<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=AstridDM</id>
	<title>Atlas Examenwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wiki.atlasleuven.be/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=AstridDM"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/AstridDM"/>
	<updated>2026-05-05T16:32:28Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Regionale_Geologie_I&amp;diff=743</id>
		<title>Regionale Geologie I</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Regionale_Geologie_I&amp;diff=743"/>
		<updated>2025-01-21T08:08:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;AstridDM: /* 20 januari */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Robert Speijer|data3=Hoorcollege|data4=Schriftelijk &amp;lt;br&amp;gt;(met mondelinge toelichting)|data6=3 (voor geografen)&amp;lt;br&amp;gt;5 (voor geologen)|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=3e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0S19AN.htm Link (geografen)] &amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0Z15AN.htm Link (geologen)]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2025 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 20 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Een paar begrippen: rhenohercynisch bekken, rotliegendes, variscisch front, en zo die coticula of zoiets. &lt;br /&gt;
* Waaruit bestaat het Kempisch plateau en hoe is het gevormd? Hoe komt het dat het Kempisch Plateau 60m hoger ligt dan de gebieden in het oosten en het westen?&lt;br /&gt;
* Zo die ene doorsnede van het kempens bekken dat zo een goofy 180 graden draai maakt. Heel de cenozoische stratigrafie, en leg alles belangrijk van sedimentatie en tektoniek uit. Ge kreeg wel zo een geologische tijdsschaal met alle periodes en hele strathigrafie met namen van groepen en zo van cenozoicum.&lt;br /&gt;
* Leg de 3 caledonische megasequenties uit + waar en wanneer. Ge kreeg dan ook zo 3 figuren waar zo  waar brabant massief werd vervormd door tektoniek en zo en dat moest ge ook uitleggen. Dat allemaal kaderen in de grotere tektoniek van avalonia&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 4 begrippen uitleggen: silensiaan, Burnot conglomeraat, megasequenties, Tornquist Sutuur&lt;br /&gt;
* Figuur gegeven (p63 hb): bespreek het onder- en midden frasniaan voor het zuidelijke (links) deel tot aan het noordelijke deel (rechts).&lt;br /&gt;
* Figuur gegeven met de dikte van sedimentpakketten voor het Kempens Bekken vergeleken met de Roerdalslenk vanaf Cambrium tot Quartair. Op de tijdslijn was met een zwart balkje een fase aangeduid die invloed had op deze regio&#039;s (Vroeg en Laat Kimmerische fase was gegeven). Naam fasen geven en verklaren waarom er verschillen zijn in sedimentafzettingen. Deze vraag werd mondeling (kort) overlopen.&lt;br /&gt;
* Wat was de Eridanos rivier? Wanneer, hoe had deze invloed en waarom wordt er sediment in het Noordzeebekken gevonden? Hoe weet men dat het sediment afkomstig is van deze rivier? b) Wanneer en hoe kwam er een einde aan deze rivier?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 22 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# De geologische kaart van België toont de Midi-Eifeloverschuiving. Bespreek de relevantie van deze overschuiving voor de opbouw va nde ondergrond van België, de verbeiding ervan, de vormingsprocessen, timing en wat je verder van belang acht.&lt;br /&gt;
# Bovenstaande figuur toont een reconstructie van de sedimentarire opeenvolging tijdens het Midden- tot Laat-Devoon doorheen het Dinantbekken. Beschrijf de algmene ontwikkeling en de achterliggende processen in dit bekken tijdens het Givetiaan.&lt;br /&gt;
# Gegeven: figuur met riviervorming tijdens Eind-Carboon (die ene van cursus en powerpoint, met een rivierstelsel van aan de zee tot in de bergen met de verschillende facies, in relatie met de Sudetische fase) en een figuur met de Belgische lithostratigrafie van het Carboon a) Waarom worden de etages Namuriaan en Westfaliaan in onze regio nog constant gebruikt? b) Leg uit op welke manier de 2 bovenstaande figuren met elkaar samenhangen en bespreek hoe de linkerfiguur samenhangt met de ontwikkeling van de Variscische orogenese.&lt;br /&gt;
# Bespreek drie verschillende typen van waaardevolle grondstoffen die in Vlaanderen dicht aan het oppervlak komen. Vermeld regio, formatie en toepassingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Gegeven: tertiairgeologische kaart Vlaanderen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a) Waarom liggen de oudste lagen in het Zuiden en Westen de de jongste in het Noorden? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b) Waarom wijkt de fm van Diest af van deze trend? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Gegeven: prentje met vergelijking Krijtstratigrafie Monsbekken en land van Herve uit cursus en ppt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a) Bespreek de Krijtsedimentatie in deze gebieden met nadruk op de gelijkenissen en verschillen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b) Wat kan je op basis hiervan zeggen over het al dan niet verbonden zijn van e twee bekkens in het Krijt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Bespreek het algemeen verloop van de tweede Varische megasequentie, die vooral gereconstrueerd is aan de hand van Ardense ontsluitingen. Vermeld zeker ook tektonische gebeurtenissen enal &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4) Wat voor economisch waardevolle grondstoffen zijn er terug te vinden in Wallonië? Geef er vier, met telkens erbij van welke leeftijd het is een, waar het ontgonnen wordt en waarvoor het gebruikt wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 12 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Verschil tussen felsische magma van o.a. Quenast en mafische magma&#039;s van in de Ardeense Massieven. Leg uit adhv platentektonische context van Laat-Ordovicium en Siluur.&lt;br /&gt;
# Figuur van HB p60. Let uit hoe de dingen die er te zien zijn gevormd zijn. (Het antwoord vervolgt op dat van vraag 1)&lt;br /&gt;
# Doorsnede van Mons bekken met ondergrond en Meso- en Cenozoïsche lagen die in het bekken zijn afgezet. Leg uit wat er te zien en hoe dat alles gevormd is.&lt;br /&gt;
# Tijdens Cenozoïcum heel veel trans- en regressies in Noordzeebekken. Leg uit welke factoren die beïnvloeden en hoe dat gerelateerd is aan het sediment dat er afzet (met voorbeelden)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 22 januari ====&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voormiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Midi-Eifel overschuivingsbreuk in België. Welke betekenis heeft dit in de ondergrond van België, hoe is het gevormd, wanneer en andere zaken die je belangrijk vindt.&lt;br /&gt;
# Figuur gegeven van Devoons rif. Leg aan de hand van de figuur rifvorming tijdens het Givetiaan uit.&lt;br /&gt;
# a) Namuriaan en Westfaliaan zijn geen correcte termen in de tijdschaal. Waarom worden deze termen toch veel gebruikt. b) 2 figuren gegeven. 1 met rivieren en moeras(doorheen het carboon), andere met klassificatie steenkool België. Hoe zijn deze figuren aan elkaar verbonden en leg aan de hand van de eerste figuur de Caledonische gebergtevorming hier uit.&lt;br /&gt;
# Vlaanderen heeft in zijn ondiepe ondergrond heel wat grondstoffen zitten. Geef er drie en geef de formatie naam, regio waar het voorkomt en in welke toepassingen het gebruikt wordt.&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Namiddag&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# In Vlaanderen vormen de Tertiaire lagen een speciaal dagzoompatroon: oudere lagen in het zuiden en westen, jongere lagen in het noorden (in bijlage een kaart).&lt;br /&gt;
## Wat is de oorzaak hiervoor ?&lt;br /&gt;
## De Formatie van Diest lijkt dit patroon niet te volgen, hoe komt dit ?&lt;br /&gt;
# Figuur gegeven van het Krijt in Mons Bekken en Land van Herve.&lt;br /&gt;
## Leg de sedimentatiesequentie van het Krijt uit met een focus op de verschillen en gelijkenissen tussen die in het Mons Bekken en het Land van Herve. (4a op de belgische geologische kaart)&lt;br /&gt;
## Wat kun je zeggen over de afwezigheid/aanwezigheid van een mariene verbinding tussen deze twee regio&#039;s ?&lt;br /&gt;
# Beschrijf de volledige sedimentatiegeschiedenis van de 2de variscische megasequentie. Vermeld ook wanneer deze plaatsvond en de regionale tektoniek.&lt;br /&gt;
# Wallonië heeft een groots industieel verleden op basis van hun waardevolle grondstoffen in de ondergrond. Geef 4 zo&#039;n grondstoffen die nu nog steeds gebruikt worden en vermeld het tijdsperk, de regio waar ze voorkomen en in welke toepassingen/industriesectoren ze gebruikt worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus === &lt;br /&gt;
Exact hetzelfde examen als in januari. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
#Kaart p 233 gegeven en hierop is de linker riviervallei van het BM in een kader gezet. &lt;br /&gt;
#*Teken een profiel van Z naar N. &lt;br /&gt;
#*Verklaar wat er in het midden en in het zuiden van het kader gebeurd.&lt;br /&gt;
#Vergelijk de afzettingen van het Midden-Devoon tem Midden-Carboon in de Ardennen met de afzettingen van het Cenozoïcum in Vlaanderen. &lt;br /&gt;
#Leg de Caledonische deformatie uit en vergelijk de Ardeense en Brabanse Fase. Wat is (volgens Leuvense studies) het effect van de Asturische Fase van de Variscische orogenese op de gesteenten van het Cambrium? &lt;br /&gt;
#De basis-Perm discordantie (=Saalische discordantie): waar, wanneer, kenmerken, ... Welke gesteenten liggen hierbovenop en wat zijn de kenmerken hiervan?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Dit is een reconstructie 1 jaar na het examen dus het is een beetje vaag. Als je dus denkt dat er fouten in de vragen staan, kan dat zeker. De onderwerpen van de vragen gingen ongeveer zo:&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg de geschiedenis van het Brabant Massief uit&lt;br /&gt;
# Tekening met Kempisch bekken ook met een vraag over waarom sommige zanden wit zijn en anderen rood&lt;br /&gt;
# Iets van verschillende fasen bespreken&lt;br /&gt;
# Vraag over het plioceen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 14 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# 4 stenen: Grand Breche, septaria S20, Mergels van gelinden en coticula. Wat is de naam, wat is de ouderdom? Geef argumenten waarom je dit denkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Grote vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Doorsnede gegeven en profiellijn tekenen op kaart van Belgie. Teken de profiellijn op de kaart van België. Geef minstens 4 argumenten waarom je deze profiellijn daar zou plaatsen. (Profiel ging van op het massief van Brabant tot in de RVG)&lt;br /&gt;
# Doorsnede van het Mons-bekken gegeven. Bespreek de subsidentiegeschiedenis van het gebied tijdens het Mesozoïcum en Cenozoïcum.  Was de subsidentie constant in de tijd? Welke zijn de oudste lagen? Welk mechanisme zorgt voor deze subsidentie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kleine vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef 4 voorbeelden van Milankovitch cycli en bespreek.&lt;br /&gt;
# Wat betekent L1, L2, Ya, Yb, Yc, Yd? Wat weerspiegelt het, wordt dit vandaag nog gebruikt?&lt;br /&gt;
# De Paleozoische geschiedenis is gekenmerkt door meerdere tektonische fasen, waaronder de Ardeense, Asturische, Brabantse, Bretoense, Saalische, Sudetische fasen (alfabetische volgorde!). A) Rangschik deze fasen volgens de geologische tijdsschaal en B) geef voor iedere tektonische fase een indicatieve tijdsperiode aan. C) Vermeld duidelijk of deze fasen een reflectie zijn van compressie of extensie en tot welke periode van grootschalige gebergtevorming deze toebehoren.&lt;br /&gt;
# Devilium, revinium en salmiaan waren termen die vroegen veel gebruikt werden, leg uit. (ook hoe ze nu heten enzo)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 15 januari ====&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# 2 stenen: Grand-Brêche breccie (Viseaan) en wit schrijfkrijt (Campaniaan) &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# Doorsnede. Duid op de kaart aan waar de doorsnede zich bevindt (let op schaal) en geef minstens 4 hoofdargumenten voor je keuze. &amp;lt;i&amp;gt;(4 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# Andere doorsnede, deze keer van Turnhout tot Dinant (maar dat is niet gegeven). Geef van alle breuken op de doorsnede de ouderdom en tektonische fase waarin ze ontstaan zijn. Gaat het om extensie of compressie? &amp;lt;i&amp;gt;(3 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# De Milankovitch cycli hebben in meerdere Belgische geologische eenheden een rol gespeeld. Geef 4 van die geologische eenheden en situeer ze in de tijd, beschrijf hoe je de cycli kan herkennen in de lithologie. &amp;lt;i&amp;gt;(4? punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# In de Ardennen Hoge Leisteengordel zijn er fylladen terug te vinden aan het oppervlak. Die zijn gevormd uit klei-rijke sedimenten. Waar en wanneer zijn deze klei-rijke sedimenten afgezet? In welke tektonische omstandigheden zijn de fylladen gevormd? Waarom komen ze juist daar voor? &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# In welke tektonische eenheid bevinden de intrusieven van Quenast zich en wanneer zijn ze gevormd? Wat kan je afleiden in verband met het paleomagmatisch kader? &amp;lt;i&amp;gt;(1,5 punt)&amp;lt;/i&amp;gt; *# Devillium, Revinium, Salmiaan (gegeven in alfabetische volgorde). Situeer deze groepen in de tijd, geef per groep de belangrijkste lithologieën en verklaar aan de hand daarvan het plaattektonisch kader waarbinnen deze afzettingen zich vormden. &amp;lt;i&amp;gt;(1,5 punt)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
# L1, L2, Ya, Yb, Yc, ... Wat betekent dit type codering? Wat kan men hieruit afleiden (m.a.w., wat betekenen de nummers en de letters)? Kan deze codering gebruikt worden om te situeren in plaats en tijd? Hoe wordt deze codering in de huidige stratigrafie nog gebruikt? &amp;lt;i&amp;gt;(2 punten)&amp;lt;/i&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 16 januari ====&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Twee handstukken, een krijt uit het Paleoceen met planten fossielen in en een Laat-Carboon Breccie gesteente&lt;br /&gt;
# Geologisch profiel: teken het profiel op een kaart van België,  geef 4 argumenten.&lt;br /&gt;
# Profiel gegeven met breukstructuren op van het Kempense bekken tot de Condroz. Welke tektonische fases hebben voor welke breuken gezorgd? Welke breuken kwamen tot stand door compressie en welke door rekking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Leg het Eoceen uit. Lithografie en tektonische en paleogeografische events.&lt;br /&gt;
# Quenast en Coticula. Hoe zijn die gevormd en hebben ze een gelijke paleomagnetische betekenis. Teken de platentecktoniek ook.&lt;br /&gt;
# Old red en New red continent uitleggen&lt;br /&gt;
# Conglomeraten van Burnot. Uitleggen en situeren. Wat is de link met de Varisidische megasequenties?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# 2 stenen: conglomeraat uit het perm van Malmedy, wit zand van Mol uit Plioceen&lt;br /&gt;
# kaart met anomalieën: welke technieken zijn gebruikt en wat wordt hiermee onderzocht. De verschillende anomalieën uitleggen, Midi en Bordière aanduiden en Bordière uitleggen.&lt;br /&gt;
# Kimmerische fase in Europa en België uitleggen &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
# Boven Devoon uitleggen &lt;br /&gt;
# Waarom Iguanodons (Krijt dinos) teruggevonden in steenkoollagen&lt;br /&gt;
# Vanaf wanneer worden er continentale gesteenten teruggevonden na de krijtlagen van het Krijt&lt;br /&gt;
# nog eentje maar ben het vergeten :( &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mondeling&lt;br /&gt;
# Twee handstukken, een van een coticula en een van de Dietse zanden. Hij vraagt over de ouderdom&lt;br /&gt;
# Duid het profiel, dat gegeven is, aan op de kaart van België. Het was een NZ profiel van Boom naar Antwerpen &lt;br /&gt;
#* Geef minstens 4 argumenten waarom je deze hebt gekozen.&lt;br /&gt;
