<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Evy+Wels</id>
	<title>Atlas Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Evy+Wels"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Evy_Wels"/>
	<updated>2026-08-05T01:07:39Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.8</generator>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Ruimtelijke_analysetechnieken&amp;diff=969</id>
		<title>Ruimtelijke analysetechnieken</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Ruimtelijke_analysetechnieken&amp;diff=969"/>
		<updated>2026-06-24T19:12:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Evy Wels: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Ate Poorthuis|data3=Hoorcollege|data4=Schriftelijk en 3 taken|data6=6|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=2e bach, 2e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0P06CN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Sinds 2020-2021 geeft Ate dit vak. De examens van voor 2020-2021 verschillen enorm qua vragen, maar zijn voor de volledigheid toch bijgevoegd.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deel 1: Theorie&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 1&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iemand plotte ijsjesverkoop tegenover verdrinken. r is ... (vrij groot) en de p-waarde is ... (vrij klein). De persoon komt tot de conclusie: &amp;quot;Ijsjes zijn gevaarlijk&amp;quot;. Verklaar waarom en of het klopt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 2&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij een vraag was er een positieve morans I van regressie residuen en moesten we vertellen wat voor gevolgen dat kan hebben ofzoiets en hoe je dat dan kan oplossen en de verschillende modellen (dus vb lag en error) vergelijken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 3&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verschil tussen lineaire en logistische regressie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 4&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een man wil sociale sectoren groeperen op basis van socio-economische eigenschappen maar wel ook ruimtelijk grensend. Welke techniek zou je ervoor -gebruiken om dat te doen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deel 2: Praktijk&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Inleiding en data&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
Het gebruik van AI en internet is toegestaan. Zorg er steeds voor dat je in eigen woorden kan uitleggen wat er gebeurt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De data: een csv met een rij per gemeente met kolommen waar o.a. instaat hoeveel percent er graag woont, een gpkg met de gemeentegrenzen etc &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 1 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*Geef de top 10 van gemeenten met hoogste percentage graag_wonen in Limburg &lt;br /&gt;
*Bereken gemiddelde percentage mensen dat met auto woon-werk verkeer doet per provincie &lt;br /&gt;
*Hoeveel gemeenten zijn er waar percentage inwoners graag_wonen boven 80% is maar 10% of meer zich vaak of altijd onveilig voelt? Geef welke gemeenten dit zijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 2 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Plots maken:&lt;br /&gt;
*histogram van graag_wonen&lt;br /&gt;
*staafdiagram van de top 10 uit vraag 1, gerangschikt op waarde&lt;br /&gt;
*puntenwolk van autobezit (x) tov graag_wonen (y) met trendlijn. Let op hoe je overlappende punten goed weer gaat geven. Bereken en interpreteer de correlatie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 3 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maak 2 cartografisch correcte kaarten, verantwoord je keuzes en maak een interpretatie&lt;br /&gt;
*kaart graag_wonen&lt;br /&gt;
*kaart autobezit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 4 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doe lineaire regressie met graag_wonen als afhankelijke variable. Gebruik autobezit en 2 zelf gekozen andere als onafhankelijke variable die graag_wonen kunnen verklaren. Interpreteer en vergelijk met vraag 2. Breng residuen in jaart en bespreek wat je leert. Wat zouden vervolgstappen kunnen zijn? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 5 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Iemand heeft met AI code gegenereerd om een kaart te maken van graag_wonen. Geef de fouten, verbeter de code en leg uit waarom de oorspronkelijke code fout was. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deel 1: Theorie&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 1 (3 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je hebt een ruimtelijke punt dataset van de woonlocaties van mensen die het denguevirus (knokkelkoorts) hebben opgelopen in Singapore. Je bent gevraagd een analyse te maken van (eventuele) ruimtelijke clusters in de data. Je collega stelt voor om hiervoor DBSCAN te gebruiken. Is dit een logische keuze? Leg uit waarom dat wel of niet het geval is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 2 (3 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je bent werkzaam als ruimtelijk analist bij de stad Antwerpen en krijgt de opdracht om de factoren te onderzoeken die bijdragen aan de werkloosheid in de buurten van Antwerpen. Je besluit werkloosheid te meten aan de hand van het percentage werklozen per buurt. Je begint met een analyse van de ruimtelijke autocorrelatie van de werkloosheid en vindt een Moran&#039;s I van 0.35 (p-waarde is 0.01). Vervolgens voer je een lineaire regressie uit met het werkloosheidspercentage als afhankelijke variabele en een set aan verklarende variabelen op buurtniveau (zoals opleidingsniveau, gemiddelde leeftijd en immigratiepercentage). De analyse levert een R² van 0.4 op en de Moran&#039;s I voor de residuen is 0.15 (p-waarde is 0.05). Wat vertelt dit je over jouw analyse, de interpretatie van je coefficienten, en zou je op basis van deze gegevens je analyse nog verder aan moeten passen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 3 (4 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een studie naar sociale diversiteit in buurten is een lineair regressiemodel opgesteld waarbij twee afhankelijke variabelen bekeken zijn: de diversiteit van bezoekers en passanten in een buurt op basis van hun migratie-achtergrond en op basis van het inkomen. Deze diversiteit is vervolgens verklaard aan de hand van een reeks socio-economische variabelen en verschillende variabelen die iets zeggen over de voorzieningen (amenities) in een buurt. In de figuur zie je de gestandaardiseerde coefficienten weergegeven met bolletjes en de betrouwbaarheidsintervallen met horizontale streepjes. Interpreteer deze modeluitkomsten en bespreek de volgende vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Welk(e) type(n) voorzieningen hebben een impact op inkomensdiversiteit? En welke voor diversiteit op basis van migratie-achtergrond?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Heeft de diversiteit van voorzieningen in een buurt ook een impact op diversiteit van bezoekers?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Welke variabele heeft de hoogste verklaringskracht in de twee modellen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Kunnen we concluderen dat de voorzieningen in een buurt inderdaad de sociale diversiteit in een buurt bepalen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In alle volgende vragen zul je een analyse doen van de ruimtelijke patronen in energiegebruik in Vlaanderen. Deze gegevens worden geleverd door Fluvius en omvatten het energieverbruik (gas + elektriciteit) voor elk statistisch sector in België. Je kunt zelfs het verschil tussen residentieel en commercieel gebruik analyseren. We vullen deze gegevens aan met gegevens van de Census 2011, eveneens op het niveau van de statistische sector.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ruimtelijke gegevens voor elke sector zijn opgeslagen in een bestand genaamd `data/sectors.sqlite`. De gegevens over energieverbruik zijn aanwezig in een dataset genaamd `data/energy_consumption.csv`. De censusvariabelen zijn opgeslagen in een bestand genaamd `data/census_statistical_sectors.csv`.\` Je zult alle bestanden moeten inlezen en eventueel samenvoegen (&#039;join&#039;).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op dat niet alle variabelen volledige informatie voor alle sectoren bevatten. Sommige sectoren hebben de waarde `NA`, wat betekent dat er gegevens ontbreken. Afhankelijk van je keuzes in de vragen zul je mogelijk moeten omgaan met deze ontbrekende gegevens. De eenvoudigste manier is om observaties met ontbrekende gegevens te verwijderen. Je kunt hiervoor de functie `drop_na()` gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 4 (3 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lees de benodigde bestanden in en beantwoord de volgende vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-   Maak een staafdiagram van het totale elektriciteitsverbruik per provincie in 2019. Probeer een gestapeld staafdiagram (&#039;stacked bar chart&#039;) te maken dat ook het verbruik door bedrijven versus individuele huishoudens onderscheidt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-   Is het gasverbruik in België in de loop van de tijd veranderd? Beantwoord deze vraag door een grafiek te maken die het gasverbruik in België van 2018 tot 2021 laat zien. Kun je het patroon dat je vindt uitleggen door dit te relateren aan gebeurtenissen in de echte wereld? Tip: het differentiëren naar bedrijven versus individuele huishoudens en dus het maken van een &#039;stacked area chart&#039; kan nuttig zijn voor je uitleg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-   Kies de provincie die begint met de letter die het dichtstbij de eerste letter van je voornaam ligt (dus als je &#039;Bert&#039; heet dan neem je de provincie &#039;Antwerpen&#039;). Maak een set van drie kaarten voor die provincie, met statistische sectoren als ruimtelijke eenheid, die (1) het totale energieverbruik; (2) het energieverbruik door huishoudens; en (3) het energieverbruik door bedrijven laten zien. Kies een passend kleurenschema, klassenindelingen en zorg ervoor dat je kaarten een legenda en een titel hebben. Merk op dat je meerdere kaarten in één figuur kunt combineren met `tmap_arrange()`.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 5 (2 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor dezelfde provincie als in de vorige vraag, kies minstens 6 censusvariabelen waarvan je denkt dat ze eventueel verband zullen houden met electriciteitsverbruik van huishoudens. Voer een PCA dimensiereductie voor die 6 variabelen uit en bespreek de resultaten van je analyse en beargumenteer hoeveel variabelen of componenten je zou kiezen om je gegevens te reduceren, en waarom. Interpreteer en geef een naam of label aan de eerste 3 componenten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 6 (5 punten)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor dezelfde provincie als in de vorige vragen, voer een regressieanalyse uit met het elektriciteitsverbruik in 2019 per huishouden (d.w.z. je moet correct filteren en vervolgens de gebruikte kWh normaliseren naar het aantal huishoudelijke klanten) en ten minste de 3 eerste componenten uit je PCA-analyse in vraag 5. Je mag dit aanvullen met extra variabelen en als je geen uitkomst bij vraag 5 hebt dan kies je ten minste 3 andere onafhankelijke variabelen. Bespreek de meest belangrijke regressieaspecten zoals model-fit, coëfficiënten en potentiële uitschieters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voordat je je analyse start, is het een goed idee om een begrip op te bouwen van de (ruimtelijke) verdeling van je variabelen. Maak een samengestelde figuur (met verschillende panelen) met histogrammen voor elke variabele voor de niet-ruimtelijke verdeling (tip: gebruik `patchwork` om je diagrammen in één figuur te rangschikken). Doe hetzelfde met kaarten voor de ruimtelijke verdeling. Zorg ervoor dat je passende kleurenschema&#039;s kiest en kijk naar de `tmap_arrange`-functie om meerdere kaarten in één figuur te rangschikken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Analyseer en controleer ook de residuen op ruimtelijke autocorrelatie. Gebruik zowel visualisatie als een kwantitatieve maatstaf om je analyse te bevestigen. Kies op basis van de resultaten een ruimtelijk lag- of errormodel om de autocorrelatie te corrigeren en bespreek de uitkomst van het uiteindelijke model.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 12 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 1 (2 punten)&#039;&#039;&#039;: Je collega heeft een analyse over de samenhang tussen twee variabelen in jullie bedrijfsenquete gedaan. In de wekelijkse teamvergadering rapporteert de collega een Pearson&#039;s r correlatiecoefficient van 0.6 en je baas concludeert enthousiast dat er inderdaad een vrij sterke samenhang tussen de twee variabelen is. Klopt dit? Welke informatie zou je adviseren om nog toe te voegen of te berekenen? Beargumenteer je advies.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 2 (4 punten):&#039;&#039;&#039; Je doet een analyse van de verspreiding van verschillende flora in Vlaanderen op basis van een dataset zoals de [[https://www.gbif.org/dataset/271c444f-f8d8-4986-b748-e7367755c0c1 Florabank]]. Omdat er honderden verschillende soorten bestaan, heeft je teamleider gevraagd om Vlaanderen op te delen in verschillende regio&#039;s die vergelijkbare aantallen en typen planten hebben. De Florabank data maakt gebruik van een grid met cellen van 1km2, en heeft informatie over óf en hoe vaak een bepaalde soort voorkomt in elke cel. Beschrijf welke analysetechniek je zou gebruiken voor deze taak en hoe je hierbij te werk zal gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 3 (3 punten):&#039;&#039;&#039;  Je doet een regressieanalyse van de gemiddelde reistijd die een persoon doorbrengt onderweg. Dit gaat dus om forens-trips, maar ook winkelen, sociale bezoeken enz. Je onderzoekseenheid is de postcode. Je probeert de totale reistijd per persoon (in minuten) per postcode te verklaren door de volgende variabelen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;Percentage inwoners met niet-westerse migratieachtergrond (P_NW_MIG_A)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;Percentage inwoners met laag inkomen (P_LINK_HH)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;Aantal supermarkten binnen straal van 5km (AV5_SUPERM)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;Adressendichtheid (in adressen per km2) (OAD)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je lineaire regressie levert de volgende coëfficienten op: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;(regressieoutput gegeven:  term  | estimate | std.error |  statistic |   p.value)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Interpreteer het geschatte effect van elke variabele en leg uit hoeveel minuten mensen gemiddeld kwijt zijn aan reizen in een postcode met &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;(observaties gegeven)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In alle volgende vragen zul je een analyse doen van de ruimtelijke patronen in pendelstromen (woon-werk verkeer) in België. Je hebt hiervoor een data-bestand (`data/pendel.csv.gz`) in gecomprimeerd csv-formaat gekregen met kolommen voor de gemeentenaam en -code van de woonlocatie (`RESIDENCE`); de gemeentenaam en -code van de werklocatie (`WORK`); en het aantal pendelbewegingen dat zich dagelijks tussen de woon- en werkgemeente verplaatst (`COUNT`). Let op: elke forensbeweging vindt plaats tussen *twee* gemeenten en je kunt de data dus bekijken (d.m.v. bijvoorbeeld een `filter` of `group_by` op de betreffende kolom) vanuit zowel de woongemeente of de werkgemeente).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;J&#039;&#039;e kunt naast dit bestand ook gebruik maken van de vertrouwde bestanden die je met joins aan elkaar kunt verbinden: censusdata en gemeenteshapefile.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 4 (2 punten):&#039;&#039;&#039; Lees de benodigde bestanden in en beantwoord de volgende vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoeveel mensen forenzen er van van Leuven naar Ukkel?&lt;br /&gt;
