehangen moeten worden om de fosfaten te verlagen tot onder de eutrofiëringsgrens van 0.003 mmmol PO4/L. Het Fe(OH)3 heeft een capaciteit om fosfaten te binden van 4 mol/kg en de sorptieconstante Ks is 25000 L/mol. De sorptie van fosfaten wordt deels gehinderd door de hoge concentratie HCO3- in het water (3 mmol/L) die consant wordt gehouden door de hoge respiratie in het water en de licht alkalische pH = 8 . De sorptieconstante van HCO3- op het adsorbens is echter veel kleiner en is 2,5 L/mol. Alle anionen binden mono-dentaat, dus elke component bezet 1 mol sites per mol geadsorbeerd. (8ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de kwantitatieve relatie tussen pH en CO2-druk in carbonaatrijke waters (waters met geen opgeloste kalk met pH = 8) en in een bodem verzadigd met calciet. Formuleer met symboolnotaties van de evenwichtsconstanten. #Wat zijn de voorwaarden voor belangrijke emissies van N2O uit de bodem. Wat kan met hier landbouwkundig tegen ondernemen om deze emissies te minimaliseren? Geef hierbij de relevante reacties. #Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van ozon in de troposfeer? #Bereken de concentratie Cu in de bodemoplossing. Gegevens: totale concentratie Cu = 0,001 mol Cu/kg droge bodem, pH = 8, 10g organische stof/kg droge bodem, sorptie enkel op organische stof, site capaciteit = 0,002 mol/g organische stof, sorptieconstanten van ionen op organische stof zijn 10^9 voor H+ en 10^8,5 voor Cu2+, 0,2 L water/kg droge bodem, Ka voor hydrolyse van Cu2+ = 10^-7. Het hydrolyseproduct adsorbeert niet op de bodem in tegenstelling tot Cu2+. (Hydrolysereatie: Cu2+ +H2O &amp;lt;-&amp;gt; Cu(OH)+ + H+) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.       Leg kwantitatief het verband uit tussen de pH en de CO2 druk voor (a) in carbonaat rijk water en voor (b) in een kalkrijke bodem. (6ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.       Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van N2O uit de bodem? Wat doen ze landbouwkundig om dit tegen te gaan? Geef reacties. (4ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.       Wat zijn de voorwaarden van ozonvorming in de troposfeer? (2ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.       Oefening: bereken de concentratie Cu2+. Sorptie gegevens geven en bindingssites gegeven. Ph gegeven. Gravimetrisch vochtgehalte gegeven. Ka, Ks1 en Ks2 gegeven. (8ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari 2021===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Wat zijn dioctaëdrische kleimineralen # Waarom stijft de pH wanneer de bodem verzadigd wordt met water? Geef ook de reacties # Wat zegt Liebig over de beschikbaarheid van de 14 nutriënten? # Oefening over uitstoot NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en welke fractie ervan moet weggehaald worden om de grenzen niet te overschrijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.      Welke sleutelreacties bepalen dat de pH van zeewater rond de 8,5 is gebufferd en hoe zou deze pH evolueren in de nabije toekomst? (4pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.      Waarom is verzurende depositie op de bodem in gebieden met intensieve veehouderij (NH3-emissie) ? (4pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.      Wat is de relatie tussen het stadium van bodemverwering (Jong/oud) en beschikbaarheid van respectievelijk N en P? (2pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.      Oefening: Verweringreactie van anorthiet naar kaoliniet is gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
CaAl2Si2O8 + H2O = Ca^2+ + Al2Si2O5(OH)4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ksp= 3 * 10^15&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a.      Wat is de pH in evenwicht van bovenstaande reactie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b.      Bereken de tijd (in jaren) nodig om een bodem(0-20cm) het anorthiet te laten verweren volgens bovenstaande reactie. Het oorspronkelijke bodemmateriaal bevat 10% (gewicht) anorthiet, heeft 1% organische stof, pH=7,5 en een dichtheid = 1,3 kg/dm3. De verwering wordt gedreven door spontane verzuring, afkomstig van respiratie en nitrificatie gevolgd door uitspoeling. De uitspoeling van bicarbonaten en nitraten naar diepere lagen zijn respectievelijk 2 kmol/ha/jaar en 2 kmol/ha/jaar. Molecuulgewicht van anorthiet is 278 g/mol. (10pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;23/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Zeewater heeft een pH=8,5. Welke reacties bufferen deze pH? Hoe zal de pH in de toekomst evolueren? #Waarom zorgen landbouwemissies (NH3) voor verzurende depositie in de bodem? #Rangschik onderstaande mineralen volgens oplosbaarheid. Staan ze in de zelfde volgorde als je ze rangschikt volgens veerweerbaarheid? (Kwarts, calciet, anorthiet, NaCl, ferrihydriet, ...) #Bespreek de vorming van ozon in de atmosfeer. #Oefening over sorptie met competitie. Te veel fosfaat in een meer, hoeveel (kg) ferrihydriet nodig om fosfaat onder bepaalde grens te krijgen. Compeititie van HCO3-. (Zeer vergelijkbaar met oef 8 uit de dropbox) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* pH van zeewater berekenen. (Bijvraag was hoe dat het komt dat de pH rond dit getal zit: antwoord ging erover dat het carbonaat en de CO2 een buffer vormen ofzo)&lt;br /&gt;
* Waarom is er meer denitrificatie in het najaar dan in het voorjaar? (chemische formules geven)&lt;br /&gt;
* Weekend-effect van Ozon uitleggen. (Als bijvraag vroeg hij en ik quote: &amp;quot;En leg dat nu eens op een niet-chemische manier uit...&amp;quot;)&lt;br /&gt;
* Volgorde van oplosbaarheid van mineralen en gesteenten bepalen. Uitleggen hoe dit komt.&lt;br /&gt;
* Theezakjesmethode in een meer. Sorptie etc. berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 voormiddag (reeks 9)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar waarom denitrificatie in onze streken belangrijker is in het najaar dan in het voorjaar. #Kalk heeft een pKsp van 8,5 en kwarts een pKsp van 4,0. Toch zal kalk bij bodemgenese sneller oplossen dan kwarts. Verklaar dit verschil. #Verklaar aan de hand van de structuur van gibbsiet (Al(OH)3) de variabele lading en het verschil in ladingsdichtheid (C/m²). Van welke omgevingsfactoren is de ladingsdichtheid afhankelijk? #Wat zegt de wet van het minimum van Liebig? Leg uit en toon aan dat dit principe niet altijd opgaat, bijvoorbeeld bij Mg en K, door hun reacties in de bodem te beschouwen. #Oefening: 100mmol/kg Fe(OH)3, 10mmol/kg fosfaat, 20% verzadiging van water. 10% van de OH-groepen aan het oppervlak, dus een sitecapaciteit van 3*100*0,1 mmol/kg = 30 mmol/kg. Fosfaat sorbeert aan Fe(OH)3 met een Ks = 40000 L/mol. Hoe veel fosfaat is er dan in de bodemoplossing? Het watergehalte neemt vervolgens toe naar 40% en Fe(OH)3 zal gereduceerd worden. O2, nitraat en Mn concentraties verwaarloosbaar klein. Respiratie gebeurt met een snelheid van 2mgC/kg/dag. Hoe veel fosfaat is er na 30 dagen in de bodemoplossing &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Examen 1&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Emissies van ammoniak uit stallen veroorzaakt op lange termijn een PH stijging van de bodem in de omgeving van het landbouwbedrijf. Waar of niet waar? Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Geef kwantitatief de relatie tussen PH en de CO2 druk in:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a)  	Carbonaatrijke waters, m.a.w. waters rond PH8 waarin geen opgeloste kalk zit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b)  	Een bodem die met calciet verzadigd is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. In bodems, sedimenten en water is er steeds een verdeling van een element tussen de vaste fase met een gegeven Kd (l/kg), hoe hangt dan de fractie opgeloste elementen af van de Kd en de vloeistof-vast verhouding. Het laatste uitgedrukt al het volume per massa vaste stof (l/kg). De fractie duidt wel degelijk op de hoeveelheid van het element (in mol) in de waterige fase t.o.v. het geheel (vast+vloeibaar (in mol))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Wat is de relatie tussen de jaarlijkse hoeveelheid beschikbaar water en de noodzakelijke hoeveelheid nutriënten (en dus bemesting) voor een landbouw gewas.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Oefening: Een bodem met PH=7 en 2% klei bevat 50 mmol/kg droge stof bindingssites waarop zowel H2PO4- als H2AsO4- kunnen binden. De Ks voor het arsenaat is 250000 l/mol dat voor fosfaat is 10 maal kleiner. De bodem bevat 1 mmol As per kg en ‘theta’=0,2 l/kg droge stof. Bereken de dosis van P (in mol/kg bodem) die nodig is om de Kd van As een factor 10 te verlagen door competitieve sorptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Examen 2&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Geef een wiskundig vergelijking voor het verband van CO2 druk en pH. Ten eerste, voor water zonder opgeloste kalk, ten tweede voor een bodem met veel opgeloste kalk in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Waarom is er meer denitrificatie in het najaar dan in het voorjaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Waarom is de sorptie van Cu2+ zeer pH-afhankelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Klopt het dat wanneer de temperatuur stijgt, de lucht meer CO2 zou bevatten?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Het risico op denitrificatie en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten, namelijk bij 25°C en 10°C. Het meer is 1 meter diep en bevat opgeloste organische stof (kortweg CH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O) met initiële concentratie van 20 mg C per liter. De microbiële afbraak van de organische stof is constant in de tijd (tot uitputting) en is 1 mg C / l / dag bij 25°C en 2x trager bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met O2 (8,5 mg O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; per liter bij 25°C , ∆H&amp;lt;sub&amp;gt;r&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = -15,3 kj/mol/°K voor het oplossen van O2) en bevat 1 mmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe(III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle zuurstof en nitraat zijn uitgeput. Atoomgewicht: C=12, O=16, N=14&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a)    Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen, uitgedrukt als totaal N2O/ liter water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b)    Bereken vervolgens N2O concentratie in de lucht indien N2O enkel zou ontgassen naar een luchtkolom van 100 meter boven water. Van nature zit er reeds +- 330 ppb&amp;lt;sub&amp;gt;v&amp;lt;/sub&amp;gt;  in de lucht. De Henry constante van N2O is ongeveer 25*10^-3 mol/l/bar (geen temperatuur correctie nodig hier).