#Variscische Orogenese &lt;br /&gt;
#*Hoe kan men de invloed van de Sudetische, Asturische en Saalische fasen vaststellen in de Kempen.&lt;br /&gt;
#*Beschrijf kort welke tektonische fenomenen plaatsvonden en geef ook duiding over de tijdsperiode.&lt;br /&gt;
#*Welke verband houden deze met de lithologische en paleogeografische veranderingen. &lt;br /&gt;
Schriftelijk&lt;br /&gt;
#Sedimentatiesnelheid &lt;br /&gt;
#*Is de sedimentatiesnelheid in het Onder-Paleozoïcum constant? Schets de curve van sedimentatiesnelheid tegenover tijd.&lt;br /&gt;
#*Leg uit aan de hand van megasequenties hoe de sedimentsnelheid in verband staat met de paleo-oceanografische evolutie.&lt;br /&gt;
#*Welke tektonische fenomenen vonden toen plaats.&lt;br /&gt;
#Invloed van Milankovitch cycli &lt;br /&gt;
#*Geef drie voorbeelden en de lithologische expressie&lt;br /&gt;
#*Geef hun ouderdommen&lt;br /&gt;
#*Wat is de wijze van herkenning en hun vormingsmechanisme&lt;br /&gt;
#Codering van L1, L2, Ya, Yb, Yc, Yd &lt;br /&gt;
#*Waar komt deze codering vandaan&lt;br /&gt;
#*Wat is de betekenis van deze reeks van symbolen&lt;br /&gt;
#*Voldoet een dergelijke codering voor de beschrijving van de lagen en wordt het nog gebruikt?&lt;br /&gt;
#Old en New Red Continents &lt;br /&gt;
#*Wat is de paleogeografische betekenis van de Old en New Red Continents en geef hun tijd.&lt;br /&gt;
#*Op welke wijze komen ze tot expressie in Belgie en naburige landen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 4:&#039;&#039;&#039;  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 stenen beschrijven: &lt;br /&gt;
#* Een rode en groene zandsteen uit het hageland van de formatie van Diest. Ijzerrijke zandsteen en glauconiet zandsteen.&lt;br /&gt;
#* Leisteen&lt;br /&gt;
#Beschrijf de Mesozoïsche en Cenozoïsche subsidentiegeschiedenis van het bekken va Mons aan de hand van een gegeven profiel. Beschrijf dit zo gedetailleerd mogelijk met duidelijke vermelding van A) Ouderdom van de aanwezige sedimenten en welke algemene lithologieën. B) Geologische reden en mechanismen waarom in deze regio subsidentie optreedt. C) Wanneer begon deze subsidentie en eventuele veranderingen van subsidentiesnelheden doorheen de tijd en plaats.&lt;br /&gt;
# Een kaart gegeven van geofysische structuren van België (densiteit en magnetisme): &lt;br /&gt;
#*A) gebruikte geofysische technieken toelichten&lt;br /&gt;
#*B) Bespreek de verschillende anomalieën.&lt;br /&gt;
#*C) Midi breuk aanduiden&lt;br /&gt;
#*D) Betekenis Faille de Bordière &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Geef de geologische betekenis van de Vlaamse Vallei en waar deze zich situeert. Kan je deze gebeurtenissen in een tijdskader plaatsen en bijhorende paleografische context?&lt;br /&gt;
#Waar komen Pliocene lagen voor en beschrijf bondig de lithologieën. Kan je deze gebeurtenissen in een tijdskader en bijhorende paleogeografische context plaatsen?&lt;br /&gt;
#Perm afzettingen komen voor in het zuidelijk deel van de Noord-Zee. Wat kan je hierover vertellen en wat vertelt hun lithologische samenstelling over het paleo-afzettingsmilieu. Waar komt het Perm voor in België.&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 3:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 stenen beschrijven: 1 was een rode kalksteen van de derde riffase van het Boven Devoon , 2de was schrijfkrijt van Campagniaan met een fossiel erop.&lt;br /&gt;
#Geef de 2 zanden die zijn ingesneden in de onderliggende lagen door geulen, beschrijven deze zanden, waarom het profiel zo is en uit welk tijdperk deze zanden komen.&lt;br /&gt;
#Beschrijf Kimmerische fase, Begin, Midden en Laat, regionaal en in West Europa. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Beschrijf Burnot conglomeraten&lt;br /&gt;
#Wordt de volgende codering: Ya, Yb en L1 en L2 nu nog gebruikt? Voor wat staan deze coderingen&lt;br /&gt;
#Beschrijven de lithostratigrafie van het Boven Devoon. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks 2:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#2 handstukken: Silex uit het Krijt en steenkool&lt;br /&gt;
#Schets en beargumenteer de tektonische evolutie van Meso en Cenozoïsche lagen verklaart in een doorsnede parallel aan de Belgische kust. &lt;br /&gt;
##Is dit vergelijkbaar met de kempen? (hierbij is de doorsnede gegeven)&lt;br /&gt;
# Verduidelijk Comble Nord, Bordière breuk, GMS en Midi Condroz overschuivingsbreuk, beschrijf hierbij de tektonische betekenis. B) Geef of de lagen autochtoon, parautochtoon of allochtoon zijn C)Waar liggen deze in België? Duid aan op een kaart &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Verklaar de sedimentatie snelheid van het onder paleozoïcum (cambrium tot Siluur) aan de hand van de Mega sequenties en geef het verband met de tektoniek.&lt;br /&gt;
#Old en New Red continent (wat, waar, hoe, wanneer)?&lt;br /&gt;
#Geef het Mioceen in België&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Reeks1:&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;mondeling&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#2 handstukken: septaria en coticula&lt;br /&gt;
#Vraag 2&lt;br /&gt;
##Zijn de Krijt-lagen van het Mons bekken en van het Kempisch bekken vergelijkbaar met elkaar? &lt;br /&gt;
##Bespreek de algemene lithologische gelijkenissen en verschillen tussen beide gebieden&lt;br /&gt;
##welke paleogeografische betekenissen kan je eraan koppelen?&lt;br /&gt;
#Een profiel van Vlaanderen is gegeven (met bij elke laag de tijdsperiode, niet de naam van de laag) &lt;br /&gt;
##waar situeer je deze profiel op de kaart? Het was een oost-west profiel met links de formaties van Kortrijk en Ieper en rechts Quartair. De formaties van de haven van Antwerpen lagen ergens in het midden. &lt;br /&gt;
##geef drie argumenten waarom je dit profiel hier zou leggen &lt;br /&gt;
&#039;&#039;schriftelijk&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#figuurtje van de &#039;paleografische reconstructie van de paleosoïsche supercontinentcyclus&#039; was gegeven zonder de tijd eronder, die moest je invullen. Ook sommige de oceanen en continenten benoemen&lt;br /&gt;
#Het verschil uitleggen tussen de Sudetische en de Asterische fase&lt;br /&gt;
#Milankovich cycli: herkenbaar in vele formaties, vaak gezien in de les. &lt;br /&gt;
##Geef drie formaties waarbij dit van toepassing is &lt;br /&gt;
##situeer deze formaties in de tijd en op welke plaats ze voorkomen. &lt;br /&gt;
##Hoe uiten de Milankovich cycli zich telkens in deze lagen en wat kan men daaruit afleiden ivbm het paleoklimaat?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Stassen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#2 handstukken plaatsen in de cursus. Er was één schrijfkrijt en één septaria (1p) &lt;br /&gt;
#Zanden van Diest en Brussel aanduiden op een gegeven profiel. Vervolgens lithologie, voorkomen in België, sedimentaire structuren geven. (3p) &lt;br /&gt;
#Welke invloeden hadden de Kimmerische fasen in België? (3p) &lt;br /&gt;
#Dit was een van de voorbeeldvragen: Zijn de Krijt-lagen van het Mons bekken en van het Kempisch bekken vergelijkbaar met elkaar? B) Bespreek de algemene lithologische gelijkenissen en verschillen tussen beide gebieden en C) welke paleogeografische betekenissen kan je eraan koppelen? (3p) &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Swennen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
#Waarom is het Carboon zo belangrijk voor energie in België (vroeger, nu en in de toekomst)? Geef ook de exploitatievorm en mogelijke problemen die kunnen optreden. Waar zou je het beste boren om deze lagen te verkennen? (5p)&lt;br /&gt;
#Da figuurtje van de &#039;paleografische reconstructie van de paleosoïsche supercontinentcyclus&#039; was gegeven zonder de tijd eronder, die moest je invullen. Je moest ook de figuur uitleggen, de oceanen en continenten benoemen, kortom de cyclus uitleggen. (5p)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Swennen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
#Bespreek de beweging van de continenten in het Paleozoïcum a.d.h.v. een gegeven figuur. Geef er de juiste tijd bij en benoem een aantal continentblokjes en paleo-oceanen.&lt;br /&gt;
#Figuur van zeespiegelfluctuaties in het Devoon gegeven. Bespreek en verklaar de vorm van de kustlijnen.&lt;br /&gt;
#Waarom is het Carboon zo belangrijk voor energie in België (vroeger, nu en in de toekomst)? Geef ook de exploitatievorm en mogelijke problemen die kunnen optreden. &lt;br /&gt;
&#039;&#039;Stassen&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Bespreek het ontstaan en de evolutie van het Bekken van Mons in het Meso- en Cenozoïcum a.d.h.v. gegeven figuur. Vermeld de tijdsperiode, lithologieën en mogelijke verschillen in subsidentiesnelheid.&lt;br /&gt;
# Welke 2 geologische eenheden in België worden onderzocht voor berging van radioactief afval? Geef hun tijdsperiode en spreiding in België. &lt;br /&gt;
# Juist of fout en beargumenteer. Subsidentie van de Rijnslenk versnelt vanaf het Oligoceen.&lt;br /&gt;
#Juist of fout en beargumenteer. Het cuestalandschap in Lotharingen is gevormd in de lagen van het Krijt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2012 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt door een buitenlands bedrijf dat ertsen opspoort om uit te leggen hoe de geologie van het &#039;brabant massief&#039; in elkaar steekt; kan je een bondige en schematische &#039;geologische geschiedenis&#039; van deze geologische eenheid neerschrijven voor de exploratiemanager van dat bedrijf (die dus dat massief alleen zeer oppervlakkig kent)? illustreer in je rapport met de nodige schetsen (princiepsschetsen zijn belangrijker in deze fase dan nauwkeurige profielen of kaarten ...). zorg ervoor dat je aandacht besteedt aan alle componenten van de geologie, , namelijk sedimentatie, diagenese &amp;amp; metamorfisme, tektoniek (horizontaal en verticaal), magmatisme, erosie, ... &lt;br /&gt;
#wanneer en hoe ontstond de nederrijn slenk? Zijn er sporen van deze tektonische eenheid te vinden in het paleozoïcum? &lt;br /&gt;
#hoe vergelijkbaar zijn de krijtlagen van het mons bekken, van de kust en van de kempen met elkaar? &lt;br /&gt;
#was er enige economische motivatie om diepe verkenningsboringen uit te voeren in de condroz (Havelange) en noord frankrijk (Epinoy) ? leg je antwoord uit met enkele schetsen van de geologische opbouw van het gebied. kan je uitleggen welke nieuwe informatie de boring van havelange opleverde? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe kan men de invloed van de Sudetische en Saalische fasen van de Variscische orogenese vaststellen in de Kempen? &lt;br /&gt;
#Wat zijn de belangrijkste geologische fenomenen voor ons land geweest in de Jura-tijd? &lt;br /&gt;
#Zou je een paleogeografische schets van het zuidelijk Noordzeegebied kunnen geven bij de overganstijd van het Ypresiaan naar het Lutetiaan? Uiteraard moet je alles op je schets kunnen argumenteren. &lt;br /&gt;
#Kan je aangeven, liefst ook met enkele schetsen, wat de paleotektonische betekenis is van de magmatische gesteenten die voorkomen in de overgangstijd van Orovicium naar Siluur? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2010 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
#Schets de evolutie van de paleogeografie van ons gebied tussen de Pyreneese en de Savische tektonische pulsen. &lt;br /&gt;
#Kan je de verschillende fasen van tektonische activiteit aangeven die het gebied van de huidige Neder Rijn (o.a. Roer Valley Graben...) heeft gekend in het Phanerozoïcum? &lt;br /&gt;
#Leg eens uit aan de hand van goed gekozen schetsen waarom de &#039;Syncline van Namen&#039; geen goede term is en hoe we doe structuur dan wel moeten begrijpen. &lt;br /&gt;
#Is de sedimentatiesnelheid tijdens het Onder Paleozoïcum (Cambrium, Ordovicium, Siluur) constant geweest? Leg uit hoe het verloop van die sedimentatiesnelheid in verband staat met de tektonische evolutie van die tijd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt door buitenlands bedrijf geologie van Brabant Massief uit te leggen. Bondige en schematische samenvatting van de geschiedenis met nodige principeschetsen geven (maar wel geen enkele stap vergeten!). En aandacht besteden aan alle componenten van de geologie zoals sedimentatie, diagenese &amp;amp; metamorfisme, tektoniek, magmatisme, erosie, ...&lt;br /&gt;
#Wanneer en hoe ontstond de Nederrijn slenk ? Zijn er sporen van deze tektonische eenheid te vinden in het Paleozoïcum (ge moet 3 voorlopers geven...) &lt;br /&gt;
#Hoe vergelijkbaar zijn de Krijtlagen van het Mons bekken, van de kust en van de Kempen met elkaar? &lt;br /&gt;
#Was er enige economische motivatie om diepe verkenningsboringen uit te voeren in de Condroz(Havelange) en noord-frankrijk(epinoy)? Leg uit aan de hand van schetsen van de geologische opbouw van het gebied... Leg ook uit welke nieuwe informatie de boring van Havelange opleverde. (men veronderstelde vooraf twee hypothese en ge moet dan zeggen welke als oplossing naar voren kwam uit interpretatie van boring..) &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Schets evolutie van de Schelde en leg verder uit... &lt;br /&gt;
#Beschrijf afzettingsmilieu van Diestiaan zanden. Wrm geven ze aanleiding tot specifieke landschap? &lt;br /&gt;
#Wat is de rol van de doorlatendheid van de gesteentes bij de excursies naar de prebarrages/stuwdam bij Samber/Maas. Toon opbouw van dam aan... &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe zou je op een schematische manier de tektoniek van Henegouwen en Noord-Frankrijk voorstellen? &lt;br /&gt;
#Welke zijn de grote lijnen van de Onder Carboon paleogeografische ontwikkeling in onze gebieden? &lt;br /&gt;
#Leg de belangrijkste geologische fenomenen it die zich in de Perm tijd in onze gebieden voordeden en plaats ze in de contect van de Europese Perm geschiedenis. &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijkste kenmerken van de Zanden van Brussel en welke paleogeografische betekenis kan je eraan koppelen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2008 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de grote porositeit in de Dinantiaan gesteenten van de Kempen? &lt;br /&gt;
#Maak een EIGEN vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart van het steenkoolbekken van Luik, het land van Herve, het synclinorium van Verviers, het venster van Theux en het oostelijk gelegen Onder Devoon van de Ardennen (oa St Vith) en maak een eigen profiel erdoor, waarmee je kan uitleggen wat de geologische structuur is van dat gebied. &lt;br /&gt;
#Waar komt de codering als Ya, Yb, Yc, Yd, .. vandaan? Voldoet een dergelijke codering voor de beschrijving van de lagen? Hoe heeft men de kartering van deze lagen aangepakt op de nieuwe 1:50.000 kaarten? &lt;br /&gt;
#Was de tektonische rol van het Brabant Massief beperkt tijdens het Krijt? Argumenteer je antwoord &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de verschillen in a) de Dinantiaan fauna van de Kempen en de Condroz? b) de Dinantiaan en Namuriaan lithologie in Kempen en Condroz Is er een relatie tussen beide fenomenen? &lt;br /&gt;
#Maak een EIGEN vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart, met de nodige schematische profielen, van het steenkoolbekken van Noord-Frankrijk, Henegouwen en Namen waarmee je kan uitleggen wat de structurele ontwikkeling is van dat gebied. &lt;br /&gt;
#Op de oude 1:40000 geologische kaarten wordt een cyclus Landenien met codes L1 en L2 gebruikt. Deze lagen hebben een andere benaming gekregen op de recente 1:50000 kaarten. Weet je welke? Zou je een paleogeografische-sedimentologische historiek kunnen schetsen van ons gebied in deze tijd? &lt;br /&gt;