# Hoeveel mensen werken er in totaal in de provincie Antwerpen?&lt;br /&gt;
# Wat is de top-5 van woonlocaties voor mensen die in Leuven werken?  (beantwoord deze vraag met een staafdiagram waarbij de x-as gesorteerd is op basis van de frequentie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 5 (3 punten):&#039;&#039;&#039; Het in kaart brengen van alle forens-stromen is een cartografische uitdaging die vaak resulteert in een kaart met heel veel lijnen die kris-kras door elkaar lopen. Daarom worden stromen vaak in kaart gebracht met een choropletenkaart van de totalen van inkomende óf uitgaande forensstromen. Voor dat soort kaarten is het meestal noodzakelijk de data op te tellen of te bekijken vanuit dan wel de woonlocatie-kolom, dan wel de werklocatie-kolom. Maak de volgende 3 choropletenkaarten van de woon-werk data:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Een kaart die weergeeft waar (en in welke aantallen) mensen die in Leuven wonen naar hun werk gaan.&lt;br /&gt;
# Een kaart die weergeeft waar (en in welke aantallen) de woonlocatie is van mensen die in Leuven werken.&lt;br /&gt;
# Een kaart die het forenssaldo weergeeft voor gemeenten in de provincie Oost-Vlaanderen. Het forenssaldo is het verschil tussen het aantal inkomende forensen (d.w.z. woon-werk verplaatsingen *naar* een gemeente) en uitgaande forensen (d.w.z. woon-werk verplaatsingen *vanuit* een gemeente). Als er in totaal 1000 werkende mensen in Plaats A wonen, en er werken in diezelfde plaats 1200 mensen (die vanuit eender welke gemeente forensen) dan is het saldo dus -200.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorg ervoor dat je kaarten een correct kleurenschema, een goede legenda en een titel hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 6 (2 punten):&#039;&#039;&#039; In plaats van de choropletenkaarten in de vorige vraag zou je ook graag een kaart willen maken waarbij de aantallen forensen tussen Leuven en andere gemeenten met een lijn wordt weergegeven, waarbij de dikte van de lijn varieert naar gelang het aantal forensen. Zo&#039;n kaart noemen we in het Engels vaak een &#039;flow map&#039;. Dat heb je nog nooit eerder gedaan maar je ziet in de volgende paper een aantal figuren die dat precies ook doen in een andere context:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Poorthuis, A, T. Shelton and M. Zook, (2021). Changing neighborhoods, shifting connections: mapping relational geographies of gentrification using social media data. Urban Geography. Online at &amp;lt;nowiki&amp;gt;http://dx.doi.org/10.1080/02723638.2021.1888016&amp;lt;/nowiki&amp;gt;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelukkig hebben de auteurs hun code beschikbaar gesteld en kun je dus de kunst afkijken. Je vindt de code [https://github.com/atepoorthuis/relationalgeographiesofgentrification hier]. Zodat je niet daadwerkelijk de hele code hoeft te lezen, lichten we er hier twee specifieke, relevante stukjes code uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Om de lijnen van/naar een gemeente te moeten tekenen zul je de lijn moeten laten beginnen en eindigen in de centroide van de bewuste gemeenten. Om die centroides uit te rekenen voor elke polygoon in je dataset gebruiken ze in het paper de onderstaande code. In deze code heet de tabel `acs_ky` maar je zult dit aan moeten passen aan jouw ruimtelijke gemeentetabel met de juiste namen.&lt;br /&gt;
#* &#039;&#039;(stuk code gegeven)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Vervolgens kun je de daadwerkelijke geometrie van de lijnen creëeren aan de hand van dit voorbeeld. Ook hier zul je de namen weer moeten aanpassen aan jouw context.&lt;br /&gt;
#* &#039;&#039;(stuk code gegeven)&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maak gebruik van deze twee stukjes code om een &#039;flow map&#039; te maken die met lijnen weergeeft hoeveel forensen *vanuit* Mechelen naar andere gemeenten forensen. Tip: `tmap` heeft een specifieke functie en symbologie voor lijnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 7 (4 punten):&#039;&#039;&#039; Bereken het saldo van forensen voor elke gemeente in België. Tip: dit is het makkelijkst door eerst twee aparte tabellen te creëeren met enerzijds alle inkomende forensen per gemeente, en in de andere tabel alle uitgaande forensen per gemeente. Deze twee tabellen kunnen vervolgens met een join aan elkaar verbonden worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit saldo van forensen zegt iets over de centrum- en woonfunctie van elke gemeente. Doe een regressieanalyse met dit saldo als afhankelijke variabele. Kies 1 of meer onafhankelijke variabelen zodaning dat de R2 van je analyse minimaal 0.4 zal zijn. Bespreek de regressieresultaten, karteer de residuen van je analyse, bespreek de rol van outliers en hoe je je analyse eventueel verder zou kunnen verbeteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 1 (2 punten)&#039;&#039;&#039; Vierkantenanalyse (quadrat analysis) en het berekenen van Moran&#039;s I zijn allebei manieren om ruimtelijke correlatie op een kwantitatieve manier uit te drukken. Leg uit wat ruimtelijke correlatie precies is en wat de verschillen tussen beide methoden zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 2 (3 punten)&#039;&#039;&#039; Tijdens het semester hebben we zowel lineaire als logistische regressie toegepast. Beschrijf de aanpak van de beide methoden, de verschillen, en voor welke toepassingen je elke techniek kan gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 3 (3 punten)&#039;&#039;&#039; Twee bekende technieken voor dimensie reductie zijn multidimensionsal scaling (MDS) en principal component analysis (PCA). Bespreek de benaderingen van beide technieken en de belangrijkste voor- en nadelen van elke techniek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In alle volgende vragen zul je een analyse doen van de ruimtelijke patronen in het gebruik van voornamen in Belgische gemeenten in 2021. Je hebt hiervoor een data-bestand (`data/voornamen.csv.gz`) in gecomprimeerd csv-formaat gekregen dat de volgende kolommen heeft: `nis`, `gemeentenaam`, `voornaam`, `aantal` en `gender`. In dit bestand heb je dus een rij/waarneming voor elke unieke combinatie van gemeente en voornaam. Een voornaam is alleen opgenomen als er in de betreffende gemeente meer dan 5 mensen met die voornaam aanwezig zijn. De data komt uit de officiele overheidsregisters.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Je kunt naast dit bestand ook gebruik maken van de vertrouwde bestanden die je met joins aan elkaar kunt verbinden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* `data/census.csv` voor census variabelen alsook de provincie- en gewestnamen behorende bij elke gemeente.&lt;br /&gt;
* `data/municipalities.sqlite` voor de ruimtelijke informatie die nodig is voor kaarten en ruimtelijke analyses.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 4 (2 punten)&#039;&#039;&#039; Lees de benodigde bestanden in en beantwoord de volgende vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoeveel mensen met de naam &#039;Marc&#039; zijn er in totaal in België?&lt;br /&gt;
# Hoeveel mensen met de naam &#039;Sam&#039; zijn er in elk van de 3 gewesten?&lt;br /&gt;
# Wat is de top-10 van voornamen in Leuven voor mensen die zich in de overheidsdata als vrouw identificeren?  (beantwoord deze vraag met een staafdiagram waarbij de x-as gesorteerd is op basis van de frequentie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 5 (3 punten)&#039;&#039;&#039; Je zult niet verbaasd zijn dat de verdeling van voornamen in België specifieke ruimtelijke patronen laat zien. Maak 3 kaarten van de ruimtelijke verdeling van de volgende namen: Godelieve, Elisabeth, en Monique. Let op dat je hiervoor de absolute aantallen zal moeten normaliseren aan de hand van de totale bevolking. Bereken daartoe een nieuwe variabele die het aantal mensen met de betreffende naam uitdrukt als &#039;voornamen per 1000 inwoners&#039;. Zorg ervoor dat je kaarten een correct kleurenschema, een goede legenda en een titel hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 6 (3 punten)&#039;&#039;&#039; De kaarten uit de vorige vraag doen vermoeden dat we hier te maken hebben met een zekere ruimtelijke samenhang. Kies één van de namen uit de vorige vraag en kwantificeer de ruimtelijke samenhang. Kies daartoe een correcte techniek. Interpreteer de resultaten, inclusief de bijbehorende p-waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Vraag 7 (4 punten)&#039;&#039;&#039; Sommige regionale verschillen in naamkeuze hangen samen met cultuur-historische reden, terwijl voor andere namen wellicht sociaal-economische motieven een rol spelen. In deze laatste vraag maak je een lineair regressiemodel om het aantal mensen met de voornaam &#039;Luc&#039; per 1000 inwoners in elk gemeente te verklaren aan de hand van (sociaal-economische) census-variabelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Maak bij het maken van je model gebruik van tenminste 3 verklarende variabelen en kies die zo dat je tenminste een R2 van 0.35 hebt.&lt;br /&gt;
* Bespreek kort de uitkomst van je model (fit en coefficienten)&lt;br /&gt;
* Karteer de residuen van je regressie. Bespreek de patronen die je ziet en geef aan hoe je in een opvolganalyse je model eventueel nog verder zou kunnen verbeteren (N.B. dit hoef je dus niet uit te voeren).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 15 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie vragen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Gedurende de laatste maanden heb je intensief kennis gemaakt met het gebruik van ‘computational notebooks’, zoals ook dit RMarkdown document. Dit soort notebooks zijn de laatste jaren steeds populairder geworden in verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral in workflows die kwantitatieve methoden en data benutten. Beschrijf in je eigen woorden ten minste twee specifieke voordelen van zulke notebooks voor wetenschappelijke workflows ten op zichte van traditionelere methoden.&lt;br /&gt;
# Dimensie reductie en clustering zijn allebei methoden die we kunnen gebruiken om complexe datasets beter te doorgronden. Beschrijf de verschillen tussen de benaderingswijze van beide methoden (waarvoor gebruik je welke methode?) en bespreek voor zowel dimensie reductie als clustering ten minste 1 praktische techniek of algoritme dat hiervoor gebruikt kan worden.&lt;br /&gt;
# Geografen zijn vaak geïnteresseerd in ruimtelijke samenhang of correlatie. Achter deze interesse kan zowel een inhoudelijke als een technische reden zitten. Benoem deze redenen en bespreek daarbij ook de meestgebruikte kwantitatieve maat voor ruimtelijke correlatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk vragen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Je hebt een data-bestand (data/brussels-districts-population.csv) in csv-formaat gekregen dat informatie heeft over de bevolking in elke wijk (Engels: ‘district’) in het Brussels Gewest in 2020. Lees dit bestand in en beantwoord de volgende vragen:&lt;br /&gt;
## Wat is de totale bevolking in het Brussels Gewest?&lt;br /&gt;
## Hoeveel mensen wonen er gemiddeld in een wijk?&lt;br /&gt;
## Wat is de verdeling van de bevolking over alle wijken?  (beantwoord deze vraag door een histogram te maken)&lt;br /&gt;
# De wijken uit de vorige vraag hebben natuurlijk ook een specifieke vorm en locatie. Voer een ‘join’ uit met de URBIS_ADM_MD shapefile (data/URBIS_ADM_MD/UrbAdm_MONITORING_DISTRICT.shp) en maak twee kaarten:&lt;br /&gt;
## Een kaart van de bevolking in elke wijk.&lt;br /&gt;
## Een kaart van de bevolkingsdichtheid in elke wijk.&lt;br /&gt;
# De kaarten uit de vorige vraag doen vermoeden dat we hier te maken hebben met een ruimtelijke samenhang van dicht- en dunbevolkte wijken in Brussel. Gebruik de data uit de vorige vraag om de ruimtelijke samenhang van de bevolkingsdichtheid te kwantificeren. Kies daartoe een correcte techniek en maak gebruik van ruimtelijke gewichten gebaseerd op afstand (met een cut-off waarde van 2 kilometer). Interpreteer de resultaten, inclusief de bijbehorende p-waarde.&lt;br /&gt;
# Het aantal COVID-19 gevallen per inwoner verschilt behoorlijk tussen Belgische gemeenten. Je bent gevraagd een korte analyse te maken van mogelijke oorzaken daarvan. Je hebt daartoe beschikking over een dataset met COVID gevallen (data/covid.csv) en de vertrouwde census data (data/census.csv) alsook de ruimtelijke data voor de gemeenten (data/municipalities.sqlite). Om de analyse te doen, loop je door de volgende stappen:&lt;br /&gt;
## Maak een kaart van het aantal COVID gevallen per 100.000 inwoners.&lt;br /&gt;
## Maak een linear regressiemodel van het aantal gevallen per 100.000 inwoners. Gebruik daartoe ten minste 3 verklarende (census) variabelen en kies die zo dat je tenminste een R2 van 0.3 hebt. Bespreek kort de uitkomst van je model (fit en coefficienten).&lt;br /&gt;
## Karteer de residuen van je regressie. Bespreek de patronen die je ziet en geef aan hoe je in een opvolganalyse je model nog verder zou kunnen verbeteren (N.B. dit hoef je dus niet uit te voeren).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 15 juni ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# artikel China: hoe menselijk en natuurlijk effect op NDVI onderscheiden&lt;br /&gt;
# gegeven figuur, is dit puntenpatroon random, geclusterd of uniform. Welke werkwijze gebruik je om dit te achterhalen&lt;br /&gt;
# 4 bodemstalen met allerlei variabelen (zowel numerisch als categorisch) welke bodemstalen lijken het meest op elkaar?&lt;br /&gt;
# Op computer: &lt;br /&gt;
#* Script lineaire regressie schrijven (ppt met codes gegeven)&lt;br /&gt;