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;25/01 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De pH-schommelingen in de bodem hangen af van de neerslag (waar/niet waar en waarom?) Oplossen, niet alleen met redoxreacties (iets van ionische sterkte en baseverzadiging) #Waarom is denitrificatie belangrijker in het najaar? #Verklaar aan de hand van de structuur van gibbsiet (Al(OH)3) de variabele landing en het verschil in ladingsdichtheid + geef tekening (lading niet alleen pH-afhankelijk, hangt ook af van I?) #Waarom is N het meest limiterende element #Oefening: Er zijn 2 bodems met pH=7, CEC=10cmolc/kg, een baseverzadiging van 100%, de dichtheid is 1.7kg/l en 1% van de bodem is calciet. Bij de ene bodem is de uitstroom door neerslag gelijk aan 0.2m/jaar, bij de andere bodem is dit 0.02m/jaar. Hoe lang duurt het voordat de basenverzadiging 50% bedraagt en al het calciet is opgelost (apart bekijken) voor beide bodems bij een CO2-concentratie van 300 ppm en bij een CO2-concentratie van 400ppm?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;01/09 namiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Waarom zijn er verzurende deposities op de bodem bij intensieve veehouderij (NH3 emissies)? #Bij welke omstandigheden is er veel Fe in het grondwater? Waarom slaat Fe neer als het grondwater wordt opgepompt of in een rivier komt? #Welke pH-bufferende reacties in de bodem gaan verzuring tegen? Welke bodemcondities spelen hier een rol? #Waarom hebben ontwikkelingslanden een grotere uitstoot van broeikasgassen door landbouw dan van industrie/huishoudens? #Oefening uit twee delen, sorptie en CEC. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;05/09 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Welke reacties zorgen ervoor dat zeewater een pH van 8.8 heeft, wat zal er in de toekomst hiermee gebeuren? #Wat zijn de voorwaarden dat Fe in grondwater oplost? Waarom slaat het neer als het opgepompt wordt of in een rivier terecht komt? #Verschil in sorptie van de alkalimetalen op kleimineralen en organische stof. #Waarom zorgt landbouw in ontwikkelingslanden voor meer broeikasgassen dan de industrie en huishoudens? #Oefening met Arseen dat op bindingsplaatsen bindt (aantal bindingsplaatsen en hoeveelheid arseen gegeven alsook de Ks), daarna orthofosfaat toevoegen met een 10x kleinere Ks, hoeveel fosfaat moet je toevoegen zodat de Kd van arseen met een tienvoud daalt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar waarom de concentratie Ca2+ stijgt in kalkrijk grondwater bij een toename van biologische activiteit, dus bij een toename van respiratie #In ijzerrijk grondwater kan, als het aan de oppervlakte komt, opgelost ijzer neerslaan. In welke omstandigheden gaat er veel ijzer in oplossing zijn en in welke omstandigheden gaat het neerslaan? #Wat gebeurt er met de pH als de bodem uitdroogt? Welke eigenschappen van de bodem (vaste stof) bepalen de positieve of negatieve toename van de pH? #De CO2 druk in de atmosfeer neemt toe met een stijgende temperatuur. Juist of fout en waarom? #Oefening: Het risico op denitrificate en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten: 25°C en 10°C. Het meer is 1m diep en bevat opgeloste organische stof, CH2O met een initiële concentratie van 20 mg C/l. De microbiële afbraaksnelheid is 1 mg C/l/dag bij 25°C en twee keer zo traag bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met zuurstof (8.5 mg O2/l bij 25°C, ΔHr0=-15.3kJ/mol/°K voor het oplossen van zuurstof) en bevat 1mmmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe (III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle O en N uitgeput zijn. Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen (in mmol N2O per l water) waarbij het N2O gas niet ontsnapt naar de atmosfeer. Bereken vervolgens de N2O concentratie in de lucht indien er chemisch evenwicht is ontstaan tussen het water en een luchtkolom van 5 km boven het water. Van nature zit er reeds 330 ppbv in de lucht. De Henry constante van N2O is ongeveer 25*10-3 mol/l/bar (hier is geen temperatuurscorrectie voor nodig). Atoomgewichten zijn: C=12, O=16, N=14 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;27/01 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Aan een bodem wordt Ca(NO3)2 toegevoegd als een N-meststof. De pH zal stijgen op lang termijn. Waarom wel of niet? #Leg het zwellende vermogen van 2:1 mineralen uit. #Wat voor effect heeft de specifieke sorptie van ionen op het flocculeren van colloïden. #Van wat is de ozonvorming afhankelijk? #Twee soorten riviersedimenten, de ene met ferryhydriet en de andere met goethiet. Ksp gegeven. De sedimenten worden onder water gezet zodat er geen O2 meer is om CH2O om te zetten, alles gebeurt via ijzer. Een hoeveelheid C gegeven. Fe2+ zal adsorberen op het sediment. Wat is de redoxpotentiaal na 28 dagen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 voormiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de kwantitatieve relatie tussen de pH en de CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; #*a. Zonder kalk maar in carbonaatrijk water #*b. In aanwezigheid van kalk # Waarom is denitrificatie belangrijker in het najaar ten opzichte van het voorjaar. # Waarom is Cu&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt; sorptie zo sterk pH afhankelijk. # Bij een temperatuurs verhoging stijgt de CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; druk, waar of niet waar en verklaar. # Een waterverzadigde bodem met volumetrische vochtgehalte van 0.35 en een pH van 7 bevat 10 mmol/kg fosfaat, heeft een CEC van 10 cmol&amp;lt;sub&amp;gt;c&amp;lt;/sub&amp;gt;/kg, een N&amp;lt;sub&amp;gt;K&amp;lt;/sub&amp;gt; =0.02, een N&amp;lt;sub&amp;gt;Ca&amp;lt;/sub&amp;gt; =0.98, een K concentratie van 0.3 mM, een Ca concentratie van 2.0 mM, een totale sorptie oppervlak voor fosfaat van 80 mmol/kg, een K&amp;lt;sub&amp;gt;s&amp;lt;/sub&amp;gt; = 20000 L/mol voor alle fosfaat (dus H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. De bodem droogt uit en de ionconcentraties stijgen, Bij welke volumetrische vochtgehalte slaat Ca&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;(PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; met een log(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt;)= -28.9. De pka&#039;s van fosfaat zijn 2.1, 7.2, 12.3. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. Waarom is het alkalisch gebufferd en wat zal er in de toekomst gebeuren? #Geef de belangrijkste reacties van de geologische koolstofcyclus m.a.w. die van de mariene, terrestrische, atmosferische en die van miljoenen jaren oud. #Leg uit wat acid mine drainage is en de reactie #Wat is de verblijftijd van koolstof in de biosfeer en wat is de variatie tussen de organisme? (ofzoiets) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;22/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. Waarom is het alkalisch gebufferd en wat zal er in de toekomst gebeuren? (Dus reacties geven van bicorbonaat en kalk! Over de toekomst uiteraard de CO2 stijging maar ook de Temperatuurstijging afzonderlijk vanzonderlijk van de CO2 bespreken. (ik snapte zijn uitleg daarbij niet zo goed, iets over enthalpie enzo) #Variabele lading: kaoliniet en illiet. Bespreek adhv hun structuur. #Veeteelt zorgt voor verzurende depositie. #Ozonvorming #Oefening &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;19/01 voormiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. #Door welke antropogene processen komen er broeikasgassen vrij? #Het verschil verklaren van de CEC bij Kaoliniet - Illiet - Montmorilloniet. #Oefening op fosfaatconcentratie reduceren door ferrihydriet toe te voegen, met en zonder concurrentie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;14/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar de vermindering aan kalk in aangroeiende bodems en de afzetting van kalk wanneer de bodemoplossing aan het aardoppervlak komt. #Er kan veen ijzer in bodemoplossingen zitten, die dan neerslaat als het naar de oppervlakte komt of in een rivier stroomt. Leg uit welke voorwaarden er zijn om zoveel ijzer in de bodemoplossing te krijgen en geef ook alle reacties ook die als er contact ontstaat met het aardoppervlak. # Verklaar de pH-afhankelijke ladingen aan de hand van de structuur van gibbsiet. #waarom is N meestal het meest limiterende nutriënt? #oefening: De verweringsreactie van Anortiet naar Kaoliniet is CaAl2Si2O8 + 2H+ + H2O &amp;lt;-&amp;gt; Al2Si2O5(OH) + Ca2+ Ks= 3*10^15 a) bepaal hier de pH van bij evenwicht b) Hoeveel jaar duurt het om alle anortiet uit de bodem te laten verweren? Bodem is bij het begin 0-20cm met dichtheid 1.3 kg/dm³ en bestaat voor 5 gewichts% uit anortiet en voor 1% uit organische stof. pH is 7.5. De verwering wordt in gang gezet door natuurlijke verzuring uit nitrificatie en respiratie. De bicarbonaten en nitraten lopen uit met 2 en 4 kmol/ha/jaar respectievelijk. Molaire massa van anortiet= 278 g/mol &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat gebeurt er met de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij stijgende ionische sterkte? Wat gebeurt er met de pH? Leg kwantitatief uit. # Onder welke omstandigheden zal N2O vrijkomen uit de bodem? (geef reacties) Welke maatregelen kan men in de landbouw nemen om dit te voorkomen? # Bespreek hoe de ionische sterkte en de Natriumverzadiging de bodemstructuur beïnvloeden # Wat is het weekend-effect? # Oefening: een rivier wordt gebaggerd, het sediment wordt eruit gehaald en gedroogd. Door oxidatiereacties van FeS, NH4+ en Mn2+ zal het sediment verzuren. De initiële pH = 8. De pH-buffercapaciteit wordt bepaald door de EB (uitwisselbare basen) waarbij EB = 3.5 + pH (initieel dus 11.5 cmolc/kg DS). Wat is de finale pH na verzuring? (Antw = 6.4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; bespreek de reacties en processen van de kalk oplossing in de bodem en de kalk neerslag bij oppervlaktewater # ijzer neerslag in een rivier # variabele lading van gibbsiet # waarom is N bna altijd de limiterende component # oefening: anorthiet verweert tot kaoliniet. Geef de pH er is enkel de reactie gegeven en de Ksp (is zoals die extra oefening op toledo) en bereken hoelang het duurt om anorthiet weg te reageren. (Hier zijn heel veel gegevens) en het enige wat je moet doen is eenheden omzetten grin-emoticon zoals die in de OZ over kalkvraag tegen verzuring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Wat gebeurt er met de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij stijgende ionische sterkte? Wat gebeurt er met de pH? Leg kwantitatief uit. # Wat zijn de sleutelreacties, die er voor zorgen dat de pH van zeewater ongeveer 8.5 is? Wat gebeurt er in de nabije toekomst? # Bij natte rijstteelt ontsnappen NH3 en CH4, geef de omstandigheden waarin dit gebeurt. # Wat zorgt voor de oppervlaktelading van Gibbsiet? Geef ook de structuur. # In grondwater (pH=6, pe=4) zit een totaal van 10^-4M Fulvaten (FA-). Bereken de speciatie van Fe in grondwater (dit is de Fe in oplossing en de complexen Fe-Fa). Voor Ferrihyriet dat in overmaat aanwezig is, geldt dat Ksp = 10^-37.1. Calcium concentratie is 10^-3, Concentratie HCO3- is 2*10^-3. De mono-dentaat associatieconstanten zijn 10^7 (H+), 10^13 (Fe3+) en 10^3 (Ca2+). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; wat gebeurt er met de oplossingssnelheid van CaCO3 als de PCO2 stijgt # waarom is de denitrificatie in het najaar belangrijker dan in het voorjaar # Wat veroorzaakt de lading in gibsiet (structuur tekenen) en wat is de invloed van de ph? # wat veroorzaakt ozon vorming in de troposfeer # oefening: de speciatie van Fe bepalen met complexatie en ... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; wat gebeurt er met de snelheid waarmee kalk verwijderd wordt uit de bodem als de CO2 toeneemt in de atmosfeer #onder welke condities komt er veel N2O vrij in de atmosfeer, hoe kan dit landbouwkundig tegengegaan worden? #geef de verklaring waarom de CEC in de reeks muscoviet-illiet-montmorilloniet stijgt #wat is het weekendeffect bij ozonvorming #een gereduceerde bodem wordt gebaggerd en begint te oxideren als hij uitdroogt. oorspronkelijke pH = 8, de bodem bevat 0,04% OM, 5mmol/kg Mn2+, 2 mmol/kg Fe3+ en 1 mmol NH4+, de uitwisselbare basen zijn ifv van de pH: EB = 3,5 + pH. Wat is de finale pH? # de bijvragen bij vraag 1 waren: wat is het wiskundig verband tussen Ca oplosbaarheid en CO2 en hoe kom je daar aan? en wat gebeurt er met de CO2 in de bodem precies (nogal een verwarrende vraag)? voor de rest vroeg hij niet echt bijvragen... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; welke eigenschappen geven een verschil (teken en grootte)in pH in een bodem met water of een bodem met 1M KCl? # waarom is de denitrificatie in het najaar belangrijker dan in het voorjaar # Wat is een dioctaëdrisch kleimineraal? # wat veroorzaakt ozon vorming in de troposfeer # oefening: wat gebeurt er met de pH van zeewater als de CO2 stijgt van 380ppm naar 480ppm bij 1 bar. De ionische sterkte is 0,5M (grote invloed dus!) en het water is oververzadigd aan calciet. De volgende reacties en constanten zijn gegeven #* CaCO3 + CO2 = Ca + 2HCO3 K=10^-6 #* CO2 + H2O = H2CO3 K=10^-1,47 #* H2CO3 = H + HCO3 K=10^-6.35 #* HCO3 = H + CO3 K=10^? (deze had ik niet nodig) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Welke sleutelreacties zorgen ervoor dat pH van zeewater gebufferd wordt rond 8,5 en hoe zal dit in de toekomst evolueren? #Waarom is er verzurende depositie van de bodem bij intensieve veeteelt (NH3 emissies)? #Waarom is de relatieve bijdrage van de variabele lading belangrijker voor kaoliniet dan voor illiet? Leg uit m.b.v. de structuur #Hoe wordt ozon gevormd in de troposfeer? #Oefening: De redoxreacties van twee sedimenten (één met ferrihydriet en één met goethiet) worden vergeleken. De sedimenten worden verzadigd met water waardoor de zuurstof onmiddellijk wordt opgebruikt. Enkel Fe fungeert als electronacceptor. Wat is de redoxpotentiaal na 12 dagen? --&amp;gt; Heleboel gegevens gegeven waaronder Ksp, hoeveelheid respiratie, andere K-waardes,... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Is het aandeel niet specifiek gebonden protonen groot t.o.v. de specifiek gebonden protonen? Bij een pH=5, in oplossing, met de concentratie Ca2+=10^-2. De bodem bestaat uit humus en de pKa van humus is 5. #Geef de reacties/processen die zorgen voor de kalkvermindering bij de vorming van de bodem. Geef ook de reacties die optreden als grondwater aan het oppervlak komt en kalk dus terug neerslaat. #Hoe wordt de oplosbaarheid van Ca(H2PO4-)beïnvloed als de ioninsche strekte stijgt (bijvoorbeeld door toevoeging van NaCl)? En wat gebeurt er dan met de pH? Beschrijf kwantitatief. #Wat is de GWP(global warming potential)? En welke factoren bepalen hoe groot deze waarde is? #In de bodem zit fulfaat(FA) met een totale concentratie van 10^-4 M. De pH=6 en de pe=1. De concentratie HCO3- is 2mmol/l. Ferrihidriet is in overmaat aanwezig en de Ksp=10^-37,1. Er is ook Ca2+ aanwezig en de concentratie is 10^-3M. Bereken de concentraties van Fe2+, Fe3+, Fe(II)FA en Fe(III)FA. LogK=15.8 voor de reactie: Fe(OH)3 + e- + 3H+ = Fe2+ + H2O. De associatieconstanten voor de complexen van FA met Fe2+, Fe3+, Ca2+ en H+ zijn respectievelijk 10^3, 10^13, 10^3, 10^7. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 6&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Waarom is er netto oplossing van kalk bij bodemvorming en netto neerslag van kalk als grondwater aan de bodem komt? # Verklaar waarom er verschillende ladingen aan de rand van gibbsiet (Al(OH)3) voorkomen. # Hoe verandert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij een stijgende ionische sterkte? Analyseer kwantitatief. # Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om ozonvorming in de troposfeer te krijgen. # een gereduceerde bodem wordt gebaggerd en begint te oxideren als hij uitdroogt. oorspronkelijke pH = 8, de bodem bevat 0,04% OM, 5mmol/kg Mn2+, 2 mmol/kg Fe3+ en 1 mmol NH4+, de uitwisselbare basen zijn ifv van de pH: EB = 3,5 + pH. Wat is de finale pH? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Voorbeelden van vragen uit de &amp;amp;lsquo;theorie&amp;amp;rsquo; == &lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Waarom stijgt de Ca concentratie in bodemoplossing van een kalrijke bodem naarmate de respiratiesnelheid in de bodem toeneemt? #Waarom stijgt de pH meestal na verzadiging van de bodem met water? #Waarom is relatieve bijdrage van de variabele lading op de totale lading belangrijker voor kaoliniet t.o.v. illiet? #Wat zijn potentiaal bepalende ionen (PDI)?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>LilSwag</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Regionale_Geologie_I&amp;diff=901</id>
		<title>Regionale Geologie I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Regionale_Geologie_I&amp;diff=901"/>
		<updated>2026-01-20T10:39:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;LilSwag: 2026 19januari examen&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== 2026 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 19 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een paar begrippen: Dinantiaan, pyreneese fase, Laurentia, en nog iets.&lt;br /&gt;
* Deville groep, Revin groep en Salm groepen, type gesteente, sedimentatietype, wanneer. In de formatie van ottré deel van les plattes vindt je de coticula wat is het? na de Salm groepen stopt de sedimentatie waarom en wanneer?&lt;br /&gt;
* Tekening over neogeen. waarom is het zand uit de formatie van Mol waarom is het zo zuiver.&lt;br /&gt;
* Maak een doorsnede van het westen van vlaanderen Noord-Zuid &lt;br /&gt;
{{Infobox|data2=Robert Speijer|data3=Hoorcollege|data4=Schriftelijk &amp;lt;br&amp;gt;(met mondelinge toelichting)|data6=3 (voor geografen)&amp;lt;br&amp;gt;5 (voor geologen)|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=3e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0S19AN.htm Link (geografen)] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0Z15AN.htm Link (geologen)]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 20 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een paar begrippen: rhenohercynisch bekken, rotliegendes, variscisch front, en zo die coticula of zoiets. &lt;br /&gt;
* Waaruit bestaat het Kempisch plateau en hoe is het gevormd? Hoe komt het dat het Kempisch Plateau 60m hoger ligt dan de gebieden in het oosten en het westen?&lt;br /&gt;
* Zo die ene doorsnede van het kempens bekken dat zo een goofy 180 graden draai maakt. Heel de cenozoische stratigrafie, en leg alles belangrijk van sedimentatie en tektoniek uit. Ge kreeg wel zo een geologische tijdsschaal met alle periodes en hele strathigrafie met namen van groepen en zo van cenozoicum.&lt;br /&gt;
* Leg de 3 caledonische megasequenties uit + waar en wanneer. Ge kreeg dan ook zo 3 figuren waar zo  waar brabant massief werd vervormd door tektoniek en zo en dat moest ge ook uitleggen. Dat allemaal kaderen in de grotere tektoniek van avalonia&lt;br /&gt;
[[Bestand:Examenvraag.jpg|miniatuur|362x362px|Figgur gegeven bij examenvraag over dikte van sedimentpaketten in Roerdalvallei en Kempens Bekken]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 4 begrippen uitleggen: silensiaan, Burnot conglomeraat, megasequenties, Tornquist Sutuur&lt;br /&gt;
* Figuur gegeven (p63 hb): bespreek het onder- en midden frasniaan voor het zuidelijke (links) deel tot aan het noordelijke deel (rechts).&lt;br /&gt;
* Figuur gegeven met de dikte van sedimentpakketten voor het Kempens Bekken vergeleken met de Roerdalslenk vanaf Cambrium tot Quartair. Op de tijdslijn was met een zwart balkje een fase aangeduid die invloed had op deze regio&#039;s (Vroeg en Laat Kimmerische fase was gegeven). Naam fasen geven en verklaren waarom er verschillen zijn in sedimentafzettingen. Deze vraag werd mondeling (kort) overlopen.&lt;br /&gt;
* Wat was de Eridanos rivier? Wanneer, hoe had deze invloed en waarom wordt er sediment in het Noordzeebekken gevonden? Hoe weet men dat het sediment afkomstig is van deze rivier? b) Wanneer en hoe kwam er een einde aan deze rivier?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 22 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# De geologische kaart van België toont de Midi-Eifeloverschuiving. Bespreek de relevantie van deze overschuiving voor de opbouw va nde ondergrond van België, de verbeiding ervan, de vormingsprocessen, timing en wat je verder van belang acht.&lt;br /&gt;
# Bovenstaande figuur toont een reconstructie van de sedimentarire opeenvolging tijdens het Midden- tot Laat-Devoon doorheen het Dinantbekken. Beschrijf de algmene ontwikkeling en de achterliggende processen in dit bekken tijdens het Givetiaan.&lt;br /&gt;
# Gegeven: figuur met riviervorming tijdens Eind-Carboon (die ene van cursus en powerpoint, met een rivierstelsel van aan de zee tot in de bergen met de verschillende facies, in relatie met de Sudetische fase) en een figuur met de Belgische lithostratigrafie van het Carboon a) Waarom worden de etages Namuriaan en Westfaliaan in onze regio nog constant gebruikt? b) Leg uit op welke manier de 2 bovenstaande figuren met elkaar samenhangen en bespreek hoe de linkerfiguur samenhangt met de ontwikkeling van de Variscische orogenese.&lt;br /&gt;
# Bespreek drie verschillende typen van waaardevolle grondstoffen die in Vlaanderen dicht aan het oppervlak komen. Vermeld regio, formatie en toepassingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Gegeven: tertiairgeologische kaart Vlaanderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a) Waarom liggen de oudste lagen in het Zuiden en Westen de de jongste in het Noorden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b) Waarom wijkt de fm van Diest af van deze trend? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Gegeven: prentje met vergelijking Krijtstratigrafie Monsbekken en land van Herve uit cursus en ppt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a) Bespreek de Krijtsedimentatie in deze gebieden met nadruk op de gelijkenissen en verschillen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b) Wat kan je op basis hiervan zeggen over het al dan niet verbonden zijn van e twee bekkens in het Krijt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Bespreek het algemeen verloop van de tweede Varische megasequentie, die vooral gereconstrueerd is aan de hand van Ardense ontsluitingen. Vermeld zeker ook tektonische gebeurtenissen enal &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Wat voor economisch waardevolle grondstoffen zijn er terug te vinden in Wallonië? Geef er vier, met telkens erbij van welke leeftijd het is een, waar het ontgonnen wordt en waarvoor het gebruikt wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 12 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verschil tussen felsische magma van o.a. Quenast en mafische magma&#039;s van in de Ardeense Massieven. Leg uit adhv platentektonische context van Laat-Ordovicium en Siluur.