#Welke was de tektonische rol van het BM tijdens de Jura tijd? Argumenteer telkens wat je antwoordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2007 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#De zanden van Brussel hebben een beperkte geografische verspreiding. Bespreek eens hoe dat komt en zijn er dan lateraal tijdsequivalente afzettingen van deze zanden. &lt;br /&gt;
#Op de citadel te Namen konden we de Boven Carboon gesteenten observere, dicht tegen de rand van het BM. Welke elementen kunnen ons informeren over de vroegere maximale begravingsdiepte van deze gesteenten? welke was dat bedrag ongeveer? Wanneer werd het bereikt? Wanneer zijn deze gesteente terug aan de oppervlakte gekomen? Argumenteer telkens Uw antwoorden &lt;br /&gt;
#Bespreek de randvoorwaarden (de beschikbare gegevens, argumenten) om de plooiing van, en de metamorfisme in, het BM in de tijd te situeren. &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijke fasen in de geschiedenis van het breuksysteem van de westrand van de Roermond slenk die het noordoosten van ons land doortrekken? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
#evolutie van het Brabant Massief geven&lt;br /&gt;
#Nederrijnslenk en zijn voorlopers geven&lt;br /&gt;
#vergelijk het krijt in mons, aan de kust, en in de kempen&lt;br /&gt;
#tektoniek in het tertiair&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Kan je een schets maken van de paleogeografie van ons gebied tijdens het Siluur. Voor ieder paleogeografisch element dat je tekent verwijs je met een pijl naar een bondige argumentatie om dat element weer te geven. Suggestie: denk eerst na wat je weet van het Siluur, maak een lijst, en maak dan een compositieschets waarop al die paleogeografische elementen opstaan. &lt;br /&gt;
#Wat maakt dat de ondergrond van de Kempen blijkbaar geschikt is voor het aanleggen van een ondergrondse gasopslag en voor doubletgeothermische systemen ? En waarom in de Kempen geen grote gasvelden zoals in Nederland ? &lt;br /&gt;
#Zou je een geologische historiek van de Jura tijd kunnen schrijven voor ons land (dat is niet gans West-Europa) ? (dwz een chronologische volgorde van alle belangrijke &#039;geologische events, processen&#039; tijdens de Jura.) &lt;br /&gt;
#Zou je de verschillende stappen in de ontwikkeling van het Schelde riviersysteem kunnen opgeven, startend vanaf de eerste ontwikkeling van het rivierstelsel ? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Stel je voor dat je gevraagd wordt voor een mineralen-exploratiebedrijf om een historiek van de geologische evolutie van het Brabant Massief te stellen: beschrijf eens de belangrijke fasen in de vorming, evolutie,... ervan. &lt;br /&gt;
#Hoe ver in het verleden kan je teruggaan om sporen, voorlopers, indicaties ... te vinden van de later Nederrijn slenk? Geef eens de grote evolutiestappen van deze slenk tot in het Quartair. &lt;br /&gt;
#Zijn de Krijtlagen van het Mons bekken, van de kust en de Kempen met elkaar te vergelijken? &lt;br /&gt;
#Zijn er in de Tertaire geschiedenis van ons land sporen van tektonische activiteit te vinden? Leg uit.&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Kan je aantonen aan de hand van stratigrafische begrippen zoals &#039;Paniseliaan&#039; en &#039;Yc&#039; dat de stratigrafische methodologie verandert in de tijd, met een beter inzicht als gevolg. &lt;br /&gt;
#Kan je de geologische evolutie van ons land schetsen tijdens de Jura tijd? Liefst met enkele goede kaartschetsen met paleogeografische en structurele informatie op. &lt;br /&gt;
#Kan je de ontstaanswijze schetsen ( maak enkele goede figuren) van het venster van Theux, als structurele eenheid, in relatie met het Massief van Stavelot, het Massief van de Vesder, het synclinorium van Dinant en het massief van Jalhay.&lt;br /&gt;
#Welke argumenten, gegevens ... uit de Caledonische geschiedenis van ons land kunnen gebruikt worden om te suggereren dat Oost-Avalonië wellicht nog uit kleinere onafhankelijke terranes bestond? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2006 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Maak een paleogeografische schets van hoe ons land er ongeveer moet uitgezien hebben bij het begin van het Siluur. Geef voor de verschillende elementen die je op je figuur aanbrengt ook de argumentatie (algemeen + specifiek uit de geologie van ons land). &lt;br /&gt;
#Kan je de historiek van het breuksysteem van de westrand van de Roermandslenk in het noordoosten van ons land eens opschrijven van zover je kan terug in de tijd tot nu? Met telkens de argumentatie zoals je die uit de geologische opbouw van ons land kunt afleiden. &lt;br /&gt;
#Wanneer ontstonden de breuken in het steenkoolterrein van de Kempen? Argumenten geven. &lt;br /&gt;
#Leg met enkele schematische profielen en kaarten (eigen tekeningen) uit wat het ‘Venster van Theux’ is. &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#hoe vergelijk je de geologie van Nederland met deze van ons land om uit te leggen dat Nederland grote gasvelden heeft in zijn ondergrond en België niet &lt;br /&gt;
#kan je iets gelijkaardigs doen om uit te leggen dat zowel de zuidelijke Noordzee als de meer Centrale Noordzee olievelden heeft en ons land niet? &lt;br /&gt;
#hoe verklaar je de vorming van het Brabant Massief in een plaattektonisch kader? Gebruik enkele schema&#039;s en geef er telkens de argumenten bij uit de geologie van ons eigen gebied. #Wat gebeurde er in de stratigrafie van het Cenozoïcum met het Paniseliaan, een eenheid die nu niet meer in de stratigrafische tabellen staat? leg dat eens uit. &lt;br /&gt;
#wanneer zijn de grote lijnen van ons rivierenstelsel zoals we dat nu kennen kunnen ontstaan? &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#hebben tertiaire lagen een subhorizontaal vlak als afzetting bovenaan en onderaan? &lt;br /&gt;
#kan je een opeenvolgende paleogeografische evolutie schetsen die de geometrie van de mesozoische lagen verklaart in een doorsnede ongeveer parallel aan de belgische kust?(ergens in hfdst 9, een fig+uitleg op slides en cursustekst) &lt;br /&gt;
#hoe verklaar je de grote porositeit in de dinatiaangesteenten van de Kempen?(das met die karstlagen, Hfst4 Onder Carboon) &lt;br /&gt;
#Maak een vereenvoudigde (=enkel hoofdlijnen) geologische kaart van het steenkoolbekken van luik, het land van herve, synclinorium van verviers, het venster van theux, en het oostelijk gelegen onder devoon van de ardennen(oa St Vith) en een eigen profiel erdoor, waarmee je kan uitleggen wat de geologische structuur is van dat gebied (das het derde profiel van variscische+ da van stavelot(met die synclibnes zo) + da van het onderdevoon) &lt;br /&gt;
==Juni== &lt;br /&gt;
===Juni 2013=== &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Hoe kan je de ouderdom van de verkarsting in de Fondry des Chiens bepalen. Hier moet ge dus wel uw verhaal over die zanden doen (Opheffing Ardennen in Oligoceen blablabla onverzadigde watertafel leidt tot grondwaterstromingen in Oligocene zanden die recent zijn afgezet -&amp;gt; zure grondwaterstromingen -&amp;gt; karst), maar het belangrijkst is de bepaling van de ouderdom, hoe doen ze dat (blijkbaar door die zanden te vergelijken met andere) en hoe kunt ge weten dat die verkarsting is gestopt in midden-Mioceen (Miocene venen bovenop oligocene zanden in karstholtes-&amp;gt; karst moet dus al gestopt zijn) &lt;br /&gt;
# Bespreek de soorten riffen die we op de verschillende excursies gezien hebben. 3. Wat is het belang van de discontinuïteitsvlakken in het gesteente bij de plaatsing van een stuwdam. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Aan de hand van de ontsluitingen die we gezien hebben aantonen dat de syncline/synclinorium van Namen geen goede naam is. &lt;br /&gt;
#Het afzettingsmilieu van de kleien in de groeve van Hautrage bespreken. &lt;br /&gt;
#Wat is de oorsprong van de rode lagen die we gezien hebben in Huy en Tailfer? Wat is er speciaal aan? &lt;br /&gt;
#Een profiel maken van de verschillende stops in Fond de Quareux &lt;br /&gt;
=== Juni 2011 === &lt;br /&gt;
#Toon aan de hand van profielen de verschillen in de geologie ten noorden van de Midi-overschuiving voor Namen en Huy. &lt;br /&gt;
#*Het komt er hier dus op neer da ge een profiel moet tekenen voor Huy, Namen en Dave. Heel belangrijk is dus da ge hier op de 2 flanken van het Namen synclinorium zit. Zegt best ook da het geen echt syncliorium is maar da ge hier me het GMS zit. &lt;br /&gt;
#Verklaar adv een profiel waarom er ten noorden van Visé Mesozoische lagen aan het opp. komen en ten zuiden Paleozoische lagen. &lt;br /&gt;
#*Hier moet ge dus sedimentatie aan de rand van het BM vermelden, de verkarste Frasniaanlagen waar dan Viséaan is tussen gesedimenteerd, Variscische deformatie en het krijt da eerst overal lag maar daarna geërodeerd bij de opheffing van de ardennen. Het is bewaard gebleven ten noorden van Visé door de zakking van de RVG. &lt;br /&gt;
#Geef enkele relevante kenmerken van het Quarreux coglomeraat en leid hier de geologie van dit conglomeraat af. &lt;br /&gt;
#*Het Quareux conglomeraat zijn we tegengekomen bij de excursie naar het massief van Stavelot. Da was dieje conglomeraatmuur waar ge iets verder aan den overkant van een rivierke de zwarte fylladen van RV 5 had. Me geologie wordt hier dus eigenlijk het faciës bedoeld. over tektoniek moet ge hier (gelukkig) niets zeggen. Het co,nglomeraat is grof, ongesorteerd en dus niet ver getransporteerd. Aangezien het niet overal even dik is, was er een klifkust, een paleoreliëf. Aangezien de keien dooraderd zijn was de rotskust een klifkust bestaande uit harde en reeds getektoniseerde Caledonische gesteenten. &lt;br /&gt;
#Omda we tijdens de excursies profieltjes moesten maken, is er ook hier een vraag over gekomen. Deze stond echter niet op de papieren. Wat is het verschil of de gelijkenis tussen de noordrand van het Stavelotmassief en de noordrand van het Rocroimassief? &lt;br /&gt;
#*Het was een gelijkenis, namelijk, bij beiden hebt ge stoelplooien. De massieven zijn naar voor gedrukt door de Varisciden en ook omhoog geheven. In het profiel van Eupen is dit te zien door een rechtopstaande conglomeraatbank. Later komen we deze al liggend tegen. Ook de jongere lagen zullen afwisselend rechtopstaand en plat voorkomen. &lt;br /&gt;
=== Juni 2010 === &lt;br /&gt;
#Beschrijf de elementen waaruit je het afzettingsmilieu kon afleiden bij volgende stops : Hautrange en Bierbeek &lt;br /&gt;
#geef belangrijke geologische elementen voor het plaatsen van de dam in ( ben de naam kwijt). Zie voorlaatste excursie laatste stop (met kalkstenen en schiefers) &lt;br /&gt;
#Samson vallei ... Plaats in de geologische context van ons land (vooral waarom gebroken en niet geplooid) &lt;br /&gt;
=== Juni 2008 === &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Hoe wijzigen rivieren hun werking onder invloed van klimaatsvariaties tijdens het Quartair? Kan je hier voorbeelden van geven? &lt;br /&gt;
#Bespreek het afzettingsmilieu in het Weald facies in Hautrage (excursie 6 dus) in het kader van de lokale geologie en de regionale geologie. Met andere woorden: waarom rijden we naar daar en kunnen we niet dichter bij op excursie gaan? &lt;br /&gt;
#Groeve van de Zanden van Egem. Bespreek de paleogeografie van het onder Eoceen tot het midden Eoceen in functie van deze excursie. &lt;br /&gt;
#Als het werkje goed is, overloopt hij gewoon kleine stuff die ge geschreven hebt in uw werkje en geeft hij kleine tips enzo. Als uw werkje een flater bevat, vraagt hij hoe ge daar aan komt etc en moet ge da uitleggen. &lt;br /&gt;
#Er was ook een quotering op 2 dingen die je op excursie zelf moest doen, maar daar vroeg hij niets over, hij overliep het gewoon met je. Een uitgebreide litholog maken (des te uitgebreider en des te ordelijker (hmm Joris ) des te beter) en een breukstructuur interpreteren. &lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
#Schets de West-Europese paleogeografische context van de kleiafzettingen die in de groeve te Hautrage werden gezien. &lt;br /&gt;
#Kan je de geologie van de omgeving van Hoei (Huy) verklaren met de concepten van de geologische opbouw van Henegouwen sensu Delmer? &lt;br /&gt;
#Kan je uitleggen wat de Vlaamse Vallei is? &lt;br /&gt;
#Wat is het verschil tussen basisveen en Hollands veen? &lt;br /&gt;
=== Juni 2005 === &lt;br /&gt;
#Hoe vergelijk je de geologie van Nederland met die van ons land om uit te leggen dat Nederland grote gasvelden heeft en België niet? &lt;br /&gt;
#Kan je iets gelijkaardigs doen om uit te leggen dat zowel de zuidelijke Noordzee als de meer Centrale Noordzee olievelden heeft en ons land niet? &lt;br /&gt;
#Hoe verklaar je de vorming van het Brabant Massief in een plaattektonisch kader? &lt;br /&gt;
#Wat gebeurde er in de stratigrafie van het Cenozoïcum met een eenheid zoals het &#039;Paniseliaan&#039; (die nu niet meer in de stratigrafische tabellen staat)? &lt;br /&gt;
#Wanneer ontstonden de grote lijnen van ons rivierenstelsel zoals we dat nu kennen? ( en da gaat blijkbaar over meer dan&#039;t quartair) &lt;br /&gt;
===Juni 2004=== &lt;br /&gt;
#Op de citadel te Namen konden we de Boven Carboon gesteenten observeren, dicht tegen de rand van het Brabant Massief. Er zijn ook meerdere profielen besproken doorheen de lagen van de citadel te Namen. Welke elementen kunnen ons informeren over de vroegere maximale begravingsdiepte van deze gesteenten? Welke was dat bedrag ongeveer? Wanneer werd het bereikt? Wanneer zijn deze gesteenten dan aan de oppervlakte gekomen zoals we ze nu zien? Argumenteer telkens Uw antwoorden. &lt;br /&gt;
#Maak een paleogeografische schets van hoe ons land er ongeveer moet uitgezien hebben bij het begin van het Siluur. Geef voor de verschillende elementen die je op de schets aanbrengt de argumentatie. Hoe kadert die schets in het grotere plaattektonische beeld van die tijd? Suggestie: maak 2 schetsen, een detail voor ons land, een globaler voor de plaattektonische situatie &lt;br /&gt;
#Welke zijn de belangrijke fasen in de geschiedenis van het breuksysteem van de westrand van de Roermand slenk dat het noordoosten van ons land doortrekt? Schets dus de historiek vanaf het ontstaan tot nu van de slenk &lt;br /&gt;
#Indien je de lagenopbouw uit het kustprofiel (Cenozoïcum, Mesozoïcum tot op de Caledonische sokkel)analyseert dan moet daaruit noodzakelijkerwijze tot herhaalde en differentiële vertikale bewegingen besloten worden. Kan je die vertikale tektonische historiek voor het Mesozoïcum en het Cenozoïcum reconstrueren (en argumenteren)? &lt;br /&gt;
=== Juni 2002 === &lt;br /&gt;
#Paleogeografische en paleotektonische situatie van Cambrium (alles wat ge maar kunt verzinnen) &lt;br /&gt;
#Paleotektonische betekenis van het porfier van Quenast &lt;br /&gt;
#Bespreek Carboon (min5/max10 N-S profielen), wederom alles wat ge daarover kunt verzinnen &lt;br /&gt;
#Geef de elkaar in de tijd opeenvolgende stappen (Sedimentatie/Begin Deformatie/Eind Deformatie/...) van het Stavelot Massief- Venster van Theux - Synclinorium van Verviers (is blijkbaar figuur overtekenen uit boek; deze met de doorgeschoven anticline?) &lt;br /&gt;
== Augustus == &lt;br /&gt;
=== Augustus 2005 === &lt;br /&gt;
#Roerdalslenk: schets de belangrijke evolutiestappen met als tip dat ge de voorlopers ni moogt vergeten (gaat ver terug) &lt;br /&gt;
#Paleogeografische context van Onder en Boven Carboon met elkaar vergelijken (met spreiding en faciessen). Hij houdt zeer veel van zelf getekende kaartjes! (al tekent ge ze stiekem over uit de cursus) &lt;br /&gt;
=== Augustus 2004 === &lt;br /&gt;
#Paleogeografischebetekenis van de conglomeraten van Burnot. &lt;br /&gt;
#Welke argumenten zijn er om op het einde van het Ordovicium een plooing van de Ardeense massieven te veronderstellen? &lt;br /&gt;
#Met de kennis van de Perm afzettingen in ons land en deze van onze buurlanden schets de paleogeografische situatie van ons land en onze buurlanden. &lt;br /&gt;
#Zijn in de geologische opbouw van ons land sporen terug te vinden van de cimmerische opheffingen. &lt;br /&gt;