#* Script voor PCA gegeven&lt;br /&gt;
#* Vragen over uitkomst. Hoe interpreteren?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Tabel gegeven met allemaal Wijken in Californië met bijhorende afstand tot zee, gemiddelde huisprijs en landgebruik (industrieel/residentieel) . Bij bepaalde wijk enkel landgebruik en afstand tot zee gegeven. &lt;br /&gt;
#* Hoe kan men de gemiddelde huisprijs in deze wijk bepalen?&lt;br /&gt;
# Er wordt een onderzoek gedaan bij boeren in Uganda, er wordt gepeild naar hun gemiddeld inkomen, opleidingsniveau, welke gewassen ze kweken (met ja of nee),…&lt;br /&gt;
#* Hoe kan deze data verwerkt worden?&lt;br /&gt;
# 4x4 kader gegeven met witte en zwarte vakken. &lt;br /&gt;
#* Bereken Moran’s I + uitleg&lt;br /&gt;
# PC: Databank met luchtgegevens in China gekregen:&lt;br /&gt;
#* verschillende vraagjes hierover. Was vooral Regressie. Ppt 2 van de oefenzittingen mocht op het examen gebruikt worden. &lt;br /&gt;
#* Ook kleine oefening om gegeven script te openen en te runnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 19 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Formule&#039;s van Pearson, Spearman en Moran&#039;s I gegeven, leg uit hoe deze in verband staan en aan welke voorwaarde moet voldaan zodat de Pearson een significante betekenis heeft?&lt;br /&gt;
# Regressieanalyse&lt;br /&gt;
## Doe een regressieanalyse in Excel (handmatig en via data analysis)&lt;br /&gt;
## Hoe kom ja aan de fomrule B=(XXt)^-1*Xt*Y (2 slides hierover gegeven) &lt;br /&gt;
## Wat is colineariteit en ga na in Excel voor gegeven dataset.&lt;br /&gt;
# Leg de stappen van een PCA uit. Wat is het verschil met PLS?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Praktijk:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Enkelvoudige regressie&lt;br /&gt;
# Meervoudige regressie&lt;br /&gt;
# PCA&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoe berekenen of punten random, uniform of geclusterd verdeeld zijn.&lt;br /&gt;
# Tabel met numerische en categorische variabelen gegeven voor 4 observaties van bodemstalen. Welke bodemstalen lijken het hardst op elkaar? Bereken met een predictor die je ook zou gebruiken bij clusteranalyse.&lt;br /&gt;
# Leg aan de hand van deze figuur uit hoe de klimatologische impact en de menselijke impact op de vegetatieve bedekking worden gescheiden. &#039;(zelfde figuur als 2013-2014)&lt;br /&gt;
# Hoe wordt een scorematrix bij PCA bepaald? Wat wilt deze matrix zeggen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
6 opdrachtjes: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 5 over Regressie en ANOVA/ANCOVA, script maken obv ppt. en beetje interpreteren. &lt;br /&gt;
* 1 over PCA, enkel interpreteren van de output: script is gegeven&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Welke banden gebruiken om legertanks te zien in een bos&lt;br /&gt;
# Hoe berekenen of punten random, uniform of geclusterd verdeeld zijn&lt;br /&gt;
# Voer een lineaire stretch uit voor de waarden in een 3x3 matrix (waarden zijn gegeven)&lt;br /&gt;
# average, single,complete linkage tekenen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Regressie en ANOVA (zelf script maken obv ppt)&lt;br /&gt;
# PCA (alleen ctrl-r en interpreteren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Gegeven: tabel met gemeentes, gemiddelde verkoopprijs per huis, afstand tot de kust en landschapstype (&#039;&#039;natural&#039;&#039; of &#039;&#039;industrial&#039;&#039;), met de gemiddelde verkoopprijs per huis voor de laatste gemeente ontbrekend. Is het mogelijk om op basis van de afstand tot de kust en het landschapstype de gemiddelde verkoopprijs te berekenen? Leg je werkwijze uit.&lt;br /&gt;
# Leg aan de hand van deze figuur uit hoe de klimatologische impact en de menselijke impact op de vegetatieve bedekking worden gescheiden.&lt;br /&gt;
# Bereken de ruimtelijke autocorrelatie voor een gegeven zwart-wit-rasterbeeld (4 x 4).&lt;br /&gt;
# Gegeven: 3 x 3 rasterbeeld met &#039;&#039;brightness&#039;&#039;-waarden. Verhoog het lineair contrast in het rasterbeeld door een lineaire stretch uit te voeren.&lt;br /&gt;
# Leg uit met een voorbeeld hoe je met gegevens van spectrale banden en een DHM een contextuele classificatie kan uitvoeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Clusteranalyse&lt;br /&gt;
# Lineaire regressie en variantie-analyse&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 17 juni ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Gegeven: tabel van laatste slide van laatste PPT &lt;br /&gt;
## bereken de gemiddelde accuurraatheid&lt;br /&gt;
## bereken de Omissie en Comissie fouten van graan en water&lt;br /&gt;
## bij welke vd 2 zijn deze fouten het kleinst en Waarom? &lt;br /&gt;
# Gegeven: tabel met Sediment Export van rivier, Landgebruik (akker/weide/bos) en hellingsgraad. Van een aantal plaatsen ontbreekt de sediment export. Leg uit hoe je deze kan voorspellen. &lt;br /&gt;
# Gegeven: Clusterprofiel:wat zie je op de y-as ? Hoe kan je de y-as berekenen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Regressie en ANOVA&lt;br /&gt;
# PCA &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2011 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verschil pearson en spearmancorrelatie + figuur geven &lt;br /&gt;
# Minnaertcorrectie &lt;br /&gt;
# single linkage, complete linkage en average linkage &lt;br /&gt;
# Stellingen: Waar of fout? Leg kort uit waarom &lt;br /&gt;
#* Indien de residu&#039;s van Y=a+b*X1 en Y=a+b*X2 niet met elkaar gecorreleerd zijn is er een inhoudelijke band tussen X1 en X2. &lt;br /&gt;
#* Het verband tussen de oorspronkelijke variabelen en de nieuwe componenten (na PCA) kan worden afgeleid uit een scree-plot. &lt;br /&gt;
#* Indien de Moran&#039;s I gelijk is aan 0 is de range van een variogram ook gelijk aan 0. &lt;br /&gt;
#* In het geval van Lambertiaanse reflectie is een Minaert-correctie niet nodig. &lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
* anova &lt;br /&gt;
* cluster&lt;br /&gt;
* beeldclassificatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Theorie (3 open vragen):&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Iets van minaert &lt;br /&gt;
# leg complete linkage uit bij clustering &lt;br /&gt;
# hoe kun je zien dat 2 ruimtelijke variabelen X1 en X2 een inhoudelijk verband hebben? &lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Oefeningen:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
# een pca uitvoeren &lt;br /&gt;
# een covariantie analyse &lt;br /&gt;
# bereken de ontbossing in roemenie adhv 4 spectrale banden van 1987 en vanuit 2009 (beeldclassificatie)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Eerste zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Van Rompaey:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Dataset met gemeentes in Amerika, de gemiddelde woningprijs ervan, de afstand tot de kust en of het een natuurlijk of industrieel landschap is. Van 1 gemeente is de woningprijs niet gegeven, en die moet je voorspellen adhv de andere. &lt;br /&gt;
# Atmosferische correctie: waarom en hoe? &lt;br /&gt;
# Raster met resolutie 4x4, zwart of wit ingekleurd: bereken de ruimtelijke autocorrelatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Vanneste:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# PCA: Wat zijn de gelijkenissen en de verschillen tussen de variantie van de oorspronkelijke variabelen en de componenten? &lt;br /&gt;
# PCA: Waarom doet men soms twee rotaties? beschrijf beide rotaties uitvoerig. &lt;br /&gt;
# (Xk-X)/S(X) (boven de eerste twee x-en stond nog een streepje). Wat betekent deze formule? Waarvoor kan men ze gebruiken?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Van Rompaey:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 2 rasterbeelden, 40x40 ofzo: Verwacht je pos. of neg. autocorrelatie? Teken bij benadering een variogram voor de beide rasterbeelden. &lt;br /&gt;
# Van enkele rivieren in Europa ken je de sedimentconcentratie. Je kent ook de gemiddelde hellingsgradiënt (in %), het landgebruik (bos, akker, weide) en de bodemtextuur (zand, silt, klei). Je moet de sedimentconcentratie voorspellen van een andere rivier. Hoe ga je te werk? &lt;br /&gt;
# Tabelletje met grijswaarden op band 1 en band 2 van zeven luchtfoto&#039;s. 3 zijn bos, 3 zijn akker. Voorspel door middel van een grafiek het vermoedelijke landgebruik van de zevende foto.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Vanneste:&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# De PCA is geen echte ruimtelijke analyse techniek. Waarom wordt ze toch vaak gebruikt voor ruimtelijke data? Leg uitgebreid uit.&lt;br /&gt;
# Waarom gebruikt men PCA en clusteranalyse soms samen? Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? &lt;br /&gt;
# De clusteranalyse is wiskundig niet al te stevig. Geef minstens twee aspecten ervan die dit verklaren. Wat zijn de gevolgen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Van Rompaey:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Woordjes: &lt;br /&gt;
## ecological fallacy &lt;br /&gt;
## radiometrische resolutie &lt;br /&gt;
## Moran&#039;s I &lt;br /&gt;
## point spread function&lt;br /&gt;
# Je beschikt over een aantal gegevens per stroomgebied: landgebruik( bos /weide/akker), hellingsgraad en erosiesnelheid. Van bepaalde stroomgebieden is de erosiesnelheid niet gegeven. Welke methode gebruik je om deze ontbrekende gegevens te bepalen? Wat kan je zeggen over de nauwkeurigheid van je schattingen?&lt;br /&gt;
# Je beschikt over Spot beeld met 3 banden (resolutie 20m) en een DTM. Bespreek hiervan de niet gesuperviseerde classificatiemethode&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Vanneste:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Gegeven is de formule : K’K=B’Y’YB=Landa &lt;br /&gt;
## in welke context gebruik je die? &lt;br /&gt;
## wat stelt elke letter voor? &lt;br /&gt;
## waarvoor dient formule? &lt;br /&gt;
## schets geometrisch zodat het duidelijk wordt&lt;br /&gt;
# Bij formule WARD methode: idem &lt;br /&gt;
## in welke context gebruik je die? &lt;br /&gt;
## wat stelt elke letter voor? &lt;br /&gt;
## waarvoor dient formule? &lt;br /&gt;
## schets geometrisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2005 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 10 definities van een score, duidt de correcte aan. Verklaar geometrisch wat een score juist is. En dit in de juiste variabelen ruimte. Dit wil niet zeggen bespreek heel de PCA, maar enkel de elementen die invloed hebben op en aanduiden wat een score net is. &lt;br /&gt;
# Kn = lambda ^1/2 &lt;br /&gt;
## verklaar de componenten + waarvoor wordt deze formule gebruikt &lt;br /&gt;
# Waarom is een clustertechniek nooit ideaal (minstens 3 fundamentele verschillen) &lt;br /&gt;
# Gegeven: residuplot, hoe wordt deze geconstrueerd. Hoe spoor je outliers, invloedrijke waarnemingen en hefboompunten op? Benoem de assen, en hoe zou deze beter benaderen ? &lt;br /&gt;
# Geef uitleg over Wilcoxon, negatieve ruimtelijke autocorrelatie en nog eentje&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel 1:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoe onderzoek je of 2 variabelen een inhoudelijke band hebben? &lt;br /&gt;
# Onderzoekers willen het aantal dassen in Belgie schatten, rekening houdend met het bodemgebruik (bos, akker, weide bebouwd) en de afstand tot een rivier. Voor een aantal kleine stroomgebieden zijn de dassen geteld. Hoe ga je te werk? welke tussenstappen gebruik je? &lt;br /&gt;
# Woordjes: multicollineariteit, ecological fallacy, covariabele, covariantie met interactieterm &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel 2:&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Waarom is normalisatie bij PCA noodzakelijk. Schets dit zowel in een matrix als geometrisch. Vermeld variantie, covariantie, eigenwaarde &lt;br /&gt;
# Clusteranalyse kan zowel space-contracting als space-dilating zijn. licht toe &lt;br /&gt;
# Formule van T-waarde gegeven. Verklaar alle componenten, schets geometrisch en waarvoor dient de formule? &lt;br /&gt;
# Wanneer is een voorstellingsruimte strikt genomen niet correct? maak in je toelichting duidelijk dat je weet wat een voorstellingsruimte is. Waarvoor dient een voorstellingsruimte?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2004 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Eerste zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel I (Hoofdstuk I)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg uit waarom regressie en co-variantie een continue ruimte beschrijven in tegenstelling tot de variantie-analyse die een discontinue ruimte beschrijft. Geef bvn om uw standpunt te verduidelijken. &lt;br /&gt;
# Ethiopië: n percelen, 3 parameters: bodemtextuur (silt-klei-zand), ploegmethode (os/tractor) en gemiddelde hellingsgraad (%). Van 50 percelen zijn enkele jaren de gemiddelde bodemerosiesnelheid (ton/ha.jaar) opgemeten. Hoe bepaal je de significante impact van de drie parameters op de 50 percelen en hoe verklaar je de bodemerosiesnelheid van de n (2000) percelen? Geef de nodige uitleg bij elke stap. &lt;br /&gt;
# Leg bondig uit: &lt;br /&gt;
## Ecological Fallacy &lt;br /&gt;
## Partiële residuplot &lt;br /&gt;
## Ruimtelijke correlatie &lt;br /&gt;
## variantie - inflatie - getal (VIF)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Tweede deel (Hoofdstukken II en III)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Waarom is normalisatie van de ruwe gegevens bij PCA nodig?  Verduidelijk dit in zowel de Euclidische ruimte (Geometrisch) als matrix. Verduidelijk tevens wat eigenwaarde, variantie en covariantie betekenen in beide. Zorg voor duidelijke tekeningen en duid alles aan!!!! &lt;br /&gt;
# Wanneer is de voorstellingsruimte een juiste en strikt genomen niet een juiste weergave van de rotatietechniek bij PCA? Waarom wordt in alle gevallen gebruik gemaakt van de voorstellingsruimte, zorg dat in je antwoord duidelijk is wat een voorstellingsruimte betekent! &lt;br /&gt;
# Formule voor de t-waarde van het clusterprofiel gegeven &lt;br /&gt;
## Leg alle componenten (betekenis) van deze formule uit &lt;br /&gt;
## Verduidelijk dit aan de hand van de Euclidische ruimte &lt;br /&gt;
## Leg uit wanneer en waarom men deze formule gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede zit ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel1 (Van Rompaey)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Woordjes: MEER, &#039;kracht&#039; bij statistische test, niet parametrische test, ruimtelijke autocorrelatie &lt;br /&gt;
# Wat is heteroscedasticiteit? Waarom gebruikt in geografie? &lt;br /&gt;
# 30 velden, bodemtextuur( klei/zand/leem), erosie (veel/weinig/geen), type(A,B,C) ~welke procedure gebruik je, hoe bepaal je de gemiddelde graanopbrengst (kg/m²) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Deel 2 (Vanneste)&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Stellingen over wat al dan niet de definitie is van ladingen:lambda i; vierkantswortel lambda i; diagonaalelementen op de matrix zijn lambda i; ...... &lt;br /&gt;
# Geef grafiek van variabelenruimte Y&#039;=B*K&#039; en Y=K*B&#039; en beknopte uitleg bij beide &lt;br /&gt;
# wat is ESS? hoe gebruikt in geografie? hoe kom je aan die waarde?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2003 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# De regressie-analyse en de variantie-analyse (expliciete weergave van de ruimte) hebben een verschillende ruimtelijke benadering.&lt;br /&gt;
## geef hun types verklarende variabelen + vbn&lt;br /&gt;
## met welk kaarttype vergelijken?&lt;br /&gt;
## gevolgen voor de veronderstelling over de metingen in de ruimte&lt;br /&gt;
# Geg: fig. 1.26 (p. 47): leg uit&lt;br /&gt;
# Kn = K*(lambda)-1/2&lt;br /&gt;
## verklaar de verschillende factoren&lt;br /&gt;
## waarom wordt deze bewerking uitgevoerd?  Doel?&lt;br /&gt;
## hoe zou je dit tekenen in een gepaste euclidische ruimte?&lt;br /&gt;
# Welke zijn de hulpmethodes om het aantal clusters te bepalen?  Waarom kan het nuttig zijn meerdere clusteroplossingen te hebben?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Typevragen ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Wat is de rol van dummyvariabelen?  Geef de algemene formule voor variantie-analyse.  Geef de interpretatie van de referentiehypothese.&lt;br /&gt;
* Gegeven: 3 dendogrammen&lt;br /&gt;