&lt;br /&gt;
# Figuur van HB p60. Let uit hoe de dingen die er te zien zijn gevormd zijn. (Het antwoord vervolgt op dat van vraag 1)&lt;br /&gt;
# Doorsnede van Mons bekken met ondergrond en Meso- en Cenozoïsche lagen die in het bekken zijn afgezet. Leg uit wat er te zien en hoe dat alles gevormd is.&lt;br /&gt;
# Tijdens Cenozoïcum heel veel trans- en regressies in Noordzeebekken. Leg uit welke factoren die beïnvloeden en hoe dat gerelateerd is aan het sediment dat er afzet (met voorbeelden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 22 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Midi-Eifel overschuivingsbreuk in België. Welke betekenis heeft dit in de ondergrond van België, hoe is het gevormd, wanneer en andere zaken die je belangrijk vindt.&lt;br /&gt;
# Figuur gegeven van Devoons rif. Leg aan de hand van de figuur rifvorming tijdens het Givetiaan uit.&lt;br /&gt;
# a) Namuriaan en Westfaliaan zijn geen correcte termen in de tijdschaal. Waarom worden deze termen toch veel gebruikt. b) 2 figuren gegeven. 1 met rivieren en moeras(doorheen het carboon), andere met klassificatie steenkool België. Hoe zijn deze figuren aan elkaar verbonden en leg aan de hand van de eerste figuur de Caledonische gebergtevorming hier uit.&lt;br /&gt;
# Vlaanderen heeft in zijn ondiepe ondergrond heel wat grondstoffen zitten. Geef er drie en geef de formatie naam, regio waar het voorkomt en in welke toepassingen het gebruikt wordt.&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# In Vlaanderen vormen de Tertiaire lagen een speciaal dagzoompatroon: oudere lagen in het zuiden en westen, jongere lagen in het noorden (in bijlage een kaart).&lt;br /&gt;
## Wat is de oorzaak hiervoor ?&lt;br /&gt;
## De Formatie van Diest lijkt dit patroon niet te volgen, hoe komt dit ?&lt;br /&gt;
# Figuur gegeven van het Krijt in Mons Bekken en Land van Herve.&lt;br /&gt;
## Leg de sedimentatiesequentie van het Krijt uit met een focus op de verschillen en gelijkenissen tussen die in het Mons Bekken en het Land van Herve. (4a op de belgische geologische kaart)&lt;br /&gt;
## Wat kun je zeggen over de afwezigheid/aanwezigheid van een mariene verbinding tussen deze twee regio&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Beschrijf de volledige sedimentatiegeschiedenis van de 2de variscische megasequentie. Vermeld ook wanneer deze plaatsvond en de regionale tektoniek.&lt;br /&gt;
# Wallonië heeft een groots industieel verleden op basis van hun waardevolle grondstoffen in de ondergrond. Geef 4 zo&#039;n grondstoffen die nu nog steeds gebruikt worden en vermeld het tijdsperk, de regio waar ze voorkomen en in welke toepassingen/industriesectoren ze gebruikt worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus === &lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als in januari. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
#Kaart p 233 gegeven en hierop is de linker riviervallei van het BM in een kader gezet. &lt;br /&gt;
#*Teken een profiel van Z naar N. &lt;br /&gt;
#*Verklaar wat er in het midden en in het zuiden van het kader gebeurd.&lt;br /&gt;
#Vergelijk de afzettingen van het Midden-Devoon tem Midden-Carboon in de Ardennen met de afzettingen van het Cenozoïcum in Vlaanderen. &lt;br /&gt;
#Leg de Caledonische deformatie uit en vergelijk de Ardeense en Brabanse Fase. Wat is (volgens Leuvense studies) het effect van de Asturische Fase van de Variscische orogenese op de gesteenten van het Cambrium? &lt;br /&gt;
#De basis-Perm discordantie (=Saalische discordantie): waar, wanneer, kenmerken, ... Welke gesteenten liggen hierbovenop en wat zijn de kenmerken hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Dit is een reconstructie 1 jaar na het examen dus het is een beetje vaag. Als je dus denkt dat er fouten in de vragen staan, kan dat zeker. De onderwerpen van de vragen gingen ongeveer zo:&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg de geschiedenis van het Brabant Massief uit&lt;br /&gt;
# Tekening met Kempisch bekken ook met een vraag over waarom sommige zanden wit zijn en anderen rood&lt;br /&gt;
# Iets van verschillende fasen bespreken&lt;br /&gt;
# Vraag over het plioceen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 14 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 4 stenen: Grand Breche, septaria S20, Mergels van gelinden en coticula. Wat is de naam, wat is de ouderdom? Geef argumenten waarom je dit denkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Grote vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Doorsnede gegeven en profiellijn tekenen op kaart van Belgie. Teken de profiellijn op de kaart van België. Geef minstens 4 argumenten waarom je deze profiellijn daar zou plaatsen. (Profiel ging van op het massief van Brabant tot in de RVG)&lt;br /&gt;
# Doorsnede van het Mons-bekken gegeven. Bespreek de subsidentiegeschiedenis van het gebied tijdens het Mesozoïcum en Cenozoïcum.  Was de subsidentie constant in de tijd? Welke zijn de oudste lagen? Welk mechanisme zorgt voor deze subsidentie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kleine vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef 4 voorbeelden van Milankovitch cycli en bespreek.&lt;br /&gt;
# Wat betekent L1, L2, Ya, Yb, Yc, Yd? Wat weerspiegelt het, wordt dit vandaag nog gebruikt?&lt;br /&gt;
# De Paleozoische geschiedenis is gekenmerkt door meerdere tektonische fasen, waaronder de Ardeense, Asturische, Brabantse, Bretoense, Saalische, Sudetische fasen (alfabetische volgorde!). A) Rangschik deze fasen volgens de geologische tijdsschaal en B) geef voor iedere tektonische fase een indicatieve tijdsperiode aan. C) Vermeld duidelijk of deze fasen een reflectie zijn van compressie of extensie en tot welke periode van grootschalige gebergtevorming deze toebehoren.&lt;br /&gt;
# Devilium, revinium en salmiaan waren termen die vroegen veel gebruikt werden, leg uit. (ook hoe ze nu heten enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 15 januari ====&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# 2 stenen: Grand-Brêche breccie (Viseaan) en wit schrijfkrijt (Campaniaan) &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# Doorsnede. Duid op de kaart aan waar de doorsnede zich bevindt (let op schaal) en geef minstens 4 hoofdargumenten voor je keuze. &amp;lt;i&amp;gt;(4 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# Andere doorsnede, deze keer van Turnhout tot Dinant (maar dat is niet gegeven). Geef van alle breuken op de doorsnede de ouderdom en tektonische fase waarin ze ontstaan zijn. Gaat het om extensie of compressie? &amp;lt;i&amp;gt;(3 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# De Milankovitch cycli hebben in meerdere Belgische geologische eenheden een rol gespeeld. Geef 4 van die geologische eenheden en situeer ze in de tijd, beschrijf hoe je de cycli kan herkennen in de lithologie. &amp;lt;i&amp;gt;(4? punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# In de Ardennen Hoge Leisteengordel zijn er fylladen terug te vinden aan het oppervlak. Die zijn gevormd uit klei-rijke sedimenten. Waar en wanneer zijn deze klei-rijke sedimenten afgezet? In welke tektonische omstandigheden zijn de fylladen gevormd? Waarom komen ze juist daar voor? &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# In welke tektonische eenheid bevinden de intrusieven van Quenast zich en wanneer zijn ze gevormd? Wat kan je afleiden in verband met het paleomagmatisch kader? &amp;lt;i&amp;gt;(1,5 punt)&amp;lt;/i&amp;gt; *# Devillium, Revinium, Salmiaan (gegeven in alfabetische volgorde). Situeer deze groepen in de tijd, geef per groep de belangrijkste lithologieën en verklaar aan de hand daarvan het plaattektonisch kader waarbinnen deze afzettingen zich vormden. &amp;lt;i&amp;gt;(1,5 punt)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# L1, L2, Ya, Yb, Yc, ... Wat betekent dit type codering? Wat kan men hieruit afleiden (m.a.w., wat betekenen de nummers en de letters)? Kan deze codering gebruikt worden om te situeren in plaats en tijd? Hoe wordt deze codering in de huidige stratigrafie nog gebruikt? &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 januari ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Twee handstukken, een krijt uit het Paleoceen met planten fossielen in en een Laat-Carboon Breccie gesteente&lt;br /&gt;
# Geologisch profiel: teken het profiel op een kaart van België,  geef 4 argumenten.&lt;br /&gt;
# Profiel gegeven met breukstructuren op van het Kempense bekken tot de Condroz. Welke tektonische fases hebben voor welke breuken gezorgd? Welke breuken kwamen tot stand door compressie en welke door rekking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg het Eoceen uit. Lithografie en tektonische en paleogeografische events.&lt;br /&gt;
# Quenast en Coticula. Hoe zijn die gevormd en hebben ze een gelijke paleomagnetische betekenis. Teken de platentecktoniek ook.&lt;br /&gt;
# Old red en New red continent uitleggen&lt;br /&gt;
# Conglomeraten van Burnot. Uitleggen en situeren. Wat is de link met de Varisidische megasequenties?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# 2 stenen: conglomeraat uit het perm van Malmedy, wit zand van Mol uit Plioceen&lt;br /&gt;
# kaart met anomalieën: welke technieken zijn gebruikt en wat wordt hiermee onderzocht. De verschillende anomalieën uitleggen, Midi en Bordière aanduiden en Bordière uitleggen.&lt;br /&gt;
# Kimmerische fase in Europa en België uitleggen &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# Boven Devoon uitleggen &lt;br /&gt;
# Waarom Iguanodons (Krijt dinos) teruggevonden in steenkoollagen&lt;br /&gt;
# Vanaf wanneer worden er continentale gesteenten teruggevonden na de krijtlagen van het Krijt&lt;br /&gt;
# nog eentje maar ben het vergeten :( &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# Twee handstukken, een van een coticula en een van de Dietse zanden. Hij vraagt over de ouderdom&lt;br /&gt;
# Duid het profiel, dat gegeven is, aan op de kaart van België. Het was een NZ profiel van Boom naar Antwerpen &lt;br /&gt;
#* Geef minstens 4 argumenten waarom je deze hebt gekozen.&lt;br /&gt;
#Variscische Orogenese &lt;br /&gt;
#*Hoe kan men de invloed van de Sudetische, Asturische en Saalische fasen vaststellen in de Kempen.&lt;br /&gt;
#*Beschrijf kort welke tektonische fenomenen plaatsvonden en geef ook duiding over de tijdsperiode.&lt;br /&gt;
#*Welke verband houden deze met de lithologische en paleogeografische veranderingen. &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#Sedimentatiesnelheid &lt;br /&gt;
#*Is de sedimentatiesnelheid in het Onder-Paleozoïcum constant? Schets de curve van sedimentatiesnelheid tegenover tijd.&lt;br /&gt;
#*Leg uit aan de hand van megasequenties hoe de sedimentsnelheid in verband staat met de paleo-oceanografische evolutie.&lt;br /&gt;