#Kan je de belangrijkste Pliocene en Pleistocene geologische fenomenen of lagen in ons land opsommen en ze in een tijdskader en in hun paleogeografische context plaatsen?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>AstridDM</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Igneous_and_Metamorphic_Petrology&amp;diff=704</id>
		<title>Igneous and Metamorphic Petrology</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Igneous_and_Metamorphic_Petrology&amp;diff=704"/>
		<updated>2025-01-11T07:08:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;AstridDM: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;b&amp;gt;Professor:&amp;lt;/b&amp;gt; Olivier Namur&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Wat?&amp;lt;/b&amp;gt; Hoorcollege, practicum&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Studiepunten:&amp;lt;/b&amp;gt; 6&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Examenvorm:&amp;lt;/b&amp;gt; mondeling met schriftelijke voorbereiding en schriftelijk&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Examenperiode:&amp;lt;/b&amp;gt; januari&amp;lt;br&amp;gt; &amp;lt;b&amp;gt;Brossen of niet?&amp;lt;/b&amp;gt; Nee, de Olli is super schattig &amp;lt;3&amp;lt;br&amp;gt;&amp;lt;i&amp;gt;Sinds 2017-2018 wordt dit vak gegeven door Olivier Namur, een Waalse prof die in het Engels lesgeeft. Hij is nieuw sinds 2017 en vervangt Sarah Fowler. Hij heeft dus nog geen cursus, maar wel notities die hij bij elke les heeft gemaakt. Deze zijn vaak uitgebreid en er zit vaak ook extra achtergrond informatie die dat niet per se gekend moet zijn maar wel zeer handig is voor het studeren. Hij geeft intensief maar zeer goed les, je valt er zeker niet in slaap bij. Het practicum is wel pittig maar kan in het semester gedaan worden in overleg met de assistent, dus dat geeft meer tijd voor het theoretisch deel.&amp;lt;/i&amp;gt; &#039;&#039;Sinds 2017-2018 wordt het door Olivier Namur gegeven. De vragen bij de voorgaande jaren zijn dus niet representatief. Zijn engels is niet perfect dus er kunnen wat spellingsfouten of grammaticale fouten inzitten.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2025 ===&lt;br /&gt;
Vraag1:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the mechanisms that drive mantle melting and explain their significance in volume of melt produced.&lt;br /&gt;
* Explain the factors controlling mantle melting (T, P, water content).&lt;br /&gt;
* Show graphically how variable degrees of mantle melting have an influence on the melt and the residual mantle material.&lt;br /&gt;
* Give the tectonic environments where mantle melting occurs and explain them.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2&lt;br /&gt;
* Explain nucleation and growth. How do surface and volume free energy influence this.&lt;br /&gt;
* Use cooling rate and degree of undercooling to explain the shape and textures of minerals in igneous rocks and provide examples.&lt;br /&gt;
* Using this theory, explain the texture of basalt which cools rapidly at the surface and granite which cool slowly at depth.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 3&lt;br /&gt;
* Define metamorphism, explain the key factors: T, P, fluids, time. Use well known sequences to give an example of the effect of the factors.&lt;br /&gt;
* What is metamorphic grade and how can this be used to know the P/T conditions at which it was formed?&lt;br /&gt;
* How can the texture be used to know the tectonic history of metamorphic rocks? For example, explain the formation of foliation.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 4&lt;br /&gt;
* Using following mineral mode data obtained by point counting, name the following rocks. (Geen classificatiediagrammen gegeven!!) &lt;br /&gt;
** 40% clinopyroxene + 5% olivine + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;60&amp;lt;/small&amp;gt;) &lt;br /&gt;
** 20% orthopyroxene + 10% clinopyroxene + 14% K-feldspar + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;40&amp;lt;/small&amp;gt;) + 1% quartz &lt;br /&gt;
** 66% Nepheline + 2% K-feldspar + 2% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;50&amp;lt;/small&amp;gt;) + 30% fine grained matrix (dus hiervan wist je dat het volcanic was want matrix)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2024 ===&lt;br /&gt;
Tien juist/fout vragen, exact dezelfde als 2018.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Magmatisch deel&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 1:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Define equilibrium and fractional crystallisation. &lt;br /&gt;
* Draw schematic diagrams to explain how melt evolves chemically during fractional crystallisation. Show the effect of changing mineral assemblage including solid solutions.&lt;br /&gt;
* explain the main processes leading to fractional crystallisation.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vraag 2:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* What are the main volatiles in magma? What type of magma are they more abundant in?&lt;br /&gt;
* Define volatile solubility and the parameters controlling volatile solubility.&lt;br /&gt;
* How do volatiles enter the structure of the melt?&lt;br /&gt;
* Do volatiles play a role on the dynamics of magma eruptions and the physical properties of magma?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Metamorf deel&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vraag 3:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the barrovian metamorphic sequence and provide the list of index minerals. &lt;br /&gt;
* Explain schametically how they relate to each other in a P/T diagram by illustrating the maximum metamorphic conditions.&lt;br /&gt;
* what is the difference with the Buchan type metamorphism?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;nomenclatuur van magmatische gesteenten&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
vraag 4: 3 mineralen benoemen op basis van gegeven percentages. De classificatiediagrammen zijn niet gegeven, dus je moet het zonder kunnen. (Dezelfde mineralen als in 2018)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September 2023 ===&lt;br /&gt;
Zeer gelijkaardig aan het examen van 2018. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* 10 juist/fout vragen met uitleg geven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Hawaii: uitleggen wat er gebeurd, hoe het gevormd wordt, wat de vorm van de vulkanen zijn en de samenstelling van de magma en hoe deze veranderen in de tijd. &lt;br /&gt;
* De verschillende soorten basaltische vulkanen en lava flows en hun karakteristieken. De verschillende soorten erupties en hun explosiviteit.&lt;br /&gt;
* Oefening op percentages.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2023 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Beurt 1: 16/01  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the difference between CIPW norm and mineral mode. + Hoe werkt CIPW &lt;br /&gt;
* Verschil tussen equilibrium en fractional crystallization + uitleggen wat het is. Main processes van fractional crystallization.&lt;br /&gt;
* Wat is nucleation en wat is crystal growth. Wat is undercooling, wat is effect van undercooling op crystal growth. Wat is Gibbsfree energy surface en wat is gibbs free energy volume? Hoe verhouden deze zich tot elkaar?&lt;br /&gt;
* Wat is A&#039;KF en ACF, waarvoor dient dit? Hoe komen deze tot stand? &lt;br /&gt;
* Classificatie van 3 shtenen (percentage van mineralen gegeven en bij plagioclase staat tussenhaakjes (An60) bvb) (kpeis 2 plutonic en 1 volcanic, ma kwist da nie zo goe) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2022 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 17 januari  ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain the difference between CIPW norm and mineral mode&lt;br /&gt;
* Explain the different phases of magma. Illustrate and explain the structure of a silicate melt and the link between melt structure, polymerization and physical properties. What kind of volatiles do silicate melts have and explain the effect of these volatiles on the melt. &lt;br /&gt;
* Explain how magmas are produced. Differentiate on volatile content and volume. Explain the difference between primary, primitive and parental magma.&lt;br /&gt;
* Regional metamorfism ... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2020 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 21 januari ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Explain in detail the structure of a silicate melt. How are H2O and CO2 dissolved in the melt and how do they affect the overall properties of the melt? Use P/T diagrams in your explanation. &lt;br /&gt;
* Give the three factors that can cause melting in the mantle. Where do they occur on Earth? Support your answer with the correct P/T diagrams. &lt;br /&gt;
* Explain Barrovian metamorphism. Give the sequence in which the minerals appear. Support your answer with P/T diagrams and compare with the stability diagrams of the Al2SiO5 polymorphs. &lt;br /&gt;
* Rock classification (granite, anorthosite (via charnockite diagram) and latite). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari 2018 ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; ====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* True or False, bij een fout antwoord moet een correctie gegeven worden:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatism&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
** The average thickness of the oceanic crust is 20 km, this is two thirds of the average thickness of the continental crust. &lt;br /&gt;
** Carbonatites do not have the composition of pure calcite. (bestaan dus niet volledig uit calciet) &lt;br /&gt;
** Tholeiitic basalts are enriched in FeO compared to calc-alkaline magmas. &lt;br /&gt;
** Basaltic magma generally contains more water than granitic magmas. &lt;br /&gt;
** The lithosphere is this part of Earth interior that melts during mantle decompression. &lt;br /&gt;
** The dry peridotite solidus has a positive P/T slope, which means that lowering the pressure at a constant temperature would produce melting. &lt;br /&gt;
** During nucleation the surface area/volume ratio is low. &lt;br /&gt;
** The volcanic plume of a plinian eruption collapses on the flanks of the volcano. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Metamorphism&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
** Subduction zones have high T/P geotherms, this is why they show low pressure metamorphic rocks. &lt;br /&gt;
** It is possible for index minerals to be present in a zone of higher grade than its own. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Open questions, twee van de drie magmatische en een van de twee metamorphische mochten gekozen worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatism&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Draw a sketch of the P-T relationship in the mantle. Define the concepts of the solidus and liquidus. Explain the main mechanisms of mantle melting. &lt;br /&gt;
* Define equilibrium and fractional crystallization. Draw schematic diagrams to show how the melt evolved during fractional crystallization. Show the effect of changing the mineral assemblage. &lt;br /&gt;
* What are oceanic spreading ridges? What sort of magma forms at these ridges? Hoe does this magma form? Is the magma erupting there primary? What is specific about Iceland? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Metamorphism&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Define the concept of metamorphism. Explain prograde and retrograde metamorphism. Name the different types of metamorphism. &lt;br /&gt;
* Explain Barrovian metamorphic sequence. Why do we see a change in mineralogy along the outcrops? What is the difference with Buchan-type metamorphism? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Magmatic Rock nomenclature&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Using following mineral mode data obtained by point counting, name the following rocks. &lt;br /&gt;
** 40% clinopyroxene + 5% olivine + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;60&amp;lt;/small&amp;gt;) &lt;br /&gt;
** 20% orthopyroxene + 10% clinopyroxene + 14% K-feldspar + 55% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;40&amp;lt;/small&amp;gt;) + 1% quartz &lt;br /&gt;
** 66% Nepheline + 2% K-feldspar + 2% plagioclase (An&amp;lt;small&amp;gt;50&amp;lt;/small&amp;gt;) + 30% fine grained matrix&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Juni 2011 ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;Gesloten boek: #Ge krijgt het kaderke waar biotiet in voorkomt en er zijn 4 uithoeken met oa flogopiet =&amp;gt; geef de exchange equations (er waren ook Tschermak substitutions van boven naar onder) #een figuur van de aardkorst met een solidus lijn, horizontaal uitgezet volgens de temperatuur, verticaal volgens druk en diepte. onder de solidus komt van boven naar onder plagioclaas lehrzoliet, spinel lehrzoliet, granaat lehrzoliet. de vraag: leg deze schets van de aardkorst uit. (waarom is het zo daar) Open boek (letterlijk van het blad): #Bereken de theoretische densiteit van een pyroxeen-smelt met samenstelling Di(70%)Hed(30%) bij 1300°C, 1400°C en 1450°C #zie fig 7.30 (p7.48) van de cursusnota&#039;s (deze beslaagt een ganse pagina en zijn opeenvolgende driehoekjes van het AFM-diagram volgens stijgende temperatuur. Schrijf de stoichiometrische reactievergelijking voor de verandering die optreedt in het AFM diagram tussen 660°C en 680°C. #Tijdens de excursie in de Harz regio werd de type-ontsluiting van &#039;Harzburgiet&#039; bezocht. Op welke wijze werden deze gesteenten gevormd en wat is hun petrogenetische relatie met de nabijgelegen gabbronoriet intrusie van Bad Harzburg? &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek #Geef een beschrijving in maximaal 15 regels van de mantel van de aarde. Figuur van olivijn, ringwoodiet,perovskiet,... gegeven. welke verandering in de diepte is belangrijk? (compactie!) #Waarom hangt de viscositeit van silicaatsmelt af van de chemische samenstelling? Open boek #Een gesteente gegeven en er wt% uit berekenen (einde van H1) #Je krijgt gegevens van een chemisch onderzoek. Hieruit moet je ASI 1 en ASI 2 berekenen en dan ook ACF berekenen. (vergeet niet in wt% te zetten) Excursievraag: #Waarom bestaat het gesteente in LeyendeckerMaar uit Devoon gesteente materiaal? #Waarom zijn er verschillende legen met verschillende korrelgroottes te vinden? #Peridotiet is ultramafisch, wan waar afkomstig? ===Juni 2010=== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Gegeven: Fasendiagram van een pseudoternair systeem met 4 punten Gevraagd: #*alkemadelijnen #*de eindsamenstelling van de 4 puntende #*weg die twee van die punten afleggen (ze lagen allebei in een andere alkemadedriehoek en het systeem had een reactiepunt) #Gegeven: TAS-classificatie systeem gevraagd: duid aan waar continentale riftzones, mid-oceanische ruggen, subductie van oceanische plaat onder oceanische plaat en subductie van oceanische plaat onder continentale plaat in dit systeem moeten liggen. (staat allemaal in hfst 4) Open boek: #Geef de verhouding van bindende op niet bindende zuurstofatomen in Si&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;13&amp;lt;/sub&amp;gt; #Gegeven: de chemische samenstelling van een gesteente en de atoommassa&#039;s gevraagd: - Hoe zou je kunnen bepalen wat dit gesteente in het begin geweest zou zijn (ofzoiets..) - is het gesteente subalkalisch of alkalisch (berekenen met ASI) - zet het gesteente uit in een ACF diagram (formules die je moet gebruiken zijn gegeven, iets ander dan in de cursus) - Het gesteente ondergaat metamorfose en behoort tot de barrovian serie. kijkend naar een PT-diagram: welke metamorfe facies zullen achtereenvolgens gevormd worden bij deze serie. en wat is de samenstelling als er eclogiet en granuliet gevormd wordt. #Die weet ik niet goed meer want die kon ik niet maar deze was anders voor mij vermits ik niet op internationale excursie geweest ben. Degene die wel zijn geweest kregen gewoon een excursie vraag. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Ook fasendiagram met vanalles op aanduiden. #Waarom zullen rhyolietische lava&#039;s geen lava stromen vormen. Open boek: #Gesteente samenstelling gekregen en uitzetten in streckeisen. Vergeet niet te normaliseren! #Zo verschillende diagramma&#039;s gegeven in een PT diagram (zie hfst metamorfe), uitleggen wat er gebeurt voor 2 samenstellingen, reacties uitschrijven en uitbalanceren. #Over excursie: uitleggen waarom vooral devoon teruggevonden in Leyendecker groeve, waarom in verschillende lagen, waarom zo goed gesorteerd. Plaats de Laachersee in tijd, ruimte en geologische context. Practicum&amp;lt;br&amp;gt; #3 gesteenten met slijpplaatjes en doen zoals in practicum. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt; Gesloten boek: #Je krijgt het diagram met de mineraalverschuivingen in de mantel. Waarom is die figuur belangrijk? Aan de hand van overgangen olivijn --&amp;gt; waydlesiet, ringwoodiet --&amp;gt; perovskiet uitleggen waarom seismische snelheid versnelt op 410 en 660 km dus. #Uitleggen hoe perhieten en anti-perthieten zich vormen bij alkaliveldspaten (fasediagram tekenen met solvus en exsolutie) en uitleggen wat het verschil is met twinning overgroeiing. Open boek: #Gesteentesamenstelling van plutonische gesteente gekregen en uitzetten in streckeisen. Normaliseren! #Teveel om helemaal uit te schrijven. Draaide erom dat je grid kreeg met bodemmonsters en welke metamorfe mineralen per bodemmonster er voor kwamen. Die bodemmonsters moest je dan juist aanduiden op een ALS diagram met 2 fasegrenzen afhankelijk van de mineralogie. Dan ook nog bepalen wat de maximale P en T van het metamorfisme was + afmetingen van bodemmonstergrid schatten aan de hand van ganse drukbereik. #Excursie: uitleggen hoe de harzburgiet zich vormt en wat de relatie is met Bad Harzburg. ===Juni 2009=== #Mineralensamenstelling gegeven van plutonisch gesteente. zeggen welk gesteente het is. #wt% van vulkanisch gesteente. zeggen welk gesteente en of het peralkalisch, alumineus, per-alumineus is. #Zeg hoe je een mineraal (formule is gegeven) in het ACF diagram kunt zeten. #Excursievraag over buchiet (Blaue Kuppe) pt diagram om een grafiek met mineraal fazen zetten. en proximale T en P geven #Alkemadelijnen aanduiden, pijltjes zetten op de fasengrenzen, reactiepunt en eutecticum bepalen en 3 samenstelling op de grafiek zijn aangeduid, waarbij je dan de afkoelingsgeschiedenis moet geven. ===Juni 2008=== &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; #Modale samenstelling van een gesteente (38% qz, 7% biotiet, 4% mica, 20% sanidien, 26% orthoklaas ofzo) Wat is de naam van dit gesteente? #Een kalksteen met cherthoudende fragmenten wordt geïntrudeerd door een basaltisch magma. Er wordt een wollastonietring gevormd rond de nodules. Bij nog hogere temp wordt er Tillyniet gevormd (of zo). Ca3[Si2O7].2CaCO3 Welke reacties treden op? Welke mineraalassemblages worden gevormd bij evenwichtskristallisatie, geef deze weer in een p-T diagram het faciesdiagram is hier met SiO2, CaO en CO2 !!! Dus niet CO2 als overmaat #fig 4.16 uit de cursus, geef de alkemadelijnen weer (op mondeling: wat is een alkemadelijn). 2 uitkristalliseringstrajecten uitschrijven. 4 samenstellingen, in welke evenwichtspunt komen die uit? #een doorsnede van vulkanische afzettingen: geef de eruptiegeschiedenis. &amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; #tabelleke met mineraalinhoud van enkele slijpplaatjes, moest ge op een curve aanduiden waar die lagen en hoe groot het gebied ongeveer was. #Wt % uitrekkenen van 2 mineralen (jaja anal geo returns ) #Waarom vloeit een rhyolietisch magma zo moeilijk #Excursievraag: gabbro norietgroeve in harzburg. Waarvan onderscheid een gabbro noriet zich van een gewone gabbro? Hoe verklaar je het vroege voorkomen van hoornfels en flogopiet Waarom kristalliseert OPX eerder uit dan CPX, leg uit adhv figuur in cursus. ===Juni 2007=== #Voor het spoorelement Chroom de bulkcoëfficiënt D berekenen. Partitiecoëfficiënten gegeven voor olivijn, clinopyroxeen en plagioklaas. (zie het hoofdstuk over spoorelementen, een gelijkaardige oefening) #Gegeven een tabel met wt% en CIPW die al uitgerekend is. Toon op verschillende manieren aan dat dit gesteenten tholeïtisch is. #Gegeven fasendiagram. Welke mineraalassemblages zouden voorkomen indien er clinopyroxeen, pyroop en anorthiet?? voorkwamen. Had in ieder geval te maken met die driekhoeken van de verschillende facies. Ging van granuliet naar een facies hoger... #Een gesteenten met wt% dat muscovietrijk was, waarvan gevraagd werd welke mineraalassemblage het zou hebben indien het in een granulietfacies voorkwam. (denk ik)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>AstridDM</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=470</id>
		<title>Inleiding in de ecologie en evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=470"/>
		<updated>2024-01-26T08:46:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;AstridDM: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Luc De Meester|data3=Hoorcollege, discussiesessie, eigen excursie|data4=Schriftelijk|data6=3|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label 4=Examenvorm|label 6=Studiepunten|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=?e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0L65AN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze cursus wordt door een pater van Bios gegeven, dus lijkt daardoor heel sympathiek. Maar hij verbetert wel streng. Ook houd ie ervan om &#039;in mijnen tijd&#039; verhaaltjes te vertellen, zeker dat ie op minstens 30 excursies ging per jaar. Daar moet je zelf ook een van regelen, dus houd daarmee rekening mee. Voor de rest stelt de cursus echt niet veel voor, tis een inleiding tot het vak &#039;Ecologie&#039; in het, voor ons, derde jaar. De prof houdt er ook van om veel interactie met de aula te hebben. Gelukkig zit je met alleen maar 1ste jaar biologen en soms ook wat verdwaalde archeologen. Dus je hoeft bijna nooit om zijn vragen te antwoorden. Ook zet hij bijna niks op toledo. Er moet dus altijd een persoon in de les zitten om de info die hij geeft, van wat wegvalt en wat niet, op te schrijven. &amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegenwoordig worden de lessen gegeven door Prof. Steven Declerck. Hij zet alle powerpoints online, samen met video&#039;s waarin hij de belangrijkste dingen nog eens uitlegt.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de 4 bewijzen voor evolutie en leg kort uit. (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe seksuele reproductie parasieten kan tegenhouden. (2 ptn)&lt;br /&gt;
# Geef de definitie van het compensatiepunt. (1ptn)&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe &#039;top-down&#039; en &#039;bottom-up&#039; controle kan worden bepaald door het aantal trofische niveaus. (4 ptn)&lt;br /&gt;
# Leg volgende formule uit: dN1/dt = ... (die van Lotka Volterra). Leg de verschillende symbolen uit. Wat kan hier uit worden afgeleid? Toon aan met een grafiek en leg uit. (5 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn) &lt;br /&gt;
#Geef de predatorvoedselketen weer aan de hand van een illustratie en leg uit. Leg meer uit over verlies in deze keten en 2 gevolgen hiervan. (4ptn) &lt;br /&gt;
#Predatie heeft niet altijd negatieve gevolgen in het predatie prooi model voor de prooipopulatie, leg uit. (1,5ptn) &lt;br /&gt;
#Wat zijn de verschillen tussen holoparasieten en hemiparasieten? Geef van elk een voorbeeld (1,5ptn) &lt;br /&gt;
#Juist of onjuist (4ptn) &lt;br /&gt;
## Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
## Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
## De draagkracht is de maximale rekrutering&lt;br /&gt;
## Het exponentieel model werd gecorrigeerd in het logistisch model door de term (N-K)/K&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. &lt;br /&gt;
#Leg uit hoe en waarom de biodiversiteit op een eiland verschilt met die van het nabije vaste land. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de voor- en nadelen van experimenteel onderzoek t.o.v. observaties in het veld. &lt;br /&gt;
#Geef de definitie van het compensatiepunt en hoe verschilt dit bij zonne- en schaduwplanten. &lt;br /&gt;
#Juist of fout? Indien het fout is, leg ook kort uit waarom. &lt;br /&gt;
## Organismen streven in evolutie naar een verbetering van hun bouwplan.&lt;br /&gt;
## Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
## Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
#10 meerkeuzevragen (4 stellingen waarvan je er een moest aanduiden) &lt;br /&gt;
## Ecologische Niche&lt;br /&gt;
## Verband productie en productiviteit&lt;br /&gt;
## Gastheer-Parasiet interacties&lt;br /&gt;
## Compensatie punt&lt;br /&gt;
## C:N verhouding&lt;br /&gt;
## Evolutie mechanismen&lt;br /&gt;
## Voedselketens en voedselwebben&lt;br /&gt;
## Ramets en genets&lt;br /&gt;
## Interferentiecompetitie&lt;br /&gt;
## Predator-geïnduceerde verdedigingsmechanismen&lt;br /&gt;
#Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
#Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap wat het belang ervan was &lt;br /&gt;
#Wat is netto rekrutering, illustreer (dus met grafiek), en het verband met duurzame oogsten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (ramets en genets, ultieme/proximale verklaringen, evolutie, interspecifieke concurrentie...) &lt;br /&gt;
# De netto-rekrutering in verband brengen met over-exploitatie, zeggen hoe je ze samen kan gebruiken en situeren aan de hand van een grafiekje &lt;br /&gt;
# Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
# Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap waarom deze zo belangrijk is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen over o.a.: ramets en genets, trofische niveau&#039;s, evolutie, C/N ratio, proximale/ultieme verklaringen,... &lt;br /&gt;
# Evolutie door natuurlijke selectie &lt;br /&gt;
# Wat zijn ruilfuncties, wat is het belang voor de ecologie en evolutie, geef twee voorbeelden van ruilfunctie bij planten en bij dieren &lt;br /&gt;
# netto-recrutering: situeer a.h.v. tekening &lt;br /&gt;
# interspecifieke competitie: situeer + leid Lotka-Volterramodel af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
# Stellingen, juist of fout en uitleg geven wanneer fout &lt;br /&gt;
# Het bepalen van de fundamentele niche van een soort is niet mogelijk tenzij men beschikt over een volledige data-set van het voorkomen van de soort in de wereld, uiteraard mét gegevens over de condities en bronnen waarvan men de niche-assen wil kwantificeren. &lt;br /&gt;
# Omwille van de ongunstige C/N verhouding hebben herbivoren nood aan sterkere mutualistische interacties met microbiële organismen in hun spijsverteringsstelsel dan carnivoren. &lt;br /&gt;
# Bij predator geïnduceerde verdedigingsmechanismen geldt dat de proximale verklaring verband houdt met de indirecte reactie op een aanval van de predator (&amp;quot;vlucht&amp;quot;), terwijl de ultieme verklaring doelt op de detectie vanop afstand van de predator (&amp;quot;vermijden&amp;quot;). &lt;br /&gt;
# Is volgend fenomeen een vb van interferentiecompetitie? Eendekroost kan slechts 1 laagje bladeren op het wateroppervlak vormen omdat bladeren elkaar hinderen in het bekomen van voldoende licht. &lt;br /&gt;
# definities en korte vragen &lt;br /&gt;
## Eilanden zijn belangrijk voor de globale diversiteit. Verklaar. &lt;br /&gt;
## Draagkracht van de omgeving + figuur tekenen. &lt;br /&gt;
## Leid de logistische groeivergelijking (Lotka-Volterra model voor competitie) af.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>AstridDM</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=469</id>
		<title>Inleiding in de ecologie en evolutie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Inleiding_in_de_ecologie_en_evolutie&amp;diff=469"/>
		<updated>2024-01-26T08:46:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;AstridDM: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox|data2=Luc De Meester|data3=Hoorcollege, discussiesessie, eigen excursie|data4=Schriftelijk|data6=3|header1=Lessen en examens|header5=Achtergrond|headerstyle=background:lightgrey|label 4=Examenvorm|label 6=Studiepunten|label2=Docent|label3=Lesvorm|label4=Examenvorm|label6=Studiepunten|label7=Wanneer?|data7=?e bach, 1e sem|label8=ECTS|data8=[https://onderwijsaanbod.kuleuven.be/syllabi/n/G0L65AN.htm Link]|title=Vakinfo}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;i&amp;gt;Deze cursus wordt door een pater van Bios gegeven, dus lijkt daardoor heel sympathiek. Maar hij verbetert wel streng. Ook houd ie ervan om &#039;in mijnen tijd&#039; verhaaltjes te vertellen, zeker dat ie op minstens 30 excursies ging per jaar. Daar moet je zelf ook een van regelen, dus houd daarmee rekening mee. Voor de rest stelt de cursus echt niet veel voor, tis een inleiding tot het vak &#039;Ecologie&#039; in het, voor ons, derde jaar. De prof houdt er ook van om veel interactie met de aula te hebben. Gelukkig zit je met alleen maar 1ste jaar biologen en soms ook wat verdwaalde archeologen. Dus je hoeft bijna nooit om zijn vragen te antwoorden. Ook zet hij bijna niks op toledo. Er moet dus altijd een persoon in de les zitten om de info die hij geeft, van wat wegvalt en wat niet, op te schrijven. &amp;lt;/i&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tegenwoordig worden de lessen gegeven door Prof. Steven Declerck. Hij zet alle powerpoints online, samen met video&#039;s waarin hij de belangrijkste dingen nog eens uitlegt.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Geef de 4 bewijzen voor evolutie en leg kort uit. (6 ptn)&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe seksuele reproductie parasieten kan tegenhouden. (2 ptn)&lt;br /&gt;
# Geef de definitie van het compensatiepunt. (1ptn)&lt;br /&gt;
# Leg uit hoe &#039;top-down&#039; en &#039;bottom-up&#039; controle kan worden bepaald door het aantal trofische niveaus. (4 ptn)&lt;br /&gt;
# Leg volgende formule uit: dN1/dt = ... (die van Lotka Volterra). Leg de verschillende symbolen uit. Wat kan hier uit worden afgeleid? Toon aan met een grafiek en leg uit. (5 ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. (5ptn) &lt;br /&gt;
#Geef de predatorvoedselketen weer aan de hand van een illustratie en leg uit. Leg meer uit over verlies in deze keten en 2 gevolgen hiervan. (4ptn) &lt;br /&gt;
#Predatie heeft niet altijd negatieve gevolgen in het predatie prooi model voor de prooipopulatie, leg uit. (1,5ptn) &lt;br /&gt;
#Wat zijn de verschillen tussen holoparasieten en hemiparasieten? Geef van elk een voorbeeld (1,5ptn) &lt;br /&gt;
#Juist of onjuist (4ptn) &lt;br /&gt;
## Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
## Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
## De draagkracht is de maximale rekrutering&lt;br /&gt;
## Het exponentieel model werd gecorrigeerd in het logistisch model door de term (N-K)/K&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# Geef in 5 punten weer wat evolutie door natuurlijke selectie is. &lt;br /&gt;
#Leg uit hoe en waarom de biodiversiteit op een eiland verschilt met die van het nabije vaste land. &lt;br /&gt;
#Wat zijn de voor- en nadelen van experimenteel onderzoek t.o.v. observaties in het veld. &lt;br /&gt;
#Geef de definitie van het compensatiepunt en hoe verschilt dit bij zonne- en schaduwplanten. &lt;br /&gt;
#Juist of fout? Indien het fout is, leg ook kort uit waarom. &lt;br /&gt;
## Organismen streven in evolutie naar een verbetering van hun bouwplan.&lt;br /&gt;
## Lotka-Volterra model bepaalt de concurrentie-effecten van soort A op soort B uitsluitend a.d.h.v. de concurrentiecoëfficiënt van soort A op soort B.&lt;br /&gt;
## Tussen 2 soorten is de intracompetitie zwakker dan de intercompetitie. De soorten gaan stabiel coëxisteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
#10 meerkeuzevragen (4 stellingen waarvan je er een moest aanduiden) &lt;br /&gt;