*# Welke clusteringmethode werd toegepast? Leg uit.&lt;br /&gt;
*# Wat is de referentiewaarde voor de ESS op de grafieken?  Leg uit.&lt;br /&gt;
* Bespreek de tabellen (gegeven) uit de cursus i.v.m. testen bij variantie-analyse (Tukey).&lt;br /&gt;
* In welke context worden de termen MSD en LSD gebruikt?  Leg ze uit. Hoe komt met tot de verschillende waarden?&lt;br /&gt;
* Weerleg of nuanceer de volgende stelling: “ De analyse van een verdeling in een populatie houdt GEEN rekening met de lokalisatie; uit een verdeling zijn dus enkel verschillen binnen de populatie af te leiden maar kunnen geen gevolgen worden getrokken i.v.m. ruimtelijke structuren “.&lt;br /&gt;
* Leg uit en illustreer met schetsen waaruit duidelijk blijkt wat variantie is.&lt;br /&gt;
* De totale variantie van Y is de som van de variantie van de nieuwe onafhankelijke / ongecorreleerde variabelen of componenten, geschikt van groot naar klein.  De componenten (PC1, PC2, …) nemen achtereenvolgens een maximaal deel van de totale variantie van Y voor hun rekening.&lt;br /&gt;
* Gegeven: de output van een regressie-analyse.&lt;br /&gt;
*# Schrijf het model uit.&lt;br /&gt;
*# Leg de verschillende termen uit.&lt;br /&gt;
*# Evalueer het model.&lt;br /&gt;
*# Evalueer het variantie-inflatiegetal en het conditiegetal.  Geef ook de betekenis ervan.&lt;br /&gt;
* Leg de ‘error sum of squares’ bij de hiërarchische Ward-methode uit aan de hand van de formule.  Waarom spreekt men eigenlijk van een ‘fout’?&lt;br /&gt;
* Waarom wordt bij de variantie-analyse gesproken van een discontinue benadering van de ruimte?&lt;br /&gt;
* Duid de juiste definitie van variantie aan (uit verschillende gegeven mogelijkheden).&lt;br /&gt;
* Tussen de hierna volgende definities bevinden zich omschrijvingen van lading of score.  Wat is score?  Duid de juiste definities aan.&lt;br /&gt;
*# De informatieve waarde van een component.&lt;br /&gt;
*# Bxsqrt(A)&lt;br /&gt;
*# De karteerbare waarde van een component.&lt;br /&gt;
*# De projectiecoördinaten van de componentenassen op de oorspronkelijke variabelenassen.&lt;br /&gt;
*# De projectiecoördinaten van de observatiepunten op de componentenassen.&lt;br /&gt;
*# K&#039;=B&#039;xY&#039;&lt;br /&gt;
*# De correlatie tussen de componenten en de oorspronkelijke variabelen.&lt;br /&gt;
*# lambda&lt;br /&gt;
*# De manier waarop het oorspronkelijk assenstelsel geroteerd is zodanig dat de componenten achtereenvolgens een maximaal deel van de totale informatie voor hun rekening nemen.&lt;br /&gt;
*# De waarde die het mogelijk maakt om het profiel of de inhoudelijke betekenis van een component te omschrijven.&lt;br /&gt;
* Leg uit: “De geografie en de statistiek komen in conflict omwille van de ruimtelijke autocorrelatie.”  Laat uit je antwoord blijken wat ruimtelijke autocorrelatie inhoudt en illustreer met enkele concrete voorbeelden.&lt;br /&gt;
* Wat zijn ‘storende’ waarnemingen of metingen?  Hoe spoor je ze op?  Wat doe je ermee?&lt;br /&gt;
* Toon aan dat de variantie-analyse gelijkaardig (maar niet gelijk) is aan de regressie-analyse op het gebied van:&lt;br /&gt;
*# Structuur van het model;&lt;br /&gt;
*# Te testen hypothese;&lt;br /&gt;
*# Benadering = berekeningswijze (schets indien nuttig).&lt;br /&gt;
* Waarom is normalisatie van gegevens bij PCA zo belangrijk?  Illustreer via een schets met matrices enerzijds en geometrisch anderzijds.  Duid hier de eigenwaarde, variantie en covariantie op aan zodanig dat duidelijk wordt wat deze begrippen inhouden of vertegenwoordigen.&lt;br /&gt;
* Wat is hiërarchisch, agglomeratieve clustering?&lt;br /&gt;
* Hoe optimaliseert men de (subjectieve) keuze van het aantal clusters?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Evy Wels</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=913</id>
		<title>Inleiding in de ecologie en evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=913"/>
		<updated>2026-01-22T13:26:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Evy Wels: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Luc De Meester|data3=Hoorcollege, discussiesessie, eigen excursie|data4=Schriftelijk|data6=3|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label 4=Examenvorm|label 6=Studiepunten|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=?e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0L65AN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze cursus wordt door een pater van Bios gegeven, dus lijkt daardoor heel sympathiek. Maar hij verbetert wel streng. Ook houd ie ervan om &#039;in mijnen tijd&#039; verhaaltjes te vertellen, zeker dat ie op minstens 30 excursies ging per jaar. Daar moet je zelf ook een van regelen, dus houd daarmee rekening mee. Voor de rest stelt de cursus echt niet veel voor, tis een inleiding tot het vak &#039;Ecologie&#039; in het, voor ons, derde jaar. De prof houdt er ook van om veel interactie met de aula te hebben. Gelukkig zit je met alleen maar 1ste jaar biologen en soms ook wat verdwaalde archeologen. Dus je hoeft bijna nooit om zijn vragen te antwoorden. Ook zet hij bijna niks op Toledo. Er moet dus altijd een persoon in de les zitten om de info die hij geeft, van wat wegvalt en wat niet, op te schrijven. &amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegenwoordig worden de lessen gegeven door Prof. Steven Declerck. Hij zet alle powerpoints online, samen met video&#039;s waarin hij de belangrijkste dingen nog eens uitlegt.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Logistische groeivergelijking mathematisch afleiden en uitleggen &lt;br /&gt;
* Aggregatie voorkomen van populaties uitleggen en mogelijke verklaringen geven &lt;br /&gt;
* Predatie is voor een individu altijd negatief maar op populatieniveau kan dat niet zo eenduidig bekeken worden, verklaar.&lt;br /&gt;
* 18 meerkeuzevragen &lt;br /&gt;
** inferentiele vs beschrijvende statistiek &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn)&lt;br /&gt;
* Voor en nadelen van endothermen (tov ectothermen) (3ptn)&lt;br /&gt;
* 16 meerkeuzevragen&lt;br /&gt;
** Iets met predatie&lt;br /&gt;
** die formule van visvangst met gemerkte en niet gemerkte vissen&lt;br /&gt;
** iets van wanneer een populatie maximum kan bereiken in functie van de draagkracht&lt;br /&gt;
** wanneer coëxistentie?&lt;br /&gt;
** Wanneer is dat ene rendement het hoogste, ah begin vd groei of later of wanneer voedselbronnen schaars worden, of ...&lt;br /&gt;
** iets over de werking van C4 planten&lt;br /&gt;
** m*/n = M*/N formule weten en omvormen naar N = ...&lt;br /&gt;
** of panmixis belangrijk is voor populatie of metapopulatie&lt;br /&gt;
** hoe de geschiedenis van ecologie werkte (volgens mij door observaties)&lt;br /&gt;
** een vraag over of 4 niveaus dan bottom up of top down betekende ofzo&lt;br /&gt;
** eentje over de predator keten en afbraak keten&lt;br /&gt;
** die K1 formule met α&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Geef de 4 bewijzen voor evolutie en leg kort uit. (6 ptn)&lt;br /&gt;
* Leg uit hoe seksuele reproductie parasieten kan tegenhouden. (2 ptn)&lt;br /&gt;
* Geef de definitie van het compensatiepunt. (1ptn)&lt;br /&gt;
* Leg uit hoe &#039;top-down&#039; en &#039;bottom-up&#039; controle kan worden bepaald door het aantal trofische niveaus. (4 ptn)&lt;br /&gt;
* Leg volgende formule uit: dN1/dt = ... (die van Lotka Volterra). Leg de verschillende symbolen uit. Wat kan hier uit worden afgeleid? Toon aan met een grafiek en leg uit. (5 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Leg uit en illustreer essentiële voedselbronnen&lt;br /&gt;
*Logistieke vergelijking uit exponentiële met figuren en alles uitleggen van stappen en termen &lt;br /&gt;
*Coprofalgie&lt;br /&gt;
*Exploitatieconcurrentie en interferentieconcurrentie &lt;br /&gt;
*Uniforme populatieverdelingen leg uit en schets&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn) &lt;br /&gt;
* Geef de predatorvoedselketen weer aan de hand van een illustratie en leg uit. Leg meer uit over verlies in deze keten en 2 gevolgen hiervan. (4ptn) &lt;br /&gt;
* Predatie heeft niet altijd negatieve gevolgen in het predatie prooi model voor de prooipopulatie, leg uit. (1,5ptn) &lt;br /&gt;
* Wat zijn de verschillen tussen holoparasieten en hemiparasieten? Geef van elk een voorbeeld (1,5ptn) &lt;br /&gt;
* Juist of onjuist (4ptn) &lt;br /&gt;
** Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
** Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
** De draagkracht is de maximale rekrutering&lt;br /&gt;
** Het exponentieel model werd gecorrigeerd in het logistisch model door de term (N-K)/K&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. &lt;br /&gt;
*Leg uit hoe en waarom de biodiversiteit op een eiland verschilt met die van het nabije vaste land. &lt;br /&gt;
*Wat zijn de voor- en nadelen van experimenteel onderzoek t.o.v. observaties in het veld. &lt;br /&gt;
*Geef de definitie van het compensatiepunt en hoe verschilt dit bij zonne- en schaduwplanten. &lt;br /&gt;
*Juist of fout? Indien het fout is, leg ook kort uit waarom. &lt;br /&gt;
** Organismen streven in evolutie naar een verbetering van hun bouwplan.&lt;br /&gt;
** Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
** Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
*10 meerkeuzevragen (4 stellingen waarvan je er een moest aanduiden) &lt;br /&gt;
** Ecologische Niche&lt;br /&gt;
** Verband productie en productiviteit&lt;br /&gt;
** Gastheer-Parasiet interacties&lt;br /&gt;
** Compensatie punt&lt;br /&gt;
** C:N verhouding&lt;br /&gt;
** Evolutie mechanismen&lt;br /&gt;
** Voedselketens en voedselwebben&lt;br /&gt;
** Ramets en genets&lt;br /&gt;
** Interferentiecompetitie&lt;br /&gt;
** Predator-geïnduceerde verdedigingsmechanismen&lt;br /&gt;
*Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
*Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap wat het belang ervan was &lt;br /&gt;
*Wat is netto rekrutering, illustreer (dus met grafiek), en het verband met duurzame oogsten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* 10 meerkeuzevragen (ramets en genets, ultieme/proximale verklaringen, evolutie, interspecifieke concurrentie...) &lt;br /&gt;
* De netto-rekrutering in verband brengen met over-exploitatie, zeggen hoe je ze samen kan gebruiken en situeren aan de hand van een grafiekje &lt;br /&gt;
* Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
* Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap waarom deze zo belangrijk is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
* 10 meerkeuzevragen over o.a.: ramets en genets, trofische niveau&#039;s, evolutie, C/N ratio, proximale/ultieme verklaringen,... &lt;br /&gt;
* Evolutie door natuurlijke selectie &lt;br /&gt;
* Wat zijn ruilfuncties, wat is het belang voor de ecologie en evolutie, geef twee voorbeelden van ruilfunctie bij planten en bij dieren &lt;br /&gt;
* netto-recrutering: situeer a.h.v. tekening &lt;br /&gt;
* interspecifieke competitie: situeer + leid Lotka-Volterramodel af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
* Stellingen, juist of fout en uitleg geven wanneer fout &lt;br /&gt;
* Het bepalen van de fundamentele niche van een soort is niet mogelijk tenzij men beschikt over een volledige data-set van het voorkomen van de soort in de wereld, uiteraard mét gegevens over de condities en bronnen waarvan men de niche-assen wil kwantificeren. &lt;br /&gt;
* Omwille van de ongunstige C/N verhouding hebben herbivoren nood aan sterkere mutualistische interacties met microbiële organismen in hun spijsverteringsstelsel dan carnivoren. &lt;br /&gt;
* Bij predator geïnduceerde verdedigingsmechanismen geldt dat de proximale verklaring verband houdt met de indirecte reactie op een aanval van de predator (&amp;quot;vlucht&amp;quot;), terwijl de ultieme verklaring doelt op de detectie vanop afstand van de predator (&amp;quot;vermijden&amp;quot;). &lt;br /&gt;
* Is volgend fenomeen een vb van interferentiecompetitie? Eendekroost kan slechts 1 laagje bladeren op het wateroppervlak vormen omdat bladeren elkaar hinderen in het bekomen van voldoende licht. &lt;br /&gt;
* definities en korte vragen &lt;br /&gt;
** Eilanden zijn belangrijk voor de globale diversiteit. Verklaar. &lt;br /&gt;
** Draagkracht van de omgeving + figuur tekenen. &lt;br /&gt;
** Leid de logistische groeivergelijking (Lotka-Volterra model voor competitie) af.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Evy Wels</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=899</id>
		<title>Analytische geochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=899"/>