#*Welke tektonische fenomenen vonden toen plaats.&lt;br /&gt;
#Invloed van Milankovitch cycli &lt;br /&gt;
#*Geef drie voorbeelden en de lithologische expressie&lt;br /&gt;
#*Geef hun ouderdommen&lt;br /&gt;
#*Wat is de wijze van herkenning en hun vormingsmechanisme&lt;br /&gt;
#Codering van L1, L2, Ya, Yb, Yc, Yd &lt;br /&gt;
#*Waar komt deze codering vandaan&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van deze reeks van symbolen&lt;br /&gt;
#*Voldoet een dergelijke codering voor de beschrijving van de lagen en wordt het nog gebruikt?&lt;br /&gt;
#Old en New Red Continents &lt;br /&gt;
#*Wat is de paleogeografische betekenis van de Old en New Red Continents en geef hun tijd.&lt;br /&gt;
#*Op welke wijze komen ze tot expressie in Belgie en naburige landen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 4:&#039;&#039;&#039;  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 stenen beschrijven: &lt;br /&gt;
#* Een rode en groene zandsteen uit het hageland van de formatie van Diest. Ijzerrijke zandsteen en glauconiet zandsteen.&lt;br /&gt;
#* Leisteen&lt;br /&gt;
#Beschrijf de Mesozoïsche en Cenozoïsche subsidentiegeschiedenis van het bekken va Mons aan de hand van een gegeven profiel. Beschrijf dit zo gedetailleerd mogelijk met duidelijke vermelding van A) Ouderdom van de aanwezige sedimenten en welke algemene lithologieën. B) Geologische reden en mechanismen waarom in deze regio subsidentie optreedt. C) Wanneer begon deze subsidentie en eventuele veranderingen van subsidentiesnelheden doorheen de tijd en plaats.&lt;br /&gt;
# Een kaart gegeven van geofysische structuren van België (densiteit en magnetisme): &lt;br /&gt;
#*A) gebruikte geofysische technieken toelichten&lt;br /&gt;
#*B) Bespreek de verschillende anomalieën.&lt;br /&gt;
#*C) Midi breuk aanduiden&lt;br /&gt;
#*D) Betekenis Faille de Bordière &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Geef de geologische betekenis van de Vlaamse Vallei en waar deze zich situeert. Kan je deze gebeurtenissen in een tijdskader plaatsen en bijhorende paleografische context?&lt;br /&gt;
#Waar komen Pliocene lagen voor en beschrijf bondig de lithologieën. Kan je deze gebeurtenissen in een tijdskader en bijhorende paleogeografische context plaatsen?&lt;br /&gt;
#Perm afzettingen komen voor in het zuidelijk deel van de Noord-Zee. Wat kan je hierover vertellen en wat vertelt hun lithologische samenstelling over het paleo-afzettingsmilieu. Waar komt het Perm voor in België.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 3:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 stenen beschrijven: 1 was een rode kalksteen van de derde riffase van het Boven Devoon , 2de was schrijfkrijt van Campagniaan met een fossiel erop.&lt;br /&gt;
#Geef de 2 zanden die zijn ingesneden in de onderliggende lagen door geulen, beschrijven deze zanden, waarom het profiel zo is en uit welk tijdperk deze zanden komen.&lt;br /&gt;
#Beschrijf Kimmerische fase, Begin, Midden en Laat, regionaal en in West Europa. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Beschrijf Burnot conglomeraten&lt;br /&gt;
#Wordt de volgende codering: Ya, Yb en L1 en L2 nu nog gebruikt? Voor wat staan deze coderingen&lt;br /&gt;
#Beschrijven de lithostratigrafie van het Boven Devoon. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#2 handstukken: Silex uit het Krijt en steenkool&lt;br /&gt;
#Schets en beargumenteer de tektonische evolutie van Meso en Cenozoïsche lagen verklaart in een doorsnede parallel aan de Belgische kust. &lt;br /&gt;
##Is dit vergelijkbaar met de kempen? (hierbij is de doorsnede gegeven)&lt;br /&gt;
# Verduidelijk Comble Nord, Bordière breuk, GMS en Midi Condroz overschuivingsbreuk, beschrijf hierbij de tektonische betekenis. B) Geef of de lagen autochtoon, parautochtoon of allochtoon zijn C)Waar liggen deze in België? Duid aan op een kaart &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Verklaar de sedimentatie snelheid van het onder paleozoïcum (cambrium tot Siluur) aan de hand van de Mega sequenties en geef het verband met de tektoniek.&lt;br /&gt;
#Old en New Red continent (wat, waar, hoe, wanneer)?&lt;br /&gt;
#Geef het Mioceen in België&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks1:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#2 handstukken: septaria en coticula&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
##Zijn de Krijt-lagen van het Mons bekken en van het Kempisch bekken vergelijkbaar met elkaar? &lt;br /&gt;
##Bespreek de algemene lithologische gelijkenissen en verschillen tussen beide gebieden&lt;br /&gt;
##welke paleogeografische betekenissen kan je eraan koppelen?&lt;br /&gt;
#Een profiel van Vlaanderen is gegeven (met bij elke laag de tijdsperiode, niet de naam van de laag) &lt;br /&gt;
##waar situeer je deze profiel op de kaart? Het was een oost-west profiel met links de formaties van Kortrijk en Ieper en rechts Quartair. De formaties van de haven van Antwerpen lagen ergens in het midden. &lt;br /&gt;
##geef drie argumenten waarom je dit profiel hier zou leggen &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#figuurtje van de &#039;paleografische reconstructie van de paleosoïsche supercontinentcyclus&#039; was gegeven zonder de tijd eronder, die moest je invullen. Ook sommige de oceanen en continenten benoemen&lt;br /&gt;
#Het verschil uitleggen tussen de Sudetische en de Asterische fase&lt;br /&gt;
#Milankovich cycli: herkenbaar in vele formaties, vaak gezien in de les. &lt;br /&gt;
##Geef drie formaties waarbij dit van toepassing is &lt;br /&gt;
##situeer deze formaties in de tijd en op welke plaats ze voorkomen. &lt;br /&gt;
##Hoe uiten de Milankovich cycli zich telkens in deze lagen en wat kan men daaruit afleiden ivbm het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Stassen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 handstukken plaatsen in de cursus. Er was één schrijfkrijt en één septaria (1p) &lt;br /&gt;
#Zanden van Diest en Brussel aanduiden op een gegeven profiel. Vervolgens lithologie, voorkomen in België, sedimentaire structuren geven. (3p) &lt;br /&gt;
#Welke invloeden hadden de Kimmerische fasen in België? (3p) &lt;br /&gt;
#Dit was een van de voorbeeldvragen: Zijn de Krijt-lagen van het Mons bekken en van het Kempisch bekken vergelijkbaar met elkaar? B) Bespreek de algemene lithologische gelijkenissen en verschillen tussen beide gebieden en C) welke paleogeografische betekenissen kan je eraan koppelen? (3p) &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Swennen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Waarom is het Carboon zo belangrijk voor energie in België (vroeger, nu en in de toekomst)? Geef ook de exploitatievorm en mogelijke problemen die kunnen optreden. Waar zou je het beste boren om deze lagen te verkennen? (5p)&lt;br /&gt;
#Da figuurtje van de &#039;paleografische reconstructie van de paleosoïsche supercontinentcyclus&#039; was gegeven zonder de tijd eronder, die moest je invullen. Je moest ook de figuur uitleggen, de oceanen en continenten benoemen, kortom de cyclus uitleggen. (5p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Swennen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van de continenten in het Paleozoïcum a.d.h.v. een gegeven figuur. Geef er de juiste tijd bij en benoem een aantal continentblokjes en paleo-oceanen.&lt;br /&gt;
#Figuur van zeespiegelfluctuaties in het Devoon gegeven. Bespreek en verklaar de vorm van de kustlijnen.&lt;br /&gt;
#Waarom is het Carboon zo belangrijk voor energie in België (vroeger, nu en in de toekomst)? Geef ook de exploitatievorm en mogelijke problemen die kunnen optreden. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Stassen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het ontstaan en de evolutie van het Bekken van Mons in het Meso- en Cenozoïcum a.d.h.v. gegeven figuur. Vermeld de tijdsperiode, lithologieën en mogelijke verschillen in subsidentiesnelheid.&lt;br /&gt;
# Welke 2 geologische eenheden in België worden onderzocht voor berging van radioactief afval? Geef hun tijdsperiode en spreiding in België. &lt;br /&gt;
# Juist of fout en beargumenteer. Subsidentie van de Rijnslenk versnelt vanaf het Oligoceen.&lt;br /&gt;
#Juist of fout en beargumenteer. Het cuestalandschap in Lotharingen is gevormd in de lagen van het Krijt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt door een buitenlands bedrijf dat ertsen opspoort om uit te leggen hoe de geologie van het &#039;brabant massief&#039; in elkaar steekt; kan je een bondige en schematische &#039;geologische geschiedenis&#039; van deze geologische eenheid neerschrijven voor de exploratiemanager van dat bedrijf (die dus dat massief alleen zeer oppervlakkig kent)? illustreer in je rapport met de nodige schetsen (princiepsschetsen zijn belangrijker in deze fase dan nauwkeurige profielen of kaarten ...). zorg ervoor dat je aandacht besteedt aan alle componenten van de geologie, , namelijk sedimentatie, diagenese &amp;amp; metamorfisme, tektoniek (horizontaal en verticaal), magmatisme, erosie, ... &lt;br /&gt;
#wanneer en hoe ontstond de nederrijn slenk? Zijn er sporen van deze tektonische eenheid te vinden in het paleozoïcum? &lt;br /&gt;
#hoe vergelijkbaar zijn de krijtlagen van het mons bekken, van de kust en van de kempen met elkaar? &lt;br /&gt;
#was er enige economische motivatie om diepe verkenningsboringen uit te voeren in de condroz (Havelange) en noord frankrijk (Epinoy) ? leg je antwoord uit met enkele schetsen van de geologische opbouw van het gebied. kan je uitleggen welke nieuwe informatie de boring van havelange opleverde? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe kan men de invloed van de Sudetische en Saalische fasen van de Variscische orogenese vaststellen in de Kempen? &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste geologische fenomenen voor ons land geweest in de Jura-tijd? &lt;br /&gt;
#Zou je een paleogeografische schets van het zuidelijk Noordzeegebied kunnen geven bij de overganstijd van het Ypresiaan naar het Lutetiaan? Uiteraard moet je alles op je schets kunnen argumenteren. &lt;br /&gt;
#Kan je aangeven, liefst ook met enkele schetsen, wat de paleotektonische betekenis is van de magmatische gesteenten die voorkomen in de overgangstijd van Orovicium naar Siluur? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
#Schets de evolutie van de paleogeografie van ons gebied tussen de Pyreneese en de Savische tektonische pulsen. &lt;br /&gt;
#Kan je de verschillende fasen van tektonische activiteit aangeven die het gebied van de huidige Neder Rijn (o.a. Roer Valley Graben...) heeft gekend in het Phanerozoïcum? &lt;br /&gt;
#Leg eens uit aan de hand van goed gekozen schetsen waarom de &#039;Syncline van Namen&#039; geen goede term is en hoe we doe structuur dan wel moeten begrijpen. &lt;br /&gt;
#Is de sedimentatiesnelheid tijdens het Onder Paleozoïcum (Cambrium, Ordovicium, Siluur) constant geweest? Leg uit hoe het verloop van die sedimentatiesnelheid in verband staat met de tektonische evolutie van die tijd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt door buitenlands bedrijf geologie van Brabant Massief uit te leggen. Bondige en schematische samenvatting van de geschiedenis met nodige principeschetsen geven (maar wel geen enkele stap vergeten!). En aandacht besteden aan alle componenten van de geologie zoals sedimentatie, diagenese &amp;amp; metamorfisme, tektoniek, magmatisme, erosie, ...&lt;br /&gt;