## Ecologische Niche&lt;br /&gt;
## Verband productie en productiviteit&lt;br /&gt;
## Gastheer-Parasiet interacties&lt;br /&gt;
## Compensatie punt&lt;br /&gt;
## C:N verhouding&lt;br /&gt;
## Evolutie mechanismen&lt;br /&gt;
## Voedselketens en voedselwebben&lt;br /&gt;
## Ramets en genets&lt;br /&gt;
## Interferentiecompetitie&lt;br /&gt;
## Predator-geïnduceerde verdedigingsmechanismen&lt;br /&gt;
#Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
#Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap wat het belang ervan was &lt;br /&gt;
#Wat is netto rekrutering, illustreer (dus met grafiek), en het verband met duurzame oogsten &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen (ramets en genets, ultieme/proximale verklaringen, evolutie, interspecifieke concurrentie...) &lt;br /&gt;
# De netto-rekrutering in verband brengen met over-exploitatie, zeggen hoe je ze samen kan gebruiken en situeren aan de hand van een grafiekje &lt;br /&gt;
# Wat is een key-stone species? Geef 2 voorbeelden &lt;br /&gt;
# Geef 6 belangrijke stappen in het ontstaan van evolutie en geef duidelijk aan bij elke stap waarom deze zo belangrijk is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2013 ==&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
# 10 meerkeuzevragen over o.a.: ramets en genets, trofische niveau&#039;s, evolutie, C/N ratio, proximale/ultieme verklaringen,... &lt;br /&gt;
# Evolutie door natuurlijke selectie &lt;br /&gt;
# Wat zijn ruilfuncties, wat is het belang voor de ecologie en evolutie, geef twee voorbeelden van ruilfunctie bij planten en bij dieren &lt;br /&gt;
# netto-recrutering: situeer a.h.v. tekening &lt;br /&gt;
# interspecifieke competitie: situeer + leid Lotka-Volterramodel af&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2009 ==&lt;br /&gt;
=== Juni ===&lt;br /&gt;
# Stellingen, juist of fout en uitleg geven wanneer fout &lt;br /&gt;
# Het bepalen van de fundamentele niche van een soort is niet mogelijk tenzij men beschikt over een volledige data-set van het voorkomen van de soort in de wereld, uiteraard mét gegevens over de condities en bronnen waarvan men de niche-assen wil kwantificeren. &lt;br /&gt;
# Omwille van de ongunstige C/N verhouding hebben herbivoren nood aan sterkere mutualistische interacties met microbiële organismen in hun spijsverteringsstelsel dan carnivoren. &lt;br /&gt;
# Bij predator geïnduceerde verdedigingsmechanismen geldt dat de proximale verklaring verband houdt met de indirecte reactie op een aanval van de predator (&amp;quot;vlucht&amp;quot;), terwijl de ultieme verklaring doelt op de detectie vanop afstand van de predator (&amp;quot;vermijden&amp;quot;). &lt;br /&gt;
# Is volgend fenomeen een vb van interferentiecompetitie? Eendekroost kan slechts 1 laagje bladeren op het wateroppervlak vormen omdat bladeren elkaar hinderen in het bekomen van voldoende licht. &lt;br /&gt;
# definities en korte vragen &lt;br /&gt;
## Eilanden zijn belangrijk voor de globale diversiteit. Verklaar. &lt;br /&gt;
## Draagkracht van de omgeving + figuur tekenen. &lt;br /&gt;
## Leid de logistische groeivergelijking (Lotka-Volterra model voor competitie) af.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>AstridDM</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Milieuchemie&amp;diff=444</id>
		<title>Milieuchemie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wiki.atlasleuven.be/index.php?title=Milieuchemie&amp;diff=444"/>
		<updated>2024-01-20T08:07:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;AstridDM: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Infobox&lt;br /&gt;
 | title   = Vakinfo&lt;br /&gt;
 | headerstyle = background:lightgrey&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header1 = Lessen en examens&lt;br /&gt;
 |  label2 = Docent |   data2 = Mieke Verbeeck&lt;br /&gt;
 |  label3 = Lesvorm |   data3 = Hoorcollege en 5 oefenzittingen&lt;br /&gt;
 |  label4 = Examenvorm |   data4 = Mondeling&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 | header5 = Achtergrond&lt;br /&gt;
 |  label6 = Studiepunten |   data6 = 4&lt;br /&gt;
 |  label7 = Wanneer? |   data7 = 2e bach, 1e sem&lt;br /&gt;
 |  label8 = Brossen? |   data8 = Op eigen risico&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Als je je diploma niet haalt, is het hierdoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2024 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
19 januari - namiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat zal er gebeuren met de oplosbaarheid van O2 in water met een alsmaar stijgende ionische sterkte? &lt;br /&gt;
# Waarom zorgt nitraatuitspoeling voor verzuring?&lt;br /&gt;
# Je hebt een geothiet (FeOOH) van 0,001M. De pH(PZC) is 6,5. Bespreek wat er gebeurt met pH(PZC) (i) na toevoeging van KCL tot 0,1M en (ii) na toevoeging van KHPO4 tot concentratie HPO4- 0,001M is&lt;br /&gt;
# Oefening over Fe uitspoeling door cheluviatie (reacties en K-waarden gegeven)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
18 januari - voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Natte rijstteelt en de uitstoot van CH4, NH3 en NO2&lt;br /&gt;
# Hoe gedraagt O2 zich als de ionische sterkte toeneemt&lt;br /&gt;
# Waarom uitwisselbare neutrale kationen een goede indicator zijn voor de buffercapaciteit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
18 januari - namiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Waarom stijgt de mobilisatie van Fe3+ en Al3+ bij stijgende organische stof concentratie &lt;br /&gt;
# Waarom is N het meest limitterend element &lt;br /&gt;
# Die vraag in het Toledo examen over waarom kwarts verwaarloosbaar was bij sorptie in vergelijking met goethiet echt gwn die vraag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
19 januari - voormiddag&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Wat is het weekend effect&lt;br /&gt;
# Waarom neemt de concentratie van Ca2+ toe bij een hogere respiratiesnelheid?&lt;br /&gt;
# Ksp van calciet en van kwarts, waarom lost calciet toch meer op bij de verwering van kwarts&lt;br /&gt;
# Oefening met fosfaat en arsenaat waarbij je de concentratie in oplossing moest bepalen in twee situaties: aeroob en anaeroob. KD en totale concentraties waren gegeven, bij de tweede situatie was er een halfreactie gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2023 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
TTT 9 november 2023&lt;br /&gt;
*Herschrijf onderstaande oplossingsreactie van ferrihydriet in termen van verbruik van H+ ionen in plaats van productie van OH- ionen en herbereken de Ksp (Ksp = 10^-37  Fe(OH)3 &amp;lt;--&amp;gt; Fe3+ + 3OH-&lt;br /&gt;
*Wat is de Fe3+ concentratie in evenwicht met dit ferrihydriet in een oplossing van 0.1 mM HCl? Je mag activiteitscorrecties verwaarlozen.&lt;br /&gt;
*In een anaerobe omgeving zal dit ferrihydriet reductief oplossen. Hoeveel gram DOC (in g C) is er nodig om 1g Fe(OH)3 reductief op te lossen tot Fe2+ tijdens de anaerobe respiratie van dit DOC tot CO2 door Fe-reducerende bacteriën? Neem voor het DOC de algemene formule CH2O aan (Fe = 56g/mol, O = 16g/mol, H = 1g/mol en C = 12g/mol)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari === &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Onder welke bodemomstandigheden kan Fe-toxiciteit (teveel Fe2+) voorkomen bij planten? &lt;br /&gt;
*Leg uit aan de hand van de structuur (ook een schets geven) waarom bij bladsilicaten het soortelijk oppervlak stijgt volgens muscoviet-&amp;gt;illiet-&amp;gt;montmorilliet. &lt;br /&gt;
*Wat zijn de sleutelreacties die ervoor zorgen dat de pH in de oceaan ongeveer gelijk is aan 8,5 en wat gebeurt er in de nabije toekomst (wanneer de PCO2 stijgt en de temperatuur stijgt door de klimaatopwarming)? &lt;br /&gt;
*Verweringsreactie van anorthiet-&amp;gt;kaoliniet gegeven met Ksp= 3.10^15. &lt;br /&gt;
**Wat is de pH bij evenwicht. &lt;br /&gt;
**Bij een bodem van 0.2m diep (1ha) dichtheid van 1.3 kg/dm^3 en 5% anorthiet. De begin pH is 7,5. De jaarlijkse uitspoeling van bicarbonaten en nitraten is respectievelijk 4 en 2 kmol H+/ha/jaar. Hoe lang duurt het om de volledige bodem te verweren? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
*Geef racties die er op duiden dat de pH in het zeewater 8,5 is. Hoe zal de pH van zeewater in de toekomst evolueren? &lt;br /&gt;
*Hoe wordt de beschikbaarheid van N en P beïnvloed door de ouderdom van de bodem?&lt;br /&gt;
*Vraag over toxiciteit van Fe &lt;br /&gt;
*Lange oefening dus ik ben niet 100% zeker dat alle elementen vermeld zijn: in zeewater in een kernreactor in Fukushima (NaCl = 0,5M , pH = 8,5 ) is Cs+ ontdekt. Dit willen ze er uit halen met een uitwisselaar. Deze uitwisselaar heeft een hoge CEC waarde (100) maar heeft een lage Kc(Cs-Na) van 10. Hoeveel kg van de uitwisselaar moet er toegevoegd worden per m³ zodat de concentratie van Cs vereenvoudigd wordt met een honderdste?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Bereken het ladingstekort van het volgende kleimineraal ……. en bepaal hiermee de uitwisselbaarheid in mol per eenheid van Mg²+. Is het een tri- of dioctaedrisch kleimineraal en heeft het een 1:1 of 2:1 structuur?&lt;br /&gt;
*Wat gebeurt er met de oplosbaarheid en de pH als er KCl wordt toegevoegd aan Ca(H2PO)2? Maak een afleiding waarbij enkel de numerieke waarden overblijven op het einde.&lt;br /&gt;
*Wat zijn de belangrijkste factoren van verzurende depositie in Vlaanderen?&lt;br /&gt;
*Het risico op denitrificatie en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten, namelijk bij 25°C en 10°C. Het meer is 1 meter diep en bevat opgeloste organische stof (kortweg CH2O) met initiële concentratie van 20 mg C per liter. De microbiële afbraak van de organische stof is constant in de tijd (tot uitputting) en is 1 mg C / l / dag bij 25°C en 2x trager bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met O2 (8,5 mg O2 per liter bij 25°C , ∆Hr0 = -15,3 kJ/ mol/K voor het oplossen van O2) en bevat 1 mmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe(III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle zuurstof en nitraat zijn uitgeput. Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen, uitgedrukt als totaal N2O/ liter water.&lt;br /&gt;
*Atoomgewicht: C=12, O=16, N=14&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 4 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Waarom is de pH in zeewater 8,5 en hoe gaat de pH veranderen in de toekomst? (toekomst: meer CO2 en temperatuursstijging) &lt;br /&gt;
*Onder welke condities zal er Fe2+ kunnen bestaan dat toxisch is voor planten?&lt;br /&gt;
*Door de structuur te bekijken (structuur moet je dus ook tekenen) van muscoviet, illliet en montmorilloniet: hoe zal het soortelijk oppervlak doorheen die mineralen veranderen en waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 5 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Geef het verband tussen CO2 en pH a) voor carbonaatrijk water bij pH=8 en b) waar calciet verzadigd is&lt;br /&gt;
*Waarom is denitrificatie bij ons in het najaar belangrijker dan in het voorjaar?&lt;br /&gt;
*Stijgt de pCO2 met de temperatuur? Waarom wel/niet?&lt;br /&gt;
*Oefening: bij welk vochtgehalte kan PO4^3- neerslaan? (zoals oefening 4 van oefenzitting &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*Grondwater bevat soms hoge concentraties opgelost Fe. Wanneer dat water wordt opgepompt of in een rivier terecht komt, slaat dat Fe neer. Verklaar onder welke voorwaarden er veel Fe is in het grondwater en geef reacties, inbegrepen de reacties van het neerslaan aan het oppervlak of in de rivieren.&lt;br /&gt;
*Wat is het GWP van een broeikasgas, wat is de dimensie ervan en wat bepaalt de waarde? Geef de benaderende waarde van de GWP van de drie belangrijkste broeikasgassen.&lt;br /&gt;
*Hoe varieert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 met stijgende ionische sterkte (vb. toenemende concentratie NaCl) en hoe varieert de pH daarbij? Analyseer kwantitatief de trends (stijgen/dalen/gelijk), geen numerieke waarden van oplosbaarheid en pH maar, als achtergrondinformatie de pKa&#039;s van H3PO4 zijn 2,1, 7,2 en 12,3 voor resp. eerste, tweede en derde dissociaties.&lt;br /&gt;
*Een zoetwatermeer van 1ha en 3m diep bevat teveel fosfaten (0,013mmol PO4/L). Om algenbloei tegen te gaan, gaat men het meer saneren met de &amp;quot;theezak&amp;quot; technologie waarbij zakken met Fe(III) houdend adsorbens inn het meer worden gehangen aan een boei. Het fosfaat kan binden op het adsorbens (mineralogie: Fe(OH)3), na verloop van tijd worden de zakken opgetrokken en verwijderd. Bereken hoeveel kg adsorbens in dat meer moet worden gehangen om de fosfaten te verlagen tot onder de eutrofiëringsgrens van 0,003mmol PO4/L. Het Fe(OH)3 heeft een capaciteit om fosfaten te binden van 4mol/kg en de sorptieconstante Ks die gelijk is aan 25000 L/mol. De sorptie van fosfaten wordt deels gehinderd door de hoge concentratie HCO3- in het water (2mmol/L) die constant wordt gehouden door de hoge respiratie in het water en de licht alkalische pH = 8,0pH. De sorptieconstante van HCO3- op het adsorbens is echter veel kleiner en is 2,5L/mol. Alle anionen binden mono-dentaat, dus elke component bevat 1 mol sites per mol geadsorbeerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2022 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== November ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
TTT 18 november 2022&lt;br /&gt;
*NH4+ wordt naar NO3- omgezet met organisch materiaal (nitrificatiereactie gegeven). Vul aan met de juiste coëfficiënten&lt;br /&gt;
*Water heeft een concentratie stikstof van 7 mg N/L. Hoeveel mmol H+/L aan verzuring geeft de nitrificatiereactie dan? Tip: AG(N) = 14g/mol&lt;br /&gt;
*In ditzelfde water met initiële pH van 7,2 komt fosfor met concentratie 6mmol/L. Fosforzuur, H3PO4, heeft drie pKa-waarden: pKa1 = 2,1, pKa2 = 7,2, pKa3 = 12,3. Wat is de pH van dit water na de nitrificatiereactie en de reacties van het fosforzuur?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Leg uit hoe stikstofbemesting verzuring veroorzaakt. (hij bedoelde NO3-, niet ammoniakbemesting)&lt;br /&gt;
*Wat is de verblijftijd van koolstof in de biosfeer? Leg uit hoe dit verschilt volgens verschillende organismen.&lt;br /&gt;
*Leg uit waarom de CEC in 2:1 mineralen groter wordt volgens muscoviet &amp;lt;&amp;lt; illiet &amp;lt; montmirilloniet&lt;br /&gt;
*Oefening: Hoog water in de DIjle. Geef de fractie opgeloste P tov totale P en de fractie opgeloste K tov totale K bij een concentratie zwevende stof 0,5g/l met een CEC van 20cmolc/kg en waarvan 20mM/kg Fe(OH)3 is, waar fosfor op kan binden met een Ks van 20000L/mol. Er is een concentratie van 1mM Ca2+, die in competitie gaat met K+ volgens Kc(Ca-K) = 0,1 M.  Neem aan dat de concentraties gesorbeerde K en P relatief tot de totale sorptiecapaciteit te verwaarlozen zijn.&lt;br /&gt;
*De ontgassing van NH3 en CH4 bij de teelt van natte rijst is belangrijk. Waarom is dat? Geef ook de voornaamste reactievergelijkingen. (4 pnt) &lt;br /&gt;
*Anortiet verweert in de bodem tot kaoliniet (reactievergelijking gegeven). Wat is de pH van deze reactie? (2 pnt) De pH van de bodem is gemiddeld tussen de 4 en de 7. Wat betekent dat voor deze reactie? (1 pnt) &lt;br /&gt;
*Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van ozon? (3 pnt) &lt;br /&gt;
Oefening: Je bent een klein en nieuw bedrijf en je wil de bodem terug zuiveren van PFOS. &lt;br /&gt;
*a. Wat is de PFOS Kd als je 90% van de aanwezige PFOS verwijderd hebt en je maximaal 10 g absorbens per 1m3 water wil gebruiken? &lt;br /&gt;
*b. Nu wil je de PFOS uit de bodem halen. (Ik weet de vraag niet meer helemaal)  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Gasvormige verliezen van NH3 (nutriëntenverlies!) en van CH4 (broeikasgas!) zijn belangrijk bij de teelt van natte rijst. Waarom is dat? Geef de relevante reacties, verklaar ook onder welke voorwaarden het NH3 gevormd wordt en niet het wateroplosbare NH4+ (4pt)&lt;br /&gt;
*De verwering van anorthiet (Ca-veldspaat) naar kaoliniet (Al2Si2O5(OH)4) wordt gegevens als&lt;br /&gt;