		<updated>2026-01-18T14:23:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Evy Wels: /* Januari */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Patrick Degryse&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, practicum&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 3&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding. &amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 16 Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== reeks 1 (VM) ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Deel 1 : Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
** Rangschik fytoplankton in riviersysteem, fytoplankton in oceaan en bentische microalgen in oceaan volgens meest negatieve deltaC waarden. Geef gedetailleerde geochemische en fysische verklaring.&lt;br /&gt;
* Deel 2 : Analytische methoden (mondelinge toelichting)&lt;br /&gt;
** Leg de werking van AAS uit, hoe worden metingen gekwantificeerd en wat zijn de beperkingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== reeks 2 (NM) ====&lt;br /&gt;
*Deel 1: Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
**Wat is het destillatie-effect? Geef een schematische weergave voor delta 18O. Gebruik realistische waarden. Welke 2 invloeden heeft de temperatuur op de fractionatie? &lt;br /&gt;
*Deel 2: Analytische technieken (mondelinge toelichting) &lt;br /&gt;
**Vergelijk ICP-OES met MC-ICP-MS. Waarvoor worden ze gebruikt? Wat meten ze? Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 1: Radiogene isotopen (Degryse)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Grafiek van 87Sr/86Sr in zeewater en grafiek van 187Os/186Os in zeewater gegeven:&lt;br /&gt;
*** Leg uit hoe volgende termen/processen de isotpenratios hebben beïnvloedt doorheen de tijd:&lt;br /&gt;
**** Differentiatie van de mantel en de korst&lt;br /&gt;
**** MOR&lt;br /&gt;
**** Verwering&lt;br /&gt;
**** Platentektoniek&lt;br /&gt;
**** Bolide inslag (meteorietinslag)&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 2: Analytische geochemie (Van Ham-Meert)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Leg AAS uit: obv welk principe werkt het, wat zijn de nadelen, hoe worden de metingen gekwantificeerd&lt;br /&gt;
** Oefening: een kwartsader bevat volgende ertsen: AgPbSbS3, Ag2S, PbS en Sb2S3. Massapercentages zijn gegeven voor Ag(7,34%), Pb(10,17%) en Sb(7,2%)&lt;br /&gt;
*** Hoeveel gram zwavel zit er in 100g erts&lt;br /&gt;
*** Bereken de massapercentages van de mineralen&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 3: stabiele isotopen (Bouillon + Moens)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Figuur gegeven van d18O en d2H metingen in ijskernen van Antarctica. Verklaar deze figuur. Hoe kunnen de metingen helpen bij de reconstructie van paleotemperaturen? Duid op de figuur een warme periode aan.&lt;br /&gt;
** Leg de fractionatie binnen een C3 plant uit. Waarom is de waarde waterafhankelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1 Bouillon &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**afbeelding schommelingen delta 13c in de zomer en in de winter, en globaal afnemende dalende trend verklaren&lt;br /&gt;
**d18o en d2h bij stromboli en sicilië verschil naargelang hoogte verklaren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 2 Degryse &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**afbeelding met Osmium isotopen in de zee verklaren, en Sr in de zee Hoezo constant cenozoïcum en dan plots krijt-tertiair niet?&lt;br /&gt;
**Juist of fout en uitleg geven: Rb-Sr systeem:&lt;br /&gt;
***a) even oud?&lt;br /&gt;
***b) verschillende initiële 87Sr/86Sr?&lt;br /&gt;
***c) gelijkende 87Rb/86Sr?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 Van Ham-Meert&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**a) AAS verklaren: principe, hoe werkt, nadelen, wat meet etc.&lt;br /&gt;
**oefening moeilijk! Kwartsader heeft verschillende mineralen: Freieslebeniet (AgPbSbS3) Acantiet (Ag2S) Stibniet (Sb2S3) en galena (PbS) en de massa% van Ag, Pb en Sb zijn gegeven. Hoeveel mol/100g zwavel en hoeveel massapercent zijn alle mineralen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari(schriftelijk door corona)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1&amp;amp;2 (technieken en radioactieve)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**bespreek het principe en de werking van MC-ICP-MS. &lt;br /&gt;
***Welke species kan je analyseren en hoe voorbereiden? &lt;br /&gt;
***Nadelen van deze techniek? &lt;br /&gt;
**Een kwartsader met Arsenopyriet, pyriet en chalcopyriet wordt beschouwd. Gegeven zijn de massapercentages voor Fe (4.5%), As (3.2%) en Cu (0.25%). Ook gegeven is de molaire massa van Fe, As, Cu en S. &lt;br /&gt;
***Hoeveel gram zwavel zit er in 100g van de ader? &lt;br /&gt;
**Wat is het massapercentage van elk aanwezig mineraal? &lt;br /&gt;
*Gegeven: &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Rb/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr en &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr voor drie mineralen. Lambda=1.42*10&amp;lt;sup&amp;gt;-11&amp;lt;/sup&amp;gt;. Stel een isochronencurve op op milimeterpapier en bepaal de ouderdom. Geef ook de initiele &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 (Stabiele isotopen)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
**Veronderstel d&amp;lt;sup&amp;gt;13&amp;lt;/sup&amp;gt;C onderzoek in de jaarringen van een 150 jaar oude boom op de campus. &lt;br /&gt;
***Wat voor waarden verwacht je? &lt;br /&gt;
***Zijn er lange termijn trends die je verwacht? &lt;br /&gt;
***Welke factoren zouden een rol kunnen spelen bij jaarlijkse variaties? &lt;br /&gt;
**Gegeven: Afbeelding van d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; curves naargelang de groeilijnen van een bivalveschelp (aragoniet) en een afbeelding met relatie d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; en temperatuur voor aragoniet en calciet. Wat kan je afleiden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2018==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
*Bespreek het principe van ICP-OES. Ga dieper in op de fysische principes, en op de gebruikte bron/detector, essentiële onderdelen en welke vorm van staal nodig is. &lt;br /&gt;
***Welke atomen/moleculen/speciës kunnen gemeten worden? &lt;br /&gt;
***In welke gehaltes? &lt;br /&gt;
***Met welke precisie/accuraatheid? &lt;br /&gt;
***Welke beperkingen zijn er aan deze technieken? &lt;br /&gt;
*Als je een zandsteen voor neven- en spoorelementen analyseert, welke staal voorbereiding en analytische techniek zou je dan aanraden? Waarom? #Vraag over laboverslag &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2016==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Ik heb een blok graniet van 5 kg waarin ik Sr wil meten in de verschillende veldspaten, en Rb in de bulk. Stel een techniek voor, leg de staalpreparatie uit en geef een korte uitleg over de werking van de techniek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*In een graniet wil ik het gehalte aan het element Ca in de verschillende types veldspaten, en het gehalte aan het element Sr in het bulk gesteente meten. Je hebt een blok van 5kg graniet ter beschikking. Leg uit hoe je dit aanpakt van staalpreparatie over de voorbereiding in het (chemisch) laboratorium tot de meting van de gehaltes. Bespreek kort het principe van de methodes die je mij aanraadt. (Leg alles kort en bondig uit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2015== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je om de hoeveelheid Mg en Rb in een basalt te meten? Je beschikt over een handstuk van 5 kg. Beschrijf de procedure zo volledig mogelijk. &lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je als je wilt weten welke mineralen in die basalt Rb en Mg bevatten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij een mijnontginning wil men volgende zaken zo nauwkeurig mogelijk meten: Al in een lateriet, Nb in columbiet-tantaliet, Ti in een zwart zand (dat voornamelijk kwarts, magnetiet en rutiel bevat). Beschrijf de volledige procedure van staalvoorbereiding, over onsluiting tot meting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2013==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
====Reeks 1 - Professor Degryse====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Sediment van een rivier uit Congo bevat klei en silt. In dit sediment kan er Ta en Nb die economische belangrijk zijn gevonden worden dat in een bepaald mineraal zit ( ben de naam kwijt, cassiriet )?. Men gaat opzoek naar de concentraties van dit mineraal. Beschrijf me de hele procedure van het nemen van een staal tot de Chemische analyse &lt;br /&gt;
*10 meetresultaten, Kan hier een resultaat weggelaten worden ? blad met formules gegeven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Placer zand bevat naast kwarts en plagioklaas, ook de mineralen cassiteriet en goud. Een groot ontginningsbedrijf wilt de relatieve hoeveelheid Tin en Goud aanwezig in de placer weten. Geef de gehele onderzoeksprocedure hiervoor. &lt;br /&gt;
*= vraag 2 reeks 1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2012==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de procedure voor de bereiding van een stockoplossing van 0.02M kalium-dichromaat (K2Cr2O7) in 500mL 0.1 M zwavelzuur. Bereid uit deze stockoplossing drie standaardoplossingen van Cr, die respectievelijk ongeveer 10µg/mL, 100µg/mL en 250µg/mL bevatten in 0.1M zwavelzuur. U beschikt over analytisch zuiver kalium-dichromaat zout, een analytische balans, een fles 2M zwavelzuur, gedemineraliseerd water, maatkolven van 500mL en van 100mL, en een stel volumetrische pipetten van 5, 10, 20 en 25mL. De atoomgewichten zijn: K=39,10; Cr=52,0; O=16,0. &lt;br /&gt;
*Bereken de chemische samenstelling (in wt.%) van een silicaatmineraal met als formule: (Mg&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)(Si&amp;lt;sub&amp;gt;6&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)O&amp;lt;sub&amp;gt;20&amp;lt;/sub&amp;gt;(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;16&amp;lt;/sub&amp;gt;. De atoomgewichten zijn: Mg=24,31; Al=26,98; Si=28,09; O= 16,00; H=1,01. &lt;br /&gt;
*Welke theoretische en praktische betekenis heeft de &#039;diffractie orde&#039; in de spectrofotometrie? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Met een quadrupool-ICP-MS kunnen ionen afzonderlijk gemeten worden die 1 eenheid verschillen in m/z verhouding. Een element M vormt in een plasma niet alleen M&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen maar ook een kleine (0,5 à 2%) fractie MO&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen die de meting kunnen verstoren van ionen van elementen met een hoger ranggetal. Een gekend probleem van de zgn. &#039;oxide interferentie&#039; is de meting van het ion 45Sc+, het enige ion van het mono-isotopische element scandium. Welke hoofdelementen creëren potentiële problemen voor de meting van 45Sc+ ? De isotopische samenstelling van zuurstof is: &amp;lt;sup&amp;gt;16&amp;lt;/sup&amp;gt;O=99,76%; &amp;lt;sup&amp;gt;17&amp;lt;/sup&amp;gt;O=0,038%; &amp;lt;sup&amp;gt;18&amp;lt;/sup&amp;gt;O= 0,20%. #Er wordt gevraagd in een smeltparel van een opgemalen silicaatgesteente een analyse uit te voeren van de elementen Mg, Al, Si, P, S Ca en Ti met een vlak-kristal X-stralenfluorescentie apparaat. Welke instelling van de 2-theta hoek is nodig voor de volgende analysen: #*Mg, Al, Si met TAP(001) #*Si, P, S met Ge(111) &lt;br /&gt;
**Ca, Ti met PET(002) &lt;br /&gt;
**De Ka X-stralen van de elementen worden gemeten. De energie hiervan is (in Kev): &lt;br /&gt;
***Mg: 1,2536 &lt;br /&gt;
***Al: 1,4867 &lt;br /&gt;
***Si: 1,7400 &lt;br /&gt;
***P: 2,0137 &lt;br /&gt;
***S: 2,3078 &lt;br /&gt;
***Ca: 3,6917 &lt;br /&gt;
***Ti: 4,5108 &lt;br /&gt;
*Welke effectieve bandbreedte moet een monohromator hebben om de twee atoon spectraallijnen van 589,0nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2011==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Je kreeg een gesteen waarin een maximaal en minale hoeveelheid La zou kunnen zitten, om dit gesteente te bepalen met icp-oes zijn 3 ijkoplossingen nodig. Hoe zou jij deze bereiden, je krijgt standaard materiaal(zoals in het labo eigenlijk) &lt;br /&gt;
*Wat is het verschil tussen PM en dissolved solids in natuurlijke waters met als bijvraag waar trekt men de grens tussen bijden &lt;br /&gt;
*Leg uit waarvoor de kjelhdal methode dient, een zinneke was genoeg zei hem &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een aquifer is vervuild door een pekel, ge krijgt een tabel me een aantal ionen/kationen metingen in mg/mL en een leeg piper diagram ==&amp;gt; plot het piper diagram &lt;br /&gt;
*Een reeks metingen gedaan met AAS 1 meting verschild veel van de andere, bepaal of we deze mogen laten vallen -&amp;gt; n test etc &lt;br /&gt;
*Je krijgt een de lengte van een gas chromatografie.vervolgens de retentie en dode tijd van een meting en ook de standaard deviatie in sec bepaal het aantal theoretische platen. &lt;br /&gt;
*Leg uit wat de Kjelhdal methode is &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2010==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*zo&#039;n uitgebreide oefening waarvan een uitgewerkt voorbeeld in u cursus staat. Andere getallen dan in cursus natuurlijk en de formule krijg je ... &lt;br /&gt;
*Voor de meeste Chemische Analyse technieken is &#039;resolutie&#039; of &#039;oplossend vermogen&#039; een belangrijke parameter. Wat bedoelt men hier mee? Geef enkele voorbeelden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek &amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bereken de afstand ( in millimeter) tussen de centra van de gefocusseerde lichtlijnen van golflengten 564 en 572 nm voor een spectrofotometer met een rooster van 1600 blades/ mm, een invalshoek van i = 45°, en een sferische spiegel met focale lengte van 45 cm &lt;br /&gt;
*Welk is de optimale molariteit van het HNO3 eluens voor de scheiding van Sr2+ en Rb + met &#039;kroonether chromatografie&#039; ? &lt;br /&gt;