#Wanneer en hoe ontstond de Nederrijn slenk ? Zijn er sporen van deze tektonische eenheid te vinden in het Paleozoïcum (ge moet 3 voorlopers geven...) &lt;br /&gt;
#Hoe vergelijkbaar zijn de Krijtlagen van het Mons bekken, van de kust en van de Kempen met elkaar? &lt;br /&gt;
#Was er enige economische motivatie om diepe verkenningsboringen uit te voeren in de Condroz(Havelange) en noord-frankrijk(epinoy)? Leg uit aan de hand van schetsen van de geologische opbouw van het gebied... Leg ook uit welke nieuwe informatie de boring van Havelange opleverde. (men veronderstelde vooraf twee hypothese en ge moet dan zeggen welke als oplossing naar voren kwam uit interpretatie van boring..) &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Schets evolutie van de Schelde en leg verder uit... &lt;br /&gt;
#Beschrijf afzettingsmilieu van Diestiaan zanden. Wrm geven ze aanleiding tot specifieke landschap? &lt;br /&gt;
#Wat is de rol van de doorlatendheid van de gesteentes bij de excursies naar de prebarrages/stuwdam bij Samber/Maas. Toon opbouw van dam aan... &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe zou je op een schematische manier de tektoniek van Henegouwen en Noord-Frankrijk voorstellen? &lt;br /&gt;
#Welke zijn de grote lijnen van de Onder Carboon paleogeografische ontwikkeling in onze gebieden? &lt;br /&gt;
#Leg de belangrijkste geologische fenomenen it die zich in de Perm tijd in onze gebieden voordeden en plaats ze in de contect van de Europese Perm geschiedenis. &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijkste kenmerken van de Zanden van Brussel en welke paleogeografische betekenis kan je eraan koppelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2008 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de grote porositeit in de Dinantiaan gesteenten van de Kempen? &lt;br /&gt;
#Maak een EIGEN vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart van het steenkoolbekken van Luik, het land van Herve, het synclinorium van Verviers, het venster van Theux en het oostelijk gelegen Onder Devoon van de Ardennen (oa St Vith) en maak een eigen profiel erdoor, waarmee je kan uitleggen wat de geologische structuur is van dat gebied. &lt;br /&gt;
#Waar komt de codering als Ya, Yb, Yc, Yd, .. vandaan? Voldoet een dergelijke codering voor de beschrijving van de lagen? Hoe heeft men de kartering van deze lagen aangepakt op de nieuwe 1:50.000 kaarten? &lt;br /&gt;
#Was de tektonische rol van het Brabant Massief beperkt tijdens het Krijt? Argumenteer je antwoord &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de verschillen in a) de Dinantiaan fauna van de Kempen en de Condroz? b) de Dinantiaan en Namuriaan lithologie in Kempen en Condroz Is er een relatie tussen beide fenomenen? &lt;br /&gt;
#Maak een EIGEN vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart, met de nodige schematische profielen, van het steenkoolbekken van Noord-Frankrijk, Henegouwen en Namen waarmee je kan uitleggen wat de structurele ontwikkeling is van dat gebied. &lt;br /&gt;
#Op de oude 1:40000 geologische kaarten wordt een cyclus Landenien met codes L1 en L2 gebruikt. Deze lagen hebben een andere benaming gekregen op de recente 1:50000 kaarten. Weet je welke? Zou je een paleogeografische-sedimentologische historiek kunnen schetsen van ons gebied in deze tijd? &lt;br /&gt;
#Welke was de tektonische rol van het BM tijdens de Jura tijd? Argumenteer telkens wat je antwoordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#De zanden van Brussel hebben een beperkte geografische verspreiding. Bespreek eens hoe dat komt en zijn er dan lateraal tijdsequivalente afzettingen van deze zanden. &lt;br /&gt;
#Op de citadel te Namen konden we de Boven Carboon gesteenten observere, dicht tegen de rand van het BM. Welke elementen kunnen ons informeren over de vroegere maximale begravingsdiepte van deze gesteenten? welke was dat bedrag ongeveer? Wanneer werd het bereikt? Wanneer zijn deze gesteente terug aan de oppervlakte gekomen? Argumenteer telkens Uw antwoorden &lt;br /&gt;
#Bespreek de randvoorwaarden (de beschikbare gegevens, argumenten) om de plooiing van, en de metamorfisme in, het BM in de tijd te situeren. &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijke fasen in de geschiedenis van het breuksysteem van de westrand van de Roermond slenk die het noordoosten van ons land doortrekken? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
#evolutie van het Brabant Massief geven&lt;br /&gt;
#Nederrijnslenk en zijn voorlopers geven&lt;br /&gt;
#vergelijk het krijt in mons, aan de kust, en in de kempen&lt;br /&gt;
#tektoniek in het tertiair&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Kan je een schets maken van de paleogeografie van ons gebied tijdens het Siluur. Voor ieder paleogeografisch element dat je tekent verwijs je met een pijl naar een bondige argumentatie om dat element weer te geven. Suggestie: denk eerst na wat je weet van het Siluur, maak een lijst, en maak dan een compositieschets waarop al die paleogeografische elementen opstaan. &lt;br /&gt;
#Wat maakt dat de ondergrond van de Kempen blijkbaar geschikt is voor het aanleggen van een ondergrondse gasopslag en voor doubletgeothermische systemen ? En waarom in de Kempen geen grote gasvelden zoals in Nederland ? &lt;br /&gt;
#Zou je een geologische historiek van de Jura tijd kunnen schrijven voor ons land (dat is niet gans West-Europa) ? (dwz een chronologische volgorde van alle belangrijke &#039;geologische events, processen&#039; tijdens de Jura.) &lt;br /&gt;
#Zou je de verschillende stappen in de ontwikkeling van het Schelde riviersysteem kunnen opgeven, startend vanaf de eerste ontwikkeling van het rivierstelsel ? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt voor een mineralen-exploratiebedrijf om een historiek van de geologische evolutie van het Brabant Massief te stellen: beschrijf eens de belangrijke fasen in de vorming, evolutie,... ervan. &lt;br /&gt;
#Hoe ver in het verleden kan je teruggaan om sporen, voorlopers, indicaties ... te vinden van de later Nederrijn slenk? Geef eens de grote evolutiestappen van deze slenk tot in het Quartair. &lt;br /&gt;
#Zijn de Krijtlagen van het Mons bekken, van de kust en de Kempen met elkaar te vergelijken? &lt;br /&gt;
#Zijn er in de Tertaire geschiedenis van ons land sporen van tektonische activiteit te vinden? Leg uit.&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Kan je aantonen aan de hand van stratigrafische begrippen zoals &#039;Paniseliaan&#039; en &#039;Yc&#039; dat de stratigrafische methodologie verandert in de tijd, met een beter inzicht als gevolg. &lt;br /&gt;
#Kan je de geologische evolutie van ons land schetsen tijdens de Jura tijd? Liefst met enkele goede kaartschetsen met paleogeografische en structurele informatie op. &lt;br /&gt;
#Kan je de ontstaanswijze schetsen ( maak enkele goede figuren) van het venster van Theux, als structurele eenheid, in relatie met het Massief van Stavelot, het Massief van de Vesder, het synclinorium van Dinant en het massief van Jalhay.&lt;br /&gt;
#Welke argumenten, gegevens ... uit de Caledonische geschiedenis van ons land kunnen gebruikt worden om te suggereren dat Oost-Avalonië wellicht nog uit kleinere onafhankelijke terranes bestond? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Maak een paleogeografische schets van hoe ons land er ongeveer moet uitgezien hebben bij het begin van het Siluur. Geef voor de verschillende elementen die je op je figuur aanbrengt ook de argumentatie (algemeen + specifiek uit de geologie van ons land). &lt;br /&gt;
#Kan je de historiek van het breuksysteem van de westrand van de Roermandslenk in het noordoosten van ons land eens opschrijven van zover je kan terug in de tijd tot nu? Met telkens de argumentatie zoals je die uit de geologische opbouw van ons land kunt afleiden. &lt;br /&gt;
#Wanneer ontstonden de breuken in het steenkoolterrein van de Kempen? Argumenten geven. &lt;br /&gt;
#Leg met enkele schematische profielen en kaarten (eigen tekeningen) uit wat het ‘Venster van Theux’ is. &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#hoe vergelijk je de geologie van Nederland met deze van ons land om uit te leggen dat Nederland grote gasvelden heeft in zijn ondergrond en België niet &lt;br /&gt;
#kan je iets gelijkaardigs doen om uit te leggen dat zowel de zuidelijke Noordzee als de meer Centrale Noordzee olievelden heeft en ons land niet? &lt;br /&gt;
#hoe verklaar je de vorming van het Brabant Massief in een plaattektonisch kader? Gebruik enkele schema&#039;s en geef er telkens de argumenten bij uit de geologie van ons eigen gebied. #Wat gebeurde er in de stratigrafie van het Cenozoïcum met het Paniseliaan, een eenheid die nu niet meer in de stratigrafische tabellen staat? leg dat eens uit. &lt;br /&gt;
#wanneer zijn de grote lijnen van ons rivierenstelsel zoals we dat nu kennen kunnen ontstaan? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#hebben tertiaire lagen een subhorizontaal vlak als afzetting bovenaan en onderaan? &lt;br /&gt;
#kan je een opeenvolgende paleogeografische evolutie schetsen die de geometrie van de mesozoische lagen verklaart in een doorsnede ongeveer parallel aan de belgische kust?(ergens in hfdst 9, een fig+uitleg op slides en cursustekst) &lt;br /&gt;
#hoe verklaar je de grote porositeit in de dinatiaangesteenten van de Kempen?(das met die karstlagen, Hfst4 Onder Carboon) &lt;br /&gt;
#Maak een vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart van het steenkoolbekken van luik, het land van herve, synclinorium van verviers, het venster van theux, en het oostelijk gelegen onder devoon van de ardennen(oa St Vith) en een eigen profiel erdoor, waarmee je kan uitleggen wat de geologische structuur is van dat gebied (das het derde profiel van variscische+ da van stavelot(met die synclibnes zo) + da van het onderdevoon) &lt;br /&gt;
==Juni== &lt;br /&gt;
===Juni 2013=== &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de ouderdom van de verkarsting in de Fondry des Chiens bepalen. Hier moet ge dus wel uw verhaal over die zanden doen (Opheffing Ardennen in Oligoceen blablabla onverzadigde watertafel leidt tot grondwaterstromingen in Oligocene zanden die recent zijn afgezet -&amp;gt; zure grondwaterstromingen -&amp;gt; karst), maar het belangrijkst is de bepaling van de ouderdom, hoe doen ze dat (blijkbaar door die zanden te vergelijken met andere) en hoe kunt ge weten dat die verkarsting is gestopt in midden-Mioceen (Miocene venen bovenop oligocene zanden in karstholtes-&amp;gt; karst moet dus al gestopt zijn) &lt;br /&gt;
# Bespreek de soorten riffen die we op de verschillende excursies gezien hebben. 3. Wat is het belang van de discontinuïteitsvlakken in het gesteente bij de plaatsing van een stuwdam. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Aan de hand van de ontsluitingen die we gezien hebben aantonen dat de syncline/synclinorium van Namen geen goede naam is. &lt;br /&gt;
#Het afzettingsmilieu van de kleien in de groeve van Hautrage bespreken. &lt;br /&gt;