CaAl2Si2O8  + H2O + 2H+  &amp;lt;=&amp;gt; Ca2+   + Al2Si2O5(OH)4&lt;br /&gt;
De evenwichtsconstante van deze reactie is 3*10^15. Bereken de pH bij chemisch evenwicht van bovenstaande reactie (2pt). De pH van de meeste bodems 	ligt tussen pH 4 - 7, wat betekent dat voor bovenstaande reactie? (1pt)&lt;br /&gt;
*Onder welke voorwaarden wordt ozon gevormd in de troposfeer ? (3pt)&lt;br /&gt;
*Over PFOS gesproken... Een jong bedrijf wil een nieuwe techniek op de markt brengen om deze &#039;&#039;forever chemical&#039;&#039; te verwijderen uit bodem en grondwater met een nieuw, selectief adsorbens. Ze ontwerpt de technologie in 2 stappen, U rekent hen voor wat ze kunnen bereiken&lt;br /&gt;
**Grondwatersanering: Hoeveel moet de waarde van de PFOS Kd (in L/kg) van het adsorbens zijn om 90% verwijdering van PFOS te realiseren bij een gebruik van niet meer dan 10 g adsorbens per m³ opgepompt water (3pt)&lt;br /&gt;
**Bodemsanering: De bodem wordt gespoeld om de PFOS eruit te &amp;quot;wassen&amp;quot;, men wil max 1 m³ water gebruiken per ton bodem ( 1 ton bodem = 1000 kg droge stof); dat water wordt dan opgepompt en gesaneerd zoals in a). Het spoelwater bevat 1mmol (SO4)2-  per liter om het negatief geladen PFOS te desorberen. Het monovalente PFOS (0,1 µmol/kg ds) adsorbeert via anionuitwisseling op de AEC (0,1 cmolc  /kg ds; initieel enkel bezet met het divalente sulfaat en monovalente PFOS). De Kc (SO4 - PFOS) is gelijk aan 2. Let op: Dit is een heterovalente uitwisseling. Bereken het percentage van PFOS verwijderd met het gebruik van 1m³ spoelwater per ton droge bodem; daarbij aannemend dat deze bodemwassing plaatsvindt als een goed gemengde batch, dus geen continue doorspoeling in een bodemkolom. De structuur van PFOS werd ook gegeven. PFOS is een sulfonzuur, maar komt in de bodem enkel als sulfanaat aanwezig) (7pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
*Grondwater bevat soms hoge concentraties opgelost Fe. Wanneer dat water wordt opgepompt of in een rivier terecht komt, slaat dat Fe neer. Verklaar onder welke voorwaarden er veel Fe is in het grondwater en geef reacties, inbegrepen de reacties van het neerslaan aan het oppervlak of in de rivier. (4ptn)&lt;br /&gt;
*Wat is het GWP (global warming potential) van een broeikasgas, wat is de dimensie ervan en wat bepaalt de waarde? Geef de benaderende waarde van de GWP van de drie belangrijkste broeikasgassen. (3ptn)&lt;br /&gt;
*Hoe varieert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 met stijgende ionische sterkte (vb. toenemende concentratie NaCl)en hoe varieert de pH daarbij? Analyseer kwantitatief de trends (stijgen/dalen/gelijk), geen numerieke waarden van oplosbaarheid en pH maar, als achtergrondinformatie de pKa&#039;s van H3PO4 zijn 2.1,  7.2 en 12.3 voor resp. eerste, tweede en derde dissociatie. (5ptn)&lt;br /&gt;
*Een zoetwatermeer van 1ha en drie meter diep bevat teveel fosfaten (0.013 mmol PO4/L). Om algenbloei tegen te gaan, gaat men het meer saneren met de &amp;quot;theezak&amp;quot; technologie waarbij zakken met Fe(III) houdend adsorbens (mineralogie: Fe(OH)3), na verloop van tijd worden de zakken opgetrokken en verwijdert. Bereken hoeveel kg adsorbens in dat meer gehangen moeten worden om de fosfaten te verlagen tot onder de eutrofiëringsgrens van 0.003 mmmol PO4/L. Het Fe(OH)3 heeft een capaciteit om fosfaten te binden van 4 mol/kg en de sorptieconstante Ks is 25000 L/mol. De sorptie van fosfaten wordt deels gehinderd door de hoge concentratie HCO3- in het water (3 mmol/L) die consant wordt gehouden door de hoge respiratie in het water en de licht alkalische pH = 8 . De sorptieconstante van HCO3- op het adsorbens is echter veel kleiner en is 2,5 L/mol. Alle anionen binden mono-dentaat, dus elke component bezet 1 mol sites per mol geadsorbeerd. (8ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2021 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Augustus ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de kwantitatieve relatie tussen pH en CO2-druk in carbonaatrijke waters (waters met geen opgeloste kalk met pH = 8) en in een bodem verzadigd met calciet. Formuleer met symboolnotaties van de evenwichtsconstanten. #Wat zijn de voorwaarden voor belangrijke emissies van N2O uit de bodem. Wat kan met hier landbouwkundig tegen ondernemen om deze emissies te minimaliseren? Geef hierbij de relevante reacties. #Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van ozon in de troposfeer? #Bereken de concentratie Cu in de bodemoplossing. Gegevens: totale concentratie Cu = 0,001 mol Cu/kg droge bodem, pH = 8, 10g organische stof/kg droge bodem, sorptie enkel op organische stof, site capaciteit = 0,002 mol/g organische stof, sorptieconstanten van ionen op organische stof zijn 10^9 voor H+ en 10^8,5 voor Cu2+, 0,2 L water/kg droge bodem, Ka voor hydrolyse van Cu2+ = 10^-7. Het hydrolyseproduct adsorbeert niet op de bodem in tegenstelling tot Cu2+. (Hydrolysereatie: Cu2+ +H2O &amp;lt;-&amp;gt; Cu(OH)+ + H+) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.       Leg kwantitatief het verband uit tussen de pH en de CO2 druk voor (a) in carbonaat rijk water en voor (b) in een kalkrijke bodem. (6ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.       Wat zijn de voorwaarden voor de vorming van N2O uit de bodem? Wat doen ze landbouwkundig om dit tegen te gaan? Geef reacties. (4ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.       Wat zijn de voorwaarden van ozonvorming in de troposfeer? (2ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.       Oefening: bereken de concentratie Cu2+. Sorptie gegevens geven en bindingssites gegeven. Ph gegeven. Gravimetrisch vochtgehalte gegeven. Ka, Ks1 en Ks2 gegeven. (8ptn)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari 2021===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 1 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Wat zijn dioctaëdrische kleimineralen # Waarom stijft de pH wanneer de bodem verzadigd wordt met water? Geef ook de reacties # Wat zegt Liebig over de beschikbaarheid van de 14 nutriënten? # Oefening over uitstoot NH&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt; en welke fractie ervan moet weggehaald worden om de grenzen niet te overschrijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt; Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1.      Welke sleutelreacties bepalen dat de pH van zeewater rond de 8,5 is gebufferd en hoe zou deze pH evolueren in de nabije toekomst? (4pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2.      Waarom is verzurende depositie op de bodem in gebieden met intensieve veehouderij (NH3-emissie) ? (4pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3.      Wat is de relatie tussen het stadium van bodemverwering (Jong/oud) en beschikbaarheid van respectievelijk N en P? (2pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4.      Oefening: Verweringreactie van anorthiet naar kaoliniet is gegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
CaAl2Si2O8 + H2O = Ca^2+ + Al2Si2O5(OH)4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ksp= 3 * 10^15&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a.      Wat is de pH in evenwicht van bovenstaande reactie?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b.      Bereken de tijd (in jaren) nodig om een bodem(0-20cm) het anorthiet te laten verweren volgens bovenstaande reactie. Het oorspronkelijke bodemmateriaal bevat 10% (gewicht) anorthiet, heeft 1% organische stof, pH=7,5 en een dichtheid = 1,3 kg/dm3. De verwering wordt gedreven door spontane verzuring, afkomstig van respiratie en nitrificatie gevolgd door uitspoeling. De uitspoeling van bicarbonaten en nitraten naar diepere lagen zijn respectievelijk 2 kmol/ha/jaar en 2 kmol/ha/jaar. Molecuulgewicht van anorthiet is 278 g/mol. (10pt)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2020 == &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;23/01 namiddag&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Zeewater heeft een pH=8,5. Welke reacties bufferen deze pH? Hoe zal de pH in de toekomst evolueren? #Waarom zorgen landbouwemissies (NH3) voor verzurende depositie in de bodem? #Rangschik onderstaande mineralen volgens oplosbaarheid. Staan ze in de zelfde volgorde als je ze rangschikt volgens veerweerbaarheid? (Kwarts, calciet, anorthiet, NaCl, ferrihydriet, ...) #Bespreek de vorming van ozon in de atmosfeer. #Oefening over sorptie met competitie. Te veel fosfaat in een meer, hoeveel (kg) ferrihydriet nodig om fosfaat onder bepaalde grens te krijgen. Compeititie van HCO3-. (Zeer vergelijkbaar met oef 8 uit de dropbox) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* pH van zeewater berekenen. (Bijvraag was hoe dat het komt dat de pH rond dit getal zit: antwoord ging erover dat het carbonaat en de CO2 een buffer vormen ofzo)&lt;br /&gt;
* Waarom is er meer denitrificatie in het najaar dan in het voorjaar? (chemische formules geven)&lt;br /&gt;
* Weekend-effect van Ozon uitleggen. (Als bijvraag vroeg hij en ik quote: &amp;quot;En leg dat nu eens op een niet-chemische manier uit...&amp;quot;)&lt;br /&gt;
* Volgorde van oplosbaarheid van mineralen en gesteenten bepalen. Uitleggen hoe dit komt.&lt;br /&gt;
* Theezakjesmethode in een meer. Sorptie etc. berekenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2019 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 voormiddag (reeks 9)&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar waarom denitrificatie in onze streken belangrijker is in het najaar dan in het voorjaar. #Kalk heeft een pKsp van 8,5 en kwarts een pKsp van 4,0. Toch zal kalk bij bodemgenese sneller oplossen dan kwarts. Verklaar dit verschil. #Verklaar aan de hand van de structuur van gibbsiet (Al(OH)3) de variabele lading en het verschil in ladingsdichtheid (C/m²). Van welke omgevingsfactoren is de ladingsdichtheid afhankelijk? #Wat zegt de wet van het minimum van Liebig? Leg uit en toon aan dat dit principe niet altijd opgaat, bijvoorbeeld bij Mg en K, door hun reacties in de bodem te beschouwen. #Oefening: 100mmol/kg Fe(OH)3, 10mmol/kg fosfaat, 20% verzadiging van water. 10% van de OH-groepen aan het oppervlak, dus een sitecapaciteit van 3*100*0,1 mmol/kg = 30 mmol/kg. Fosfaat sorbeert aan Fe(OH)3 met een Ks = 40000 L/mol. Hoe veel fosfaat is er dan in de bodemoplossing? Het watergehalte neemt vervolgens toe naar 40% en Fe(OH)3 zal gereduceerd worden. O2, nitraat en Mn concentraties verwaarloosbaar klein. Respiratie gebeurt met een snelheid van 2mgC/kg/dag. Hoe veel fosfaat is er na 30 dagen in de bodemoplossing &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Examen 1&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Emissies van ammoniak uit stallen veroorzaakt op lange termijn een PH stijging van de bodem in de omgeving van het landbouwbedrijf. Waar of niet waar? Waarom?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Geef kwantitatief de relatie tussen PH en de CO2 druk in:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a)  	Carbonaatrijke waters, m.a.w. waters rond PH8 waarin geen opgeloste kalk zit&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b)  	Een bodem die met calciet verzadigd is&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. In bodems, sedimenten en water is er steeds een verdeling van een element tussen de vaste fase met een gegeven Kd (l/kg), hoe hangt dan de fractie opgeloste elementen af van de Kd en de vloeistof-vast verhouding. Het laatste uitgedrukt al het volume per massa vaste stof (l/kg). De fractie duidt wel degelijk op de hoeveelheid van het element (in mol) in de waterige fase t.o.v. het geheel (vast+vloeibaar (in mol))&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Wat is de relatie tussen de jaarlijkse hoeveelheid beschikbaar water en de noodzakelijke hoeveelheid nutriënten (en dus bemesting) voor een landbouw gewas.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Oefening: Een bodem met PH=7 en 2% klei bevat 50 mmol/kg droge stof bindingssites waarop zowel H2PO4- als H2AsO4- kunnen binden. De Ks voor het arsenaat is 250000 l/mol dat voor fosfaat is 10 maal kleiner. De bodem bevat 1 mmol As per kg en ‘theta’=0,2 l/kg droge stof. Bereken de dosis van P (in mol/kg bodem) die nodig is om de Kd van As een factor 10 te verlagen door competitieve sorptie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Examen 2&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Geef een wiskundig vergelijking voor het verband van CO2 druk en pH. Ten eerste, voor water zonder opgeloste kalk, ten tweede voor een bodem met veel opgeloste kalk in.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Waarom is er meer denitrificatie in het najaar dan in het voorjaar?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Waarom is de sorptie van Cu2+ zeer pH-afhankelijk?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
4. Klopt het dat wanneer de temperatuur stijgt, de lucht meer CO2 zou bevatten?&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
5. Het risico op denitrificatie en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten, namelijk bij 25°C en 10°C. Het meer is 1 meter diep en bevat opgeloste organische stof (kortweg CH&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O) met initiële concentratie van 20 mg C per liter. De microbiële afbraak van de organische stof is constant in de tijd (tot uitputting) en is 1 mg C / l / dag bij 25°C en 2x trager bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met O2 (8,5 mg O&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; per liter bij 25°C , ∆H&amp;lt;sub&amp;gt;r&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;0&amp;lt;/sup&amp;gt; = -15,3 kj/mol/°K voor het oplossen van O2) en bevat 1 mmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe(III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle zuurstof en nitraat zijn uitgeput. Atoomgewicht: C=12, O=16, N=14&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
a)    Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen, uitgedrukt als totaal N2O/ liter water. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