*Waarom is ICP een efficiënte excitatie methode voor chemische analyse via meting van emissie-licht ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2008=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Gegeven: fles zwavelzuur 2M, kaliumdichromaat, gedemineraliseerd water stockoplossing van 0.01M kalium dichromaat (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7&amp;lt;/sub&amp;gt;) in 500ml zwavelzuur 0.1M bereiden en dan 3 standardoplossingen met van 10µg/ml, 100µg/ml en 250µg/ml Cr in 0,1M zwavelzuur met zoals in het labo een beperkt aantal pipetten die je mag gebruiken, etc. #Hier moesten we voor verschillende elementen en verschillende van die kristallen (bv TAP 001) de hoek berekenen. De E&amp;lt;sub&amp;gt;K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; was gegeven (dus gewoon via wet van Duane Hunt de golflengte berekenen, en dan via wet van Bragg u hoek, niet zo moeilijk). #Zo&#039;n kolomvraag:&amp;lt;br&amp;gt;Gegeven: L=18m; t&amp;lt;sub&amp;gt;m&amp;lt;/sub&amp;gt;=3.2min; t&amp;lt;sub&amp;gt;r&amp;lt;/sub&amp;gt;=16.3min; σ&amp;lt;sub&amp;gt;t&amp;lt;/sub&amp;gt; = 2,4s.&amp;lt;br&amp;gt;Gevraagd: aantal theoretische platen. #Een resonantielijn van 645nm, welke correctietechniek is niet geschikt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; http://geos.scientica.be/files/public/onderwijs/geochemie.jpg &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2007=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is de effectieve bandbreedte om 2 Na-atoom spectraallijnen van 589nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? (Antwoord moest 0,3nm zijn) #Er waren 14 metingen van een blanco-oplossing gegeven alsook de ijklijn : A = 0,035 x concentratie (µg/ml). Wat is de kritieke signaalwaarde,detectielimiet en kwantificeerbaarheidslimiet uitgedrukt in absorbantiewaarden en in concentratiewaarden (µg/ml).De meetoplossing van 25ml werd bereid door 100mg gesteentepoeder op te lossen. #Er werd 200mg monster in 100ml zuur opgelost en 10 keer verdund. De ijklijn voor Si is Concentratie (µg/ml) = 12x10^-5 x Signaal (tellen/sec) Het gemeten signaal was 85721 tellen per seconde. Wat is de wt% oxide van SiO2? #We hebben een gaschromatograaf van 12m lengte en tm = 2 min, tr = 14min en breedte van de elutiepiek =sigma(t) = 2s. Wat is het aantal theoretische platen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2006=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Je hebt een atoom met een resonantielijn λ=640 nm. Welke methode voor de correctie van moleculaire absorptie is niet geschikt en waarom? #Het atoom Ge (Kα=???) Leg uit waarom TAP (001) geen geschikt kristal voor WDXRF. #Bereken de retentietijd van een species i: transportsnelheid van het eluens: 2cm/min, lengte van de kolom is 28cm, capaciteitsfactor = 20 #Bereken de reflectiehoek en de reciproke lineaire dispersie: #*1200 blazes/mm #*golflengte: 640, 420 en 360 nanometer #*F is 48 cm #*invalshoek is 35° #uranium in gesteente: concentratiebereik: 6-8 µg/g #*150 g gesteente wordt opgelost in 250 ml in 0,45 M HNO3 #*Bereken standaard ijkoplossingen, gebruikmakend van een stockoplossing van 0,05 mg/ml #Tabel: drinkwater en zeewater. Bereken de invloed van 5% en 10% contaminatie van het drinkwater met zeewater. Zet de resultaten in een Piperdiagram. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2003=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;de aciditeitsconstante van een zuur base reactie HB +H2O &amp;lt;--&amp;gt; H3O + B #*K= [H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;O][B]/[HB] of K*=[H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;0](B)/(HB) #*K is de echte thermodynamische evenwichtsconstante, en K* de schijnbare constante. Rechte haken wijzen op activiteiten, ronde op concentraties. Voor het hydronium ion behoudt met activiteit in de uitdrukking van K* omdat deze door pH electrodes gemeten wordt. Bereken met behulp van de extended debye huckel betrekking de schijnbare pK* waarden bij 20°C van een verdunde oplossing van het driebasisch zuur H3PO4 in een oplossing van 0,005M Na2SO4/0,02M KCl . Verwaarloos de bijdrage van de fosfaat species tot de ion sterkte van de oplossing.De debye huckel a-waarde (ion grootte) voor de fosfaat species is gelijk aan 4. De pK waarden voor fosforzuur bij 20°C zijn: 2.1, 7.3, 12.7. #Bereken de oplosbaarheid (g/l) van het mineraal fluoriet (CaF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;) in zuiver water bij 25°C en pH 3, 5 en 6. Er wordt aangenomen dat alle activiteitscoefficienten gelijk zijn aan 1. Thermodynamische gegevens moet ge maar opzoeken in uw oefeningen (oefening 6&amp;amp;7) #in de bijgevoegde figuur zijn chemische parameters van grondwatermonsters in contact met een klei-rijke bodem geplot op een stabiliteitsdiagram van K-Al silicaten in evenwicht met water bij 20°C. Wat kan je uit de ligging van de punten besluiten. #in de alpen worden in drie meetstations gelegen op respectievelijk 500, 1500 en 3000m hoogte maandelijks monsters genomen vna de gemiddelde neerslag. Schets de verwachte variatie van zuurstof 18 isotoop in de neerslag doorheen het jaar voor deze drie stations. #kan de isotopen dilutie methode toegepast worden bij ICP-AES? #In welke zin heeft het Auger effect een weerslag op de gevoeligheid waarmee elementen kunen geanalyseerd worden door middel van XRF en EPMA?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Evy Wels</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=898</id>
		<title>Analytische geochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=898"/>
		<updated>2026-01-16T16:57:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Evy Wels: /* Januari */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Patrick Degryse&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, practicum&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 3&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding. &amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 januari ====&lt;br /&gt;
===== reeks 1 (VM) =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Deel 1 : Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
** Rangschik fytoplankton in riviersysteem, fytoplankton in oceaan en bentische microalgen in oceaan volgens meest negatieve deltaC waarden. Geef gedetailleerde geochemische en fysische verklaring.&lt;br /&gt;
* Deel 2 : Analytische methoden&lt;br /&gt;
** Leg de werking van AAS uit, hoe worden metingen gekwantificeerd en wat zijn de beperkingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== reeks 2 (NM) =====&lt;br /&gt;
*Deel 1: Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
**Wat is het destillatie-effect? Geef een schematische weergave voor delta 18O. Gebruik realistische waarden. Welke 2 invloeden heeft de temperatuur op de fractionatie? &lt;br /&gt;
*Deel 2: Analytische technieker&lt;br /&gt;
**Vergelijk ICP-OES met MC-ICP-MS. Waarvoor worden ze gebruikt? Wat meten ze? Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 1: Radiogene isotopen (Degryse)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Grafiek van 87Sr/86Sr in zeewater en grafiek van 187Os/186Os in zeewater gegeven:&lt;br /&gt;
*** Leg uit hoe volgende termen/processen de isotpenratios hebben beïnvloedt doorheen de tijd:&lt;br /&gt;
**** Differentiatie van de mantel en de korst&lt;br /&gt;
**** MOR&lt;br /&gt;
**** Verwering&lt;br /&gt;
**** Platentektoniek&lt;br /&gt;
**** Bolide inslag (meteorietinslag)&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 2: Analytische geochemie (Van Ham-Meert)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Leg AAS uit: obv welk principe werkt het, wat zijn de nadelen, hoe worden de metingen gekwantificeerd&lt;br /&gt;
** Oefening: een kwartsader bevat volgende ertsen: AgPbSbS3, Ag2S, PbS en Sb2S3. Massapercentages zijn gegeven voor Ag(7,34%), Pb(10,17%) en Sb(7,2%)&lt;br /&gt;
*** Hoeveel gram zwavel zit er in 100g erts&lt;br /&gt;
*** Bereken de massapercentages van de mineralen&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 3: stabiele isotopen (Bouillon + Moens)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Figuur gegeven van d18O en d2H metingen in ijskernen van Antarctica. Verklaar deze figuur. Hoe kunnen de metingen helpen bij de reconstructie van paleotemperaturen? Duid op de figuur een warme periode aan.&lt;br /&gt;
** Leg de fractionatie binnen een C3 plant uit. Waarom is de waarde waterafhankelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1 Bouillon &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**afbeelding schommelingen delta 13c in de zomer en in de winter, en globaal afnemende dalende trend verklaren&lt;br /&gt;
**d18o en d2h bij stromboli en sicilië verschil naargelang hoogte verklaren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 2 Degryse &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**afbeelding met Osmium isotopen in de zee verklaren, en Sr in de zee Hoezo constant cenozoïcum en dan plots krijt-tertiair niet?&lt;br /&gt;
**Juist of fout en uitleg geven: Rb-Sr systeem:&lt;br /&gt;
***a) even oud?&lt;br /&gt;
***b) verschillende initiële 87Sr/86Sr?&lt;br /&gt;
***c) gelijkende 87Rb/86Sr?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 Van Ham-Meert&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**a) AAS verklaren: principe, hoe werkt, nadelen, wat meet etc.&lt;br /&gt;
**oefening moeilijk! Kwartsader heeft verschillende mineralen: Freieslebeniet (AgPbSbS3) Acantiet (Ag2S) Stibniet (Sb2S3) en galena (PbS) en de massa% van Ag, Pb en Sb zijn gegeven. Hoeveel mol/100g zwavel en hoeveel massapercent zijn alle mineralen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari(schriftelijk door corona)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1&amp;amp;2 (technieken en radioactieve)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**bespreek het principe en de werking van MC-ICP-MS. &lt;br /&gt;
***Welke species kan je analyseren en hoe voorbereiden? &lt;br /&gt;
***Nadelen van deze techniek? &lt;br /&gt;
**Een kwartsader met Arsenopyriet, pyriet en chalcopyriet wordt beschouwd. Gegeven zijn de massapercentages voor Fe (4.5%), As (3.2%) en Cu (0.25%). Ook gegeven is de molaire massa van Fe, As, Cu en S. &lt;br /&gt;
***Hoeveel gram zwavel zit er in 100g van de ader? &lt;br /&gt;
**Wat is het massapercentage van elk aanwezig mineraal? &lt;br /&gt;
*Gegeven: &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Rb/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr en &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr voor drie mineralen. Lambda=1.42*10&amp;lt;sup&amp;gt;-11&amp;lt;/sup&amp;gt;. Stel een isochronencurve op op milimeterpapier en bepaal de ouderdom. Geef ook de initiele &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 (Stabiele isotopen)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
**Veronderstel d&amp;lt;sup&amp;gt;13&amp;lt;/sup&amp;gt;C onderzoek in de jaarringen van een 150 jaar oude boom op de campus. &lt;br /&gt;
***Wat voor waarden verwacht je? &lt;br /&gt;
***Zijn er lange termijn trends die je verwacht? &lt;br /&gt;
***Welke factoren zouden een rol kunnen spelen bij jaarlijkse variaties? &lt;br /&gt;
**Gegeven: Afbeelding van d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; curves naargelang de groeilijnen van een bivalveschelp (aragoniet) en een afbeelding met relatie d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; en temperatuur voor aragoniet en calciet. Wat kan je afleiden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2018==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
*Bespreek het principe van ICP-OES. Ga dieper in op de fysische principes, en op de gebruikte bron/detector, essentiële onderdelen en welke vorm van staal nodig is. &lt;br /&gt;
***Welke atomen/moleculen/speciës kunnen gemeten worden? &lt;br /&gt;
***In welke gehaltes? &lt;br /&gt;
***Met welke precisie/accuraatheid? &lt;br /&gt;
***Welke beperkingen zijn er aan deze technieken? &lt;br /&gt;
*Als je een zandsteen voor neven- en spoorelementen analyseert, welke staal voorbereiding en analytische techniek zou je dan aanraden? Waarom? #Vraag over laboverslag &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2016==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Ik heb een blok graniet van 5 kg waarin ik Sr wil meten in de verschillende veldspaten, en Rb in de bulk. Stel een techniek voor, leg de staalpreparatie uit en geef een korte uitleg over de werking van de techniek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*In een graniet wil ik het gehalte aan het element Ca in de verschillende types veldspaten, en het gehalte aan het element Sr in het bulk gesteente meten. Je hebt een blok van 5kg graniet ter beschikking. Leg uit hoe je dit aanpakt van staalpreparatie over de voorbereiding in het (chemisch) laboratorium tot de meting van de gehaltes. Bespreek kort het principe van de methodes die je mij aanraadt. (Leg alles kort en bondig uit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2015== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je om de hoeveelheid Mg en Rb in een basalt te meten? Je beschikt over een handstuk van 5 kg. Beschrijf de procedure zo volledig mogelijk. &lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je als je wilt weten welke mineralen in die basalt Rb en Mg bevatten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij een mijnontginning wil men volgende zaken zo nauwkeurig mogelijk meten: Al in een lateriet, Nb in columbiet-tantaliet, Ti in een zwart zand (dat voornamelijk kwarts, magnetiet en rutiel bevat). Beschrijf de volledige procedure van staalvoorbereiding, over onsluiting tot meting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2013==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
====Reeks 1 - Professor Degryse====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Sediment van een rivier uit Congo bevat klei en silt. In dit sediment kan er Ta en Nb die economische belangrijk zijn gevonden worden dat in een bepaald mineraal zit ( ben de naam kwijt, cassiriet )?. Men gaat opzoek naar de concentraties van dit mineraal. Beschrijf me de hele procedure van het nemen van een staal tot de Chemische analyse &lt;br /&gt;
*10 meetresultaten, Kan hier een resultaat weggelaten worden ? blad met formules gegeven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Placer zand bevat naast kwarts en plagioklaas, ook de mineralen cassiteriet en goud. Een groot ontginningsbedrijf wilt de relatieve hoeveelheid Tin en Goud aanwezig in de placer weten. Geef de gehele onderzoeksprocedure hiervoor. &lt;br /&gt;
*= vraag 2 reeks 1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2012==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de procedure voor de bereiding van een stockoplossing van 0.02M kalium-dichromaat (K2Cr2O7) in 500mL 0.1 M zwavelzuur. Bereid uit deze stockoplossing drie standaardoplossingen van Cr, die respectievelijk ongeveer 10µg/mL, 100µg/mL en 250µg/mL bevatten in 0.1M zwavelzuur. U beschikt over analytisch zuiver kalium-dichromaat zout, een analytische balans, een fles 2M zwavelzuur, gedemineraliseerd water, maatkolven van 500mL en van 100mL, en een stel volumetrische pipetten van 5, 10, 20 en 25mL. De atoomgewichten zijn: K=39,10; Cr=52,0; O=16,0. &lt;br /&gt;
*Bereken de chemische samenstelling (in wt.%) van een silicaatmineraal met als formule: (Mg&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)(Si&amp;lt;sub&amp;gt;6&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)O&amp;lt;sub&amp;gt;20&amp;lt;/sub&amp;gt;(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;16&amp;lt;/sub&amp;gt;. De atoomgewichten zijn: Mg=24,31; Al=26,98; Si=28,09; O= 16,00; H=1,01. &lt;br /&gt;