#Wat is de oorsprong van de rode lagen die we gezien hebben in Huy en Tailfer? Wat is er speciaal aan? &lt;br /&gt;
#Een profiel maken van de verschillende stops in Fond de Quareux &lt;br /&gt;
=== Juni 2011 === &lt;br /&gt;
#Toon aan de hand van profielen de verschillen in de geologie ten noorden van de Midi-overschuiving voor Namen en Huy. &lt;br /&gt;
#*Het komt er hier dus op neer da ge een profiel moet tekenen voor Huy, Namen en Dave. Heel belangrijk is dus da ge hier op de 2 flanken van het Namen synclinorium zit. Zegt best ook da het geen echt syncliorium is maar da ge hier me het GMS zit. &lt;br /&gt;
#Verklaar adv een profiel waarom er ten noorden van Visé Mesozoische lagen aan het opp. komen en ten zuiden Paleozoische lagen. &lt;br /&gt;
#*Hier moet ge dus sedimentatie aan de rand van het BM vermelden, de verkarste Frasniaanlagen waar dan Viséaan is tussen gesedimenteerd, Variscische deformatie en het krijt da eerst overal lag maar daarna geërodeerd bij de opheffing van de ardennen. Het is bewaard gebleven ten noorden van Visé door de zakking van de RVG. &lt;br /&gt;
#Geef enkele relevante kenmerken van het Quarreux coglomeraat en leid hier de geologie van dit conglomeraat af. &lt;br /&gt;
#*Het Quareux conglomeraat zijn we tegengekomen bij de excursie naar het massief van Stavelot. Da was dieje conglomeraatmuur waar ge iets verder aan den overkant van een rivierke de zwarte fylladen van RV 5 had. Me geologie wordt hier dus eigenlijk het faciës bedoeld. over tektoniek moet ge hier (gelukkig) niets zeggen. Het co,nglomeraat is grof, ongesorteerd en dus niet ver getransporteerd. Aangezien het niet overal even dik is, was er een klifkust, een paleoreliëf. Aangezien de keien dooraderd zijn was de rotskust een klifkust bestaande uit harde en reeds getektoniseerde Caledonische gesteenten. &lt;br /&gt;
#Omda we tijdens de excursies profieltjes moesten maken, is er ook hier een vraag over gekomen. Deze stond echter niet op de papieren. Wat is het verschil of de gelijkenis tussen de noordrand van het Stavelotmassief en de noordrand van het Rocroimassief? &lt;br /&gt;
#*Het was een gelijkenis, namelijk, bij beiden hebt ge stoelplooien. De massieven zijn naar voor gedrukt door de Varisciden en ook omhoog geheven. In het profiel van Eupen is dit te zien door een rechtopstaande conglomeraatbank. Later komen we deze al liggend tegen. Ook de jongere lagen zullen afwisselend rechtopstaand en plat voorkomen. &lt;br /&gt;
=== Juni 2010 === &lt;br /&gt;
#Beschrijf de elementen waaruit je het afzettingsmilieu kon afleiden bij volgende stops : Hautrange en Bierbeek &lt;br /&gt;
#geef belangrijke geologische elementen voor het plaatsen van de dam in ( ben de naam kwijt). Zie voorlaatste excursie laatste stop (met kalkstenen en schiefers) &lt;br /&gt;
#Samson vallei ... Plaats in de geologische context van ons land (vooral waarom gebroken en niet geplooid) &lt;br /&gt;
=== Juni 2008 === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe wijzigen rivieren hun werking onder invloed van klimaatsvariaties tijdens het Quartair? Kan je hier voorbeelden van geven? &lt;br /&gt;
#Bespreek het afzettingsmilieu in het Weald facies in Hautrage (excursie 6 dus) in het kader van de lokale geologie en de regionale geologie. Met andere woorden: waarom rijden we naar daar en kunnen we niet dichter bij op excursie gaan? &lt;br /&gt;
#Groeve van de Zanden van Egem. Bespreek de paleogeografie van het onder Eoceen tot het midden Eoceen in functie van deze excursie. &lt;br /&gt;
#Als het werkje goed is, overloopt hij gewoon kleine stuff die ge geschreven hebt in uw werkje en geeft hij kleine tips enzo. Als uw werkje een flater bevat, vraagt hij hoe ge daar aan komt etc en moet ge da uitleggen. &lt;br /&gt;
#Er was ook een quotering op 2 dingen die je op excursie zelf moest doen, maar daar vroeg hij niets over, hij overliep het gewoon met je. Een uitgebreide litholog maken (des te uitgebreider en des te ordelijker (hmm Joris ) des te beter) en een breukstructuur interpreteren. &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Schets de West-Europese paleogeografische context van de kleiafzettingen die in de groeve te Hautrage werden gezien. &lt;br /&gt;
#Kan je de geologie van de omgeving van Hoei (Huy) verklaren met de concepten van de geologische opbouw van Henegouwen sensu Delmer? &lt;br /&gt;
#Kan je uitleggen wat de Vlaamse Vallei is? &lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen basisveen en Hollands veen? &lt;br /&gt;
=== Juni 2005 === &lt;br /&gt;
#Hoe vergelijk je de geologie van Nederland met die van ons land om uit te leggen dat Nederland grote gasvelden heeft en België niet? &lt;br /&gt;
#Kan je iets gelijkaardigs doen om uit te leggen dat zowel de zuidelijke Noordzee als de meer Centrale Noordzee olievelden heeft en ons land niet? &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de vorming van het Brabant Massief in een plaattektonisch kader? &lt;br /&gt;
#Wat gebeurde er in de stratigrafie van het Cenozoïcum met een eenheid zoals het &#039;Paniseliaan&#039; (die nu niet meer in de stratigrafische tabellen staat)? &lt;br /&gt;
#Wanneer ontstonden de grote lijnen van ons rivierenstelsel zoals we dat nu kennen? ( en da gaat blijkbaar over meer dan&#039;t quartair) &lt;br /&gt;
===Juni 2004=== &lt;br /&gt;
#Op de citadel te Namen konden we de Boven Carboon gesteenten observeren, dicht tegen de rand van het Brabant Massief. Er zijn ook meerdere profielen besproken doorheen de lagen van de citadel te Namen. Welke elementen kunnen ons informeren over de vroegere maximale begravingsdiepte van deze gesteenten? Welke was dat bedrag ongeveer? Wanneer werd het bereikt? Wanneer zijn deze gesteenten dan aan de oppervlakte gekomen zoals we ze nu zien? Argumenteer telkens Uw antwoorden. &lt;br /&gt;
#Maak een paleogeografische schets van hoe ons land er ongeveer moet uitgezien hebben bij het begin van het Siluur. Geef voor de verschillende elementen die je op de schets aanbrengt de argumentatie. Hoe kadert die schets in het grotere plaattektonische beeld van die tijd? Suggestie: maak 2 schetsen, een detail voor ons land, een globaler voor de plaattektonische situatie &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijke fasen in de geschiedenis van het breuksysteem van de westrand van de Roermand slenk dat het noordoosten van ons land doortrekt? Schets dus de historiek vanaf het ontstaan tot nu van de slenk &lt;br /&gt;
#Indien je de lagenopbouw uit het kustprofiel (Cenozoïcum, Mesozoïcum tot op de Caledonische sokkel)analyseert dan moet daaruit noodzakelijkerwijze tot herhaalde en differentiële vertikale bewegingen besloten worden. Kan je die vertikale tektonische historiek voor het Mesozoïcum en het Cenozoïcum reconstrueren (en argumenteren)? &lt;br /&gt;
=== Juni 2002 === &lt;br /&gt;
#Paleogeografische en paleotektonische situatie van Cambrium (alles wat ge maar kunt verzinnen) &lt;br /&gt;
#Paleotektonische betekenis van het porfier van Quenast &lt;br /&gt;
#Bespreek Carboon (min5/max10 N-S profielen), wederom alles wat ge daarover kunt verzinnen &lt;br /&gt;
#Geef de elkaar in de tijd opeenvolgende stappen (Sedimentatie/Begin Deformatie/Eind Deformatie/...) van het Stavelot Massief- Venster van Theux - Synclinorium van Verviers (is blijkbaar figuur overtekenen uit boek; deze met de doorgeschoven anticline?) &lt;br /&gt;
== Augustus == &lt;br /&gt;
=== Augustus 2005 === &lt;br /&gt;
#Roerdalslenk: schets de belangrijke evolutiestappen met als tip dat ge de voorlopers ni moogt vergeten (gaat ver terug) &lt;br /&gt;
#Paleogeografische context van Onder en Boven Carboon met elkaar vergelijken (met spreiding en faciessen). Hij houdt zeer veel van zelf getekende kaartjes! (al tekent ge ze stiekem over uit de cursus) &lt;br /&gt;
=== Augustus 2004 === &lt;br /&gt;
#Paleogeografischebetekenis van de conglomeraten van Burnot. &lt;br /&gt;
#Welke argumenten zijn er om op het einde van het Ordovicium een plooing van de Ardeense massieven te veronderstellen? &lt;br /&gt;
#Met de kennis van de Perm afzettingen in ons land en deze van onze buurlanden schets de paleogeografische situatie van ons land en onze buurlanden. &lt;br /&gt;
#Zijn in de geologische opbouw van ons land sporen terug te vinden van de cimmerische opheffingen. &lt;br /&gt;
#Kan je de belangrijkste Pliocene en Pleistocene geologische fenomenen of lagen in ons land opsommen en ze in een tijdskader en in hun paleogeografische context plaatsen?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>LilSwag</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=810</id>
		<title>Sedimentologie en sedimentpetrologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=810"/>
		<updated>2025-06-13T09:38:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;LilSwag: /* 2025 */  definitie porositeit en permabiliteit&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== &amp;lt;u&amp;gt;2025&amp;lt;/u&amp;gt; ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
Examen staat op 100 pntn, elke vraag op 10pntn tenzij er 20pntn staat ofc&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie&lt;br /&gt;
** Geef volledig &lt;br /&gt;
** Belang voor afzettingsmilieus, voorbeeld voor elk carbonaatgesteente&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen maak een schets. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
* Dimensieloze ratio, bestaande uit 2 dingen, teller en noemer (20pntn)&lt;br /&gt;
** Uitleggen&lt;br /&gt;
** Linken met relatieve zeespiegelvariaties&lt;br /&gt;
** Invloed van relatieve zeespiegelvariaties op turbidieten&lt;br /&gt;
* Verschillende lithofacies in een vallei met een meanderende rivier. Bespreek de lithofacies en teken het systeem.&lt;br /&gt;
* Diagense (20pntn)&lt;br /&gt;
** Benoem de belangrijkste vormen van zandsteendiagenese.&lt;br /&gt;
** Definities geven van porositeit en permeabiliteit.&lt;br /&gt;
** Link porositeit en permeabiliteit met korrelgrootte.&lt;br /&gt;
* Turbidieten, rivierafzettingen en puinwaaiers&lt;br /&gt;
** Analogie tussen rivier- en turbidietafzettingen&lt;br /&gt;
** Hoe zie je het verschil?&lt;br /&gt;
* Geef 2 voorbeelden van grote zandstructuren in Vlaanderen.&lt;br /&gt;
* Hoe zie je de getijdencyclus in sedimentaire afzettingen? Schets.&lt;br /&gt;