b)    Bereken vervolgens N2O concentratie in de lucht indien N2O enkel zou ontgassen naar een luchtkolom van 100 meter boven water. Van nature zit er reeds +- 330 ppb&amp;lt;sub&amp;gt;v&amp;lt;/sub&amp;gt;  in de lucht. De Henry constante van N2O is ongeveer 25*10^-3 mol/l/bar (geen temperatuur correctie nodig hier).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2018 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;25/01 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;De pH-schommelingen in de bodem hangen af van de neerslag (waar/niet waar en waarom?) Oplossen, niet alleen met redoxreacties (iets van ionische sterkte en baseverzadiging) #Waarom is denitrificatie belangrijker in het najaar? #Verklaar aan de hand van de structuur van gibbsiet (Al(OH)3) de variabele landing en het verschil in ladingsdichtheid + geef tekening (lading niet alleen pH-afhankelijk, hangt ook af van I?) #Waarom is N het meest limiterende element #Oefening: Er zijn 2 bodems met pH=7, CEC=10cmolc/kg, een baseverzadiging van 100%, de dichtheid is 1.7kg/l en 1% van de bodem is calciet. Bij de ene bodem is de uitstroom door neerslag gelijk aan 0.2m/jaar, bij de andere bodem is dit 0.02m/jaar. Hoe lang duurt het voordat de basenverzadiging 50% bedraagt en al het calciet is opgelost (apart bekijken) voor beide bodems bij een CO2-concentratie van 300 ppm en bij een CO2-concentratie van 400ppm?  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2017 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== September ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;01/09 namiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Waarom zijn er verzurende deposities op de bodem bij intensieve veehouderij (NH3 emissies)? #Bij welke omstandigheden is er veel Fe in het grondwater? Waarom slaat Fe neer als het grondwater wordt opgepompt of in een rivier komt? #Welke pH-bufferende reacties in de bodem gaan verzuring tegen? Welke bodemcondities spelen hier een rol? #Waarom hebben ontwikkelingslanden een grotere uitstoot van broeikasgassen door landbouw dan van industrie/huishoudens? #Oefening uit twee delen, sorptie en CEC. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;05/09 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Welke reacties zorgen ervoor dat zeewater een pH van 8.8 heeft, wat zal er in de toekomst hiermee gebeuren? #Wat zijn de voorwaarden dat Fe in grondwater oplost? Waarom slaat het neer als het opgepompt wordt of in een rivier terecht komt? #Verschil in sorptie van de alkalimetalen op kleimineralen en organische stof. #Waarom zorgt landbouw in ontwikkelingslanden voor meer broeikasgassen dan de industrie en huishoudens? #Oefening met Arseen dat op bindingsplaatsen bindt (aantal bindingsplaatsen en hoeveelheid arseen gegeven alsook de Ks), daarna orthofosfaat toevoegen met een 10x kleinere Ks, hoeveel fosfaat moet je toevoegen zodat de Kd van arseen met een tienvoud daalt? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar waarom de concentratie Ca2+ stijgt in kalkrijk grondwater bij een toename van biologische activiteit, dus bij een toename van respiratie #In ijzerrijk grondwater kan, als het aan de oppervlakte komt, opgelost ijzer neerslaan. In welke omstandigheden gaat er veel ijzer in oplossing zijn en in welke omstandigheden gaat het neerslaan? #Wat gebeurt er met de pH als de bodem uitdroogt? Welke eigenschappen van de bodem (vaste stof) bepalen de positieve of negatieve toename van de pH? #De CO2 druk in de atmosfeer neemt toe met een stijgende temperatuur. Juist of fout en waarom? #Oefening: Het risico op denitrificate en vorming van lachgas (N2O) in een meer wordt vergeleken tussen 2 klimaten: 25°C en 10°C. Het meer is 1m diep en bevat opgeloste organische stof, CH2O met een initiële concentratie van 20 mg C/l. De microbiële afbraaksnelheid is 1 mg C/l/dag bij 25°C en twee keer zo traag bij 10°C. Het water is initieel verzadigd met zuurstof (8.5 mg O2/l bij 25°C, ΔHr0=-15.3kJ/mol/°K voor het oplossen van zuurstof) en bevat 1mmmol/l nitraat. Het sediment bevat een overmaat aan Fe (III) mineralen die onder anoxische omstandigheden kunnen reageren nadat alle O en N uitgeput zijn. Bereken hoeveel N2O er gevormd is na 18 dagen (in mmol N2O per l water) waarbij het N2O gas niet ontsnapt naar de atmosfeer. Bereken vervolgens de N2O concentratie in de lucht indien er chemisch evenwicht is ontstaan tussen het water en een luchtkolom van 5 km boven het water. Van nature zit er reeds 330 ppbv in de lucht. De Henry constante van N2O is ongeveer 25*10-3 mol/l/bar (hier is geen temperatuurscorrectie voor nodig). Atoomgewichten zijn: C=12, O=16, N=14 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;27/01 voormiddag &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Aan een bodem wordt Ca(NO3)2 toegevoegd als een N-meststof. De pH zal stijgen op lang termijn. Waarom wel of niet? #Leg het zwellende vermogen van 2:1 mineralen uit. #Wat voor effect heeft de specifieke sorptie van ionen op het flocculeren van colloïden. #Van wat is de ozonvorming afhankelijk? #Twee soorten riviersedimenten, de ene met ferryhydriet en de andere met goethiet. Ksp gegeven. De sedimenten worden onder water gezet zodat er geen O2 meer is om CH2O om te zetten, alles gebeurt via ijzer. Een hoeveelheid C gegeven. Fe2+ zal adsorberen op het sediment. Wat is de redoxpotentiaal na 28 dagen? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 voormiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Geef de kwantitatieve relatie tussen de pH en de CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; #*a. Zonder kalk maar in carbonaatrijk water #*b. In aanwezigheid van kalk # Waarom is denitrificatie belangrijker in het najaar ten opzichte van het voorjaar. # Waarom is Cu&amp;lt;sup&amp;gt;2+&amp;lt;/sup&amp;gt; sorptie zo sterk pH afhankelijk. # Bij een temperatuurs verhoging stijgt de CO&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; druk, waar of niet waar en verklaar. # Een waterverzadigde bodem met volumetrische vochtgehalte van 0.35 en een pH van 7 bevat 10 mmol/kg fosfaat, heeft een CEC van 10 cmol&amp;lt;sub&amp;gt;c&amp;lt;/sub&amp;gt;/kg, een N&amp;lt;sub&amp;gt;K&amp;lt;/sub&amp;gt; =0.02, een N&amp;lt;sub&amp;gt;Ca&amp;lt;/sub&amp;gt; =0.98, een K concentratie van 0.3 mM, een Ca concentratie van 2.0 mM, een totale sorptie oppervlak voor fosfaat van 80 mmol/kg, een K&amp;lt;sub&amp;gt;s&amp;lt;/sub&amp;gt; = 20000 L/mol voor alle fosfaat (dus H&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;&amp;lt;sup&amp;gt;-&amp;lt;/sup&amp;gt;. De bodem droogt uit en de ionconcentraties stijgen, Bij welke volumetrische vochtgehalte slaat Ca&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;(PO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt; met een log(K&amp;lt;sub&amp;gt;sp&amp;lt;/sub&amp;gt;)= -28.9. De pka&#039;s van fosfaat zijn 2.1, 7.2, 12.3. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;24/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. Waarom is het alkalisch gebufferd en wat zal er in de toekomst gebeuren? #Geef de belangrijkste reacties van de geologische koolstofcyclus m.a.w. die van de mariene, terrestrische, atmosferische en die van miljoenen jaren oud. #Leg uit wat acid mine drainage is en de reactie #Wat is de verblijftijd van koolstof in de biosfeer en wat is de variatie tussen de organisme? (ofzoiets) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2016 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;22/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. Waarom is het alkalisch gebufferd en wat zal er in de toekomst gebeuren? (Dus reacties geven van bicorbonaat en kalk! Over de toekomst uiteraard de CO2 stijging maar ook de Temperatuurstijging afzonderlijk vanzonderlijk van de CO2 bespreken. (ik snapte zijn uitleg daarbij niet zo goed, iets over enthalpie enzo) #Variabele lading: kaoliniet en illiet. Bespreek adhv hun structuur. #Veeteelt zorgt voor verzurende depositie. #Ozonvorming #Oefening &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;19/01 voormiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Schrijf de sleutelreacties op van zeewater dat gebufferd is op ph 8,5. #Door welke antropogene processen komen er broeikasgassen vrij? #Het verschil verklaren van de CEC bij Kaoliniet - Illiet - Montmorilloniet. #Oefening op fosfaatconcentratie reduceren door ferrihydriet toe te voegen, met en zonder concurrentie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;14/01 namiddag: &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Verklaar de vermindering aan kalk in aangroeiende bodems en de afzetting van kalk wanneer de bodemoplossing aan het aardoppervlak komt. #Er kan veen ijzer in bodemoplossingen zitten, die dan neerslaat als het naar de oppervlakte komt of in een rivier stroomt. Leg uit welke voorwaarden er zijn om zoveel ijzer in de bodemoplossing te krijgen en geef ook alle reacties ook die als er contact ontstaat met het aardoppervlak. # Verklaar de pH-afhankelijke ladingen aan de hand van de structuur van gibbsiet. #waarom is N meestal het meest limiterende nutriënt? #oefening: De verweringsreactie van Anortiet naar Kaoliniet is CaAl2Si2O8 + 2H+ + H2O &amp;lt;-&amp;gt; Al2Si2O5(OH) + Ca2+ Ks= 3*10^15 a) bepaal hier de pH van bij evenwicht b) Hoeveel jaar duurt het om alle anortiet uit de bodem te laten verweren? Bodem is bij het begin 0-20cm met dichtheid 1.3 kg/dm³ en bestaat voor 5 gewichts% uit anortiet en voor 1% uit organische stof. pH is 7.5. De verwering wordt in gang gezet door natuurlijke verzuring uit nitrificatie en respiratie. De bicarbonaten en nitraten lopen uit met 2 en 4 kmol/ha/jaar respectievelijk. Molaire massa van anortiet= 278 g/mol &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Wat gebeurt er met de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij stijgende ionische sterkte? Wat gebeurt er met de pH? Leg kwantitatief uit. # Onder welke omstandigheden zal N2O vrijkomen uit de bodem? (geef reacties) Welke maatregelen kan men in de landbouw nemen om dit te voorkomen? # Bespreek hoe de ionische sterkte en de Natriumverzadiging de bodemstructuur beïnvloeden # Wat is het weekend-effect? # Oefening: een rivier wordt gebaggerd, het sediment wordt eruit gehaald en gedroogd. Door oxidatiereacties van FeS, NH4+ en Mn2+ zal het sediment verzuren. De initiële pH = 8. De pH-buffercapaciteit wordt bepaald door de EB (uitwisselbare basen) waarbij EB = 3.5 + pH (initieel dus 11.5 cmolc/kg DS). Wat is de finale pH na verzuring? (Antw = 6.4) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3 &amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; bespreek de reacties en processen van de kalk oplossing in de bodem en de kalk neerslag bij oppervlaktewater # ijzer neerslag in een rivier # variabele lading van gibbsiet # waarom is N bna altijd de limiterende component # oefening: anorthiet verweert tot kaoliniet. Geef de pH er is enkel de reactie gegeven en de Ksp (is zoals die extra oefening op toledo) en bereken hoelang het duurt om anorthiet weg te reageren. (Hier zijn heel veel gegevens) en het enige wat je moet doen is eenheden omzetten grin-emoticon zoals die in de OZ over kalkvraag tegen verzuring &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2015 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Wat gebeurt er met de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij stijgende ionische sterkte? Wat gebeurt er met de pH? Leg kwantitatief uit. # Wat zijn de sleutelreacties, die er voor zorgen dat de pH van zeewater ongeveer 8.5 is? Wat gebeurt er in de nabije toekomst? # Bij natte rijstteelt ontsnappen NH3 en CH4, geef de omstandigheden waarin dit gebeurt. # Wat zorgt voor de oppervlaktelading van Gibbsiet? Geef ook de structuur. # In grondwater (pH=6, pe=4) zit een totaal van 10^-4M Fulvaten (FA-). Bereken de speciatie van Fe in grondwater (dit is de Fe in oplossing en de complexen Fe-Fa). Voor Ferrihyriet dat in overmaat aanwezig is, geldt dat Ksp = 10^-37.1. Calcium concentratie is 10^-3, Concentratie HCO3- is 2*10^-3. De mono-dentaat associatieconstanten zijn 10^7 (H+), 10^13 (Fe3+) en 10^3 (Ca2+). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== 2014 ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Januari ===&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 1&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; wat gebeurt er met de oplossingssnelheid van CaCO3 als de PCO2 stijgt # waarom is de denitrificatie in het najaar belangrijker dan in het voorjaar # Wat veroorzaakt de lading in gibsiet (structuur tekenen) en wat is de invloed van de ph? # wat veroorzaakt ozon vorming in de troposfeer # oefening: de speciatie van Fe bepalen met complexatie en ... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 2&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; wat gebeurt er met de snelheid waarmee kalk verwijderd wordt uit de bodem als de CO2 toeneemt in de atmosfeer #onder welke condities komt er veel N2O vrij in de atmosfeer, hoe kan dit landbouwkundig tegengegaan worden? #geef de verklaring waarom de CEC in de reeks muscoviet-illiet-montmorilloniet stijgt #wat is het weekendeffect bij ozonvorming #een gereduceerde bodem wordt gebaggerd en begint te oxideren als hij uitdroogt. oorspronkelijke pH = 8, de bodem bevat 0,04% OM, 5mmol/kg Mn2+, 2 mmol/kg Fe3+ en 1 mmol NH4+, de uitwisselbare basen zijn ifv van de pH: EB = 3,5 + pH. Wat is de finale pH? # de bijvragen bij vraag 1 waren: wat is het wiskundig verband tussen Ca oplosbaarheid en CO2 en hoe kom je daar aan? en wat gebeurt er met de CO2 in de bodem precies (nogal een verwarrende vraag)? voor de rest vroeg hij niet echt bijvragen... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 3&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; welke eigenschappen geven een verschil (teken en grootte)in pH in een bodem met water of een bodem met 1M KCl? # waarom is de denitrificatie in het najaar belangrijker dan in het voorjaar # Wat is een dioctaëdrisch kleimineraal? # wat veroorzaakt ozon vorming in de troposfeer # oefening: wat gebeurt er met de pH van zeewater als de CO2 stijgt van 380ppm naar 480ppm bij 1 bar. De ionische sterkte is 0,5M (grote invloed dus!) en het water is oververzadigd aan calciet. De volgende reacties en constanten zijn gegeven #* CaCO3 + CO2 = Ca + 2HCO3 K=10^-6 #* CO2 + H2O = H2CO3 K=10^-1,47 #* H2CO3 = H + HCO3 K=10^-6.35 #* HCO3 = H + CO3 K=10^? (deze had ik niet nodig) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 4&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Welke sleutelreacties zorgen ervoor dat pH van zeewater gebufferd wordt rond 8,5 en hoe zal dit in de toekomst evolueren? #Waarom is er verzurende depositie van de bodem bij intensieve veeteelt (NH3 emissies)? #Waarom is de relatieve bijdrage van de variabele lading belangrijker voor kaoliniet dan voor illiet? Leg uit m.b.v. de structuur #Hoe wordt ozon gevormd in de troposfeer? #Oefening: De redoxreacties van twee sedimenten (één met ferrihydriet en één met goethiet) worden vergeleken. De sedimenten worden verzadigd met water waardoor de zuurstof onmiddellijk wordt opgebruikt. Enkel Fe fungeert als electronacceptor. Wat is de redoxpotentiaal na 12 dagen? --&amp;gt; Heleboel gegevens gegeven waaronder Ksp, hoeveelheid respiratie, andere K-waardes,... &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 5&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Is het aandeel niet specifiek gebonden protonen groot t.o.v. de specifiek gebonden protonen? Bij een pH=5, in oplossing, met de concentratie Ca2+=10^-2. De bodem bestaat uit humus en de pKa van humus is 5. #Geef de reacties/processen die zorgen voor de kalkvermindering bij de vorming van de bodem. Geef ook de reacties die optreden als grondwater aan het oppervlak komt en kalk dus terug neerslaat. #Hoe wordt de oplosbaarheid van Ca(H2PO4-)beïnvloed als de ioninsche strekte stijgt (bijvoorbeeld door toevoeging van NaCl)? En wat gebeurt er dan met de pH? Beschrijf kwantitatief. #Wat is de GWP(global warming potential)? En welke factoren bepalen hoe groot deze waarde is? #In de bodem zit fulfaat(FA) met een totale concentratie van 10^-4 M. De pH=6 en de pe=1. De concentratie HCO3- is 2mmol/l. Ferrihidriet is in overmaat aanwezig en de Ksp=10^-37,1. Er is ook Ca2+ aanwezig en de concentratie is 10^-3M. Bereken de concentraties van Fe2+, Fe3+, Fe(II)FA en Fe(III)FA. LogK=15.8 voor de reactie: Fe(OH)3 + e- + 3H+ = Fe2+ + H2O. De associatieconstanten voor de complexen van FA met Fe2+, Fe3+, Ca2+ en H+ zijn respectievelijk 10^3, 10^13, 10^3, 10^7. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;b&amp;gt;Reeks 6&amp;lt;/b&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt; Waarom is er netto oplossing van kalk bij bodemvorming en netto neerslag van kalk als grondwater aan de bodem komt? # Verklaar waarom er verschillende ladingen aan de rand van gibbsiet (Al(OH)3) voorkomen. # Hoe verandert de oplosbaarheid van Ca(H2PO4)2 bij een stijgende ionische sterkte? Analyseer kwantitatief. # Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om ozonvorming in de troposfeer te krijgen. # een gereduceerde bodem wordt gebaggerd en begint te oxideren als hij uitdroogt. oorspronkelijke pH = 8, de bodem bevat 0,04% OM, 5mmol/kg Mn2+, 2 mmol/kg Fe3+ en 1 mmol NH4+, de uitwisselbare basen zijn ifv van de pH: EB = 3,5 + pH. Wat is de finale pH? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Voorbeelden van vragen uit de &amp;amp;lsquo;theorie&amp;amp;rsquo; == &lt;br /&gt;
&amp;lt;nowiki&amp;gt;#&amp;lt;/nowiki&amp;gt;Waarom stijgt de Ca concentratie in bodemoplossing van een kalrijke bodem naarmate de respiratiesnelheid in de bodem toeneemt? #Waarom stijgt de pH meestal na verzadiging van de bodem met water? #Waarom is relatieve bijdrage van de variabele lading op de totale lading belangrijker voor kaoliniet t.o.v. illiet? #Wat zijn potentiaal bepalende ionen (PDI)?&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>AstridDM</name></author>
	</entry>
</feed>