*Welke theoretische en praktische betekenis heeft de &#039;diffractie orde&#039; in de spectrofotometrie? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Met een quadrupool-ICP-MS kunnen ionen afzonderlijk gemeten worden die 1 eenheid verschillen in m/z verhouding. Een element M vormt in een plasma niet alleen M&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen maar ook een kleine (0,5 à 2%) fractie MO&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen die de meting kunnen verstoren van ionen van elementen met een hoger ranggetal. Een gekend probleem van de zgn. &#039;oxide interferentie&#039; is de meting van het ion 45Sc+, het enige ion van het mono-isotopische element scandium. Welke hoofdelementen creëren potentiële problemen voor de meting van 45Sc+ ? De isotopische samenstelling van zuurstof is: &amp;lt;sup&amp;gt;16&amp;lt;/sup&amp;gt;O=99,76%; &amp;lt;sup&amp;gt;17&amp;lt;/sup&amp;gt;O=0,038%; &amp;lt;sup&amp;gt;18&amp;lt;/sup&amp;gt;O= 0,20%. #Er wordt gevraagd in een smeltparel van een opgemalen silicaatgesteente een analyse uit te voeren van de elementen Mg, Al, Si, P, S Ca en Ti met een vlak-kristal X-stralenfluorescentie apparaat. Welke instelling van de 2-theta hoek is nodig voor de volgende analysen: #*Mg, Al, Si met TAP(001) #*Si, P, S met Ge(111) &lt;br /&gt;
**Ca, Ti met PET(002) &lt;br /&gt;
**De Ka X-stralen van de elementen worden gemeten. De energie hiervan is (in Kev): &lt;br /&gt;
***Mg: 1,2536 &lt;br /&gt;
***Al: 1,4867 &lt;br /&gt;
***Si: 1,7400 &lt;br /&gt;
***P: 2,0137 &lt;br /&gt;
***S: 2,3078 &lt;br /&gt;
***Ca: 3,6917 &lt;br /&gt;
***Ti: 4,5108 &lt;br /&gt;
*Welke effectieve bandbreedte moet een monohromator hebben om de twee atoon spectraallijnen van 589,0nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2011==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Je kreeg een gesteen waarin een maximaal en minale hoeveelheid La zou kunnen zitten, om dit gesteente te bepalen met icp-oes zijn 3 ijkoplossingen nodig. Hoe zou jij deze bereiden, je krijgt standaard materiaal(zoals in het labo eigenlijk) &lt;br /&gt;
*Wat is het verschil tussen PM en dissolved solids in natuurlijke waters met als bijvraag waar trekt men de grens tussen bijden &lt;br /&gt;
*Leg uit waarvoor de kjelhdal methode dient, een zinneke was genoeg zei hem &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een aquifer is vervuild door een pekel, ge krijgt een tabel me een aantal ionen/kationen metingen in mg/mL en een leeg piper diagram ==&amp;gt; plot het piper diagram &lt;br /&gt;
*Een reeks metingen gedaan met AAS 1 meting verschild veel van de andere, bepaal of we deze mogen laten vallen -&amp;gt; n test etc &lt;br /&gt;
*Je krijgt een de lengte van een gas chromatografie.vervolgens de retentie en dode tijd van een meting en ook de standaard deviatie in sec bepaal het aantal theoretische platen. &lt;br /&gt;
*Leg uit wat de Kjelhdal methode is &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2010==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*zo&#039;n uitgebreide oefening waarvan een uitgewerkt voorbeeld in u cursus staat. Andere getallen dan in cursus natuurlijk en de formule krijg je ... &lt;br /&gt;
*Voor de meeste Chemische Analyse technieken is &#039;resolutie&#039; of &#039;oplossend vermogen&#039; een belangrijke parameter. Wat bedoelt men hier mee? Geef enkele voorbeelden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek &amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bereken de afstand ( in millimeter) tussen de centra van de gefocusseerde lichtlijnen van golflengten 564 en 572 nm voor een spectrofotometer met een rooster van 1600 blades/ mm, een invalshoek van i = 45°, en een sferische spiegel met focale lengte van 45 cm &lt;br /&gt;
*Welk is de optimale molariteit van het HNO3 eluens voor de scheiding van Sr2+ en Rb + met &#039;kroonether chromatografie&#039; ? &lt;br /&gt;
*Waarom is ICP een efficiënte excitatie methode voor chemische analyse via meting van emissie-licht ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2008=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Gegeven: fles zwavelzuur 2M, kaliumdichromaat, gedemineraliseerd water stockoplossing van 0.01M kalium dichromaat (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7&amp;lt;/sub&amp;gt;) in 500ml zwavelzuur 0.1M bereiden en dan 3 standardoplossingen met van 10µg/ml, 100µg/ml en 250µg/ml Cr in 0,1M zwavelzuur met zoals in het labo een beperkt aantal pipetten die je mag gebruiken, etc. #Hier moesten we voor verschillende elementen en verschillende van die kristallen (bv TAP 001) de hoek berekenen. De E&amp;lt;sub&amp;gt;K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; was gegeven (dus gewoon via wet van Duane Hunt de golflengte berekenen, en dan via wet van Bragg u hoek, niet zo moeilijk). #Zo&#039;n kolomvraag:&amp;lt;br&amp;gt;Gegeven: L=18m; t&amp;lt;sub&amp;gt;m&amp;lt;/sub&amp;gt;=3.2min; t&amp;lt;sub&amp;gt;r&amp;lt;/sub&amp;gt;=16.3min; σ&amp;lt;sub&amp;gt;t&amp;lt;/sub&amp;gt; = 2,4s.&amp;lt;br&amp;gt;Gevraagd: aantal theoretische platen. #Een resonantielijn van 645nm, welke correctietechniek is niet geschikt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; http://geos.scientica.be/files/public/onderwijs/geochemie.jpg &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2007=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is de effectieve bandbreedte om 2 Na-atoom spectraallijnen van 589nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? (Antwoord moest 0,3nm zijn) #Er waren 14 metingen van een blanco-oplossing gegeven alsook de ijklijn : A = 0,035 x concentratie (µg/ml). Wat is de kritieke signaalwaarde,detectielimiet en kwantificeerbaarheidslimiet uitgedrukt in absorbantiewaarden en in concentratiewaarden (µg/ml).De meetoplossing van 25ml werd bereid door 100mg gesteentepoeder op te lossen. #Er werd 200mg monster in 100ml zuur opgelost en 10 keer verdund. De ijklijn voor Si is Concentratie (µg/ml) = 12x10^-5 x Signaal (tellen/sec) Het gemeten signaal was 85721 tellen per seconde. Wat is de wt% oxide van SiO2? #We hebben een gaschromatograaf van 12m lengte en tm = 2 min, tr = 14min en breedte van de elutiepiek =sigma(t) = 2s. Wat is het aantal theoretische platen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2006=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Je hebt een atoom met een resonantielijn λ=640 nm. Welke methode voor de correctie van moleculaire absorptie is niet geschikt en waarom? #Het atoom Ge (Kα=???) Leg uit waarom TAP (001) geen geschikt kristal voor WDXRF. #Bereken de retentietijd van een species i: transportsnelheid van het eluens: 2cm/min, lengte van de kolom is 28cm, capaciteitsfactor = 20 #Bereken de reflectiehoek en de reciproke lineaire dispersie: #*1200 blazes/mm #*golflengte: 640, 420 en 360 nanometer #*F is 48 cm #*invalshoek is 35° #uranium in gesteente: concentratiebereik: 6-8 µg/g #*150 g gesteente wordt opgelost in 250 ml in 0,45 M HNO3 #*Bereken standaard ijkoplossingen, gebruikmakend van een stockoplossing van 0,05 mg/ml #Tabel: drinkwater en zeewater. Bereken de invloed van 5% en 10% contaminatie van het drinkwater met zeewater. Zet de resultaten in een Piperdiagram. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2003=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;de aciditeitsconstante van een zuur base reactie HB +H2O &amp;lt;--&amp;gt; H3O + B #*K= [H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;O][B]/[HB] of K*=[H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;0](B)/(HB) #*K is de echte thermodynamische evenwichtsconstante, en K* de schijnbare constante. Rechte haken wijzen op activiteiten, ronde op concentraties. Voor het hydronium ion behoudt met activiteit in de uitdrukking van K* omdat deze door pH electrodes gemeten wordt. Bereken met behulp van de extended debye huckel betrekking de schijnbare pK* waarden bij 20°C van een verdunde oplossing van het driebasisch zuur H3PO4 in een oplossing van 0,005M Na2SO4/0,02M KCl . Verwaarloos de bijdrage van de fosfaat species tot de ion sterkte van de oplossing.De debye huckel a-waarde (ion grootte) voor de fosfaat species is gelijk aan 4. De pK waarden voor fosforzuur bij 20°C zijn: 2.1, 7.3, 12.7. #Bereken de oplosbaarheid (g/l) van het mineraal fluoriet (CaF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;) in zuiver water bij 25°C en pH 3, 5 en 6. Er wordt aangenomen dat alle activiteitscoefficienten gelijk zijn aan 1. Thermodynamische gegevens moet ge maar opzoeken in uw oefeningen (oefening 6&amp;amp;7) #in de bijgevoegde figuur zijn chemische parameters van grondwatermonsters in contact met een klei-rijke bodem geplot op een stabiliteitsdiagram van K-Al silicaten in evenwicht met water bij 20°C. Wat kan je uit de ligging van de punten besluiten. #in de alpen worden in drie meetstations gelegen op respectievelijk 500, 1500 en 3000m hoogte maandelijks monsters genomen vna de gemiddelde neerslag. Schets de verwachte variatie van zuurstof 18 isotoop in de neerslag doorheen het jaar voor deze drie stations. #kan de isotopen dilutie methode toegepast worden bij ICP-AES? #In welke zin heeft het Auger effect een weerslag op de gevoeligheid waarmee elementen kunen geanalyseerd worden door middel van XRF en EPMA?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Evy Wels</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=897</id>
		<title>Analytische geochemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Analytische_geochemie&amp;diff=897"/>
		<updated>2026-01-16T16:57:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Evy Wels: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Patrick Degryse&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, practicum&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 3&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding. &amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2026 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 januari &lt;br /&gt;
===== reeks 1 (VM) =====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Deel 1 : Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
** Rangschik fytoplankton in riviersysteem, fytoplankton in oceaan en bentische microalgen in oceaan volgens meest negatieve deltaC waarden. Geef gedetailleerde geochemische en fysische verklaring.&lt;br /&gt;
* Deel 2 : Analytische methoden&lt;br /&gt;
** Leg de werking van AAS uit, hoe worden metingen gekwantificeerd en wat zijn de beperkingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===== reeks 2 (NM) =====&lt;br /&gt;
*Deel 1: Stabiele isotopen&lt;br /&gt;
**Wat is het destillatie-effect? Geef een schematische weergave voor delta 18O. Gebruik realistische waarden. Welke 2 invloeden heeft de temperatuur op de fractionatie? &lt;br /&gt;
*Deel 2: Analytische technieker&lt;br /&gt;
**Vergelijk ICP-OES met MC-ICP-MS. Waarvoor worden ze gebruikt? Wat meten ze? Wat zijn de voor- en nadelen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 1: Radiogene isotopen (Degryse)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Grafiek van 87Sr/86Sr in zeewater en grafiek van 187Os/186Os in zeewater gegeven:&lt;br /&gt;
*** Leg uit hoe volgende termen/processen de isotpenratios hebben beïnvloedt doorheen de tijd:&lt;br /&gt;
**** Differentiatie van de mantel en de korst&lt;br /&gt;
**** MOR&lt;br /&gt;
**** Verwering&lt;br /&gt;
**** Platentektoniek&lt;br /&gt;
**** Bolide inslag (meteorietinslag)&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 2: Analytische geochemie (Van Ham-Meert)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Leg AAS uit: obv welk principe werkt het, wat zijn de nadelen, hoe worden de metingen gekwantificeerd&lt;br /&gt;
** Oefening: een kwartsader bevat volgende ertsen: AgPbSbS3, Ag2S, PbS en Sb2S3. Massapercentages zijn gegeven voor Ag(7,34%), Pb(10,17%) en Sb(7,2%)&lt;br /&gt;
*** Hoeveel gram zwavel zit er in 100g erts&lt;br /&gt;
*** Bereken de massapercentages van de mineralen&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Deel 3: stabiele isotopen (Bouillon + Moens)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** Figuur gegeven van d18O en d2H metingen in ijskernen van Antarctica. Verklaar deze figuur. Hoe kunnen de metingen helpen bij de reconstructie van paleotemperaturen? Duid op de figuur een warme periode aan.&lt;br /&gt;
** Leg de fractionatie binnen een C3 plant uit. Waarom is de waarde waterafhankelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1 Bouillon &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**afbeelding schommelingen delta 13c in de zomer en in de winter, en globaal afnemende dalende trend verklaren&lt;br /&gt;
**d18o en d2h bij stromboli en sicilië verschil naargelang hoogte verklaren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 2 Degryse &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**afbeelding met Osmium isotopen in de zee verklaren, en Sr in de zee Hoezo constant cenozoïcum en dan plots krijt-tertiair niet?&lt;br /&gt;
**Juist of fout en uitleg geven: Rb-Sr systeem:&lt;br /&gt;
***a) even oud?&lt;br /&gt;
***b) verschillende initiële 87Sr/86Sr?&lt;br /&gt;
***c) gelijkende 87Rb/86Sr?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 Van Ham-Meert&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
**a) AAS verklaren: principe, hoe werkt, nadelen, wat meet etc.&lt;br /&gt;
**oefening moeilijk! Kwartsader heeft verschillende mineralen: Freieslebeniet (AgPbSbS3) Acantiet (Ag2S) Stibniet (Sb2S3) en galena (PbS) en de massa% van Ag, Pb en Sb zijn gegeven. Hoeveel mol/100g zwavel en hoeveel massapercent zijn alle mineralen?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari(schriftelijk door corona)===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 1&amp;amp;2 (technieken en radioactieve)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
**bespreek het principe en de werking van MC-ICP-MS. &lt;br /&gt;
***Welke species kan je analyseren en hoe voorbereiden? &lt;br /&gt;
***Nadelen van deze techniek? &lt;br /&gt;
**Een kwartsader met Arsenopyriet, pyriet en chalcopyriet wordt beschouwd. Gegeven zijn de massapercentages voor Fe (4.5%), As (3.2%) en Cu (0.25%). Ook gegeven is de molaire massa van Fe, As, Cu en S. &lt;br /&gt;
***Hoeveel gram zwavel zit er in 100g van de ader? &lt;br /&gt;
**Wat is het massapercentage van elk aanwezig mineraal? &lt;br /&gt;
*Gegeven: &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Rb/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr en &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr voor drie mineralen. Lambda=1.42*10&amp;lt;sup&amp;gt;-11&amp;lt;/sup&amp;gt;. Stel een isochronencurve op op milimeterpapier en bepaal de ouderdom. Geef ook de initiele &amp;lt;sup&amp;gt;87&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr/&amp;lt;sup&amp;gt;86&amp;lt;/sup&amp;gt;Sr. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*&amp;lt;b&amp;gt;Deel 3 (Stabiele isotopen)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