{{Infobox|title  =Vakinfo|headerstyle=background:lightgrey|header1=Lessen en examens| label2=Docent|  data2=Gert-Jan Weltje| label3=Lesvorm|  data3=Hoorcollege en practica| label4=Examenvorm|  data4=Schriftelijk en practicum|header5=Achtergrond| label6=Studiepunten|  data6=6| label7=Wanneer?|  data7=2de bach, 2de sem| label8=Brossen?|  data8=In de lessen wordt er veel aanvullende informatie gegeven dus gaan is aangeraden.}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Aan de randen van een meanderende rivier worden point bars gevormd. Schets een doorsnede van een pint bar loodrecht op de stromingsrichting. Geef ook de twee andere riviertypen en hun verschillen met een meanderende rivier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke 2 typen estuaria zijn er? Hoe evolueren ze bij een bij een toename van de sedimenttoevoer van het land en een constante zeespiegelstand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke verschillende soorten transport zijn er onder water als gevolg van gravitatie? Hoe kan je aan de hand van een afzetting zien op welke manier het getransporteerd is?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is avulsie? Geef het verband tussen een crevasse en een avulsie? In welke sedimentaire omgevingen is avulsie van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Uitleg over Sand ridges. Geef 2 voorbeeld van sandridges die we terugvinden in België. Hoe worden ze gevormd. Op welke manier kan de conclusie worden gemaakt dat ze waarschijnlijk niet meer actief zijn? Leg uit hoe ze worden gevormd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de belangrijkste netto gebeurtenissen bij barrière eilanden voor de kustmorfologie. Hoe reageert het systeem bij een stijgende zeespiegel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een kubus van zandsteen: welke componenten komen er allemaal voor in deze kubus. Wat zegt het over het afzetting milieu en de gesteente-eigenschappen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie wat is het en waarvoor is het nuttig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Teken een pijl (op het schema over dunes, ripples, antidunes,...) van een turbidiet die de volledige Boema sequentie doorloopt. Teken dan een tweede pijl van een turbidiet zonder sequentie d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Oud ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Meerafzettingen: verklaar under-inter-en overflow + in welke afzettingsmilieus komen ze voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de classificatie van deltasystemen, welke beste als reservoirgesteente?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de vorming van muddrops bij tidale stromingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Beschrijf turbidiet in middle en oudet fan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verschillende densiteitsreginmes bij delta&#039;s en de gevolgen voor de afzettingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Gekruiste gelaadgheid in kwartszanden met duideljke sets met H=3,3-1 m. Geef alle afzettingsmilieus waar dit kan voorkomen en geef hierarchisch schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Primaire en secundaire porositeit in functie van de diepte, wat is de invloed van porositeit op een diepte van 2000m?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 kenmerken van windafzettingen in een boorkern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek carbonaatgesteenten en (niet)-bioklasten in verband met vorming van een goed reservoirgesteente&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Walter&#039;s Law of Facies bij fluvialtiel gedomneerde delta en bij dalend zeeniveau.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek 3 mogelijke submilieus in een ariede klimaat. Waar kan je goed reservoirgesteente vinden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Volledige turbidietsequentie (met in en outer fan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* relatie tussen porositeit, permeabiliteit, sortering, korrelgrootte en maturiteit. Wat zijn eigenschappen van een goed/slecht reservoirgesteente. Wat is beland van faciesverandering in alluviale afzetting in verband met grondwater winning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Dunham + zandsteen classificatie, wat is grootste verschil tussen beide?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de classificatie van alle siliklastische gesteenten + problemen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef mogelijke faciessen aan monding in open meer + die centraal. Welke processen van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe oorsprongsgebied (provenance) achterhalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale sequentie door meanderende rivieren (korrelgrootte, afzettingsmilieus). Teken sequenties! Geef verschil met Bouma.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Stylolieten in eender welk gesteente. Nagaan op welke diepte&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Factoren dei sediment en transport op ondiepe siliklastische shelf beïnvloeden + bespreek classificatie shelf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale doorsnede door alluviale fan en geef sequenties bij proximaal/centraal/distaal, geef ook korrelgroottes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe storm en turbidietafzettingen onderscheiden? Tekeningen! Waarom turbidiet economisch interessant? Welk probleem bij exploitatie turbidiet?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>LilSwag</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=801</id>
		<title>Sedimentologie en sedimentpetrologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Sedimentologie_en_sedimentpetrologie&amp;diff=801"/>
		<updated>2025-06-10T11:53:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;LilSwag: juni 2025 toegevoegd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== &amp;lt;u&amp;gt;2025&amp;lt;/u&amp;gt; ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie en voorbeeld waar deze carbonaat gesteente voorkomen.&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
* dimensieloze ratio?&lt;br /&gt;
{{Infobox|title  =Vakinfo|headerstyle=background:lightgrey|header1=Lessen en examens| label2=Docent|  data2=Gert-Jan Weltje| label3=Lesvorm|  data3=Hoorcollege en practica| label4=Examenvorm|  data4=Schriftelijk en practicum|header5=Achtergrond| label6=Studiepunten|  data6=6| label7=Wanneer?|  data7=2de bach, 2de sem| label8=Brossen?|  data8=In de lessen wordt er veel aanvullende informatie gegeven dus gaan is aangeraden.}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Aan de randen van een meanderende rivier worden point bars gevormd. Schets een doorsnede van een pint bar loodrecht op de stromingsrichting. Geef ook de twee andere riviertypen en hun verschillen met een meanderende rivier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke 2 typen estuaria zijn er? Hoe evolueren ze bij een bij een toename van de sedimenttoevoer van het land en een constante zeespiegelstand?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Welke verschillende soorten transport zijn er onder water als gevolg van gravitatie? Hoe kan je aan de hand van een afzetting zien op welke manier het getransporteerd is?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef 3 soorten eolische duinen. Hoe worden eolische afzettingen gepreserveerd?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is avulsie? Geef het verband tussen een crevasse en een avulsie? In welke sedimentaire omgevingen is avulsie van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Uitleg over Sand ridges. Geef 2 voorbeeld van sandridges die we terugvinden in België. Hoe worden ze gevormd. Op welke manier kan de conclusie worden gemaakt dat ze waarschijnlijk niet meer actief zijn? Leg uit hoe ze worden gevormd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de belangrijkste netto gebeurtenissen bij barrière eilanden voor de kustmorfologie. Hoe reageert het systeem bij een stijgende zeespiegel?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een kubus van zandsteen: welke componenten komen er allemaal voor in deze kubus. Wat zegt het over het afzetting milieu en de gesteente-eigenschappen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Dunham classificatie wat is het en waarvoor is het nuttig&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Teken een pijl (op het schema over dunes, ripples, antidunes,...) van een turbidiet die de volledige Boema sequentie doorloopt. Teken dan een tweede pijl van een turbidiet zonder sequentie d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Oud ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Meerafzettingen: verklaar under-inter-en overflow + in welke afzettingsmilieus komen ze voor?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de classificatie van deltasystemen, welke beste als reservoirgesteente?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek de vorming van muddrops bij tidale stromingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Beschrijf turbidiet in middle en oudet fan&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verschillende densiteitsreginmes bij delta&#039;s en de gevolgen voor de afzettingen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Gekruiste gelaadgheid in kwartszanden met duideljke sets met H=3,3-1 m. Geef alle afzettingsmilieus waar dit kan voorkomen en geef hierarchisch schema&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Primaire en secundaire porositeit in functie van de diepte, wat is de invloed van porositeit op een diepte van 2000m?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 kenmerken van windafzettingen in een boorkern&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek carbonaatgesteenten en (niet)-bioklasten in verband met vorming van een goed reservoirgesteente&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Walter&#039;s Law of Facies bij fluvialtiel gedomneerde delta en bij dalend zeeniveau.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek 3 mogelijke submilieus in een ariede klimaat. Waar kan je goed reservoirgesteente vinden?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Volledige turbidietsequentie (met in en outer fan)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* relatie tussen porositeit, permeabiliteit, sortering, korrelgrootte en maturiteit. Wat zijn eigenschappen van een goed/slecht reservoirgesteente. Wat is beland van faciesverandering in alluviale afzetting in verband met grondwater winning&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Bespreek Dunham + zandsteen classificatie, wat is grootste verschil tussen beide?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de classificatie van alle siliklastische gesteenten + problemen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef mogelijke faciessen aan monding in open meer + die centraal. Welke processen van belang?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe oorsprongsgebied (provenance) achterhalen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale sequentie door meanderende rivieren (korrelgrootte, afzettingsmilieus). Teken sequenties! Geef verschil met Bouma.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Stylolieten in eender welk gesteente. Nagaan op welke diepte&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Factoren dei sediment en transport op ondiepe siliklastische shelf beïnvloeden + bespreek classificatie shelf&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef verticale doorsnede door alluviale fan en geef sequenties bij proximaal/centraal/distaal, geef ook korrelgroottes&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hoe storm en turbidietafzettingen onderscheiden? Tekeningen! Waarom turbidiet economisch interessant? Welk probleem bij exploitatie turbidiet?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>LilSwag</name></author>
	</entry>
</feed>