**Veronderstel d&amp;lt;sup&amp;gt;13&amp;lt;/sup&amp;gt;C onderzoek in de jaarringen van een 150 jaar oude boom op de campus. &lt;br /&gt;
***Wat voor waarden verwacht je? &lt;br /&gt;
***Zijn er lange termijn trends die je verwacht? &lt;br /&gt;
***Welke factoren zouden een rol kunnen spelen bij jaarlijkse variaties? &lt;br /&gt;
**Gegeven: Afbeelding van d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; curves naargelang de groeilijnen van een bivalveschelp (aragoniet) en een afbeelding met relatie d&amp;lt;sup&amp;gt;18O&amp;lt;/sup&amp;gt; en temperatuur voor aragoniet en calciet. Wat kan je afleiden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2018==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
*Bespreek het principe van ICP-OES. Ga dieper in op de fysische principes, en op de gebruikte bron/detector, essentiële onderdelen en welke vorm van staal nodig is. &lt;br /&gt;
***Welke atomen/moleculen/speciës kunnen gemeten worden? &lt;br /&gt;
***In welke gehaltes? &lt;br /&gt;
***Met welke precisie/accuraatheid? &lt;br /&gt;
***Welke beperkingen zijn er aan deze technieken? &lt;br /&gt;
*Als je een zandsteen voor neven- en spoorelementen analyseert, welke staal voorbereiding en analytische techniek zou je dan aanraden? Waarom? #Vraag over laboverslag &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2016==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Ik heb een blok graniet van 5 kg waarin ik Sr wil meten in de verschillende veldspaten, en Rb in de bulk. Stel een techniek voor, leg de staalpreparatie uit en geef een korte uitleg over de werking van de techniek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*In een graniet wil ik het gehalte aan het element Ca in de verschillende types veldspaten, en het gehalte aan het element Sr in het bulk gesteente meten. Je hebt een blok van 5kg graniet ter beschikking. Leg uit hoe je dit aanpakt van staalpreparatie over de voorbereiding in het (chemisch) laboratorium tot de meting van de gehaltes. Bespreek kort het principe van de methodes die je mij aanraadt. (Leg alles kort en bondig uit).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2015== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 1==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je om de hoeveelheid Mg en Rb in een basalt te meten? Je beschikt over een handstuk van 5 kg. Beschrijf de procedure zo volledig mogelijk. &lt;br /&gt;
*Welke procedure volg je als je wilt weten welke mineralen in die basalt Rb en Mg bevatten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2==== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bij een mijnontginning wil men volgende zaken zo nauwkeurig mogelijk meten: Al in een lateriet, Nb in columbiet-tantaliet, Ti in een zwart zand (dat voornamelijk kwarts, magnetiet en rutiel bevat). Beschrijf de volledige procedure van staalvoorbereiding, over onsluiting tot meting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2013==&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
====Reeks 1 - Professor Degryse====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Sediment van een rivier uit Congo bevat klei en silt. In dit sediment kan er Ta en Nb die economische belangrijk zijn gevonden worden dat in een bepaald mineraal zit ( ben de naam kwijt, cassiriet )?. Men gaat opzoek naar de concentraties van dit mineraal. Beschrijf me de hele procedure van het nemen van een staal tot de Chemische analyse &lt;br /&gt;
*10 meetresultaten, Kan hier een resultaat weggelaten worden ? blad met formules gegeven &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Placer zand bevat naast kwarts en plagioklaas, ook de mineralen cassiteriet en goud. Een groot ontginningsbedrijf wilt de relatieve hoeveelheid Tin en Goud aanwezig in de placer weten. Geef de gehele onderzoeksprocedure hiervoor. &lt;br /&gt;
*= vraag 2 reeks 1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2012==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Reeks 2====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Geef de procedure voor de bereiding van een stockoplossing van 0.02M kalium-dichromaat (K2Cr2O7) in 500mL 0.1 M zwavelzuur. Bereid uit deze stockoplossing drie standaardoplossingen van Cr, die respectievelijk ongeveer 10µg/mL, 100µg/mL en 250µg/mL bevatten in 0.1M zwavelzuur. U beschikt over analytisch zuiver kalium-dichromaat zout, een analytische balans, een fles 2M zwavelzuur, gedemineraliseerd water, maatkolven van 500mL en van 100mL, en een stel volumetrische pipetten van 5, 10, 20 en 25mL. De atoomgewichten zijn: K=39,10; Cr=52,0; O=16,0. &lt;br /&gt;
*Bereken de chemische samenstelling (in wt.%) van een silicaatmineraal met als formule: (Mg&amp;lt;sub&amp;gt;10&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)(Si&amp;lt;sub&amp;gt;6&amp;lt;/sub&amp;gt;Al&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;)O&amp;lt;sub&amp;gt;20&amp;lt;/sub&amp;gt;(OH)&amp;lt;sub&amp;gt;16&amp;lt;/sub&amp;gt;. De atoomgewichten zijn: Mg=24,31; Al=26,98; Si=28,09; O= 16,00; H=1,01. &lt;br /&gt;
*Welke theoretische en praktische betekenis heeft de &#039;diffractie orde&#039; in de spectrofotometrie? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Met een quadrupool-ICP-MS kunnen ionen afzonderlijk gemeten worden die 1 eenheid verschillen in m/z verhouding. Een element M vormt in een plasma niet alleen M&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen maar ook een kleine (0,5 à 2%) fractie MO&amp;lt;sup&amp;gt;+&amp;lt;/sup&amp;gt; ionen die de meting kunnen verstoren van ionen van elementen met een hoger ranggetal. Een gekend probleem van de zgn. &#039;oxide interferentie&#039; is de meting van het ion 45Sc+, het enige ion van het mono-isotopische element scandium. Welke hoofdelementen creëren potentiële problemen voor de meting van 45Sc+ ? De isotopische samenstelling van zuurstof is: &amp;lt;sup&amp;gt;16&amp;lt;/sup&amp;gt;O=99,76%; &amp;lt;sup&amp;gt;17&amp;lt;/sup&amp;gt;O=0,038%; &amp;lt;sup&amp;gt;18&amp;lt;/sup&amp;gt;O= 0,20%. #Er wordt gevraagd in een smeltparel van een opgemalen silicaatgesteente een analyse uit te voeren van de elementen Mg, Al, Si, P, S Ca en Ti met een vlak-kristal X-stralenfluorescentie apparaat. Welke instelling van de 2-theta hoek is nodig voor de volgende analysen: #*Mg, Al, Si met TAP(001) #*Si, P, S met Ge(111) &lt;br /&gt;
**Ca, Ti met PET(002) &lt;br /&gt;
**De Ka X-stralen van de elementen worden gemeten. De energie hiervan is (in Kev): &lt;br /&gt;
***Mg: 1,2536 &lt;br /&gt;
***Al: 1,4867 &lt;br /&gt;
***Si: 1,7400 &lt;br /&gt;
***P: 2,0137 &lt;br /&gt;
***S: 2,3078 &lt;br /&gt;
***Ca: 3,6917 &lt;br /&gt;
***Ti: 4,5108 &lt;br /&gt;
*Welke effectieve bandbreedte moet een monohromator hebben om de twee atoon spectraallijnen van 589,0nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2011==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari=== &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Je kreeg een gesteen waarin een maximaal en minale hoeveelheid La zou kunnen zitten, om dit gesteente te bepalen met icp-oes zijn 3 ijkoplossingen nodig. Hoe zou jij deze bereiden, je krijgt standaard materiaal(zoals in het labo eigenlijk) &lt;br /&gt;
*Wat is het verschil tussen PM en dissolved solids in natuurlijke waters met als bijvraag waar trekt men de grens tussen bijden &lt;br /&gt;
*Leg uit waarvoor de kjelhdal methode dient, een zinneke was genoeg zei hem &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Een aquifer is vervuild door een pekel, ge krijgt een tabel me een aantal ionen/kationen metingen in mg/mL en een leeg piper diagram ==&amp;gt; plot het piper diagram &lt;br /&gt;
*Een reeks metingen gedaan met AAS 1 meting verschild veel van de andere, bepaal of we deze mogen laten vallen -&amp;gt; n test etc &lt;br /&gt;
*Je krijgt een de lengte van een gas chromatografie.vervolgens de retentie en dode tijd van een meting en ook de standaard deviatie in sec bepaal het aantal theoretische platen. &lt;br /&gt;
*Leg uit wat de Kjelhdal methode is &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==2010==&lt;br /&gt;
===Januari===&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gesloten boek&amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*zo&#039;n uitgebreide oefening waarvan een uitgewerkt voorbeeld in u cursus staat. Andere getallen dan in cursus natuurlijk en de formule krijg je ... &lt;br /&gt;
*Voor de meeste Chemische Analyse technieken is &#039;resolutie&#039; of &#039;oplossend vermogen&#039; een belangrijke parameter. Wat bedoelt men hier mee? Geef enkele voorbeelden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Open boek &amp;lt;/u&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Bereken de afstand ( in millimeter) tussen de centra van de gefocusseerde lichtlijnen van golflengten 564 en 572 nm voor een spectrofotometer met een rooster van 1600 blades/ mm, een invalshoek van i = 45°, en een sferische spiegel met focale lengte van 45 cm &lt;br /&gt;
*Welk is de optimale molariteit van het HNO3 eluens voor de scheiding van Sr2+ en Rb + met &#039;kroonether chromatografie&#039; ? &lt;br /&gt;
*Waarom is ICP een efficiënte excitatie methode voor chemische analyse via meting van emissie-licht ? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2008=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Gegeven: fles zwavelzuur 2M, kaliumdichromaat, gedemineraliseerd water stockoplossing van 0.01M kalium dichromaat (K&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;Cr&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;7&amp;lt;/sub&amp;gt;) in 500ml zwavelzuur 0.1M bereiden en dan 3 standardoplossingen met van 10µg/ml, 100µg/ml en 250µg/ml Cr in 0,1M zwavelzuur met zoals in het labo een beperkt aantal pipetten die je mag gebruiken, etc. #Hier moesten we voor verschillende elementen en verschillende van die kristallen (bv TAP 001) de hoek berekenen. De E&amp;lt;sub&amp;gt;K&amp;lt;sub&amp;gt;ev&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; was gegeven (dus gewoon via wet van Duane Hunt de golflengte berekenen, en dan via wet van Bragg u hoek, niet zo moeilijk). #Zo&#039;n kolomvraag:&amp;lt;br&amp;gt;Gegeven: L=18m; t&amp;lt;sub&amp;gt;m&amp;lt;/sub&amp;gt;=3.2min; t&amp;lt;sub&amp;gt;r&amp;lt;/sub&amp;gt;=16.3min; σ&amp;lt;sub&amp;gt;t&amp;lt;/sub&amp;gt; = 2,4s.&amp;lt;br&amp;gt;Gevraagd: aantal theoretische platen. #Een resonantielijn van 645nm, welke correctietechniek is niet geschikt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; http://geos.scientica.be/files/public/onderwijs/geochemie.jpg &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Juni 2007=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat is de effectieve bandbreedte om 2 Na-atoom spectraallijnen van 589nm en 589,6nm afzonderlijk te kunnen meten? (Antwoord moest 0,3nm zijn) #Er waren 14 metingen van een blanco-oplossing gegeven alsook de ijklijn : A = 0,035 x concentratie (µg/ml). Wat is de kritieke signaalwaarde,detectielimiet en kwantificeerbaarheidslimiet uitgedrukt in absorbantiewaarden en in concentratiewaarden (µg/ml).De meetoplossing van 25ml werd bereid door 100mg gesteentepoeder op te lossen. #Er werd 200mg monster in 100ml zuur opgelost en 10 keer verdund. De ijklijn voor Si is Concentratie (µg/ml) = 12x10^-5 x Signaal (tellen/sec) Het gemeten signaal was 85721 tellen per seconde. Wat is de wt% oxide van SiO2? #We hebben een gaschromatograaf van 12m lengte en tm = 2 min, tr = 14min en breedte van de elutiepiek =sigma(t) = 2s. Wat is het aantal theoretische platen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2006=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Je hebt een atoom met een resonantielijn λ=640 nm. Welke methode voor de correctie van moleculaire absorptie is niet geschikt en waarom? #Het atoom Ge (Kα=???) Leg uit waarom TAP (001) geen geschikt kristal voor WDXRF. #Bereken de retentietijd van een species i: transportsnelheid van het eluens: 2cm/min, lengte van de kolom is 28cm, capaciteitsfactor = 20 #Bereken de reflectiehoek en de reciproke lineaire dispersie: #*1200 blazes/mm #*golflengte: 640, 420 en 360 nanometer #*F is 48 cm #*invalshoek is 35° #uranium in gesteente: concentratiebereik: 6-8 µg/g #*150 g gesteente wordt opgelost in 250 ml in 0,45 M HNO3 #*Bereken standaard ijkoplossingen, gebruikmakend van een stockoplossing van 0,05 mg/ml #Tabel: drinkwater en zeewater. Bereken de invloed van 5% en 10% contaminatie van het drinkwater met zeewater. Zet de resultaten in een Piperdiagram. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== ===Januari 2003=== ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;de aciditeitsconstante van een zuur base reactie HB +H2O &amp;lt;--&amp;gt; H3O + B #*K= [H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;O][B]/[HB] of K*=[H&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;0](B)/(HB) #*K is de echte thermodynamische evenwichtsconstante, en K* de schijnbare constante. Rechte haken wijzen op activiteiten, ronde op concentraties. Voor het hydronium ion behoudt met activiteit in de uitdrukking van K* omdat deze door pH electrodes gemeten wordt. Bereken met behulp van de extended debye huckel betrekking de schijnbare pK* waarden bij 20°C van een verdunde oplossing van het driebasisch zuur H3PO4 in een oplossing van 0,005M Na2SO4/0,02M KCl . Verwaarloos de bijdrage van de fosfaat species tot de ion sterkte van de oplossing.De debye huckel a-waarde (ion grootte) voor de fosfaat species is gelijk aan 4. De pK waarden voor fosforzuur bij 20°C zijn: 2.1, 7.3, 12.7. #Bereken de oplosbaarheid (g/l) van het mineraal fluoriet (CaF&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;) in zuiver water bij 25°C en pH 3, 5 en 6. Er wordt aangenomen dat alle activiteitscoefficienten gelijk zijn aan 1. Thermodynamische gegevens moet ge maar opzoeken in uw oefeningen (oefening 6&amp;amp;7) #in de bijgevoegde figuur zijn chemische parameters van grondwatermonsters in contact met een klei-rijke bodem geplot op een stabiliteitsdiagram van K-Al silicaten in evenwicht met water bij 20°C. Wat kan je uit de ligging van de punten besluiten. #in de alpen worden in drie meetstations gelegen op respectievelijk 500, 1500 en 3000m hoogte maandelijks monsters genomen vna de gemiddelde neerslag. Schets de verwachte variatie van zuurstof 18 isotoop in de neerslag doorheen het jaar voor deze drie stations. #kan de isotopen dilutie methode toegepast worden bij ICP-AES? #In welke zin heeft het Auger effect een weerslag op de gevoeligheid waarmee elementen kunen geanalyseerd worden door middel van XRF en EPMA?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Evy Wels</name></author>
	</entry>
</feed>